Wallace Collection

Delen S
Opgericht in Oostende
op 8 januari 1969
Bekijk DiscografiesLees Biografie
Pop met invloeden uit jazz en klassieke muziek
De voorlopers van Electric Light Orchestra

Daydream

Das Pop zingt "Daydream" in De Laatste Show

Golden years

De groep wordt in 2006 nog eens herenigd. Van de originele leden zijn Freddy Nieuland, Marc Hérouet en Sylvain Vanholme aanwezig, aangevuld met Cédric Murrath van Hooverphonic en cellist Frans Grapperhaus, voor enkele 0110-concerten en zaterdag de negende december tijdens de achttiende editie van "Golden Years" in het "Sportpaleis" van Antwerpen. Zij delen daar de affiche met onder meer Slade, Chris Andrews, The Hollies, The Tremeloes en The Troggs.

De Eregalerij

De tiende november 2006 wordt Daydream samen met Anne van Clouseau gelauwerd en toegevoegd aan de "Eregalerij" van Radio 2 en Sabam For Culture in het "Casino Kursaal" van Oostende.

Daydream

Uit De Laatste Show

Candlelight to Satellite

In 1991 komt Wallace Collection nog eens samen, behalve Jacques Namotte. Er wordt opgetreden in het "Paleis voor Schone Kunsten" in Brussel. Er wordt zelfs een nieuwe plaat "Candlelight to Satellite" ingeblikt met allemaal nieuwe composities, maar die plaat zal nooit worden uitgebracht. Wel verschijnen de songs Velvet moon en Politicians in de maand februari 1991 op single. Die nummers kan je beluisteren op de in 1999 op het RM Records-label uitgebrachte cd "Daydream - Best of Wallace Collection (live concert)".

Tax Vobiscum

Freddy Nieuland blijft verder toeren. Hij is het enige originele lid dat in 1981 te horen is op het nieuwe album van Wallace Collection "Tax Vobiscum", uitgebracht op het Espera-label en opgenomen in "Studio Madeleine" in Brussel. De productie is in handen van Jean Martin, daarin bijgestaan door technicus Roland Leclerc. Acht songs in het totaal, waaronder lang uitgesponnen versies van meer dan zeven minuten: Strings Disco en Thanks Mister Liszt. De nummers werden aangereikt door Gérard Sabbe, John Colston, Pino Marchese, Igor Minarief en Freddy Nieuland. Twee songs, Tax Vobiscum en Take life with a grin, komen op single uit. Freddy zal nadien ook gaan toeren met zijn groep Daydream.

Esperanto

Raymond Vincent kan zij ei kwijt bij de groep Esperanto met daarin onder anderen Bruno Libert en Gino Malisan. Hun samenwerking resulteert in 1973 in de elpee "Rock Orchestra", in 1974 op het label A&M Records "Danse Macabre" en in 1975 in "Last Tango". Van de hand van Raymond is ook het album "Metronome" op het label Izarra Records met daarop eigen composities voor strijkkwartet en popband.

Producer Sylvain Van Holme

Sylvain Van Holme profileert zich als een veelgevraagd producer en werkt in die hoedanigheid samen met onder meer Octopus, Luna Park, The Machines, Johan Verminnen, Guido Belcanto, Stella en Gorki. Met hen trekt Sylvain in 1993 naar de "Xippi-studio" van Youssou 'n Dour in Senegal voor de opname van de elpee "Hij leeft". Geen moeite en afstand is voor Sylvain te veel, want met Roland Van Campenhout trekt hij naar Mombasa en Nairobi. Daar neemt Sylvain samen met Roland in "The Blue Zebra Studio" songs op voor het album "The great atomic power".

Les Intrus

In 1972 is Wallace Collection ook te horen op de soundtrack van de film "Les Intrus" van regisseur Sergio Gobbi met ook deze keer Charles Aznavour in de hoofdrol samen met Marie-Christine Barrault. De opnamen van de soundtrack hadden eerder plaats. De film gaat de achttiende februari 1972 in première. Uit deze soundtrack verschijnt de song Baby love geschreven door Garvarentz samen met Sylvain op single, gekoppeld aan Think about tomorrow. Deze beide singles zorgen er onder meer voor dat Wallace Collection in Frankrijk erg populair blijft.

Two Man Sound

Sylvain was intussen niet bij de pakken blijven zitten. Hij heeft inmiddels contact gezocht met Lou Deprijck. Zij kiezen samen voor de pure fun op het podium en richten met veel succes de groep Two Man Sound op. Er wordt in 1971 dik gescoord met Copacabana, wat ze in 1976 nog eens overdoen met Charlie Brown.

You're gone

In de maand juli 1971 brengt EMI Frankrijk als een soort laatste stuiptrekking nog de single You're gone op de markt met op de keerzijde Hitting the road. You're gone verwijst hoorbaar naar Daydream, maar het publiek lust deze formule niet.

Un beau monstre

In 1971 is Wallace Collection te horen op de soundtrack van de film "Un beau monstre" met in de hoofdrollen Charles Aznavour, Virna Lisi en Helmut Berger. De muziek werd geschreven door zijn schoonbroer Georges Garvarentz, maar aan Wallace Collection wordt gevraagd twee songs te leveren: My way of loving you en Stay. Beide nummers worden op single uitgebracht. Stay wordt zelfs een behoorlijke hit voor hen in Frankrijk. Stay is van de hand van Georges op een Engelse tekst van Sylvain. Het is een amoureuze slow gezongen door Freddy en tevens goed voor een hitnotering in Japan en Italië. In alle stilte bereiden Sylvain en Raymond hun vertrek uit de groep voor. "Het moet ergens tijdens een optreden in de maand februari 1971 in een of ander boerengat in België zijn geweest dat ik me voortdurend afvroeg wat ik op dat podium stond te doen", aldus Sylvain. "Eenmaal van het podium hebben Raymond en ik elkaar eens aangekeken, heb ik mijn gitaar opgeborgen en heb ik tot ziens geroepen. Ik voelde meteen dat ik bevrijd was, dat Wallace Collection voor mij tot het verleden behoorde en dat ik aan een nieuw avontuur kon beginnen."

In Franse handen

De eerste februari 1971 komt Wallace Collection in Franse handen. Al hun belangen worden overgeheveld naar EMI France. De heren trekken naar Parijs om daar het contract te ondertekenen. Op dat moment zijn dat: Freddy Nieuland, Raymond Vincent, Sylvain Vanholme, bassist Freddy Deronde, violist Jakub Szczepanski, gitarist Roland Ceuninck, toetsenist Scott Bradford en altviolist Serge Ghazarian. In Parijs krijgen ze te horen dat ze mogen optreden tijdens het bekende liedjesfestival van San Remo. Met het oog daarop lanceert EMI Italië de single Il sorriso, il paradiso gekoppeld aan Just a little matter.

