Vaya Con Dios

Vaya Con Dios De vijfentwintigste oktober 2014 nam Dani Klein in "Vorst Nationaal" definitief afscheid van haar publiek, van Vaya Con Dios en van haar liedjes. "Noem ons alstublieft geen hitmachine", vertelde ze tijdens ons interview. "We hebben nooit bewust hits willen schrijven. Integendeel. Wat eruit komt tijdens het schrijven, komt eruit. Dat wordt vooraf niet geprogrammeerd." Aan reporter Jo De Ruyck van "De Standaard" vertelde ze over dat afscheid: "Ik heb het gehad met al mijn liedjes. Het is routine geworden en dat haat ik. Laatst deed ik boodschappen in de supermarkt en er speelde een liedje van Vaya Con Dios. Tiens, ik ken die stem, dacht ik. Plots realiseerde ik me dat ik het zelf was. Ik luister nooit naar mijn platen, ik hoor liever anderen. Ik kan me niet meer vinden in die teksten. Neem nu die liefdesliedjes. Van de liefde ben ik serieus teruggekomen. Ik kan het weten, ik heb te veel partners gehad om de liefde nog te idealiseren. Maar ik ben dankbaar. Meer dan vijfentwintig jaar heb ik overal ter wereld mogen zingen en ben ik gesoigneerd in luxueuze hotels. Maar dat hoofdstuk sluit ik nu af. Natuurlijk is het niet omdat ik met Vaya Con Dios stop, dat mijn leven ophoudt. Het geeft me ruimte voor een nieuw begin." In de lijst van bestverkopende Belgische muziekartiesten staat Vaya Con Dios op de dertiende plaats, na Technotronic, Helmut Lotti, Lara Fabian en Claude Barzotti, met tien en een half miljoen verkochte exemplaren. "Ik heb een fantastisch leven gehad", vertelde Dani op Canvas in "Belpop", "maar ik heb er een ongelooflijke prijs voor betaald." Bij dezen het verhaal! Vaya Con Dios is en blijft voor eeuwig en altijd aan Dani Klein gelinkt. Zij was niet alleen the leader of the band, maar ook de zangeres, de tekstschrijfster én de producer. Daarom dat we het verhaal ook met haar beginnen. Dani werd de eerste januari 1953 als Danielle Schoovaerts en als enig kind in het ziekenhuis in de rue des Pensées te Schaarbeek geboren. Haar ouders waren de zevenentwintigste januari 1951 gehuwd. Pa en ma gingen uit werken. Mama was naaister en papa werkte bij Esso op de luchthaven van Zaventem als chef van een ploeg die vliegtuigen moest bevoorraden met brandstof. Dani verbleef als kind vaak bij haar meter of bij haar grootvader. Zij betrok met haar ouders een appartement dat boven een café was gelegen. Uit het café klonk vaak muziek, die daar op de jukebox werd gedraaid. Liedjes van Edith Piaf en The Shadows. Bij mevrouw Jeanine in de buurt verbleef Dani vaak wanneer moeder uit ging werken. Daar hoorde ze onder meer muziek van de Franse chansonnier Georges Brassens. Na een tijdje kende ze die chansons zo goed als par coeur. Als enig kind verveelde zij zich dikwijls en om die stilte te overbruggen luisterde ze vaak naar de radio en probeerde met de liedjes mee te zingen. Als kind had Dani last van haar gezondheid. Zij had eczeem en kreeg vaak astma-aanvallen. Zij herinnert zich nog goed dat ze regelmatig geen adem kreeg en almaar korter ging ademen. Bij momenten was ze ervan overtuigd dat ze zou sterven. Op zoek naar zuivere lucht trok Dani tijdens de vakantie naar tante Leo en oom Pit in Esneux bij Luik. Daar kreeg Dani het gezelschap van haar neefje Claude en probeerde de tijd met hem zo goed mogelijk door te brengen. Ten huize van de familie Schoovaerts hing er zo goed als altijd muziek in de lucht. Pa had eigenhandig een meubel gemaakt om daarin zijn pick-up en zijn platencollectie te bewaren. "Mijn vader was erg muzikaal. Er stond altijd wel ergens muziek op. Hij hield van diverse genres. Vaak speelde hij op de gitaar en nam dat dan op met zijn bandrecorder. Het gekke was dat ik dan vaak meezong. Ik pikte ook veel teksten en melodietjes op die ik over de radio hoorde." Dani was als enig kind behoorlijk verwend. "Alles draaide thuis om mij heen en dat is niet altijd positief. Er werd ook veel van mij verwacht, onder meer dat ik een degelijk en deftig mens zou worden die op haar eigen benen kon staan. Een beetje het stereotype: dat ik kon koken, naaien, kuisen... Mijn ouders stonden erop dat ik op school goed studeerde, dat ik uitkeek naar een degelijke job." De sfeer die bij haar thuis hing, ervoer Dani als te gewoon. In haar ogen een behoorlijk saaie bedoening. Zij volgt Franstalig onderwijs aan het "Athénée Royal Alfred Verwée" in de rue Verwée in Schaarbeek. Zij is pas vijf en een half jaar oud wanneer ze daar naar de lagere school trekt. Het is een gemengde school. Van in het begin gaat Dani al niet graag naar school. Ze is wel geboeid door haar medeleerlingen. Ieder heeft zijn eigen verhaal en daar heeft Dani wel oren naar. Zij heeft aandachtsproblemen. De leerstof boeit haar totaal niet. Eén uitzondering: het vak muziek. "Hier beleefde ik veel plezier aan", aldus Dani. "Alles leek als vanzelf te gaan: de notenleer, blokfluit spelen en vooral het zingen. Ik hoefde me niet eens in te spannen. Voor het schoolfeest oefenden we Le jardin extraordinaire van Charles Trenet en La Bohème van Charles Aznavour in." Vanaf haar twaalfde verhuist Dani naar het "Lycée Emile Max", gelegen aan de Haachtsesteenweg, eveneens in Schaarbeek. "Die periode was voor mij wat plezanter, want ik had niet zoveel schrik meer van die tirannieke leraren die voordien de revue waren gepasseerd. Thuis spraken we zowel Frans als Nederlands, waardoor ik een streepje voor had op de rest van de klas, die nooit een woord Nederlands had gesproken." Dani is veertien wanneer ze de vijftiende maart 1967 in het "Paleis voor Schone Kunsten" in Brussel met enkele leerlingen van haar school op het podium staat tijdens de opvoering van de musical "Alice in Wonderland". De laatste twee jaar van haar middelbare studies volgt Dani aan het Franstalig lyceum in Vorst. "Ik nam altijd een goede aanloop, maar na een tijdje verwaterden mijn prestaties. Ik begon in de afdeling Latijn, schakelde dan over naar de wetenschappelijke afdeling A om dan af te zakken naar de afdeling B. Ik probeerde het me altijd gemakkelijk te