Zjef Vanuytsel

De zotte morgen

In 1968 krijgt Zjef van Philips een platencontract aangeboden. Zjef is een perfectionist en laat dat meteen voelen. Hij laat zich niet de les lezen door de directie, van welke platenfirma dan ook. Zjef wacht twee jaar en vindt dan de tijd rijp om een eerste elpee op te nemen. Zjef zat net midden in de examenperiode en moest ook nog zijn eindwerk afronden. Dat eindwerk wordt koudweg drie weken aan de kant geschoven. Twaalf liedjes worden ingeblikt met voorop als earcatchers De Zotte Morgen en Houten Kop. Die liedjes wisselden pas van plaats nadat Roland op de idee kwam die nummers in elkaar te laten overvloeien als betrof het een conceptelpee. De Zotte Morgen schreef Zjef deels op de trein van Brussel naar Mol. Na zijn middelbare studies op internaat kon hij in Brussel lekker uitbreken, kwam hij in een ongelooflijke sfeer van zich vrij voelen terecht. Op stap gaan met je vrienden en zuipen tot in de vroege uurtjes, terwijl in de buurt van het Noordstation de eerste reizigers arriveren en zich oplossen in de drukte van toeterende auto's en overvolle trams. Dat maakte op hem, een jongen geboren in de stille Kempen, een enorme indruk, die hij koste wat het kost in een tekst moest gieten. Voor zijn vrouw, die hij in Brussel had leren kennen waar zij de afdeling binnenhuisarchitectuur volgde en met wie hij in 1969 trouwt, schreef Zjef het beklijvende Ik weet wel m’n lief en al even opvallend op die eerste elpee is de song Hop Marlène, een lied dat in een tangoritme was geschreven, maar uiteindelijk in een soort hot–club-de-France- stijl werd opgenomen, en het kritische High Society, op aanraden van arrangeur Frans Ieven en producer Roland Verlooven.