Willem Vermandere

Delen S
Geboren in Lauwe
op 9 februari 1940
Willem Vermandere
Bekijk DiscografiesLees Biografie
Het enige dat je op een podium moet doen, is zeggen aan de mensen wie je bent.
Verwend door Moeder Natuur

De Gentse Feesten

Vrijdag de veertiende juli 2017 schittert Vermandere nog maar eens tijdens de Gentse Feesten. Speciaal voor hun website en ter promotie schrijft hij: "Ik kan het zelf moeilijk geloven, maar ik toer al vijftig jaar rond met mijn liedjes en vertellementen. Ja, daar was in den beginne (en nog altijd) wat heimwee naar dat gezellige dorp van mijn kinderjaren, tot je de gruwelijke soldatenkerkhoven van 14-18 gaat bezingen, en omdat je overtuigd bent dat er geen weg terug is voor de bange blankeman, bots je. Je botst zelfs op God en zijn vertegenwoordigers in Rome, maar met veel humor en veel muziek wordt een avond in het theater toch een feest. Gelukkig zijn daar de muzikanten-trawanten. Hoor hoe de snaren trillen en de klarinetten donkere verhalen vertellen. Kom zanger, ge hebt misschien nog jaren voor de boeg… laat de rijmsels rustig rijpen. Schrijf en zing maar voort tot in uw stokouden dag. Dit weet ik al vijftig jaar...: zingen houdt u jong, zingen verlost, zingen is zot, zingen is durven, zingen is bedroefd zijn, zingen is blij zijn, zingen is zeer hevig leven."

Altijd iemands vader, altijd iemands kind

De twintigste september 2016 brengt uitgeverij Lannoo het boek "Altijd iemands vader, altijd iemands kind - Mijn oorlogsverhalen" op de markt met daarin liedjes, teksten en tekeningen van zijn levenslange oorlog. Willem lokt zijn lezers als volgt: "Dit moet mijn allerverste herinnering zijn, ik was drie jaar oud en heel ons huis in de Striepstraat in Lauwe daverde en vader vluchtte met mij in zijn armen te vierklauw, drie treden in éne keer, naar de kelder. Een matrasje boven de patatten. Moeder zat daar ook al met klein broertje op hare schoot, wees gegroet Maria vol van genade... boem... weer een nieuwe ontploffing. Als kind slaap je algauw weer voort. Zoveel jaren later hoor je vertellen dat ze Kortrijk gebombardeerd hadden in die dagen en dat er zoveel mensen dood waren. Engelse bommen waren het, hoe is dat mogelijk! We hebben het overleefd, maar de angst is blijven zitten ergens diep in ons zieltje. De oorlog was al lang voorbij, maar als er een vliegtuig passeerde, dan kropen mijn oudere broer Walter en ik nog altijd doodverschrikt onder de keukentafel. Leven, dat is gevaarlijk, leven, dat is in oorlog zijn, dat is altijd waakzaam zijn en als de sirenes loeien, moet je wegvluchten naar de diepe kelder."

14-18 En Wat Nu?

De dertigste oktober 2015 verschijnt op het Universal-label het album "14-18 En Wat Nu?" met daarop drieëntwintig liedjes en vertellingen. Liveversies van onder andere Ieper en Schone stad. Een jaar eerder trok Willem al door Vlaanderen met een gelijknamige voorstelling, waarvan dit album een liveregistratie is. Hij zingt al zijn hele leven over "De Groote Oorlog", die dan honderd jaar geleden in zijn geboortestreek plaatshad. Als eerbetoon, als innerlijke toewijding aan zoveel leed en onvermogen van de gewone man, brengt hij deze voorstelling ter nagedachtenis van deze vreselijke oorlog. Willem zingt niet alleen, maar vertelt, musiceert en prevelt, aangevuld met instrumentale stukjes en wat klassieke mijmeringen. Samen met zijn vaste muzikanten en het Talbotstrijkkwartet tekent hij voor een sober concert, een authentieke meditatie rond de Eerste Wereldoorlog en de universele betekenis ervan. Vermandere trekt ermee naar de theaters. Dries Delerue schrijft daar het volgende over: "Voor deze reeks optredens werd hij niet alleen begeleid door zijn vaste muzikanten Freddy Desmedt, Pol Depoorter en Bart Caron, maar ook door een strijkkwartet dat voor die gelegenheid werd samengesteld door Wiet Van de Leest . Van de Leest arrangeerde en speelde viool, net als Aurélie Dorzée en Natalie Glas. Claudine Steenackers bestreek de cello. En de inbreng van het 'Talbotstrijkkwartet', zo werd het genoemd, maakt deze Vermandere-cd nog meer bijzonder. Ruim een uur en een kwart laat deze schijf liederen en vertellingen horen die met oorlog te maken hebben. Het programma vangt aan met een mooie instrumentale inleiding op De Schepping, een verhaal op rijm. De liederen worden enkele keren afgewisseld met een instrumentaal nummer, onder meer In 't Heuvelland en Fluîtje-perluîtje, of met een vertelling. Bijzonder en erg aangrijpend is het verhaal over de familie van Captain Frith die op zoek is naar diens graf op het kerkhof van Steenkerke, het dorp waar Vermandere woont. Een stukje Uit Streuvels' Oorlogsdagboek vertelt ook over de toestanden in die Groote Oorlog. En het zou Vermandere niet zijn als humor zou ontbreken. Het stuk Oorlogsjargon is een aaneenschakeling van leuke volkstaal uit die oorlogstijd. Er was al een cd van Vermandere rond zijn oorlogsliederen, maar deze recente met liveopnames is een niet te missen schijf. Zelfs voor wie al lange tijd van Vermandere houdt, houdt ze nog verrassingen in."

De zwerver

Uit De Zevende Dag

Volle dagen

Wanneer Willem in 2015 vijfenzeventig wordt, maakt zijn vriend journalist Manu Adriaens een selectie uit de vele brieven die Willem de voorbije vijfentwintig jaar schreef aan vrienden en kennissen die hij niet vaak ziet. Om zijn gedachten op een rijtje te zetten en contact met hen te houden, zijn die brieven voor hem ontzettend belangrijk en een nuttig tijdverdrijf tussen de optredens en het beeldhouwen door. "Volle dagen" verscheen bij uitgeverij Lannoo.

Den Overkant & De Meditaties

In 2014 ligt het album "Den Overkant & De Meditaties" in de etalage. Het album valt zo goed in de smaak dat het eenentwintig weken na elkaar in de hitlijsten genoteerd blijft. De vierde oktober piekt de cd op vier in de Ultratop Album 200. Het album is over twee cd's verdeeld: "Den Overkant" en "De Meditaties". Willem zingt over Moslims, De zondvloed, Kinderklarinetje, Later en Miserere. We kunnen zelfs genieten van 'n Willems Walske. In Gazet van Antwerpen lezen we hierover: "Op 'Den Overkant' is de muziek ondergeschikt aan Willems verhalen, waarin het bekende mededogen met de minder fortuinlijke medemens opnieuw figureert. Met opvallend veel humor kijkt Vermandere naar de wereld en zichzelf: hoe wij ons voorbereiden op de zondvloed, hoe onze botten beginnen te kraken, hoe hij in de naburige Dreamland-vestiging vergeefs op zoek gaat naar het speelgoed van zijn jeugd. 'De Meditaties' zijn instrumentale mijmeringen op de klarinet: mooie improvisaties als woordeloze gebeden, poortwachters naar een nacht vol melancholie."