Exit John Valcke

Op dat moment is en blijft het een feit dat qua releases en opnamen de volledige bevoegdheid bij EMI nog altijd in handen ligt van David Mackay, die nog steeds op zoek is naar een opvolger voor Daydream. Maar het blijft gissen en raden. Qua hits zijn het geen hoogtijdagen. De vijftiende december 1970 treedt Wallace Collection op in de "Ancienne Belgique". Raar maar waar, John Valcke laat verstek gaan. Hij verblijft nog steeds in Brazilië. Zonder pardon wordt hij binnen de groep vervangen door gitarist Roland Ceuninck, alias Nick Roland, die tot dan bij Robert Cogoi speelde.

Geen interesse in Noord-Amerika

Eenmaal terug thuis laat Sylvain duidelijk merken dat hij de sfeer en de manier van werken grondig beu is. Aan reporter Piero Kenroll van "Télé Moustique" vertelt hij dat het binnen de groep niet meer zo gesmeerd loopt. "We leven als het ware in een bestelwagen. Op zich is dat niet erg, maar het rendeert niet, het brengt niets op." Hij uit nog maar eens zijn ontevredenheid over manager Jean Martin. De groep had gehoopt die hij hen daar in Brazilië in contact zou brengen met enkele organisatoren uit Noord-Amerika zodat ze daar eindelijk hun kans konden wagen. Maar ook dat bleek achteraf ijdele hoop. "Het is wel zo dat Freddy en de rest van de groep pro Martin waren, dus ik stond samen met Raymond zo'n beetje in m'n eentje tegenover de beslissingen van Jean", aldus Sylvain. Martin beweerde achteraf dat hij in Brazilië wel degelijk afspraken had gemaakt met Mister Mort, manager van Simon & Garfunkel en de groep Blood, Sweat and Tears, en dat die een afspraak zou versieren bij Capitol Records. Maar het draaide anders uit.

Exit Marc Hérouet

Na al dat gereis en gezwoeg ziet Marc Hérouet het niet meer zitten en besluit er definitief mee te kappen en verlaat de groep. Marc vormt vervolgens samen met Pino Marchese en Peter Welch de groep Salix Alba, die een paar succesjes weet te scoren. Jean Martin en de jongens zitten door dat vertrek met de handen in het haar. Gelukkig kunnen ze een beroep doen op Guido Delo, voormalig toetsenist bij Jess & James. Maar hoe goed Guido ook zijn best zal doen, de plaats van Marc is niet zomaar in te nemen. Door zijn vertrek verdween ook een beetje de begeestering, de magie die de groep uitstraalde.

Waterloo

Er wordt binnen de groep almaar vaker gemord. Niet door Sylvain en Raymond, want die houden als schrijvers van de songs van Wallace Collection nog wat over aan hun avontuur, maar de rest moet het stellen met een matige vergoeding. Freddy vindt dat hij zijn stem meer dan zomaar geleend heeft aan hun hits Daydream en Serenade, maar daarvoor niet naar verhouding is vergoed. Jean Martin begint intussen uit te kijken naar nieuwe uitdagingen. Hij wordt als extraatje manager van de Belgische groep Waterloo, een besluit dat niet in goede aarde valt bij Wallace Collection. Waterloo was in de maand oktober van 1969 opgericht door onder Jean-Paul Janssens, Gus Roan, Dirk Bogaert, Marc Malyster en Jacky Mauer, en behoort tot een van de eerste Belgische groepen die rockjazz speelden. De 17de oktober van dat jaar geven ze hun eerste optreden. Bij de jongens van Wallace Collection laat dit een wrange nasmaak na omdat Waterloo ook optrad met een opvallend vioolgeluid en Jean bracht deze groep eveneens onder de aandacht tijdens het Midem-festival van Cannes. "Van het goede te veel", aldus Wallace Collection. Aanvullend even vermelden dat Sylvain later in de de Mérodestraat in Sint-Gillis samen met Jacky Mauer "Studio Shiva" zal oprichten waar hij onder meer The Kids en Jo Lemaire zal producen.

Brazilië

Jean Martin gooit nog eens een positief balletje op door de groep te vertellen dat ze zullen deelnemen aan het "Internationaal Liedjesfestival" in Rio de Janeiro. De EMI-tak in Brazilië besluit vooraf de song Who can tell me my name, geschreven door Sylvain en John Valcke, ginds op single uit te brengen. Tijdens het festival moeten ze volgens het reglement onder meer een song van een Braziliaanse componist vertolken en dat wordt A casa da Santa Branca, dat Sylvain bewerkt tot Hey Bird. De veertiende oktober vliegt de groep vanuit Zaventem richting Rio om daar in het "Maracanastadion" te vernemen dat in de jury onder anderen Paul Simon zetelt. Naast het nummer Hey Bird besluiten de jongens tegen de zin van Jean Martin in hun kans te wagen met hun nieuwste single Who can tell me my name. Na hun deelname aan het festival wacht de groep optredens in Belo Horizonte, Sao Paulo en Porto Alegre. De dertigste november komt er een einde aan hun Braziliaans avontuur en keert de groep naar België terug.

Parlez-moi d'amour

De achtentwintigste augustus 1970 treedt Wallace Collection op voor de ORTF en brengt daar hun nieuwe single Parlez-moi d'amour uit hun nieuwe elpee, de soundtrack van de film "La Maison". Sylvain mag als solist zijn beste zangkunst nog eens bovenhalen. Dat liedje werd speciaal voor deze film uit het klassieke Franse repertoire opgediept, want het werd in 1930 al op plaat vereeuwigd door Lucienne Boyer. De achtste augustus wordt Parlez-moi d'amour op single uitgebracht en de achtentwintigste augustus staat het op de twaalfde plaats in de Top Dertig. Een jaar eerder had Aphrodite's Child dit al gecoverd als I want to live.

La Maison

Tijdens die eerdere sessie in "Abbey Road" voor de elpee "Serenade" nam Wallace Collection ook enkele songs op voor de film "La Maison" van de hand van regisseur Gérard Brach. Die film, met in de hoofdrol Michel Simon, gaat de zesentwintigste augustus 1970 in Frankrijk in première en daarin horen we Wallace Collection met onder meer de nummers Adagio en Reflections, dertien in het totaal, verschenen op het Odeon-label op de elpee "Wallace Collection, bande originale du film La Maison".