maken." Het is Dani zelf die aan haar ouders vraagt of ze hier op internaat mag. Ze hoopt op die manier haar discipline wat aan te scherpen. Maar het draait anders uit. Tucht heerst hier niet, en goede of slechte punten, je mocht sowieso elk weekend naar huis. Haar medeleerlingen kwamen uit de betere Brusselse milieus, rookten joints en stalen voor de fun kleren in de Innovation. Na een paar weken verblijf in dat internaat onderging Dani een ware metamorfose. Zoals ze zelf in haar boek schrijft: van deftige minette tot hippie. Zij is zeventien wanneer ze de school vaarwel zegt. Dat gebrek aan een degelijk diploma blijft haar achtervolgen, want wanneer ze op haar zevenenveertigste is uitgekeken op al dat zingen, besluit ze opnieuw te gaan studeren: filosofie en psychoanalyse. Muziek blijft belangrijk in haar leven. Dani zingt ook almaar vaker, al ging ze in haar tienertijd niet bewust met muziek om. "Ik zong van kindsbeen af graag. Als er zich een gelegenheid voordeed, zong ik. Ik wou ook geen muziekles volgen, want ik had al een broertje dood aan het woord school alleen al. Zingen stond voor mij voor plezier maken, dat was voor mij pure ontspanning. Daarom wou ik zeker niet naar een muziekschool." De drang om op een podium te staan zingen was al die tijd latent aanwezig. Maar de weg om tot daar te geraken bleek niet gemakkelijk. Haar leefwereld thuis begint Dani almaar saaier te vinden. Met haar toenmalig liefje trekt zij voor een weekendje naar Amsterdam. Een andere wereld gaat voor haar open. Nog een stapje verder zet ze wanneer ze in de maand juli 1969 met haar vriendin Greta voor een maand op vakantie in Algerije vertrekt, voor haar een heuse cultuurschok. Ze geniet in Algiers volop van muziek tijdens het "Pan-African Festival". Dani leert stilaan haar eerste echte liefjes kennen. Meestal muzikanten zoals Charly, bassist bij Kleptomania, en Alex Capelle, gitarist bij Burning Plague. Hij en Dani gaan samenwonen op een appartement in de rue du Midi. Zij is dan, zoals eerder aangehaald, zeventien en verlaat de school zonder diploma. Een luxebestaan geniet ze niet. Op hun flat is er geen badkamer, geen centrale verwarming. Kortom, een povere bedoening. Om aan geld te geraken spelen Alex en Dani muziek op straat. In de aan Vaya Con Dios gewijde aflevering van "Belpop" vertelt Dani: "Ik weet nog goed dat als we op straat speelden, ik op de grond zat met gesloten ogen. Ik durfde die niet te openen wanneer ik zong, want stel dat er niemand stond te luisteren. Gelukkig was dat zelden het geval. Dat zingen op straat was mijn eerste publieke optreden." Omdat er ook gegeten moet worden, wordt er links en rechts weleens gejat. Dani kan hier en daar voor een tijdje aan de slag. De ene keer als verkoopster in een schoenenwinkel in de Nieuwstraat in Brussel, de andere keer als verkoopster van jeans in de Inno. Haar relatie met Alex loopt in 1974 met een sisser af en Dani trekt in bij haar vriendin Cathérine in Etterbeek. Zij en Dani gaan aan de slag in nachtclub "Les Gémeaux" in Oudergem. Zij leert intussen Jess en James kennen oftewel de gebroeders Fernando en Antonio Lameirinhas, Portugese migranten. Bij hen voelt ze zich goed thuis. Dani speelt almaar vaker op de gitaar. Ze kent slechts zes akkoorden, maar voldoende om zichzelf tijdens het zingen te begeleiden. In de maand februari 1976 vliegt Dani met haar toenmalige vriend Roger naar Canada. Uiteindelijk belanden ze via een omweg in Mexico. Dani is intussen zwanger en bevalt de negentiende februari 1977 op haar vierentwintigste van haar zoon Simon, die later een aantrekkelijke rol zal spelen in haar muzikale carrière. Enkele maanden later verhuist Dani richting Long Beach in Noord-Amerika. Aan haar relatie met Roger komt een einde en zij belandt in 1979 uiteindelijk terug in Brussel. Zij gaat meteen aan de slag als dienster in restaurant "L'Atelier" in Vorst. Simon gaat intussen naar de kleuterklas in Schaarbeek. Dani wisselt vrij vlug van werk en gaat vervolgens aan de slag in een tiercékantoor langs de Chaussée de Neerstalle. Dit avontuur duurt niet lang en Dani zet samen met een vriendin een tweedehandszaak in kleding op poten. We zijn dan anno 1981. In Linkebeek woont een goede vriendin van Dani die ze al lang kent, Una, een vrouw met Ierse roots. Het is zij die Dani aanspoort op zoek te gaan naar een stelletje muzikanten om eindelijk toe te geven aan wat ze goed kan: zingen! Op zekere dag ontmoet Dani gitarist Jack en samen besluiten ze een groep op te richten met gitarist Jean-Michel Gielen en drummer Philar. Als groepsnaam wordt er gekozen voor Beeside. Reggae en ska is het genre dat hun muzikale voorkeur wegdraagt. In de Rue Colonel Bourg nemen ze in een studio, samen met geluidstechnicus Alain Pierre, enkele songs op. Jean-Marie Sohie biedt hun daarop een platencontract aan. Ze kiezen als single voor het nummer What you call love, gekoppeld aan Way down low. Met een kleine grimlach voegt Dani eraan toe: "We verkochten in het totaal vierentwintig exemplaren van die single. Ik geloofde nochtans in die groep. Ik dacht zeker dat we beroemd zouden worden en dat we wereldwijd zouden optreden, maar het draaide anders uit. De groep stierf dan ook een langzame dood." In 1982 komt Dani via een kennis in het "Théâtre de l'Esprit Frappeur" in contact met regisseur Albert-André Lheureux, die daar bezig is met de productie van de musical "Brel en mille temps". De Canadese hoofdrolspeelster heeft verstek laten gaan en hij vraagt aan Dani of zij haar rol niet wil overnemen. Veel weet Dani er niet meer over te vertellen, want ze was bloednerveus. "Ik weet wél", zegt ze, "dat ik in die periode niet zo goed in mijn vel zat. Ik was kwaad op zowat iedereen, inclusief mezelf. Ik zocht naar een aanknopingspunt zodat ik verder kon. Ik nam aan wat zich aanbood. Ik wilde slagen als zangeres, ik wilde me op die manier manifesteren." Het is dan ook de eerste keer dat Dani dankzij deze productie als een volwaardige zangeres op een podium staat. "Ik weet nog dat ik het contract