Nekka Nacht 2012

Willem Vermandere is centrale gast

De zanger & de muzikant

Een degelijke notering in de hitlijsten zit er in 2012 in voor de dubbele verzamelaar "De zanger & de muzikant", een overzicht van zijn grootste gezongen én instrumentale nummers. In het totaal goed voor zevenendertig liedjes en de vijfde mei voor een twaalfde plaats in de Ultratop Album 200. We kunnen nog eens genieten van Blanche en zijn peird, Kasteel van schelpjes en zand tot en met Moederziel allene en Knuffelke.

Nekka-nacht

Vrijdag de twintigste april 2012 is Willem Vermandere de centrale gast tijdens Nekka-Nacht in het immense Antwerpse Sportpaleis. Het Nieuwsblad meldt: "De kleinkunstenaar en chansonnier Willem Vermandere werd door de organisatie unaniem uitgekozen als centrale gast voor Nekka-Nacht 2012. 'Het idee om hem te vragen, spookte al jaren door ons hoofd', zegt organisator Koen Huygebaert, 'maar telkens dachten we dat de intimiteit van Vermanderes muziek niet zou passen in de gigantische hal van het Sportpaleis.' De hele programmering volgt dezelfde intimistische en rustige stijl van Vermandere. 'De vorige jaren waren we meer in het genre van de rock beland, met groepen als Thé Lau en Clement Peerens Explosition', zegt Huygebaert, 'maar eigenlijk was dat niet ideaal voor een Nekka-publiek. Er is opnieuw nood aan authenticiteit en pure muziek. Willem Vermandere past perfect in dat plaatje.' Vermandere zal voor de gelegenheid putten uit zijn repertoire, samen met de tachtigkoppige Koninklijke Harmonie Ypriana. Naar goede gewoonte mag de centrale gast een aantal speciale muzikanten uitnodigen. Met Raymond van het Groenewoud en Yevgueni brengt Vermandere twee oude bekenden naar het Sportpaleis. Yevgueni staat voor een moderne heruitvinding van de kleinkunst. Liesbeth List heeft met Vermandere vele keren het podium gedeeld, maar ondertussen de muziekscene definitief vaarwelgezegd. Op vraag van de centrale gast komt ze nog een allerlaatste keer optreden. Een persoonlijke vriend van Vermandere, de Gentse muzikant Mustafa Avsar, komt dan weer een nieuw project voorstellen."

Alfabet

Uit De Zevende Dag

Alles gaat over

Wanneer Willem in 2010 zeventig wordt, brengt hij het album "Alles gaat over" uit. In het totaal vijftien gezongen liedjes en het instrumentaaltje Fluîtje-perluîtje. Muzikaal krijgt hij in de studio de steun van Bart Caron, Frank Tomme, Freddy Desmedt, Mario Vermandel en Pol Depoorter. Vermandere heeft speciaal voor dit album een nieuwe versie opgenomen van zijn klassieker Voor Marie-Louise. Op dit album neemt hij in enkele liedjes afscheid van een goede vriend, een broer én een kleinzoon. Ook al klinken de liedjes van Willem simpel, qua inhoud blijven ze ons raken. In de nieuwe versie van Arme Jezus komt nog maar eens het thema religie aan bod. De twintigste februari 2010 klimt Willem met deze cd naar de zesde plaats in de Album Top Vijftig en naar de tweede stek in de lijst met Belgische albums. Met zijn gelijknamige programma "Alles gaat over" zal hij de jaren nadien vaak Vlaanderen aandoen. In de programmaboekjes lezen we: "Nog steeds met een scherpe kijk op de zotte wereld, een knipoog en een glimlach, nooit bitter of ontgoocheld, eerder ontroerd over de kleine dingen van elke dag, en toch soms verstoord over de gang van zaken in de wereld rondom. Als een eeuwenoude boom, met zijn wortels stevig in de grond en zijn armen reikend naar de hemel, verankerd in het leven, verbonden met de voorvaders, dromend van de kinderen van morgen. 't Zijn liedjes en oerelementen van zottigheid en tederheid, van ergernis en verrukking om onze wereldbol. De refreintjes zijn er om mee te zingen. En voor al wat ze niet gezegd krijgen, spelen ze muziekjes. O ja, 'Alles gaat over' mag je zijn programma noemen... maar de passie voor het zingen zelf, dat gaat niet over. En als hij er geen woorden meer voor heeft, dan blaast hij heel weemoedig en ingetogen op zijn fluitje-van-een-cent, recht uit zijn hart en gedragen op zijn eigen levensadem. Zoals oude wijn... met de jaren steeds maar beter en beter. Na (te) veel jaren afwezigheid en op vraag van velen, eindelijk terug op het podium: Willem Vermandere en zijn driekoppige begeleidingsgroep."

Liedjes en vertellementen

De tweede november 2009 is Willem te gast in theater "De Mythe" aan het Bleekveld in het Nederlandse Goes. Hij brengt er zijn avondvullende programma "Liedjes en vertellementen", waaronder In Ieper, Trafiek, Onderweg en Oud moederke. De zevenentwintigste november ligt dit optreden op dvd in de winkel. Willem schrijft: "Voor mij alleszins een zalige avond in Goes, ginder noordwaarts in het zuiden. Kijk maar, ons hemdje is gestreken en onzen baard is gekamd. Samen met mijn muzikanten-trawanten heb ik mij daar gejeund bij dat Zeeuwse zeevolk."

In Nederland

De laatste jaren heeft Vermandere een geestverwant gevonden in zijn Waalse evenknie Jules Beaucarne, wat resulteerde in een aantal aantrekkelijke liedjes en voorstellingen. Herman van Veen dweept ook al een hele tijd met onze Vlaamse bard en voelt zich niet te beroerd om enkele van Willems liedjes in zijn theaterproducties op te nemen, zoals Voor Marie-Louise, dat we ook horen op het album "Solozeiler" van Johan Verminnen. Hij zingt dit liedje in duet met Willem: Johan in het Frans, Willem in zijn eigen taal. Samen treden ze regelmatig op, ook in Nederland. Zo blokletterde een Nederlandse krant kortelings: "Twee zingende vogels, gebekt in dezelfde Vlaamse tuin". Ook al gebruikt Willem bij onze noorderburen zijn oer-West-Vlaamse woordenschat, toch komen de Nederlanders hem achteraf zeggen: "Wat gebruik je toch mooie woorden!" Als geen ander weet Willem zijn liedjes op zijn publiek te projecteren en het is dat wat ze zo verstaanbaar maakt. Voor iedereen, dus ook voor Nederlanders!

Bart Herman - Blanche en zijn peird

In "Zo is er maar één" zingt Bart Herman zijn versie van "Blanche en zijn peird".