Festival van Aix-en-Provence

In de zomer van 1970 staat Wallace Collection op de affiche van het "Festival van Aix-en-Provence" samen met bekende sterren als Leonard Cohen, Mungo Jerry en Johnny Winter. Wallace Collection moet daar in de vroege uurtjes optreden en probeert het half slapende publiek wakker te houden door van zijn normale repertoire af te stappen en schakelt over naar een paar stevigere nummers. Het mag al iets meer rocken. Opnieuw voelen ze aan dat ze qua repertoire beter in die richting waren geëvolueerd, maar de realiteit is voor hen jammer genoeg anders uitgedraaid.

We gotta do something new

Als volgende single uit het album "Serenade" wordt de elfde juli 1970 het opgewekte We gotta do something new gelanceerd. Een week later klimt de single naar de eenentwintigste plaats in de Top Dertig. Die elfde april speelt Wallace Collection in Düsseldorf en wordt daar ontvangen op de Amerikaanse ambassade. Twee dagen later nemen ze de Grote Jaarlijkse Prijs van de Belgische Vereniging van Variétérecensenten in ontvangst het Brusselse cabaret "Chez Paul au Gaity", rue du Fossé aux Loups.

Cliff Richard

En ze blijven maar reizen. De dertiende juni 1970 treedt Wallace Collection op tijdens een festival in Bratislava aan de zijde van Cliff Richard. Cliff belooft een lans voor hen te breken in zijn thuisland, maar daar horen ze nadien niets meer over.

Serenade

In de maand mei van 1970 wordt het album "Serenade" op het Odeon-label gereleaset. De langspeler zelf belandt niet in de hitlijsten. De leden van Wallace Collection voelen dat ze hun naam als poprockgroep op deze manier alle oneer aandoen en dat ze door de singlerelease van Serenade aan geloofwaardigheid inboeten. Ook al was hun Engels avontuur geen meevaller geweest, toch trekt Wallace Collection van de achttiende mei tot het einde van die maand naar Londen om zowel nieuwe songs in te blikken als om op te treden. De negenentwintigste mei in "The Revolution", volgens insiders een van de meest trendy clubs van dat moment. Er wordt de dag nadien ook opgetreden in "The Speakeasy". In het publiek zitten de heren van de in die tijd razend populaire groep The Who. Niemand minder dan Keith Moon biedt hun nadien een drankje aan.

Tweede personeelwissel

De eerste april 1970 mag Wallace Collection aantreden in het "Amerikaans Theater" in het gezelschap van de rockgroep Yes. Op dat moment moet er ook uitgekeken worden naar een vervanging voor Denis Van Hecke. Hij vindt dat de groep niet genoeg openstaat voor vernieuwing. De eer is aan Guido Everaert om hem te vervangen. Guido blijkt meer uit het klassieke hout gesneden. Raymond is daarmee in zijn nopjes, maar de overige leden vinden het een stap terug. Raymond vindt zelfs dat er een extra strijker bij mag en kiest voor de 29-jarige Armeense altviolist Serge Ghazarian, voordien een tijdje eerste violist van het Théâtre Royal de Liège. Je ziet Sylvain nog nagenieten wanneer we tijdens ons interview die naam laten vallen. "Wat een muzikant, ongelooflijk getalenteerd. Onder meer door zijn aanwezigheid klonk Wallace Collection weer zoals die moest klinken. Geïnspireerd, gemotiveerd. Klasse!"

Portugal

Ondanks de eerder vermelde problemen tijdens de tournee met Johnny Hallyday gaat de band opnieuw op stap met hem in hun nieuwe bezetting, en die stelt Hallyday zeer op prijs. Van de zesde tot de zeventiende maart 1970 trekken ze samen weer door Frankrijk. De negentiende maart, want Wallace Collection weet van geen ophouden, mag er opgetreden worden in de "Monumental" in Lissabon. Het concert is zo'n succes dat er ook de dag nadien wordt gespeeld voor een uitgelaten publiek. Zaterdag de eenentwintigste maart zijn ze in Porto te gast in het gezelschap van een uitzinnige menigte van drieduizend jongeren. Maandag de drieëntwintigste maart staat er een optreden op de agenda in de tv-studio's in Madrid.

Personeelwissels

Op zoek naar een geschikte vervanger voor bassist Christian Janssens valt snel de keuze op John Valcke, die voordien bij de groep The Sweet Feeling speelde. Blijkt dat John kan componeren en vooral een rustige invloed op de groep uitoefent. Hij wordt tijdens de optredens hun belangrijkste publiekstrekker. Vooral de vrouwelijke fans zien hem wel zitten. Dat brengt op dat moment een vorm van broodnodig laisser-aller binnen de groep. Cellist Jacques Namotte wordt op zijn beurt vervangen door de negentienjarige Denis Van Hecke, net afgestudeerd aan het Conservatorium van Brussel. Deze nieuwe bezetting is voor een eerste keer te horen de negenentwintigste februari 1970 tijdens hun optreden in het "Palais d'Hiver" in Lyon. De sound zit weer goed en de sfeer is ook beter. Achteraf vindt onder meer Sylvain dat had het management toen het lef had moeten hebben de groep te laten evolueren in de richting van Electric Light Orchestra. Wallace Collection had toen een tweede hitadem kunnen vinden. Vermoedelijk heeft de wat strakke houding van een klassiek geschoolde Raymond Vincent daar wel een rol in gespeeld. Hij was namelijk niet te vinden voor te vernieuwende fantasietjes.

Serenade

Deze beslissing is een eerste stap in de richting van het einde van Wallace Collection. Toch beslist David Mackay de achtentwintigste februari Serenade op single uit te brengen, gekoppeld aan Walk on out. Onder zachte dwang van de EMI-directie is Serenade zo'n beetje een blauwdruk van Daydream geworden. De stemmetjes mogen nog wat hoger klinken. De falsetstem van Freddy moet opnieuw de trekker worden. Walk on out is op zich een soort protest van de groep op die beslissing om een kloon van Daydream af te leveren en laat duidelijk een meer experimentele klank horen. De achtentwintigste maart staat de single op de dertiende plaats in de Top Dertig. De groep voelt dat door het vele optreden er minder gerepeteerd kan worden, wat knaagt aan de creativiteit binnen de groep. Er kan minder geëxperimenteerd worden. Mackay geef toe dat de opname van het album "Wallace Collection" minder vlot verliep, ook qua inhoud minder stevig in zijn schoenen staat. De groep leed inderdaad onder de aanhoudende druk van een overvolle agenda en de promo-uitstapjes naar het buitenland. Artistiek gezien is dit al een beetje het begin van het einde. De niet-aflatende druk is niet vol te houden.