met mijn eigen naam ondertekende, maar dat vond de directeur van het theater te moeilijk om te onthouden. Ik bladerde samen met mijn toenmalige vriend Thierry dagenlang door het telefoonboek en bleef hangen bij de familienaam Klein omdat je die in zowat alle talen kan uitspreken. En die klinkt kort en krachtig." Dani staat voor deze productie op het podium samen met Philippe Anciaux, Philippe Lafontaine, Ann Gaytan, Jofroi en Maurane. Dat hele gebeuren is voor Dani een geweldige ervaring. Wanneer zij het op een bepaald moment financieel moeilijk heeft, trekt ze voor een tijdje in bij Maurane. Die vertelt daarover in "Belpop": "Het waren mooie tijden. Haar zoon Simon was er altijd bij. We gingen dan samen dingen doen waar we plezier aan beleefden, barbecueën bijvoorbeeld. Maar Dani was ergens getormenteerd. Ze was steeds op zoek naar gelegenheden om zich als zangeres te bewijzen." Dani zelf ziet het op dat moment niet zo zitten en heeft eerder zin om haar zangcarrière op te bergen en op zoek te gaan naar wat anders. Het is Maurane die haar dat uit het hoofd praat. "Dani had te veel talent om er zich bij neer te leggen", aldus Maurane. "Ik drong er bij haar op aan dat ze haar eigen ding ging doen, niet steeds op zoek gaan naar een groep. Tu dois continuer!" Dani durft achteraf te beweren dat mocht Maurane haar op dat moment gezegd hebben dat ze niet genoeg getalenteerd was, ze dan inderdaad haar zangcarrière had opgeborgen. Via haar vriend Thierry Plas werkt Dani regelmatig mee aan het opnemen van demo's voor reclameboodschappen, zoals voor McDonald's. Ook hier doet Dani veel ervaring op, want de opdrachtgever wil de ene keer een stem die lijkt op die van Sade, de volgende keer op die van Tina Turner. Hoe flexibeler je was, hoe beter, en het feit dat Dani net zo makkelijk in het Frans als in het Nederlands zingt, was meegenomen. Almaar vaker wordt zij ook gevraagd om backings te zingen. Zo kunnen we haar horen op platen van Bart Kaëll, Jo Leemans, Jo Lemaire, Viktor Lazlo enzovoort. Omdat Dani aan de bak wil blijven, gaat ze in op het voorstel van drummer Rudy Lenners om mee te werken aan de opname van een plaat samen met de hardrockband Steelover. Die plaat zal nooit het daglicht zien. Lenners vinden we trouwens later terug bij de Duitse band The Scorpions. Dani is intussen een ervaring rijker, maar in interviews zal ze nadien beamen dat hardrock niet haar cup of tea is en ook nooit zal worden. Als we aanwezig willen zijn bij de start van Vaya Con Dios, moeten we er willens nillens Arbeid Adelt! bij halen, in 1981 opgericht door Marcel Vanthilt en Jan Vanroelen. Absurde elektronische nummers zijn hun uithangbord. De band wordt regelmatig aangevuld met nieuwe leden. In 1984 wil Luc Van Acker niet langer deel uitmaken van de groep. Hij gaat met succes solo en wordt vervangen door Willy Willy (Willy Lambregt). Jan wijst Marcel op een zangeres die hij erg goed bij de groep vindt passen, Dani Klein, een madam die zowat alle genres aankan. Door haar komst gaat Arbeid Adelt! wat melodieuzer klinken, ook compacter. Een van de eerste songs die Dani met hen opneemt, is Stroom, waaraan ze ook mee schrijft en dat in 1985 op het Parlophone-label verschijnt. In de Top 50 staat de single de achtste juni op de veertigste plaats, in de Vlaamse Top 10 wordt zelfs de eerste plaats bereikt. Intussen is het uit met Thierry en knoopt Dani een relatie aan met Willy Willy. Die gaan we voor de gelegenheid even voorstellen. Hij werd de zesde mei 1959 als Willy Lambregt geboren. Van kindsbeen af is hij gek op rock-'n-roll. Een tijdlang dweept hij met punk met als schoolvoorbeelden The Sex Pistols en The Kids. Arno Hintjens draagt in 1981 een lied aan hem op, Willie. In 1983 vinden we Willy bij Arbeid Adelt!, waar hij dus Dani Klein leert kennen. In 1985 nodigen The Scabs hem uit als gastgitarist. Dat valt zo goed mee dat hij een tijdlang met hen blijft samenspelen. Met hen neemt hij zes albums op, waarvan er drie met goud worden bekroond. In 1999 wordt Willy zanger-gitarist bij The Voodoo Band. In 2009 speelt hij samen met Franky Saenen en Geert Schuurmans in de groep Willy & La Fayette. De dertigste november 2018 verschijnt het album "Vampire with a tan", waarop hij begeleid wordt door The Voodoo Band. Hij overlijdt de 13de februari 2019 thuis aan de gevolgen van kanker. De week voordien, de 7de februari, nam hij nog samen met zijn collega's van The Scabs tijdens de MIA'S een Lifetime Achievement Award in ontvangst. In 1985 wordt Marcel Vanthilt veejay bij MTV. Daar gaat hij al zijn energie en aandacht aan besteden en Arbeid Adelt! valt uiteen. Een jaar later wordt Dani door producer Sylvain Vanholme gevraagd voor een plaatopname. Ze hadden elkaar iets voordien ontmoet. Sylvain was vooral in de ban van het stemgeluid van Dani, die in zijn oren klinkt als een klok. Zij schrijven samen en met Penny Els en Michael Delory de song Hold on, die op single verdeeld wordt door CNR. Dani moet op zoek naar een artiestennaam en kiest voor Carmen Jones naar de gelijknamige film van Otto Preminger. Het nummer is best aangenaam om naar te luisteren, maar gaat volledig de mist in. Dani blijft in dezen dan ook ontgoocheld achter. In de maand mei van 1986 zien en horen we Dani opduiken in "Les Halles De Schaerbeek" voor de première van het project van Philippe Pilate "Ladies Sing The Blues", een ode aan de legendarische Amerikaanse zangeres Billie Holiday. Hierin treedt Dani op met de Amerikaanse zangeres Reggie Magloire, Verona Davis en BJ Scott. Zij worden begeleid door gitarist Jean-Pierre Froidebise en bassist Bruno De Neuter. Na "Les Halles" wordt er ook opgetreden in de "Ancienne Belgique", "De Melkweg" in Amsterdam en "SHAPE" in Bergen. Klein over deze periode: "Toen ik Ladies Sing The Blues deed, met onder meer BJ Scott, was ik echt hopeloos. Vlak daarna speelde ik met Willy Willy en Dirk Schoufs een paar songs op de opening van een kledingzaak van vrienden. Zo is Vaya Con Dios begonnen. Is 'Just a friend of mine' dan toeval?".