Altijd iemands vader, altijd iemands kind

In 2006 verschijnt er op het Universal-label "Altijd iemands vader, altijd iemands kind". In zijn vertellingen en liedjes schetst hij het leven met zijn zoet en zuur. De rode draad van het album vormen de twee wereldoorlogen. Vooral de Eerste Wereldoorlog liet diepe sporen na in België. Door middel van prachtig klarinetspel, liedjes en in West-Vlaams dialect vertelde anekdotes uit Vermanderes herinneringen aan overleden soldaten en hun nabestaanden, de smerige loopgraven en bloedige veldslagen. Een hedendaagse boodschap zit verpakt in Mijne Jezus is ne Jood, waarin de idealist zich met een knipoog verzet tegen racisme en onverdraagzaamheid. "In de westhoek van Vlaanderen wonen en niet van den oorlog zingen, dat kan niet. Hier zit elk huis nog vol verhalen van veertien-achttien en ook van 'dien tweeden'. Wandel langs de kerkhoven, die littekens in ons landschap, lees de namen van al dat afgeknakt jong leven. Die waanzin zullen we nooit begrijpen. Laat mij bidden en blindelings klarinet spelen en vertellen van Lampernisse tot Aubréville over Argentinië. Pelgrimeer met mij mee van Verdun naar Vladslo, van Ieper naar Diksmuide. Kniel neer in Flanders Fields en beklim de IJzertoren en kijk uit over onze rusteloze wereld. Hoor hoe de wind klaagt over dit vlakke land. Hier moet je wel zingen. Hier mag je zelfs een vuist maken ten vrede", dixit Willem. Met dit album staat hij de dertigste september op de zevenendertigste plaats in de Ultratop Album 200.

Bange blanke man

Uit De Leeuw in Vlaanderen

Van soorten

Uit De Laatste Show

Van soorten

Een van Willems bestverkochte cd's is "Van soorten", die de twaalfde november 2005 de Ultratop Album 200 binnenduikt en postvat op de zevenentwintigste plaats. In de lijst met Belgische albums zelfs op de negende. Zestien liedjes in het totaal, onder meer Eigen benen, Met trage tred, Tsunami, Priet pret prot en Muziek. Vermandere geeft ons op de binnenflap nadere tekst en uitleg: "Er wonen van soorten zielen in mijn vel. Daar is de honkvaste beeldhouwer in zijn afgelegen polderdorp en daar is de zwervende theatermens met zijne santenboetiek van gitaren en klarinetten. Daar is een zanger die vloekt, een zanger die bidt. Maar 't is ook een halve onnozelaar, een prietpretprotrijmelaar die graag een pint drinkt in 't dorpscafé, maar even graag moederziel alleen, met zijn ogen dicht, zit te improviseren op klarinet en voetorgel. Wat ben ik zotcontent als de muzikanten binnenvallen: Pol en Freddy, mijn eeuwige reisgezellen, hier nu ook nog Frank, Arne en Philippe, om mijn muziekjes nog heviger te doen leven."

De vluchteling

Uit Nekka

Op den duur

Uit De Laatste Show

Op den duur

In 2003 klimt Willem de negenentwintigste maart naar de tweede stek in de Ultratop Album 200 met het album "Op den duur", de hoogste notering die hij ooit in zijn carrière zal optekenen. Het album wordt tussen oktober 2002 en januari 2003 ingeblikt in studio The Groove in Schelle en de zesentwintigste februari gereleased en blijft vervolgens zestien weken in die lijst genoteerd. De cd wordt ingevuld met songs als Courage en patiëntie, Eigen God eerst, De scanner, De kluizenaar en Winter. Tijdens de opname krijgt Willem de muzikale steun van Bart Zegers, Frank Tomme, Freddy Desmedt en Pol Depoorter. "Op den duur kan je niet meer zonder, wordt alles muziek. Op den duur rijm je op instortende torens, op je broer die sterft, op je eigen krakend karkas onder de scanner. Omdat ik het ook niet weet waar het met de wereld naartoe moet, verzin ik maar wat vooizekes en verhalen", aldus Vermandere. Voor hem is de sfeer in de studio erg belangrijk. Hij moet er zich thuis voelen en dat doet hij al jaren in The Groove te Schelle met aan zijn zijde technicus Peter Bulkens. "Dat waren weer schone dagen daar in Schelle", vertelt hij in verband met de opnamen. "'s Middags was er ciabatta met smos en 's avonds kookte tante Joske al het lekkers uit nonkel Pier zijne lochting. Daar kwam plots een bende geestig Antwerps volk binnenvallen, het koor Frappant."

Omda'k geiren leve

In de maand september 2002 is er op het Mercury-label de verzamelaar "Omda'k geiren leve". Willem zingt er onder andere over God & Co, Vadertje Tv, Paris-Dakar en De matrozen.

Omzwervingen

Ook al is Willem een geboren verteller, een man die geen blad voor de mond neemt, toch kan hij die mond soms goed gesnoerd houden en geeft hij op een instrumentale cd toe dat woorden hem al eens tekort kunnen schieten, zoals in 2002 op het album "Omzwervingen - Liedjes zonder woorden". In de studio nemen ze hun tijd, want ze trekken tussen juni 2000 en januari 2002 meermaals richting Schelle om daar in te blikken. Vermandere zit soms met zoveel ideeën opgescheept dat hij die niet allemaal in woorden kan vatten. Dan krijgen de instrumenten het (voor)recht om te spreken. De dertigste maart 2002 verneemt Willem dat hij met "Omzwervingen - Liedjes zonder woorden" tot op de dertiende plaats van de Ultratop Album 200 is geraakt. Liedjes als Bij volle maan, Elégie pour un peintre naïf, Zomeravond in de Barke, Donker land en Diepe adem sieren dit album. Vermandere verklaart: "Soms zijn de woorden moe en de rijmen uitgeput, in die dagen speel ik klarinet of op zo'n simpel blikken fluitje uit Ierland. Dit is mij het dierbaarst: improviseren met een voetpedaalorgel in de diepte. Verdriet en zottigheid, mijn omzwervingen langs de bloeiende koolzaadvelden in Frankrijk, ici tout près, het heimwee naar mijn gestorven broer, zelfs een eenzame knotwilg in ons donker polderland, 't wordt allemaal muziek." Zo'n instrumentale plaat moet kunnen volgens Willem. Zijn beeldhouwwerken staan zijn liedjes toch ook niet in de weg. In het boekje dat bij de cd hoort heeft hij een apart woordje van bewondering over voor zijn muzikanten (Frank Tomme, Freddy Desmedt, Pol Depoorter en Bart Zegers), die op deze plaat een speciale rol spelen. "De muzikanten, mijn eeuwige reisgenoten, dat zijn kunstschilders, virtuoze garnierders, artiesten, die het huis dat ik gebouwd heb, opfleuren en bemeubelen, die het beeld dat ik gesneden heb, stofferen en feestelijk polychromeren." Willem laat tussen de regels tijdens een paar interviews horen dat hij niet begrijpt dat zijn platenfirma dit album niet in Wallonië en Frankrijk uitbrengt. Zijn Waalse vrienden, dat weet hij, zijn er gek op.

La belle Rosselle

Uit Plankenkoorts

Plankenkoorts

Programma n.a.v. de 60ste verjaardag van Willem Vermandere. Hij zingt Blanche en zijn peird, Bange blanke man, Duizend Soldaten, La belle Rosselle, Runekes Litanie, Winterwiegeliedje en Laat mie maar lopen.

