Willem Vermandere

Van Blanche tot Blankeman

Datzelfde jaar is er op het Mercury-label, verdeeld door Universal, de verzamelaar "Van Blanche tot Blankeman", de tot dan toe beste liedjes van Willem, geperst op één cd: "Een keuze van achttien liedjes, van dertig jaar verre, van deze baardman, die weleens 'schart aan zijn verstand', die tokkelend en zingend met zijn trawanten-muzikanten zijn weg zoekt door deze Lage Landen, ooit vertrokken met 'peird en karre' vanuit de oude moedertaal van het dorp langs de Leie, zwervend langs de soldatengraven van de Westhoek, langs Elverdinge tot 'diepe in Frankrijk', met spotternij en tederheid om het eigen zotte en zalige Vlaanderland, die op zijn weg zelfs Pietje de Dood ontmoet, maar dankzij 'die bril op die balke' weer tot leven gewekt wordt, totdat hij zelfs een vriendelijk lied gaat zingen voor Turken en Marokkanen. Een lange weg, mogen we wel zeggen, van Blanche tot Blankeman." Wie goed luistert, merkt dat naarmate Willem zijn heimatgevoelens in zijn liedjes loslaat, zijn taalgebruik anders klinkt. Hij laat zijn dialect meer en meer los en gebruikt een soort Algemeen Nederlands, met een West-Vlaams accent gezongen. Vandaar dat hij ook niet meer geklasseerd wil worden als een dialectzanger. "Laat mij maar het kleurtje en het nestgeurtje van mijn afkomst!", zegt Willem in de loop van onze babbel. Als we vragen of hij sinds zijn eerste plaat tot nu geëvolueerd is, antwoordt hij gevat: "Neem eens mijn verzamel-cd 'Van Blanche tot Blankeman' uit 2000 bij de hand en luister eens aandachtig naar al die teksten. Liedjes variërend van Blanche en zijn peird over La belle Rosselle en Luchtkasteel tot en met Sprookjes en Bange blankeman. Teksten over het romantische dorpsleven en mijn echte stellingname: dat ik opensta voor het nieuwe leven. En vergeet vooral niet tussen de regels te lezen en te luisteren. Met die titel, met dat album heb ik ongeveer alles gezegd. Het is een en dezelfde man die dit schrijft en zingt: over zijn liefde voor zijn heimat, zijn taal. Met daarnaast een wijde blik op onze wereld, wetend bijvoorbeeld dat we met moslims zullen moeten leren samenleven. We zitten niet voor niets met de daver op ons lijf. Onze westerse cultuur maakt bange dagen door. Kijk, eigenlijk zou ik mijn mond moeten houden. Ik krijg dit beter gezegd in mijn liedjes. Daarom geef ik niet zo veel interviews. Elk interview is een liedje dat je kwijt bent. Als ik nu met jou te veel verstandige dingen ga zeggen, dan slaat de muze op de vlucht. Ik moet tijdens zo'n babbel te rationeel uit de hoek komen. Het voelt aan alsof ik me moet verantwoorden over mijn doen en laten. En uiteindelijk moet ik toegeven: ik weet het niet."