Meteen dan ook maar Dirk voorstellen. Schoufs werd de negende februari 1962 in Anderlecht geboren. Hij is als tiener meteen weg van punk, al evolueert zijn smaak iets later in de richting van de rockabilly en gaat hij contrabas spelen bij de Brusselse groep The Wild Ones. Hij leert intussen Willy Willy kennen en samen gaan ze als duo optreden. Daarover vertelt Willy in "Belpop": "Dirk en ik waren echt dikke vrienden die elkaar hadden leren kennen in het Brusselse café DNA (opgericht in 1983 langs de Plattesteen en deel uitmakend van het alternatieve circuit in Brussel). Met mijn gitaar en met Dirks contrabas gingen we in Brussel regelmatig in het Centraal Station busken. Als we genoeg geld hadden bijeengezongen, trokken we weer samen naar de DNA." Dani vult aan: "De DNA achter de AB, een van de eerste bars met een dj, was het café waar iedereen zat: Danny Willems, Dominique Deruddere, Marcel Vanthilt, Luc Van Acker... De mama van de baas stond er 's nachts vaak achter de toog. Dat was niet zomaar een gezellig cafeetje. Er gebeurden heftige dingen, veel vechtpartijen, veel drugs ook. En aan de andere kant van de toog had je die madam, zo'n heel moederlijke figuur, die orde op zaken hield. Heel surrealistisch, typisch Belgisch." Nadien richt Dirk samen met Willy Willy en Dani Klein Vaya Con Dios op. Na zijn verblijf bij Vaya Con Dios en zijn romance met Dani leert Dirk in 1987 Isabelle Antena kennen. Hij zal met haar vier jaar later in het huwelijk treden. Zij concerteren samen en nemen ook het conceptalbum "Les derniers guerriers romantiques" op. Helaas is genieten van hun bijval van korte duur, want Dirk overlijdt de vierentwintigste mei 1991 aan de gevolgen van een cocktail van medicijnen, coke en alcohol.

We pikken de draad van daarnet op met te vertellen dat een voormalig lief van Willy Willy, Els Lingier, in de loop van de maand februari 1985 contact met hem en Dirk Schoufs heeft opgenomen. Els daarover in "Belpop": "Voor de opening van mijn boetiek had ik aan Willy en Dirk gevraagd wat muziek voor te bereiden, maar niet te wild, het mocht er rustig aan toegaan. Dus gingen ze op zoek naar een rustig repertoire. Maar iets voor de opening werd ik ziek en belde Dani me of ze niet kon inspringen in de zaak." Els laat weten dat haar moeder en haar nicht inspringen, maar belt Dani iets later terug met de vraag of ze niet wil komen zingen tijdens de opening. In de keuken van Willy's appartement wordt er naarstig en snel gerepeteerd. Als extra gitarist doen ze ook een beroep op Luc Weisser en samen trekken ze naar de opening in Gent. Daar brengen ze onder meer You let me down van Billie Holiday en Johnny, tu n'es pas un ange en L'homme à la moto van Edith Piaf. Waarom die keuze? Wel, Dirk hield van jazz, speelde contrabas en kende ook wat van rockabilly. Willy was meer de man van de punk met als idool Keith Richards van The Rolling Stones. Dani hield zowel van soul en chanson als van oude jazz en reggae. In de winkel wordt er door het publiek van hun optreden gretig genoten. "Wij vielen daar ook niet uit de toon, ook niet vestimentair. Dirk oogde knap met zijn bakkebaarden en zijn outfit, Willy met zijn ringen, oorbellen en een riem met daarop een doodshoofd viel extra op, en ik in strak zittend zwart leder met getoupeerd wit haar. Dat optreden deed ons goed, het gaf ons een goed gevoel en vooral de goesting om verder te doen", aldus Dani.

Vaya Con Dios wordt meteen een vervolgverhaal. In een herenhuis in de Rue du Magistrat in Elsene, eigendom van de vader van een toenmalige vriendin, waar Dani op dat moment woont, wordt er in een leegstaande ruimte op de eerste verdieping extra geoefend. Het moet goed klinken. Als extra steun wordt drummer Marco De Meersman erbij gehaald. In ons interview haalt Dani het volgende aan. "Dat was een leuke ruimte om te oefenen. Ons groepje was intussen ook uitgebreid met een drummer en met Luc Weisser. Het was leuk covers te spelen, maar we hadden zelf ook het een en ander te vertellen. En we zijn dan beginnen te jammen. Uit die jamsessies zijn een aantal nummers geboren. Ik schreef in die tijd graag teksten die qua inhoud op korte filmscenario's leken." Willy weet nog dat ze goed bij elkaar pasten en dat ze nog geen week later al een eerste song samen schreven. "Dani had ons uitgenodigd bij haar thuis en verse stoofkarbonades gemaakt met verse frieten. Met een volle buik gingen we nadien een verdieping lager, waar we in een lege ruimte wat konden spelen, en nog geen halfuur later hadden we Just a friend of mine bij elkaar geschreven." Dani herinnert zich nog dat Dirk met een baslijn begon, waarop Willy meteen inpikte op de gitaar, waarop zij op haar beurt vrij snel met een tekst aansloot. Noem het een pijnloze bevalling, als een fluitje van een cent. Bleek achteraf hun entourage echter niet zo positief op dat nummer te reageren, alsof niemand dat liedje wou accepteren. Het klonk blijkbaar te eenvoudig. Luc bijvoorbeeld vond dat ze er een synthesizer aan toe moesten voegen, maar Dirk, Dani en Willy waren niet in voor een compromis. Luc haakt daarom snel af. De geboorte van de groepsnaam is een verhaal apart. "We namen een blad papier en schreven er een aantal suggesties op. Ik wilde absoluut geen Engelse naam omdat ik in diverse talen wilde blijven zingen. Ik weet nog goed dat Dirk en ik samen naar televisie zaten te kijken. Er passeerde een reportage over de Cubaanse wijken in Miami en plots zagen we een muur vol graffiti met daarop onder meer Vaya Con Dios, wat letterlijk betekent 'Ga met God'. Je kan het ook vertalen als 'Vaarwel'. Dat sprak ons beiden meteen aan. Ik vond dat wel iets hebben als groepsnaam, en Dirk was het dadelijk met me eens", aldus Dani. Over hun toenmalige manier van liedjes schrijven, vertelde zij in 2006 aan "De Standaard": "Dirk bracht meestal de basisidee aan. Hij had een groot talent voor eenvoudige, catchy melodietjes. Meestal schreef ik een tekst over liefde, ontrouw, gebroken relaties, altijd met een donker kantje. Mijn eigen leven kortom." Dani en Dirk groeien almaar meer naar elkaar toe. Door het samenspelen in de groep leerden ze elkaar beter kennen. Hij kwam net als Dani uit een familie van echte Brusselaars en dat schiep een