Van Blanche tot Blankeman

Datzelfde jaar is er op het Mercury-label, verdeeld door Universal, de verzamelaar "Van Blanche tot Blankeman", de tot dan toe beste liedjes van Willem, geperst op één cd: "Een keuze van achttien liedjes, van dertig jaar verre, van deze baardman, die weleens 'schart aan zijn verstand', die tokkelend en zingend met zijn trawanten-muzikanten zijn weg zoekt door deze Lage Landen, ooit vertrokken met 'peird en karre' vanuit de oude moedertaal van het dorp langs de Leie, zwervend langs de soldatengraven van de Westhoek, langs Elverdinge tot 'diepe in Frankrijk', met spotternij en tederheid om het eigen zotte en zalige Vlaanderland, die op zijn weg zelfs Pietje de Dood ontmoet, maar dankzij 'die bril op die balke' weer tot leven gewekt wordt, totdat hij zelfs een vriendelijk lied gaat zingen voor Turken en Marokkanen. Een lange weg, mogen we wel zeggen, van Blanche tot Blankeman." Wie goed luistert, merkt dat naarmate Willem zijn heimatgevoelens in zijn liedjes loslaat, zijn taalgebruik anders klinkt. Hij laat zijn dialect meer en meer los en gebruikt een soort Algemeen Nederlands, met een West-Vlaams accent gezongen. Vandaar dat hij ook niet meer geklasseerd wil worden als een dialectzanger. "Laat mij maar het kleurtje en het nestgeurtje van mijn afkomst!", zegt Willem in de loop van onze babbel. Als we vragen of hij sinds zijn eerste plaat tot nu geëvolueerd is, antwoordt hij gevat: "Neem eens mijn verzamel-cd 'Van Blanche tot Blankeman' uit 2000 bij de hand en luister eens aandachtig naar al die teksten. Liedjes variërend van Blanche en zijn peird over La belle Rosselle en Luchtkasteel tot en met Sprookjes en Bange blankeman. Teksten over het romantische dorpsleven en mijn echte stellingname: dat ik opensta voor het nieuwe leven. En vergeet vooral niet tussen de regels te lezen en te luisteren. Met die titel, met dat album heb ik ongeveer alles gezegd. Het is een en dezelfde man die dit schrijft en zingt: over zijn liefde voor zijn heimat, zijn taal. Met daarnaast een wijde blik op onze wereld, wetend bijvoorbeeld dat we met moslims zullen moeten leren samenleven. We zitten niet voor niets met de daver op ons lijf. Onze westerse cultuur maakt bange dagen door. Kijk, eigenlijk zou ik mijn mond moeten houden. Ik krijg dit beter gezegd in mijn liedjes. Daarom geef ik niet zo veel interviews. Elk interview is een liedje dat je kwijt bent. Als ik nu met jou te veel verstandige dingen ga zeggen, dan slaat de muze op de vlucht. Ik moet tijdens zo'n babbel te rationeel uit de hoek komen. Het voelt aan alsof ik me moet verantwoorden over mijn doen en laten. En uiteindelijk moet ik toegeven: ik weet het niet."

Gezangen uit de ark

Op het Universal-label is er in 2000 de cd "Gezangen uit de ark" met als hoeskeuze een schilderij, olie op doek, van de hand van Willem zelf, net zoals de teksten en de muziek. Op de hoes staat gestickerd "Willem Vermandere - De weemoedige liedjes". Aanvullend schrijft hij in het bijbehorende cd-boekje: "Liedjes schrijven, dat doe je moederziel alleen, thuis aan tafel, bij het raam, dat uitkijkt over de polders, met uw hoofd tussen de zware wolken (of zijn het donkere bloemen?). Hier waait eeuwig de wind 'geboren boven de wijde oceanen', hier is verder niets dan leegte, hier moet je uw heviger wereld zelf verzinnen. Ik geef graag toe: zingen is altijd een beetje vluchten, zingen, dat is in een ark gaan wonen. Ik kan het niet helpen. 't Is de schuld van die donkere bloemen rond mijn hoofd, maar dit zijn vijftien weemoedige gezangen uit de ark."

Ereburger Veurne

Piere de beeste

Uit De Laatste Show

Onderweg

Uit De Zevende Dag

Onderweg

In 1999 pakt Willem uit met "Onderweg". Uiteindelijk zal het album een tijd later met goud worden bekroond. Naast de titelsong liedjes als Vive le roi, Willems testament, De snelweg, Morgen in de Moeren en Tokkeldingske. Ingeblikt wordt er gewoontegetrouw in studio The Groove in Schelle met ook nu weer Peter Bulkens aan de knoppen. Op de website "Het Belgisch Pop en Rock Archief" lezen we: "'Onderweg', de titel van de cd, is het thema en de boodschap van het verhaal dat deze levensgenieter op weg naar de zestig jaar ons hier voorschotelt: gaande van het onderweg-zijn tussen leven en dood (in De laatste dag - 'Ne mens ga nie dood op dien laatsten dag, met sombere klokken en rouwbeklag, misschien overleed ie al zonder geween, nauwelijks merkbaar zoveel jaren geleen'), van de zigeuner in ieder van ons ('onderweg ben je nomade, soepel plooiend speels van geest, je geeft u over aan de genade, je wordt vrij en onbevreesd, want je botste met tegenstrevers, elkendeen zegt zijne zeg, leer geduldig incasseren van tegenliggers onderweg') of van de honkvaste die zich verwondert over de anderen die onderweg zijn (De snelweg). Maar ook in de kwistig rondgestrooide instrumentale nummers is deze cd voortdurend onderweg. De groep van Vermandere toont zich immers meester in het mengen. Van Griekse bouzouki tot Spaanse gitaren, van Slavische weemoed tot oosterse soberheid... in de warme muziekinstrumenten klinken invloeden door vanuit alle wereldhoeken... 'Op mijn zestigste ga ik het niet meer in het buitenland maken, of geen nieuwe dingen meer uitvinden, maar ik kan wel mijn eigen ding verder gaan uitfilteren, puurder maken', hoorde ik hem pas zeggen op tv. 'D'r is nog ruimte, d'r zitten nog overtollige hoekjes en kantjes aan, de schaaf is nog niet overal gepasseerd... maar hij nadert.'" In een voetnoot schrijft Willem in het bijbehorende cd-boekje: "De mensen vragen dikwijls: 'Hoe lang doe je dat nu al en wat zijn uw plannen?'. Onderweg stel je geen vragen over hoe lang nog en waarom. Onderweg ben je zigeuner, je reist verder en je ziet niet om."