Johnny Hallyday

Eenmaal terug op het thuisfront vernemen de jongens dat hun optreden met Johnny Hallyday zo goed in de smaak is gevallen dat ze van de vijfde tot en met de eenentwintigste februari 1970 met hem op tournee mogen. Dat betekent optreden in onder andere Bordeaux, Toulouse, Nancy, Charleville, Auxerre en Luik. Intussen begint het almaar vaker te rommelen binnen de groep. Brute pech ook, want Hallyday breekt zijn neus tijdens een zwaar ongeval. Zijn vriendin Sylvie Vartan is er erger aan toe. De tournee moet onderbroken worden. Om de meubels te redden, wordt aan Wallace Collection gevraagd de concertagenda af te werken en alleen op te treden. Dit brengt onnodige spanningen teweeg binnen de groep. Aan tafel in het restaurant wordt er gescheiden aan tafel gegeten, in de bus wordt er onderling zelfs niet meer gepraat. Bassist Christian Janssens en cellist Jacques Namotte houden het voor bekeken. "Ik kon zo niet meer verder. Het ging niet meer, ik was compleet knock-out. Het had allemaal te lang aangesleept. De maat was voor mij en Christian méér dan vol", aldus Jacques.

Succes in Frankrijk

Tijd om nieuwjaar te vieren bij de start van 1970 is er niet, want Wallace Collection verschijnt in zaal "Alcazar" in Marseille in het voorprogramma van Johnny Hallyday. Voor de jongens een fijne ervaring omdat je meteen aanvoelde dat hier een degelijke en professionele organisator de hand in had. De groep treedt almaar vaker in Frankrijk op omdat Jean Martin inziet dat hij de groep in Engeland niet meer kan slijten. Ze hebben daar blijkbaar hun kostbaarste kruit verschoten. De twintigste en eenentwintigste januari schittert Wallace Collection tijdens de muziekbeurs "Midem" in Cannes. Ze mogen daar optreden in het "Palais des Festivals" tijdens het programma "Grand Gala" van Bernard Chevry samen met onder anderen Joe Cocker en Julio Iglesias. Nadien volgt ook een optreden in het bekende tv-programma "Midi-Magazine" van Jacques Martin en Danièle Gilbert. Enkele dagen eerder viel de groep in Gent de eer te beurt uitgeroepen te worden tot beste Belgische popgroep.

Album Wallace Collection

Na deze rist optredens reist Wallace Collection opnieuw richting Londen, opnieuw richting "Abbey Road", om daar een aantal nieuwe songs in te blikken voor hun volgende langspeler "Wallace Collection". De groep heeft beslist de commerciële muziek niet af te zweren, maar toch een iets andere invalshoek te kiezen. Hun songs zijn iets meer naar binnen gekeerd, aldus Raymond Vincent. Tijdens die sessie zijn er ook een paar nummers die ze opnemen die niet op die langspeler verschijnen, waarover straks meer.

Rêveries

Claude François zingt "Rêveries", een cover van "Daydream".

Frankrijk is positief

In Frankrijk krijgt Wallace Collection onverwacht positieve kritiek te horen van Gilbert Bécaud en Charles Aznavour. De Franse pers heeft er wel oren naar. Wallace Collection duikt zelfs op in het razend populaire programma "Salut les Copains" van presentator Daniel Filipacchi. Na hun thuiskomst wacht hun een optreden in de "Ancienne Belgique" in Brussel in het voorprogramma van Sacha Distel.

Dear beloved secretary

De derde oktober 1969 treedt Wallace Collection op in Brussel tijdens een show samen met The Pebbles en Jess & James. De negende oktober zijn ze te gast in het "Forum" in de rue Pont d'Avroy in Luik en treden daar op in het voorprogramma van Jacques Dutronc. Van de tweeëntwintigste oktober tot de tweede november mag Wallace Collection schitteren in de Parijse "Olympia" in het voorprogramma van Joe Dassin. In dezen is een nieuwe single méér dan welkom. Er wordt uitgepakt met het door Sylvain, Raymond en David geschreven Dear beloved secretary met op de B-kant Hello, Suzannah. In de Top Dertig bereikt die single de elfde plaats. De plaat krijgt goede kritiek. De stem van Sylvain ligt dit nummer als gegoten. Dear beloved secretary blijft de jaren nadien voor menige fan een van hun sterkere nummers.

Schuimprinses

Uit Echo. Tijdens de verkiezing van de Schuimwijnprinses in Hoeilaart gaf Wallace Collection een optreden.

De eerste barsten

Om voort te kunnen, wordt door Jean Martin alles op krediet nieuw aangekocht voor de som van 800.000 oude Belgische franken. Jean beslist via concerten die som af te betalen en laat de groep her en der optreden. Voor de jongens is daarmee de ellende begonnen. Er moet willens nillens onderweg geslapen worden, als ze al aan slapen toekomen. In diverse interviews geeft Jean nadien toe dat hij uit een soort financiële impasse moest geraken. Hij kon niet anders dan zo veel mogelijk optredens boeken. "Tegen het gezond verstand in bracht ik de hele ploeg, bij wie de vermoeidheid almaar meer toesloeg, in slechte papieren. Ik had deze situatie niet voorzien. William Morris bood ons geen enkele tournee meer aan, ondanks eerder gemaakte afspraken. Maar ik moest wel zes muzikanten in hun levensonderhoud voorzien, geld proberen te recupereren door meer galavoorstellingen te verzorgen. En geld lenen en aflossen om nieuw materiaal te kopen. Een hoger voorschot op de volgende plaat kon ik bij EMI niet loswrikken. Ik geef toe dat we vaak van de nood een deugd hebben gemaakt en optraden op locaties die ons onwaardig waren. Spelen in erbarmelijke tenten waar bierkratten het podium vormden, zonder degelijke verlichting of de broodnodige stroomvoorziening." Als mea culpa kan dit tellen! Wallace Collection voelt zich als een soort pionnen op een schaakbord. Er komen scheuren in hun samenwerking. Jean haalt de anekdote boven dat de groep zich zou misdragen hebben tijdens een optreden voor de Duitse televisie, waardoor hun contract werd afgebroken. Maar dat verhaal verdient de nodige uitleg. Ze kregen een regisseur ter beschikking die met hen een film van een halfuur zou maken, maar voortdurend van gedachte veranderde. Het liep voor de muzikanten de spuigaten uit toen ze in vrouwenkleren moesten optreden. Wat ook gebeurde. Maar op een bepaald moment tillen de jongens ongevraagd hun rokken op met hun bips richting camera's. Voor de regisseur een straat te ver. Het contract wordt verbroken en Jean Martin kan fluiten naar de beloofde 7500 euro.