band. "Samen met Willy Willy bleven we intens repeteren. Op een opnameapparaat van onze vriend Luc Weisser namen we een aantal songs op, onder andere Just a friend of mine, dat Dirk liet horen aan Philippe Goset, een vertegenwoordiger van platenfirma BMG. Philippe had samen met Tony Lewis een klein platenlabel opgericht en was steeds op zoek naar nieuw talent. Ze stelden voor Just a friend of mine en You let me down in een degelijke studio op te nemen", dixit Dani. Philippe weet nog dat de demo behoorlijk slecht klonk, opgenomen met één microfoon die aan het plafond was bevestigd. Hij was wel meteen in de ban van het liedje, dat in zijn oren méér dan tof klonk. Hij trekt ermee naar Jan Theys, toenmalig directeur van platenfirma BMG-Ariola. "Ik was dadelijk onder de indruk", antwoordt Jan op onze vraag hoe hij reageerde. "Het zat zowel muzikaal als tekstueel goed. Ik dacht toen dat we er zo'n drie- à vierduizend van konden verkopen. We hebben er dan ook geen seconde over getwijfeld dat we hen meteen een contract moesten aanbieden." Linda Van Waesberge, muziekuitgever bij BMG-Ariola, is er ook meteen weg van. "Ik zei wel tegen Jan en de groep dat ze die eenvoud moesten laten, er niks aan mochten wijzigen. Blijf ervan af, niet opnieuw aan beginnen te schaven of verbeteren. Dit is het gewoon." Tijdens de definitieve opname van Just a friend of mine krijgt Vaya Con Dios in de studio extra muzikale steun van onder anderen drummer Bruno Castellucci, saxofonist Frank Vaganée en trompettist Patrick Mortier. In 1987 maakt Vaya Con Dios zijn debuut op de Vlaamse televisie in "Mike" en iets later in "Pak de Poen". Het is Johan Verminnen die Vaya Con Dios in 1987 uitnodigt om samen met Margriet Hermans en Firmin Timmermans deel uit te maken van de Brabantse ploeg voor de "Baccarabeker". De achtste augustus van dat jaar is de dag van de waarheid en gaat hun ploeg met de prijs en de eer lopen. Binnen het trio Vaya Con Dios is de sfeer vaak zoek. "Wij waren blij dat we live op tv konden tonen wat we waar waren en wat we konden. Vijf dagen gratis aan zee vertoeven was meegenomen. Alleen bleek de sfeer binnen de groep om te snijden. Nu ik een relatie met Dirk had, was dat voor Willy soms moeilijk om mee om te gaan en hij dronk dat verdriet regelmatig weg. Op de avond na de show in Middelkerke kondigde hij aan dat hij de groep zou verlaten. Hij koos definitief voor The Scabs, waar hij al een tijdje bij meespeelde, en ik begreep dat ook", dixit Dani. Willy Willy pikt in: "Op tournee gaan met je beste vriend die een relatie heeft met de vrouw die mij had laten staan voor hem, zag er niet veelbelovend uit. Maar we zijn achteraf wel goede vrienden gebleven, Dani en ik, want als ze me nadien nodig had voor een streepje gitaar op een van haar albums, ben ik altijd gaan meespelen." Als logisch gevolg na die overwinning tijdens de "Baccarabeker" brengt Ariola de negenentwintigste augustus 1987 Just a friend of mine op single uit, gekoppeld aan You let me down, een song geschreven door Harry Warren en Al Dubin. Het nummer klimt naar de zeventiende plaats in de Ultratop 50 en staat op achttien in de Radio 2 Top 30. BMG besluit vrij snel de single ook in Frankrijk uit te brengen en zet alle zeilen bij. Linda Van Waesberge trekt haar stoute schoenen aan en spoort richting Parijs. "Ik weet nog dat het een zonnige ochtend was en ik voelde dat het ging slagen. Ik stapte dat kantoor binnen en zei: 'J'ai un tube, je suis sûre et certaine. Tu dois le faire', en ze hebben het uitgebracht ook." Just a friend of mine wordt inderdaad een vette hit in Frankrijk. Toenmalig manager Wilfried Brits mag hun iets later dan ook melden dat ze op de tweede plaats in de Franse hitlijsten staan. Logisch gevolg: optredens voor Vaya Con Dios in Frankrijk, onder meer in "La Cigale" in het voorprogramma van de op dat moment zeer populaire groep The Gipsy Kings. Dat optreden is erg belangrijk. De druk is groot. Dirk Schoufs gaat zich afreageren in de cafés in de buurt van het hotel en is op een bepaald moment zelfs spoorloos. Hier voelt hun toenmalige manager aan dat hijzelf te emotioneel met de problemen binnen de groep omgaat. De behoefte aan een nieuwe leiding dringt zich stilaan op. Dan volgen in Frankrijk optredens in tv-programma's als "L'école des fans", "Sacrée Soirée" en "Champs-Elysées". In Duitsland treden zij op in de show "Geld oder Liebe". Over die periode wil Dani dit kwijt: "We werden wat overrompeld door dat succes. De platenfirma verwende ons met dure hotels en dure etentjes. Dat maakte ons soms verlegen. We waren dat niet gewoon. Dit was waar ik al die tijd van gedroomd had, maar er was ook de angst dat dit snel zou passeren. Gelukkig boden mijn ouders aan als ik niet thuis was zich over mijn zoon Simon te ontfermen, en dat was op zich een hele geruststelling." In de maand november van 1987 schittert Vaya Con Dios tijdens "Diamond Awards" in Antwerpen. Ze delen daar het podium met onder anderen T'Pau, The Communards en Joan Jett. In 1988 volgt Oostenrijk. De internationale trein is definitief vertrokken. Wie zich intussen bekocht voelt, is Philippe Goset. In de Belpop-bijdrage over Vaya Con Dios vertelt hij onverbloemd dat Ariola op zekere dag aan Dani vraagt of ze al een contract met hem hadden ondertekend, wat niet het geval bleek te zijn. Er wordt een aardige som geld op tafel gelegd, een deal die achter Philippes rug snel is beklonken. Hij heeft meteen door hoe de showbusiness precies in elkaar zit. De plaats van Willy Willy in de groep is intussen definitief ingepalmd door Jean-Michel Gielen. Als manager wordt de Brit Gary Richmond aangetrokken, voordien in de weer voor onder anderen Red Hot Chili Peppers, Grace Jones en Nick Cave. Door zijn rijke ervaring is hij the right man on the right place en brengt hij Vaya Con Dios daar waar ze thuishoren: op een internationaal podium. Hij zorgt ervoor dat ze ook in Scandinavië en Nederland kunnen optreden. De groep wordt ook een tijdje aangevuld met gitarist Carmelo Prestigiacomo, maar hij zal niet lang blijven omdat het gedrag van Dirk, dat vooral door drank en drugs wordt bepaald, hem stoort. Wel zal hij meeschrijven aan en meespelen tijdens de opname van de opvolger van Just a friend