Mijn Vlaanderenland en Bange blanke man

Uit Nekka

In m'n hoofd

Uit Nekka

Bange blanke man

Uit Nekka

Gentse Feesten

Uit Plankenkoorts

De broedplek

reportage uit Leuven Centraal

Runeke's litanie

"De dood van Runeke was moeilijk te aanvaarden, maar je leert dat een plaats geven, je leert ermee leven. Je moet trachten dat een nieuwe inhoud te geven. Kijk, dat is het domein van de mystiek. Ik geloof niet meer zozeer in de theologie en de dogma's, maar ik geloof wel in de mystiek, in de verbeeldingskracht van de mens. Ik kan dat gestorven kind terugvinden in het diepste van mezelf en in de natuur om hem heen. Op de dag van zijn begrafenis in Lampernisse stond er na een zware regenbui, pal achter de kerk, rond een uur of vier in de namiddag, een immense regenboog aan de hemel. Het regende zo hard dat we met z'n allen snel moesten gaan schuilen. Aan tafel zei iemands dat volgens de Noren een regenboog staat voor de 'glimlach van God'. Dat raakt me diep, op zulke momenten ga je door de knieën. In die dagen ben je trouwens voor dergelijke uitspraken hypergevoelig. Je begint ook op tekens te letten. Ik zat te schrijven en er kwam een vogeltje op de vensterbank zitten. Op die momenten durf je daar een teken in te zien. Je bent zo kwetsbaar dat je nadien terugverlangt naar die momenten van intense droefenis, dat je zelfs niet weet waar je tranen vandaan blijven komen. Dat overkwam me de weken na de dood van Runeke in de auto als ik alleen wegreed van huis. Ik schreef in die periode Runeke's litanie. Na mijn optreden kwamen de mensen vragen waar ik de moed vandaan haalde om dat te zingen, de sterkte om dat met zoveel overgave te brengen. Ik haalde daar veel kracht uit, dat gaf me extra energie. Veel mensen in het publiek vinden in die litanie troost bij het wegvallen van een van hun kleinkinderen. Dat vind ik net het mystieke aan dit lied, dat telkens als ik het zing, Runeke een beetje opnieuw tot leven wordt gewekt", aldus Vermandere. "Runeke kon nie meer leven... Runeke in nood... Runeke, ons engeltje... Runeke is dood... Runeke onze tranen… Runeke ons verdriet... Rune kropt in mijn keele... voor Runeke dit nieuw lied... Runeke lachend ventje... Runeke deugeniet... Runeke zotte mutse... Runeke suskewiet." We vinden dat lied terug op de eind 1997 uitgebrachte cd "In de donkerste dagen", een cd vol winterse sferen en met een knipoog naar kerst. Kyrie Eleison, Sneeuwland en Kerstdag sieren de plaat.

Passage

Programma rond Willem Vermandere. Hij zingt Mijn Stamboom, Schoorbakkebrug, De wind en Den bril. Jan De Smet zingt het liedje Willem Vermandere. Groupe Timazir'in zingt Faisons la fête. Cafdas speelt Iste Boyle herfun Boyle.

Mijn Vlaanderenland

Uit De Zevende Dag

Café Vlaanderenland

Reportage in het programma Schermen over het stamcafé van Willem Vermandere Vlaanderenland.

Mijn Vlaanderenland

Het album "Mijn Vlaanderland" verschijnt in de maand november 1995 op het Polygram-label. Vijftien tracks, waarvan drie instrumentaal, opgenomen in studio The Groove in Schelle. Begeleidende muzikanten zijn: klarinettist Freddy Desmedt, gitarist Pol Depoorter, accordeonist Frank Tomme, pianist Geert Verlinde en contrabassist Bart Caron. In zijn voorwoord in het bijbehorende boekje wil Willem dit kwijt: "Vijf dagen in september 1995. Er hingen mooie nevelslierten over Schelle toen we van ons asiel bij tante Joske en nonkel Pier naar de studio stapten. We droegen de liedjes al veel maanden met ons mee op onze zwerftochten door onze Lage Landen. Het was weer tijd om deze kinderen van onze verbeelding los te laten. Peter Bulkens legde ze vast met veel geduld en grote kunde. Uit het zuiden van West-Vlaanderen kwamen vijf muzikanten om me te helpen de grenzen van 'Mijn Vaderland' open te trekken." Vereeuwigd worden onder meer: Luchtkasteel, Zielepoot, Mijn vader, Anastasia, Meiske meiske, Awel merci en Runeke, dat gaat over zijn pasgeboren kleinkind. "Een liedj' en een refrentje voor ons klein hummelke, ons onooglijk schepseltje, ons piepklein pummelke, en als het niet wil slapen, dat pierlowietje, dan zal grootvader zingen, Runekes liedje." Runeke zal twee jaar later overlijden aan de gevolgen van een zware hersenvliesontsteking tijdens een vakantie in Noorwegen. Op "Mijn Vlaanderland" staat ook het instrumentale nummer Schoorbakkebrug dat een paar jaar later zal gebruikt worden als beginwiisje van het Radio 2-programma "Café Chantant" op de maandagavond.

Visser Neerlandia Prijs

Willem Vermandere krijgt de Visser Neerlandia Prijs van het Algemeen Nederlands Verbond.

De eerste jaren

Omdat zijn publiek er uitdrukkelijk naar vraagt, brengt Dureco in 1994 de verzamelaar "De eerste jaren" uit met daarop onder meer Myn mensch'n van te lande, De grote voyage, 'k Zie mijn lief zo geiren en zijn onafscheidelijke klassieker Kasteel van schelpjes en zand. Wat het schrijven van die liedjes en zijn latere oeuvre betreft, zegt Willem: "Daar heb ik geen sigaartje, pintje bier, likeurtje of wat dan ook bij nodig. De muze bezoekt mij het liefst in de voormiddag, heel uitzonderlijk eens laat in de nacht als ik echt op dreef ben. Bij mij geen begeleidend ritueel van een pijpje of een sigaar - ik rook trouwens niet - en ook geen glas wijn of bier. Het komt bijna allemaal voort uit een vorm van improvisatie. Ik heb altijd mijn klarinetten om me heen, die zijn de kern van mijn muziek. Er zijn bijna net zoveel genres muziek als er mensen zijn. Hoeveel Bach en Beethoven ook mogen betekenen, ieder mens moet zijn eigen melodietje spelen en schrijven. Af en toe hou ik iets vast, een mooie melodische lijn bijvoorbeeld, die ik dan ook meteen noteer. Ik improviseer het liefst met mijn ogen dicht. En zo wordt er om de twee à drie maanden een nieuw lied geboren, als een soort regelmaat die in mijn chaotische leven is geslopen. Wat ik vroeger niet kon, dat was retoucheren; dat lukt me nu wel. Nu kan ik hier en daar een tekst bijschaven. Soms voeg ik aan een lied een strofe toe of zo. Pas op, het is en blijft een vak, dat schrijven. Ik daag een pak dichters uit, met Claus voorop, een liedtekst te schrijven zonder te vervallen in karamellenverzen. Het is niet makkelijk in rijmen te schrijven, want je belandt al snel in de clichés. Een tekst schrijven is en blijft vakmanschap."

Ten huize van Willem Vermandere

Help mij

In 1993 verschijnt op het Philips-label het album "Help mij", tussen oktober 1992 en februari 1993 opgenomen in de ICP Studio in Brussel. Het album zet in met Beethoven, gebaseerd op Ode an die Freude uit de negende symfonie van Ludwig van Beethoven. "Alle Menschen werden Brüder, is een lied voor groot orkest, 't is deur Beethoven geschreven, diene mens deed ook zijn best." Voorts liedjes als De vluchteling, het al eerder genoemde Bange blankeman, Vadertje Tv, Eiland in de tropen en de titelsong Help mij. "Met mijnen auto zit ik in de file en te voete geraak ik ook nie vooruit. In mijn dorp is 't akelig stille en in stad word ik wakker getuit. En mijn vest is veel te nauwe en mijn broek een peird te groot. 'k Hè zo'n compassie met mijn eigen, help mij, help mij, ik ga hier nog dood!"