Diefstal

Achteraf bekeken miste Wallace Collection wellicht een meer geschikte manager om hen internationaal, vooral in Engeland, een betere kans te gunnen, al slaagde Jean Martin er nochtans in voor Wallace Collection een Britse tournee op het getouw te zetten. Maar die liep dan met een sisser af. Hun toenmalige roadmanager vertelt in "Belpop" hoe manusje-van-alles Phil Lempereur op zekere dag de overzetboot naar Dover neemt en daar met een rood busje van het merk Fiat Cargo 234 met daarin het materiaal richting Londen rijdt om 's ochtends rond een uur of vijf in hun hotel langs Old Brompton Road te arriveren. Er is nog net plaats op de parking voor één auto. De jongens volgen in een wit Volkswagen-busje. Freddy ziet het niet zitten om hun bestelwagen daar alleen achter te laten met al hun dure instrumenten erin. Hij stelt voor in de auto te overnachten, maar dat vinden de anderen van het goede te veel. Maar om negen uur 's ochtends blijkt Freddy gelijk te hebben, want hun bestelwagen is mét inboedel en al compleet onvindbaar. Hun instrumenten hadden de jongens gelukkig mee naar binnen genomen. Jean denkt eerst dat het een mop is, maar moet later aan de bandleden toegeven dat de tijd te kort was om nog tijdig een verzekering te hebben kunnen regelen. "De sfeer", geeft Sylvain toe, "was compleet weg. Er deden zelfs geruchten de ronde dat we bewust werden geboycot en dat diegene die de bestelwagen had doen verdwijnen zelfs binnen onze eigen rangen was te vinden. We waren alles kwijt, dus konden we die promotournee door Engeland wel op onze buik schrijven. Vreemd genoeg wordt de camionette enkele weken later teruggevonden in de buurt van Abbey Road." Aan de groep Chicken Shack wordt gevraagd of ze hun materiaal niet kunnen lenen zodat ze toch een drietal kleine concerten kunnen afwerken. Maar het vet is van de soep.

Love

Op achttiende juli 1969 wordt de volgende single Love in de markt gezet, eveneens van de hand van Sylvain, David en Raymond. Dat nummer werd tijdens de maand januari in Londen al opgenomen, maar voor de release van hun eerste elpee weerhouden. De tweede augustus staat Love op de zeventiende plaats in de Top Dertig. Het nummer Fly me to the earth, dat eveneens op die single staat, haalt de hitlijsten niet, maar wordt wel vaak gedraaid op de radio. In Italië werd Fly me to the earth opvallend genoeg wél een vette hit.

We are machines & Dear beloved secretary

Uit Tienerklanken

Singing Europe '69

Begin juli 1969 neemt Wallace Collection met het oog op een stevige doorbraak in Nederland deel aan het festival "Singing Europe '69" in het "Kurhaus" van Scheveningen. Ze eindigen vierde. Daydream werd daar de negenentwintigste maart al op single uitgebracht en bereikte toen de veertiende plaats in de Top Veertig.

Laughing Cavalier in Amerika

In de USA verschijnt het album "Laughing Cavalier" in de loop van 1969 op het legendarische Capitol-label.

Baby I don't mind

Uit Ziet u er wat in?

Laughing Cavalier

Om het succes compleet te maken, verschijnt Daydream enkele weken later op het Parlophone-label op de elpee "Laughing Cavalier", met in het totaal veertien tracks. Sylvain zal nooit vergeten hoe ze onder de indruk waren toen ze het eindresultaat van het album gemixt voor de eerste keer te horen kregen. Ze vonden het unaniem spectaculair klinken. Nummers als Natacha, Misery, Get that girl en Laughing Cavalier sieren de plaat. "Laughing Cavalier" is het schilderij "De lachende cavalier", ook wel bekend als "De Hollandse ridder", van Frans Hals, dat te bezichtigen is in het museum "The Wallace Collection". Er wordt met het album op de internationale markt gemikt. De directie van EMI is zo overtuigd van de hitpotentie van Wallace Collection dat elk EMI-kantoor in het buitenland ervoor moet zorgen dat de groep zowel een radio-interview als een tv-optreden kan geven. De langspeler is iets later te verkrijgen in Engeland, Italië, Duitsland, Spanje, Portugal, Griekenland, Oostenrijk, Nederland, Frankrijk, Israël... In 1998 zal de elpee opnieuw op het label Magic Records gereleaset worden.

Freddy Nieuland

Daydream wordt in ons land met goud bekroond. Het is de meesten misschien niet opgevallen, maar door de bank zong Sylvain altijd de eerste stem bij Wallace Collection, maar Daydream paste beter bij de stem van drummer Freddy Nieuland. Sylvain had het wel geprobeerd, maar de noten waren te hoog voor zijn stembereik. Het is de stem van Freddy die Daydream een bepaald cachet heeft gegeven. Op de B-kant is in Baby I don't mind dan wel weer de vertrouwde stem van Sylvain te horen. De groep is sowieso blij met het behaalde succes, maar EMI heeft wel gekozen voor een song die niet representatief is voor de rest van hun repertoire. Dat gaat eerder de richting uit van de poprock. EMI zal in de slipstream van het succes met Daydream er bij Wallace Collection snel op aandringen in dezelfde stijl nieuwe songs te componeren.

Covers

Binnen de kortste keren wordt Daydream een gigantische hit. Het nummer staat op naam van David Mackay, Sylvain Vanholme en Raymond Vincent. Het wordt in België de vijfde april 1969 op single uitgebracht met op de B-kant Baby I don't mind en staat de derde mei op één. Nadien zal Daydream vaak gecoverd worden. Daaraan besteedt Jan Delvaux in zijn boek "Belpop Bonanza" diverse pagina's. We citeren er een paar: Sogno sogno sogno door The Motowns uit Italië, Sueño door de Spaanse groep Z-66, Daydream door Mahna Mackay oftewel producer David Mackay himself. Jan besteedt apart nog eens een ganse pagina aan de cover die Claude François maakte van Daydream. Cloclo nam via Alain de Ricou van de Franse afdeling van EMI zelf het heft in handen om koste wat het kost een aangepaste versie van Daydream te maken. Jean Martin gaat even dwarsliggen, want hij wil het door Wallace Collection laten inzingen, maar Alain houdt vol. Jean kan niet anders dan toegeven, want hij vreest dat anders het Wallace Collection-verhaal in Frankrijk vlug zal zijn uitverteld. Cloclo brengt het nummer als Rêveries op de markt en verkoopt er zo'n slordige 350.000 exemplaren van. In Duitsland verschijnt een smeuïge versie gezongen door het Günter Kallman Choir. In 2001 maakt de Britse groep I Monster daar een gesamplede triphopversie van. Een soortgelijke versie wordt in de markt gezet door de Schotse groep The Beta Band met het nummer Squares. Vergeten we bij dit alles zeker niet de cover van Paul Michiels in het oor te houden.