of mine, Puerto Rico. Over de geboorte van dat lied weet Dani het volgende te vertellen. "Dirk wou iets schrijven met als invalshoek Puerto Rico (gelegen in het oostelijk deel van de Caribische Zee en deel uitmakend van de Grote Antillen). Hij nam zijn contrabas bij de hand en zong meteen 'aa e aa e aa, Puerto Rico'. Ik was op dat moment een boek aan het lezen over een torero, ik meen geschreven door Aldous Huxley. Ik ben zelf nooit in Puerto Rico geweest, maar ik voelde aan dat het een tekst moest worden over een passionele liefde, een haast onmogelijke relatie." De twaalfde maart 1988 duikt Puerto Rico de Ultratop 50 binnen. De zestiende april noteren we hen daar op de vijftiende plaats, meteen ook de hoogste notering. In de Radio 2 Top 30 staat Puerto Rico op plek tien. De productie is in handen van Dani en Dirk samen met Marc François. Op de B-kant horen we Each day. Speciaal bedoeld voor de media verschijnt er ook een promo-cd met daarop de nummers Puerto Rico, Each day en een maxiversie van Just a friend of mine. Voor de opname van de bijbehorende videoclip trekken ze naar de haven van Piraeus in Athene. De tweeëntwintigste juli 1988 valt Vaya Con Dios met Puerto Rico tweemaal in de prijzen tijdens de uitreiking van "Radio 2 Zomerhit" in Blankenberge: bekroond als zomerhit en als beste Belgische productie. Dani, die tot dan toe hard aan de weg heeft moeten timmeren om te slagen, stelt tijdens optredens graag haar eisen. Ze wil met respect behandeld worden. In interviews geeft ze dat nadien ook ruiterlijk toe, onder meer anno 1992 op TV1 in het programma "Zeker weten" met Jan Van Rompaey: "Ik ben op tijd en stond een moeilijke madam, maar ik kan moeilijk op alles ja zeggen en met alles akkoord gaan. Als moeilijk zijn niet alles accepteren is, dan ben ik dat inderdaad." Bij de komst van gitarist Jean-Michel Gielen beslist de groep een villa in Knokke te huren om daar samen aan nieuwe nummers te gaan werken. Zo nemen ze op hun opnameapparatuur die daar in de living staat opgesteld, een demoversie van Don't cry for Louie op. Dat klinkt een pak minder latino getint dan hun twee vorige hits. "Persoonlijk vind ik dat geen switch qua stijl", aldus Dani. "We waren daar niet zo bewust mee bezig. Dat liedje was er opeens. In Vlaanderen worden we niet opgevoed met één stijl. We horen hier niet zoals in Portugal bijvoorbeeld haast de ganse dag fado of in bepaalde regio's in Spanje flamenco. We worden hier door diverse genres beïnvloed en dat uitte zich ook in onze liedjes. In mijn ogen was die Louie een soort pooier, dat beeld was ergens bij mij blijven hangen. Waarschijnlijk tijdens het lezen van een verhaal of het bekijken van een film, dat weet ik niet meer precies. Het was wel zo dat Willy niet meer bij de groep hoorde en dat Jean-Michel Gielen meeschreef. Ook hij droeg aan de nummers meer dan zomaar een steentje bij." Voor de videoclip van Don't cry for Louie wordt Dominique Deruddere als regisseur aangetrokken en wordt er opgenomen in de Brusselse Marollen. Op het Ariola-label verschijnt de zeventiende oktober 1988 hun allereerste cd/ langspeler "Vaya Con Dios", opgenomen tijdens de zomer van 1988 in de "BSB Studio's" in Brussel. Als extra muzikanten wordt een beroep gedaan op drummer Marcel De Cauwer, de gitaristen Nono Garcia, Antonio Paz en Bert Decorte, percussionist Kays Rostom en drummer Bruno Castellucci. Dirk Schoufs staat in voor het arrangeren van de songs. In het totaal twaalf nummers, waaronder uiteraard hun eerste hitsingles alsmede een tweetal covers: Johnny van Edith Piaf en One silver dollar van Marilyn Monroe. Het album "Vaya Con Dios" wordt in ons land, ondanks hun populariteit in ons land, niet bekroond in de Album Top 50. Vooral het buitenland onthaalt de plaat op veel warmte en enthousiasme, wat in Finland resulteert in twee keer platina en in Zwitserland in één keer platina. In Zweden geraakt het album tot op de negende plaats. "Vraag me niet", zegt Dani, "hoe we daar terechtkwamen en waarom onze muziek daar zo aansloeg. Daar bestaan geen verklaringen voor. Misschien sprak de melancholie die vaak de hoofdtoon voerde in onze liedjes hen aan. We zongen een soort universele taal, denk ik." Don't cry for Louie staat als single de zeventiende december 1988 op de zevenentwintigste plaats in de Ultratop, en op de eenentwintigste plaats in de Radio 2 Top 30. Ook aan Johnny, geschreven door Les Paul en Francis Lemarque, wordt in de vorm van een single een vervolgverhaal gebreid. De zesde mei 1989 is het nummer goed voor een vijfenveertigste plaats in de Top 30. Ook Lay your hand (off my man), met op de B-kant Sold my soul en ook nu weer geschreven door Dani Klein en Dirk Schoufs, wordt dat jaar op single uitgebracht, maar scoort niet. Op het Ariola-label is er de vijfentwintigste april 1990 het album "Night owls" en daarmee breekt Vaya Con Dios internationaal op vele fronten door. Dani en Dirk nemen zelf de productie in handen. Er wordt in de winterperiode van eind 1989 en begin 1990 opgenomen in de "BSB Studio's" in Brussel. Het album staat bol van degelijke songs die nadien tot echte klassiekers uitgroeien en ook op single een apart leven gaan leiden. Dani daarover: "Dirk had allerlei ideeën in zijn hoofd. Hij begon vaak met een baslijn, waarop ik een melodie improviseerde. Dat klikte bijna altijd." Ook Jean-Michel Gielen had regelmatig van die magische momenten waarop het perfect klikte en wat leidde tot prachtige songs. Op "Night owls" tellen we in het totaal twaalf nummers. Tijdens de opnamen wordt Vaya Con Dios begeleid door onder anderen de gitaristen Eric Melaerts en Koen De Cauter, drummers Bruno Castellucci en Marcel De Cauwer, blazers Patrick Mortier, Jan Van Wouwe en Clement Van Hove, organist André Brasseur en pianist Frank Wuyts. Het merendeel van de nummers werd door Dani samen met Dirk en Jean-Michel Gielen geschreven, met uitzondering van Something's got a hold on me, dat van de hand is van Pearl Woods, Leroy Kirkland en de bekende Amerikaanse zangeres Etta James, die dat in 1962 al op plaat had gezet. In Zwitserland zit er voor het album een nummer één in, in Denemarken noteren we een zesde plaats, in Nederland een derde, meteen goed voor platina. In Zweden noteren