De vluchteling

Uit De Zevende Dag

Bange blanke man

Uit De Zevende Dag

Moeder Cordula

Uit De Zevende Dag

Ik wil maar zeggen

Uit De Zevende Dag

Bange blanke man

Uit Zeker Weten?

Bange blanke man

In Vermanderes liedjes valt het op dat daarin niet alleen de littekens van de twee wereldoorlogen blijven doorklinken, ook zijn herhaaldelijk ongenoegen over het almaar toenemende extremisme is aanwezig. Een chanson als Bange blankeman pleit voor meer verdraagzaamheid tegenover de gekleurde medemens. "'k Zag Turken aan de Schelde, Marokkanen in de stad van Gent. En 'k hoord' op de markt van Brussel Algerijnen met een vreemd accent. In Keulen zag ik Chinezen, magere mannen uit Pakistan. In Londen sikhs van India met nen dikke tulband an. Al de kinderen van Moeder Eerde, op charango en met gamelan, ze zingen en roepen aan ons deure: doe open, bange blankeman." Vermandere schreef dat nummer nadat Jari Demeulemeester van de Ancienne Belgique hem gevraagd had een liedje over Brussel te schrijven, maar dat lukte niet. Pas nadat hij vijf dagen daar had doorgebracht naar aanleiding van zijn tournee "Een avond in Brussel", lukt het hem iets later wel. Het wordt een protestlied tegen racisme en xenofobie. Het Vlaams Blok nam het kwalijk.

Met mijn handen

Uit De Zevende Dag

Een avond in Brussel

Vermandere is een livebeest dat het moet hebben van zijn contact met zijn publiek, zoals we in 1990 te horen krijgen op het door Philips uitgebrachte album "Een avond in Brussel", opgenomen tijdens zijn optreden in de maand maart van dat jaar in de Ancienne Belgique in Brussel. Hij heeft ze allemaal meegebracht: La belle Rosselle, Moeder Cordula, Tante Madleine en als finale Lat mie maar lopen, daarbij begeleid door klarinettist Freddy Desmedt, bassist Freddy Possenier en gitarist Pol Depoorter.

Sprookje

Uit Drie uur Jessie

Dranouter 89

Kunstzaken

Willem Vermandere als kunstenaar n.a.v. een tentoonstelling in het Museum van Deinze en Leiestreek.

Dag aan dag

Uit De Zevende Dag

Ik wil maar zeggen

Omdat hij nog zoveel te vertellen heeft in zijn liedjes, is er in 1988 op het Philips-label de langspeler "Ik wil maar zeggen" met in het totaal twaalf nieuwe nummers, waaronder Rosy, La belle Rosselle, De ark, Sprookjes, Hei hei en Dauwderiedeine dauwderiedoe, opgenomen in de ICP Studio's.

Ik wil maar zeggen

Uit Rond Daniël

Mijn grote liefde heet muziek

Eénmalig programma. Willem zingt Dauwderiedeine Dauwderiedoe, La belle Rosselle, Kindje kleene kindje dood, Ghet en, 1000 soldaten, Rosy, D'historie van steentje, Sprookjes, De ark, Lat mie maar lopen en Voilà c'est ça.

Terugblik

Als Willem zingt

Concert van Willem Vermandere in het Cultureel Centrum Gildhof in Tielt. Hij zingt "Als ik zing", "Krullebol", "Arme Jezus", "De Grote bekering", "Rijntje" en "Klakkeboem".

Als ik zing

In 1984 pakt Willem uit met dertien nieuwe liedjes op het album "Als ik zing". Liedjes als Reintje, De schepping, Mijn land, Krullebolle en het opgewekte Ballade der antiquiteiten: "Als g' ooit bie nachte mijn huis binnendringt en mijn erf komt rondgeslopen, gekronkeld u lenig deur mijn venster wringt, doe geen moeite: de deur is open, hou dan je blik goe gericht op de grond, je zoudt u lelijk kunnen stoten, de rommel slingert hier overal rond of je breekt u nog je dievenpoten." Wie ooit bij Willem aan huis is geweest, snuift in dit lied de realiteit van zijn leefomgeving op. Ook deze keer wordt Willem bij het schrijven bijgestaan door Guido Desimpelaere. a

Ik plantte ne keer patatten

Uit Hitring

Omda'k geiren leve

Uit "Zuid-Noord"

Lat mie maar lopen

In de hem zo eigen stijl schreef Vermandere de voorbije decennia liedjes die intussen echte Vlaamse klassiekers zijn geworden. Liedjes als Kasteel van schelpjes en zand en het haast onafscheidelijke Lat mie maar lopen (1981), dat hij samen met Guido Desimpelaere schrijft. De inspiratie voor dit lied had hij maar op te rapen. Op zekere dag trok hij naar Wallonië om daar arduin aan te kopen. Hij vertrekt rond een uur of elf via Wetteren en Geraardsbergen zo naar beneden. Rond de middag stopt hij langs de autosnelweg aan een baancafé en wordt daar aangesproken door een aantal jonge mensen, computerspecialisten, die op weg zijn naar een vergadering in Brussel en die Willem benijden omdat hij zo'n vrij leven kan leiden daar in de Westhoek. De dingen doen die zij zo graag zouden doen: werken in de tuin, liedjes zingen... "'k Moest heel mijn jong leven studeren en 'k wierd computerspecialist. 'k Kost het zodanig programmeren totda'k van toeten noch blazen ni meer wist." Ook al vinden we dit nummer niet terug in de Vlaamse Top Tien en Top Dertig, toch wordt het een regelrechte radiohit en zal het de jaren nadien in diverse verzoekprogramma's blijven opduiken. "Lat mie maar lopen" is de titelsong van het gelijknamige album dat in 1981 op het Philips-label wordt uitgebracht, samen met liedjes als De bomen, Chance dat 't regent, Mijn huis en het prachtige Voor Marie-Louise, dat vaste prik zal worden tijdens de optredens van Herman van Veen.

Duizend soldaten

Uit Nekka

Ik plantte ne keer patatten

Uit "Dit leuke land"

Veloke

Uit Bij nader inzien

Duizend soldaten

Uit Dodenherdenking WO I

Willem Vermandere

Eénmalig programma. Willem zingt Piere de beeste, Moar ik kenne wel mijn streke, Mijnen boom, Westhoek, 'k Zie mijn lief zo geren en Blanche en zijn peird.