Matig succes in Engeland

Een bezoek aan de Britse hitlijsten leert ons dat Wallace Collection daar geen goede beurt maakt. De tweede april 1969 treden ze als promotie een eerste maal in "Wigmore Hall" op voor zo'n driehonderd personen uit de Engelse showbizz. De aanwezigen zijn enthousiast, maar de pers deelt niet in die geestdrift. Vrij snel concludeert de directie van EMI dat Wallace Collection meer bestemd is voor het continent en een rist landen daarbuiten. De BBC draait de plaat met mondjesmaat. De elfde april geeft Wallace Collection een optreden in het "Lyceum Ballroom" in Londen. Twee dagen later zingt Freddy in de "Abbey Road Studio" de Franse versie in van Daydream, Rêverie. Die versie blijft een hele tijd in de kluis opgeborgen en zal pas in 1998 op cd te horen zijn.

Daydream

Na een aantal nummers te hebben ingeblikt, beslist de directie van EMI dat Daydream de allereerste single van Wallace Collection wordt. "Dat nummer", zegt Sylvain, "hadden we al geschreven ten tijde van Sylvester's Team. Het refrein hadden we geleend van een fragment uit het ballet 'Het Zwanenmeer' van Peter Tsjaikovski. Het meezinggedeelte op het einde van het nummer hadden we dan weer afgekeken van 'Hey Jude' van The Beatles (noot van de redacteur: het lalalala-gedeelte is gebaseerd op het andante cantabile uit het strijkkwartet nummer 1 in D opus 11 van Peter Tsjaikovski). Om dat meezingen zo indrukwekkend mogelijk te laten klinken, kwam Mackay op het idee alle technici en het administratief personeel van EMI in de studio te laten meezingen. Zelfs manager Jean Martin laat zijn beste stemgeluid horen." Voor de opname van Daydream zijn diverse takes nodig. Er staat een achtsporenbandopnemer ter beschikking. Eerst wordt de basis met de groep opgenomen, pas later de strijkers, de percussie, de aanvullende stemmen en de piano. De twintigste februari laat Mackay weten dat alles kant-en-klaar is. De mastertape ligt in de kluis te wachten op de officiële release. EMI is er gelijk van overtuigd dat Daydream een hit wordt, al vinden een aantal leden binnen de groep dat het nummer hier en daar wat te zeemzoet in de oren klinkt. Maar daar draait het niet om. In Engeland wordt de achtentwintigste februari 1969 Daydream op 45 toeren uitgebracht. Nadien wordt de single vrij snel verdeeld in Brazilië, Argentinië, Uruguay, Nieuw-Zeeland en uiteraard in de ons omringende landen.

Abbey Road

Wallace Collection krijgt in de studio's van Abbey Road hetzelfde instrumentarium ter beschikking als The Beatles en The Rolling Stones: een mellotron, een elektrisch klavecimbel, een Steinway-concertvleugel. Daarin werd geen onderscheid gemaakt. Ze werken samen met onder anderen opnametechnicus Geoff Emerick, die ook met The Beatles had opgenomen. Ook David Mackay legt de lat zeer hoog. Er wordt tijdens die opnameweken hard gewerkt. De samenstelling van Wallace Collection klinkt ook de technici nieuw in de oren en is op die manier voor hen een uitdaging. Er kruipt veel tijd in de voorbereiding. Zo wordt er erg veel werk gestoken in het juist opstellen van de microfoons bestemd voor de drums. Dan komen de gitaren en de piano aan de beurt. Ook de juiste keuze van de zangmicrofoons neemt een tijdje in beslag. Er wordt afwisselend gezongen door Freddy, Marc en Sylvain. De drieëntwintigste januari wordt bijvoorbeeld tijd besteed aan het inblikken van de songs Ragtime Lily en Fly me to the earth.

Lennon en McCartney

En dan kunnen de opnamen beginnen. "Het voordeel was dat Mackay als muzikant-producer meteen een idee had hoe Wallace Collection moest klinken. Daarin lag hij op ons een straatlengte voor. Hij had een aantal van onze songs in zijn bezit en stelde meteen vast dat het Engels dat wij gebruikten niet je dat was. Mackay en ik hielden ons hoofdzakelijk met de lyrics bezig terwijl Raymond vooral de melodieën aanreikte. Raymond en ik waren een soort Lennon en McCartney. De ene keer schreef hij het merendeel van de song, de andere keer ik", dixit Sylvain. Bassist Christian Janssens herinnert zich nog dat er intens geoefend werd. Van 's morgens tot 's avonds waren ze in de weer om de nieuwe songs onder de knie te krijgen. Maar dat loonde vanaf het moment ze in de studio doken, want tegen die tijd hadden ze zich hun nummers zo goed als eigen gemaakt.

Contract in Londen

De directie van EMI is in het begin niet meteen overtuigd omdat ze vindt dat zo'n band eerst iets moet bewijzen. Maar David blijft aandringen en haalt zijn slag thuis. De befaamde "Abbey Road Studio's" in Londen worden vanaf nu hun werkterrein. De jongens knijpen zich nog even in de arm om te zien en te voelen of dit wel echt is, maar de deal is rond en ze reizen af om enkele songs in te blikken. De zesde januari 1969 arriveert de groep samen met Jean Martin in Londen. Ze zullen er gedurende drie weken verblijven. De contracten in Londen worden in het gezelschap van de grote baas van EMI Ken East in zevenvoud klaargemaakt, dus ook een voor manager Jean Martin, maar die gaat niet akkoord met de royalty's. Hij vindt het voorgestelde percentage veel te laag. Die wisselen van één tot maximaal twee procent. Jean wil zes procent afdwingen, maar de leden van de groep zijn te gretig om een plaat op te nemen en willen het EMI-voorstel aanvaarden. Jean kan niet anders dan volgen. "Die droom die plots werkelijkheid werd, een contract ondertekenen bij de firma van The Beatles, was zo fantastisch voor ons dat we eender welk voorstel hadden aangenomen", aldus Sylvain.

Producer David Mackay

David verbleef daar toevallig voor een paar dagen. Er wordt afgesproken dat David met Jean naar Brussel afreist om daar kennis te maken met de groep. Jean kan het zo regelen dat de auditie 's avonds om tien uur plaatsheeft in dancing "Les Gémeaux", gelegen aan de Vorstlaan in Brussel. De groep grijpt die kans met beide handen en laat zich van haar beste kant horen. "I opened the door and I stood there lookin' like an idiot. This was great. I've never seen a band like this, as good as this. I'd been lucky to sit in on some Beatles sessions. You saw great musicianship there. But this was a step above even The Beatles, this was very special", vertelt David onomwonden in "Belpop". Vol overtuiging keert hij nadien naar EMI terug om een contract af te dwingen. De zesde november 1968 ontvangt Jean Martin een brief waarin staat dat ze in Londen voort mogen komen onderhandelen.

