Willem Vermandere

Lat mie maar lopen

In de hem zo eigen stijl schreef Vermandere de voorbije decennia liedjes die intussen echte Vlaamse klassiekers zijn geworden. Liedjes als Kasteel van schelpjes en zand en het haast onafscheidelijke Lat mie maar lopen (1981), dat hij samen met Guido Desimpelaere schrijft. De inspiratie voor dit lied had hij maar op te rapen. Op zekere dag trok hij naar Wallonië om daar arduin aan te kopen. Hij vertrekt rond een uur of elf via Wetteren en Geraardsbergen zo naar beneden. Rond de middag stopt hij langs de autosnelweg aan een baancafé en wordt daar aangesproken door een aantal jonge mensen, computerspecialisten, die op weg zijn naar een vergadering in Brussel en die Willem benijden omdat hij zo'n vrij leven kan leiden daar in de Westhoek. De dingen doen die zij zo graag zouden doen: werken in de tuin, liedjes zingen... "'k Moest heel mijn jong leven studeren en 'k wierd computerspecialist. 'k Kost het zodanig programmeren totda'k van toeten noch blazen ni meer wist." Ook al vinden we dit nummer niet terug in de Vlaamse Top Tien en Top Dertig, toch wordt het een regelrechte radiohit en zal het de jaren nadien in diverse verzoekprogramma's blijven opduiken. "Lat mie maar lopen" is de titelsong van het gelijknamige album dat in 1981 op het Philips-label wordt uitgebracht, samen met liedjes als De bomen, Chance dat 't regent, Mijn huis en het prachtige Voor Marie-Louise, dat vaste prik zal worden tijdens de optredens van Herman van Veen.