Vier

In 1973 brengt Vermandere zonder lang te hebben nagedacht over een geschikte titel zijn vierde elpee op de markt, "Vier". De plaat zet in met Den tjoolder en bevat vervolgens liedjes als Margriete van Piere Maertens, Le tour du monde, Psalm tot en met Litanie. Voorlopig blijven de hitlijsten ver uit de buurt. Ook deze keer zet hij zich voor het volle tekstuele pond in. Dan is het drie jaar wachten tot hij op het Decca-label uitpakt met het album "...Met mijn simpel lied". De oorlog is ook deze keer niet ver weg in Duits kerkhof en Duizend soldaten, dat hij samen met Guido Desimpelaere schrijft en waarbij een gitaarbegeleiding volstaat. "Laat de bom'n nu maar zwieg'n en dat 't gras niets vertelt en de wind moet 't ook maar nie zing'n dat julder'n dood tot niets hè geteld, dat woaren al te schrik'lijke dingen." Beide liederen gaan over de Groote Oorlog (de Eerste Wereldoorlog) in West-Vlaanderen. Dit thema zal regelmatig in zijn teksten opduiken. Daarnaast het gevoelige 'k Zie mijn lief zo geiren en Mijn stamcafé. Het West-Vlaamse dialect viert op deze plaat nog steeds hoogtij.

Blanche en zijn peird

Uit Mary's Magazine

Piere de beeste

Uit Als vogels in een boom

Alfredo en Marcello

Uit Als vogels in een boom

Piere de beeste

Uit Nekka 72

De zotte keuninck

Uit Echo

Blanche en zijn peird

Uit Nekka

Willem Vermandere

Vanaf 1971 gaat Willem almaar vaker zijn eigen teksten schrijven, zoals we horen op het door Al Van Dam geproducete album "Willem Vermandere". Van Dam houdt zich iets meer afzijdig dan voordien. Willem heeft productioneel meer in de pap te brokken. De begeleiding wordt ook uitgebreid: gitarist Alfred Den Ouden, bassist Jan De Wilde, violiste Kristien De Hollander. In twee namiddagen was alles ingeblikt en ingezongen, liedjes als Fredo en Marcello, Margriete van Piere Maertens enzovoort. Aan de basis van zijn liedjes liggen figuren die ook echt hebben bestaan. Klein ventje gaat over Georges van het bejaardentehuis in Elverdinge, De historie van Steentje over de Vlaamse pater Roger Vandersteen die opperhoofd werd bij de Canadese Cree-indianen. Zijn chansons etaleren een soort toogfilosofie. Qua hoogtepunten uit die periode zijn Piere de Beeste en Blanche en zijn peird nog altijd uitschieters. Blanche en zijn peird wordt zijn allereerste bescheiden meevaller. In hittermen, het nummer waarmee hij, ook al wordt het niet op single uitgebracht, in de media en bij het grote publiek doorbreekt. Op het album "Willem Vermandere" staat nog zo'n Vermandere-klassieker Kasteel van schelpjes en zand.

Piere de beeste

Uit Echo

Westhoek

Uit Panorama - Vlaanderen '70

Langs de schreve

In 1969 is er op het Decca-label, in een productie van Al Van Dam, het album "Langs de schreve". Willem zingt over de gewone dingen van het leven en over zijn habitat. De Schreve is de benaming die in West-Vlaanderen vooral wordt gegeven aan de staatsgrens tussen België en Frankrijk, die dwars door de Westhoek loopt en die streek in tweeën deelt. Etymologisch gezien is schreve een West-Vlaams dialectwoord dat zoveel wil zeggen als een willekeurig getrokken grens. De langspeler opent met De barmhartige Samaritaan, dat hij samen met zijn vriend en heemkundige Roger Rossey schrijft. Voorts Drinkeliejke, De speelman, De student, De wonderbare genezing en De schaoper. Samen met Joris Declercq schrijft hij Amour, amour toujours. Deze plaat wordt in 1972 opnieuw uitgebracht, deze keer als dubbelaar, samen met zijn debuutalbum "Liedjes van de Westhoek".

Eerste LP

In 1969 mag Willem trots uitpakken met een eerste elpee, "Liedjes van de Westhoek". Dat album was in één namiddag opgenomen: begonnen om één uur en om zeven klonk de laatste noot. Sommige klinken niet zoals het hoort, maar niemand stoorde zich daaraan. Willem begeleidt zichzelf op de gitaar, daarin bijgestaan door Al Van Dam op de accordeon. Aanvankelijk zijn Willems liedjes nogal heimatgekleurd, streekgericht en in de streektaal gezongen: De zeemeerminne, Hommel, Dromerie, Zilver'n brulofte... Wanneer hij die nu opnieuw beluistert, vindt hij ze qua inhoud en zo erg naïef. Van de linkse rakkers uit de muziekwereld kreeg Willem in die beginjaren stevig op zijn kop. Hij klonk volgens hen te ouderwets, iets wat hij jaren later grif toegeeft. Hij kwam immers uit het klooster, een godsdienstleraar die met een kleine wereld in zijn hoofd rondliep. Hij was tekstueel geen protesterende Boudewijn de Groot, had zeker geen dylaneske trekken.

Heistse Humorfestival

In 1968 wint Willem Vermandere dus de talentenjacht van het Heistse Humorfestival. Met zijn pittige teksten wist hij het publiek en de jury snel aan zijn kant te krijgen. En van dan af gaat het vlug, zonder dat hij er echt op voorbereid was. Willem trekt naar Radio 2 in Kortrijk voor de preselecties van die wedstrijd, wordt geselecteerd en wint de finale met de liedjes Bruloft van Kanna en Menschen van te lande. Hij klinkt dan nog zo'n beetje als Wannes Van de Velde. Het was dan ook moeilijk hem in het juiste vakje te stoppen. Was hij nu een kleinkunstenaar of een volkszanger? Fons Van Dam van platenfirma Decca zoekt hem meteen na de wedstrijd op en ze tekenen een contract.

Corbeau en Renard

Uit Echo

Godsdienstleraar in Nieuwpoort

Van nature is Willem altijd een geboren verteller geweest en na zijn studies voelt hij zich geroepen om kinderen iets bij te leren. Hij wordt vanaf september 1965 godsdienstleraar aan de Rijksmiddelbare School in Nieuwpoort. Een zeer moeilijke opdracht, de leer van God verkondigen op een staatsschool, geleid door een directeur die het woord paus niet eens wilde horen. Volgens Willem is Jezus ook maar een verhalenverteller die links en rechts verhalen oppikte en die op zijn manier voortvertelde. Hier voor de klas in Nieuwpoort ontpopt Willem zich als een geboren verteller, een liedjesschrijver en zanger die op zeker moment de Westhoekverzen van Djoos Uyttendaele leert kennen. In het klooster oefende hij al om teksten op muziek te zetten, gedichten van onder meer Guido Gezelle. In de klas probeert Vermandere de leerlingen voor zich te winnen, en vooral hun aandacht, door evangelieteksten op muziek te zetten. Dat klikt meteen. Met zijn gitaar en die liedjes gaat Willem vervolgens links en rechts optreden tijdens avonden georganiseerd door de plaatselijke Chiro en de KSA. De vraag naar optredens wordt almaar groter. Tot aan de paasvakantie van 1968 blijft Willem in Nieuwpoort lesgeven om vervolgens zijn pijlen op zijn kunstwerken en zijn liedjes te richten. Hij leert hier zijn vrouw kennen, een meisje uit De Panne. Ze gaan aanvankelijk in Nieuwpoort wonen. Wel niet vergeten dat Willem zijn beeldhouwen (aanvankelijk uitsluitend in hout) en schilderen snel gaat etaleren. Een halfjaar na zijn thuiskomst stelt hij in Lauwe al tentoon, tot grote verbazing van zijn vader, die verwacht had dat Willem na een mislukte roeping als een volwassen man thuis zou zitten wegkwijnen.