Manager Jean Martin

Sylvain gaat op zoek naar een nieuwe manager. "Ik was dat smeken en bedelen bij de platenfirma's méér dan beu. Ik vond dat we maar meteen via de grote deur moesten binnenstappen. Ik had Engeland voor ogen. Het was dat of niets. Het mag nu pretentieus klinken, maar ik vond in die tijd dat we de beste groep van de wereld waren. Ik stond op ontploffen qua ambitie." Uiteindelijk valt de keuze op Jean Martin. Jean had in 1961 samen met Stéphane Steeman en Jean-Claude Ménessier het Sécrétariat des Artistes opgericht en ontfermde zich over de carrières van onder anderen Robert Cogoi, Les Sunlights, Tonia en Marc Aryan. Na een eerste luisterbeurt hoeft Jean met zijn vele jaren ervaring niet lang na te denken. Hij zegt ja en de groep mag vragen wat ze wil, hij zal het invullen, al vond hij dat achteraf beschouwd de grootste fout van zijn leven. Jean laat de groep een demo opnemen en trekt ermee naar de directeur van EMI in België, Emile Garin. Bij hem dringt Jean aan om de demo voor te leggen aan Harry Flower in Londen, de directeur van EMI Engeland die zich bezighoudt met de internationale promotie. Jean poetst zijn Engels wat op en steekt het Kanaal over. Hij trekt zijn stoutste schoenen aan en klopt, zonder vooraf een afspraak te hebben gemaakt, na lang wachten aan bij platenfirma EMI, in die tijd groot geworden door onder meer The Beatles en hun producer George Martin. "Ik sprak weinig Engels, dus ik heb me met handen en voeten proberen uit te drukken. Die methode en het demobandje sloegen blijkbaar aan, want ik werd meteen voorgesteld aan producer David Mackay", dixit Jean Martin.

16th Century

Jacques en Raymond hadden voordien al wat geflirt met popmuziek in de groep Stradivarius. Sylvain vindt dat Sylvester's Team een nieuwe naam verdient en dat wordt 16th Century. Het duurt een tijdje vooraleer de heren zijn ingespeeld op elkaar, maar Sylvain is zich vanaf het eerste moment bewust wat een enorme steun Jacques en Raymond voor de groep zijn: muzikanten van een hoog niveau. Maar zijn pianist staat hem niet aan. Hij wordt getipt eens te gaan luisteren naar Marc Hérouet. Die blijkt een begenadigd pianist te zijn die zelfs goed uit de vingers kan met boogiewoogie. In 1968 verlaten José Heymbeek en Jean-Marc Destrebecq de groep. Vanaf dan bestaat 16th Century uit: bassist Christian Janssens, violist Raymond Vincent, pianist Marc Hérouet, drummer Freddy Nieuland, cellist Jacques Namotte en zanger-gitarist Sylvain Vanholme.

De groepsnaam

In de kelders van EMI langs Manchester Square begint de groep vanaf de achtste januari 1969 intens en ernstig te repeteren. Ze voelen zich daar almaar meer kind aan huis. Mackay is niet erg tevreden over de groepsnaam 16th Century. Hij gaat op zoek naar een nieuwe. Vlak tegenover zijn kantoor ligt het museum "The Wallace Collection". Het is een nationaal Brits museum, gevestigd in het herenhuis Hertford House aan de Manchester Gardens in Londen. De getoonde kunstwerken komen voort uit de private kunstverzameling van Richard Seymour-Conway, de vierde markies van Hertford. Hij was een kunstverzamelaar en zijn verzameling ging over op zijn natuurlijke zoon Sir Richard Wallace, eerste en laatste baronet.

Extra strijkers

Maar Sylvain en zijn kompanen zijn niet tevreden. Ze hadden meer respons verwacht. Sylvain blijft zoeken. Hij weet van geen ophouden. De ene dag kijkt hij uit naar een pianist, de volgende naar twee zangeressen die als achtergrond mogen fungeren en ga zo maar door. Constant blijft hij sleutelen aan de samenstelling en aan de geschikte formule. Hij denkt het ei van Columbus gevonden te hebben wanneer hij op zekere dag op de radio een optreden hoort van Eric Burdon in de Parijse "Olympia". Die had voor die gelegenheid een cellist meegenomen, maar eentje die op dat instrument durfde te rocken. En dat lust Sylvain wel, zo goed dat hij op het idee komt Sylvester's Team uit te breiden met enkele strijkers. Er wordt gesleuteld aan een nieuwe formule en een nieuwe bezetting: Sylvain Vanholme, Freddy Nieuland, Marc Hérouet, bassist Christian Janssens en de klassieke muzikanten Raymond Vincent en Jacques Namotte, voormalige leden van het Nationaal Orkest van België. "Ik was op zoek naar een cellist", aldus Sylvain. "Op die advertentie kreeg ik één reactie en wel van Raymond. Maar die man was een violist, zo bleek, en dat was niet meteen mijn bedoeling. Maar Raymond bracht in zijn kielzog cellist Jacques mee en de deal was geklonken."

Jukebox in Oostende

Sylvester's Team gaat vaak in Oostende optreden. Sylvain: "De popmuziek was zodanig veranderd dat we ons moesten aanpassen. The Beatles en The Rolling Stones hadden de hitlijsten veroverd. We hebben ons ook op dat genre gestort omdat ons publiek in de Langestraat in Oostende voor bijna negentig procent uit Engelsen bestond. Om hen te plezieren, moesten we wel die muziek spelen. We klonken in die dagen als een soort veredelde jukebox." Op het label Roover Records verschijnen van Sylvester's Team in 1964 de singles Beautiful day met op de B-kant Hurt me no more en It reminds me met op de keerzijde Lies. De invloed van onder anderen The Beatles is duidelijk aanwezig. In 1967 wordt een platencontract afgesloten met Vogue en zijn er achtereenvolgens de singles For you, for you met op de B-kant Well well, Francis gekoppeld aan Hey hey hey, Hello Suzannah met op de B-zijde Rose en tot slot J'en suis fou met Belles belles.

Sylvester's Team

Les Six Babs gaan op tournee, maar Sylvain blijft thuis bij zijn gezinnetje. Hij kende in die tijd gitarist Jean-Marc Destrebecq nog goed van zijn periode bij Les Enfants Terribles, en samen met drummer Freddy Nieuland en bassist José Heymbeek richten ze een nieuwe band op. Van Sylvain, die eigenlijk Sylveer heet, naar Sylvester is een logische stap. Sylvester's Team is geboren. "Ik had nog goede contacten in Oostende en we besloten daar tijdens het zomerseizoen met Sylvester's Team te gaan spelen", dixit Sylvain. José vertelt in de Belpop-aflevering gewijd aan Wallace Collection: "Sylvain was de echte leider van de groep, boordevol nieuwe ideeën. Hij bracht ook altijd een nieuw voorstel naar voren, een nieuwe song, en dan zetten we ons als groep samen om het nummer verder uit te werken." Sylvain wil koste wat het kost degelijk en professioneel klinken. "Ik wou absoluut geen balorkest zijn. Ik kon ook niet tegen het feit dat we van het blad speelden, dat de andere leden niet tijdig op de repetitie waren", aldus Sylvain. Het ging zelfs zover dat hij, gespreid over enkele pagina's, een gedragscode had uitgeschreven waaraan de overige leden zich dienden te houden. Voor hem was Sylvester's Team een serieus iets. Voor de leden stond er zelfs een financiële boete op als die regels niet werden nageleefd.