we een achtste plaats en ga zo maar door. De eerste single uit "Night owls" schiet raak. What's a woman, van de hand van Dani, Dirk en Jean-Michel Gielen, verschijnt de achtentwintigste april 1990 voor de eerste keer in de Ultratop 50 om daar de zesentwintigste mei op één te staan schitteren. Op de B-kant horen we Far gone now. In de Nederlandse Top 40 noteren we voor deze single eveneens een nummer één, goed voor goud. "We schreven dat nummer tijdens onze promotieshow in Nederland", vertelt Dani. "We moesten daar uren wachten. Het was Jean-Michel die in de kleedkamers een aantal akkoorden verzon. Na een paar minuten bedachten we vrij snel een melodie. De tekst schreef ik zonder één hapering." Op mijn vraag of dit de echte Dani Klein is die je in dit nummer hoort, antwoordt ze snel: "Neen, wel een van de vele. Ik moest dat zingen op een moment dat Dirk en ik uit elkaar gingen. Ik heb daar erg veel van afgezien. Je hoort dat verdriet ook in mijn stem. Gelukkig ben ik niet verdrietig gebleven. Maar in What's a woman hoor je inderdaad de verdrietige Dani Klein. Vergeet niet dat Dirk en ik de dag van de opname van dat nummer voorgoed uit elkaar gingen. Ik was gewoon kapot. Ik was depressief, ik was boos, ik was teleurgesteld." In 2009 wordt What's a woman opgenomen in "De Eregalerij" van de Vlaamse klassiekers, een organisatie van Radio 2 en Sabam For Culture. In de marge: in 2006 brengt Vaya Con Dios What's a woman opnieuw uit, deze keer in samenzang met de levende Amerikaanse legende Aaron Neville. Lisa del Bo had zich in 1990 al aan een cover gewaagd. Zoon Simon herinnert zich van de periode die voorafging nochtans een paar mooie momenten. Ze wandelden bijvoorbeeld vaak en veel. Je mag stellen dat er toen veel liefde in de lucht hing, al hing er ook vaak en veel onmin in de lucht, wat zich uitte in helse discussies en ruzies. Maar de muziek die ze samen schreven was van een ongelooflijk niveau. "Met Dirk was het van in het begin moeilijk, maar het werd almaar erger. We verdienden almaar meer geld. Je wordt snel omringd door vrienden die, zoals in het geval van Dirk, van drugs willen genieten", aldus Dani. De opname van het album "Night owls" verliep dus niet vlekkeloos. De relatie tussen Dirk en Dani was intussen zo goed als verwaterd. Dirk was voortdurend in zijn hoofd en via de telefoon met zijn nieuw lief bezig. Hij gedroeg zich volgens zijn entourage zeer onprofessioneel. Dat kwam de sfeer zeker niet ten goede. Iedereen was ervan overtuigd dat hij het imago van de groep schaadde. Er wordt, na samenspraak met BMG, besloten hem uit de groep te zetten. Iedereen is het erover eens dat als er met Vaya Con Dios wordt doorgegaan, Dani de spil van de groep moet blijven. Zij is en blijft het uithangbord, de frontvrouw, de trekpleister van Vaya Con Dios. Alle lof volgens Dani voor platenbaas Jan Theys, die dat volgens haar op een correcte manier heeft afgehandeld. Er wordt een bedrag afgesproken dat Dirk zal krijgen, maar die procedure wordt uiteindelijk een proces van lange duur. Dani gaat intussen zonder hem verder met de promotie van What's a woman. De volgende succesvolle single uit "Night owls" is Nah neh nah. De single is de dertiende oktober 1990 op de zevende plaats in de Ultratop 50 terug te vinden. Tijdens de opname wordt Vaya Con Dios begeleid door onder anderen Eric Melaerts, Bruno Castellucci en André Brasseur. In de Radio 2 Top 30 klimt het nummer naar de vijfde plaats. In de Nederlandse Top 40 merken we een derde plaats op. De clip die bij Nah neh nah hoort, is er eentje om in te kaderen: in één take opgenomen in artistiek zwart-wit. "Hier", pikt Dani in, "hoor je weer de opgewekte, de blije Dani Klein. Op dit lied heeft Dirk zijn stempel weer eens gedrukt. Je hoort hier die typische gipsysfeer à la Django Reinhardt. Dirk stond zoals zo vaak wat te jammen met z'n contrabas, zo'n beetje in de hot club de France-stijl. Je hoort dat. Dirk was trouwens ook weg van de muziek van Cab Calloway. Hij zette plots in en dan hoopte hij dat Jean-Michel en ik snel zouden inpikken met de rest van het verhaal. Samen met mijn Ierse vriendin Una Balfe heb ik de uiteindelijke tekst neergezet." De achtste december 1990 duikt de titelsong Night owls, geschreven door Dani en Dirk samen met Jean-Michel Gielen en op mini-cd gekoppeld aan de nummers Sally en Travelling light, in de Ultratop 50 op en is daar goed voor een tweeënveertigste plaats. Een beetje het bewijs dat Vaya Con Dios het door de bank almaar meer van zijn albums moet hebben. Er wordt veel opgetreden, onder andere in 1990 in Griekenland met als hoogtepunt een onvergetelijk optreden in Athene, goed voor meer dan zesduizend aanwezigen. Hysterie hing in de lucht. Wie Dani goed kent, zag duidelijk dat dit veel van haar eiste. Haar voorraad energie raakte stilaan op. Zoon Simon weet nog dat er in die periode veel stress in de lucht hing. Vooral veel promotietrips en interviews aan de strekkende meter. Moeder was altijd van huis en hij daardoor veel op zichzelf aangewezen tijdens evenveel eenzame momenten. Over die plotse doorbraak in het buitenland en vooral dat immense succes wil Dani tijdens onze babbel vooral dit kwijt: "Dat is natuurlijk fantastisch, dat is uiteindelijk wat je wilt. Dat is jouw droom, and that dream comes true. Maar het ging snel, zo snel dat je je op een bepaald moment voorbijloopt. Je wordt gevraagd, je voelt je geliefd. Je wilt ook dat iedereen je graag ziet en hoort. Zo'n appreciatie ervaren is geweldig. Maar opgelet, je krijgt ook kritiek, je bouwt een reputatie op, je laat een indruk, een imago na. De mensen om je heen gedroegen zich ook anders. Plots minder afstand, vriendelijker dan ooit tevoren. Dat hoefde voor mij niet. Je gewoon gedragen was al gek genoeg." Wat volgt is een trieste episode in het bestaan van Vaya Con Dios. In haar boek schrijft Dani: "Op 24 mei 1991 werd ik gewekt door telefoongerinkel. Ik was de avond daarvoor eerder dan gepland ziek teruggekeerd van een vakantie op Sicilië met een vriendin. Toen ik naar beneden ging, vond ik een bericht op mijn antwoordapparaat. Iemand van het persagentschap Belga vroeg op een neutrale toon of ik commentaar wilde geven op de dood van Dirk Schoufs. Mijn wereld stortte