Uit het klooster

Vier jaar lang was hij dus een pater in wording, maar wel eentje die graag boeken van Henry Miller las en "Zuster Virgilia" van Gerard Walschap, liever dan de Bijbel, en graag liedjes schreef. Dat bracht hem op andere ideeën dan de vereiste religieuze. Hij had stilaan de weg naar zichzelf gevonden. De gitaar, de beitel, het potlood: dat waren de dingen die hem in de kern van zijn ziel raakten. Zijn studies konden voor hem de pot op. Hij beslist in 1963 zijn pij aan de wilgen te hangen. Er gaat nadien een heel nieuwe wereld voor hem open. Achteraf beschouwd vormt die periode voor hem een enorme bron van rijkdom, een fase die hij zelfs niet uit zijn leven wil wissen. Hij ligt wel wat in de clinch met de katholieken, want voor hem is de Bijbel een bundeling van sagen, fabeltjes en mythen waar veel mensen troost in vinden. Willem stapt dus uit het klooster en gaat, als een soort verlengstuk van die plots afgebroken roeping, godsdienstwetenschappen aan het Grootseminarie in Gent studeren.

Naar het klooster

In 1959 kan Willem zijn humaniora afronden. Hij gaat meteen nadien naar het klooster in Korbeek-Lo. Een jaar later verhuist hij naar het klooster in Gijzegem. Hij zal al die tijd een pij dragen. Toen Walter De Buck en Wannes Van de Velde al druk in de weer waren met optredens in jazzkroegen en zo, koos Willem dus de weg van de Heer te volgen. Hij wou God koste wat het kost een plaats geven in zijn leven, maar die God zag geen discipel in hem. "Ik dacht dat dat na de retorica mijn weg was. Ik wil niet het woord roeping gebruiken. Ik kan daar nu niet op ingaan, dat is te complex. Je zit daar in een soort cocon, afgesloten van de buitenwereld. De enige berichten die we van de buitenwereld hoorden, kwamen uit de mond van paters die niet uit de missies terugkeerden of uit hun brieven die luidop werden voorgelezen. Ik voelde wel dat God in elk mens aanwezig is, dat je moet gebruikmaken van je talenten, de zogeheten kostbare parel in jezelf vinden: vinden waarvoor je geboren bent." Aan auteur Renild Wouters vertelt hij jaren later over die periode: "Ik heb na een tijdje ingezien dat die geleerde traktaten over de goddelijke voorzienigheid en de maagdelijkheid van Maria aan mij niet besteed waren en ben dan uit het klooster gestapt."

Naar het college

In 1953 stapt Willem in een avontuur dat zijn leven grondig zal beïnvloeden. Hij gaat op internaat bij de paters oblaten in Waregem, een kweekvijver voor nieuwe roepingen (hier zal ook Walter Capiau de religieuze revue passeren). Het werd niet het college, ook al was Willem een uitstekende student, want dat was voor de beurs van pa dus iets te duur. Bij de paters volgt Willem de Grieks-Latijnse afdeling. Het valt snel op dat hij creatief is. Hij tekent graag; vooral zijn karikaturen van het lerarenteam deden het erg goed bij zijn klasgenoten. Willem had toen ook al iets met hout. Dat materiaal fascineerde hem. "Toen ik daar studeerde, zocht ik hout van een weggewaaide boom om erin te kerven en te kappen. Ik had prachtige beelden gezien van Valery Stuyver, de pastoor van Vlassenbroek. Maar mijn superieuren in het klooster waren argwanend, die vonden dit niet de goede weg. Studeren was mijn roeping: filosofie en theologie. Artistieke neigingen mochten volgens hen geen voeding krijgen. Muziek mocht wel, dat kon later nog van pas komen bij de negertjes in de brousse."

Derde klarinet

Onder impuls van vader gaat Willem in de dorpsharmonie Sint-Cecilia meespelen! De dirigent van de harmonie, Gustave Vauterin, leerde Willem notenleer. Later zegt Willem daarover: "Daar begon 't allemaal. De chef zei vaak: 'Spelen wat er staat!' Op den duur ga je spelen wat er niet staat. Dan pas krijg je vleugels." Bij de harmonie kwam de werkman zich na zijn uren ernstig met muziek bezighouden. Op amusementsmuziek werd ook daar nog neergekeken. Klassiekers als "De Egmont Ouverture" van Ludwig van Beethoven en "Finlandia" van Jean Sibelius kregen voorrang. In de harmonie speelde Willem derde klarinet, tijdens de processie met een kepie op zijn hoofd en een bosje witte pluimen. Elke dinsdagavond werd er gerepeteerd. Willem weet nog dat op zekere dag de radio kwam opnemen en dat er naarstig geoefend werd. Daarnaast waren er ook de concerten op de kiosk, de uitstap naar zee en naar de Antwerpse zoo.

Beitel, schaaf en klarinet

Zijn vader bracht hem de liefde voor zowel de beitel en de schaafbank als voor de muziek bij. Vader speelde graag klarinet in een lokaal orkestje en bij de plaatselijke harmonie. "Mijn vader was in de wolken toen hij op zekere dag zag dat ik ook de muzikale smaak te pakken had en diezelfde weg insloeg." Op zondagmorgen klonk thuis beneden aan de trap de klarinet van vader om op die manier zijn kinderen te wekken. Het lag zo'n beetje voor de hand dat ook Willem ooit op dat instrument zou blazen. 's Zondags klonk thuis ook steevast operamuziek. Dan werd er geluisterd naar het populaire VRT-programma "Opera & Belcanto". Vader luisterde dan onder het roken van een sigaar, samen met een oom die bij hen inwoonde, met graagte naar ernstige muziek, want op lichte muziek werd laatdunkend neergekeken. "Platen werden er nooit gekocht. Dat konden we ons niet permitteren. Niet dat we armoezaaiers waren, maar thuis werd er sober geleefd", aldus Willem.

Willem wordt geboren

Vermandere werd de negende februari 1940 in Lauwe (deelgemeente van Menen) vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog geboren, een oorlogskind dus. "Onze kinderjaren waren de oorlog. Dat is ons ontwaken geweest in de wereld." Dat zal Willem zijn leven lang blijven achtervolgen. Hij bewaart nog scherpe herinneringen aan het feit dat zijn vader hen 's nachts - Willem had nog drie broers - naar de kelder droeg omdat ze sirenes hoorden, dat het huis daverde toen het nabijgelegen Kortrijk zwaar gebombardeerd werd. Vooral de bevrijding staat hem levendig voor de geest: al die Canadese soldaten, dat ze van hen chocolade kregen en bij hen schooiden om boterhammen. Vandaar zijn ode aan de duizenden gesneuvelde soldaten tijdens de Groote Oorlog in de Westhoek. Thuis was de keuken het terrein van moeder. Vader wroette graag met zijn handen. Hij was wagenmaker, een harde stiel. Willems vader was een romantische ziel! Hij was een dromer, een cultuurmens die veel boeken las, en een uitstekend muzikant. Moeder was minder dromerig, een naarstige vrouw, altijd bezig, zeer werklustig. Een drive die Willem van haar geërfd heeft.