Brusselse groepen

Stilaan moet Sylvain beslissen of hij gaat voortstuderen of van muziekspelen zijn beroep maken. "Ik speelde zo goed als elk weekend", aldus Sylvain, "maar ik had me ook ingeschreven aan de Universiteit van Brussel, faculteit Economische Wetenschappen. Mijn vriendinnetje was net zwanger en ik kon niet anders dan mijn verantwoordelijkheid nemen. Dus brood op de plank en vaarwel universiteit. Ik wou ook bij mijn gezin blijven en zei almaar vaker optredens met The Seabirds af. Ik zag de toekomst toen niet zo rooskleurig in. Ik, als doorleefde Oostendenaar, in het voor mij wat vreemde Brussel wonend. Ik voelde dat er zich snel een nieuw avontuur zou aankondigen." In Brussel kruipt het muzikantenbloed waar het niet gaan kan. Sylvain sluit zich aan bij diverse groepen zoals Les Enfants Terribles, Les Babs et les Babettes en Les Six Babs. In 1963 keert hij nog eenmaal terug naar Oostende om een laatste keer op te treden samen met The Seabirds. Nadien wordt de groep ontbonden.

The Seabirds

Sylvain leert de Oostendse groep The Seabirds kennen. Een van hun leden had net de groep verlaten en Sylvain waagt zijn kans om zijn plaats in te nemen. Hij vervangt Michel Lanoye die een tijdje later zal terugkeren als bassist bij de groep. Voortaan is de bezetting: Benny De Wilde, Freddy Clarisse en Sylvain Vanholme, aangevuld met Rudy Brissinck, want ze wilden sowieso een drummer bij de groep. Het repertoire van The Everly Brothers blijft behouden en wordt uitgebreid met de hits van Cliff Richard en The Shadows. "We traden tijdens de zomer op in de kelders van dancing 'Venus' in de Langestraat te Oostende. We speelden toen praktisch non-stop. Als ik goed kan tellen, speelden we per avond zo'n honderd nummers. Nadien zijn we verhuisd naar de 'Esquinade' op de dijk te Westende", weet Sylvain nog aan te vullen. Benny zal zich vooral blijven herinneren dat Sylvain een behoorlijk begenadigd gitarist was die zelden of nooit een valse noot speelde, en dat op zich was in die tijd een hele prestatie. "Sylvain had altijd nieuwe ideeën, was altijd op zoek naar een nieuwe invalshoek, zocht naar opvallende gitaarriffs. Hij was daar ernstig mee bezig." Ze gaan ook optreden tijdens belangrijke wedstrijden, onder meer "Ontdek de ster", waar ze de finale bereiken, en ze worden derde in de finale van "Grand Prix de la Variété". Vervolgens mogen zij in 1960 een eerste single opnemen op het Helia Records-label (opgericht in Sint-Niklaas door Albert De Backer) met op de A-kant Protest Rock en op de keerzijde Wil je van mij zijn. Die Protest Rock, geschreven door de groep samen met Jean Vanhoren en Gerd Frank, was een reactie op de nieuwe wet die de toegang tot dancings en aanverwanten verbood aan jongeren onder de achttien. De plaat doet het niet onaardig op de Vlaamse radio. De eerste december 1960 staat de single op de zestiende plaats in de Top Dertig genoteerd. Van de Protest Rock wordt ook een Franse versie ingeblikt, Nous protestons. Iets later wordt Robert Bylois van het Benelux-Theater hun manager. Zo belanden ze op het podium samen met Richard Anthony, The Jokers, The Cousins, Will Tura, Marva enzovoort. In 1961 volgen de singles In your heart en Martina. Het jaar nadien is er op het label Marshall Records Don Quichotte met op de B-kant The Young Hearts.

Sylvain Van Holme

Rode draad in het verhaal van Wallace Collection is Sylvain Vanholme, al staat hij ingeschreven in zijn geboortestad Veurne onder de naam Sylveer Vanholme, daar geboren de elfde augustus 1943. Zijn Brusselse vrienden zullen hem later Sylvain noemen. Sylvains vader overlijdt op jonge leeftijd tijdens de Tweede Wereldoorlog als politiek gevangene en wordt zodoende door zijn moeder grootgebracht. Zij verhuizen samen met zijn zus in 1952 naar Mariakerke. Sylvain mist tijdens een groot deel van zijn jeugdjaren de nodige dosis zelfvertrouwen, de enige manier om je in de showbusiness staande te houden. Rond zijn dertiende was Sylvain begeesterd door de rock-'n-roll: Elvis Presley, Buddy Holly, Bill Haley, Cliff Richard en zijn Shadows. Radio Luxemburg wordt Sylvains voedingsbodem. Hij heeft intussen een Spaanse gitaar op de kop kunnen tikken van een buurman die in het Casino-orkest van Middelkerke speelde en vormt een duo samen met zijn vriend Jean Van Marcke, die goed klarinet kan spelen. Louis Armstrong is daarbij hun grote voorbeeld, maar Sylvain ziet meer in de muziek van The Shadows en kan hen na een tijd noot voor noot naspelen. Samen met Michel Recoules uit Raversijde richt Sylvain The Blue Boys op. De sound van The Everly Brothers wordt iets om na te streven. Hits als Bird dog en Cathy's clown staan voortaan op het menu. Sylvain stapt over van de akoestische op de elektrische gitaar. Een lokale Oostendse vedette Bob Rocking (Robert Roekens) ziet wel wat in de groep en gaat vanaf 1958 intens met hen samenwerken. Sylvain zal nadien toegeven dat hij van Robert veel heeft opgestoken. Hij krijgt ook van huis uit meer de vrijheid om muziek te spelen. "Ik mocht me van mijn moeder met muziek bezighouden", aldus Sylvain, "op voorwaarde dat ik goed studeerde. De reden dat ik bijna altijd de eerste van de klas was. Toen ik in de maand juni van 1960 afstudeerde aan het Atheneum van Oostende, heb ik van haar geld gekregen. Ik was door het dolle heen toen ik me met de nodige trots een Fender Jazzmaster kon aanschaffen."