in, ook al was het geen verrassing. Ik wist dat hij door zijn manier van leven veel risico's nam wat zijn gezondheid betrof." Meteen nadien wordt er in de "Ancienne Belgique" gerepeteerd voor de Night Owls-tour. Er wordt opgetreden samen met gitarist Jean-Michel Gielen, bassist Louis Colan en drummer Gene Velocette. Toch komt er weer een kink in de kabel. Deze keer gedraagt Jean-Michel zich als een enfant terrible. Hij blijkt verslaafd te zijn aan heroïne. Na een tijd wordt beslist ook hem uit de groep te zetten. Zijn plaats wordt ingenomen door Carmelo Prestigiacomo, met wie Dani eerder al had samengewerkt. Wel wordt het nu even wennen wat het schrijven van nieuwe songs betreft, want Dirk en Jean-Michel zijn er niet meer bij. Maar het lukt. De verkoop van het album "Night owls" verloopt verder schitterend. Vooral in Frankrijk, Duitsland en Zwitserland scheert het hoge toppen. In Zwitserland staat het album op de eerste plaats, in Denemarken en Nederland op de vijfde. Door dat grote succes van het album "Night owls" dringt de platenfirma snel aan op een even- en volwaardige opvolger. De tweede september 1992 betekent voor Vaya Con Dios de geboorte van een nieuw album, "Time flies". Dit album bevat in het totaal dertien songs in een productie van Dani Klein en Philippe Allaert, die al eerder had samengewerkt met Viktor Lazlo en nadien ook voor Zap Mama zal produceren. Al bij al is het een melancholische plaat geworden. Het is voor Dani een hele aanpassing. Het is de eerste plaat die ze afwerkt zonder de aanwezigheid van Dirk. Hij is er ook niet meer om samen nummers te smeden. We vragen maar meteen of je hoort dat Dirk er niet meer is. "Dat weet ik niet", antwoordt Dani meteen. "Ik heb daar nooit op gelet. Dat zou het publiek moeten zeggen, maar ikzelf heb dat nooit gemerkt of achteraf gehoord. Uiteraard miste ik Dirk, en nog altijd, maar er was de steun, de samenwerking met Jean-Michel en Carmelo. Ik was toen ook nog niet leeg. Ik had nog zo veel meegemaakt en ervaren en ik moest dat nog in vele liedjes kwijt." Wat dat betreft wordt die leemte ingevuld door Jean-Michel Gielen. "Het was een zoektocht met de gitaar op schoot, een piano binnen handbereik en de stem van Dani. Het was een echte zoektocht. Soms lieten we ideeën vallen, andere werden er opnieuw bij gehaald", dixit Jean-Michel. Dani geeft in de pers toe dat de voorbije periode voor haar geen gemakkelijke is geweest. De teksten klinken op deze plaat dan ook erg gevoelig. Tijdens de opname moet ze voortdurend haar tranen bedwingen en ervoor zorgen dat haar emoties haar niet te zeer en te vaak overmannen. In Zwitserland staat "Time flies" binnen de kortste keren op één en wordt daar uiteindelijk drie keer met platina bekroond. De plaat bereikt ook een platina status in Duitsland en Nederland, en goud in Zweden en Oostenrijk. Het album neigt qua stijl deze keer meer naar de blues en de soul. Veel heeft te maken met de sfeer waarin het album in de "Jet Studio's" in Brussel werd opgenomen. Dat belet niet dat "Time flies" het bestverkochte album van Vaya Con Dios zal worden. Van "Time flies" gaan zo'n slordige anderhalf miljoen exemplaren over de internationale toonbank. In de slipstream daarvan trekt Vaya Con Dios op wereldtournee. Het publiek geniet met volle teugen. Dani blijkt dat enthousiasme van het publiek niet te kunnen delen. Na een optreden wil ze meteen naar haar hotel, want 's anderendaags staat er een ander optreden op de agenda. Ze voelt dat ze er elke dag moet staan, bewijzen dat ze steengoed is. Over de hele wereld wordt er gescoord, met uitzondering van de USA. Gelukkig mag Dani optreden met professionele muzikanten uit Engeland en de Verenigde Staten. Zij kan goed met hen opschieten en dat verzacht voor haar de omstandigheden een beetje. Uit "Time flies" worden meerdere succesvolle singles gelicht. Geschreven door David Collins en Dani Klein is er de negentiende september 1992 Heading for a fall. Zij schreven dat samen in Leeds. Dani had David meegenomen tijdens haar vorige tournee. "Ik ben op weekend geweest bij hem thuis. Hij en zijn vrouw hadden me uitgenodigd. In zijn thuisstudiootje zijn we wat gaan prutsen. Het nummer gaat over een relatie die met een sisser eindigt." De tiende oktober laat de platenfirma Dani en haar kompanen weten dat ze op één in de Ultratop 50 staan. Ze staan eveneens boven aan de Radio 2 Top 30. Op single is het nummer gekoppeld aan de song Muddy waters. De clip die bij het nummert hoort, wordt opgenomen met een circustent als decor en is een regelrechte hit op MTV, waar hij vaak wordt vertoond. Internationaal gezien is hun optreden tijdens de "World Music Awards" in 1992 in Monaco een absolute voltreffer. Hier schittert Vaya Con Dios op één podium samen met Simply Red, Kim Wilde, Olivia Newton-John, Patrick Bruel, Cliff Richard en The Scorpions. De bezetting van Vaya Con Dios is de laatste jaren steeds wisselend. Dani heeft altijd muzikanten bij elkaar moeten zoeken, zeker na het afhaken van Dirk en Jean-Michel. De titelsong Time flies, geschreven door Dani samen met Carmelo Prestigiacomo, is de zestiende januari 1993 goed voor een achtste plaats in de Ultratop 50. In de Radio 2 Top 30 noteren we één plaatsje hoger. Op single wordt er Forever blue aan toegevoegd, geschreven door haar toen vijftienjarige zoon Simon. Hij schreef het een paar maanden na Dirks overlijden. Eveneens van de hand van Dani en Carmelo is de song So long ago, gekoppeld aan Listen, die de derde april 1993 op de drieëndertigste plaats in de Ultratop 50 staat. In de hitlijsten wordt er op single niet gescoord met de volgende release: For you, gelinkt aan Bold and untrue. Als voorloper van het volgende album "Roots and wings" is er de zestiende september 1995 de single Don't break my heart. Die stoot door naar de zesde plaats in de Ultratop 50. In de Radio 2 Top 30 zit er eveneens een zesde plaats in. "Dat heb ik samen met Luc Weisser geschreven, voor zover ik me herinner bij hem thuis. Al vermoed ik dat Luc dat nummer al kant-en-klaar had. Ik had niemand speciaal in het vizier toen ik dat zong. Ik wou iedereen smeken mijn hart niet te breken. Ik vind de mensen nogal hard. Pas op, ik ook op tijd en stond, want ik vind het geen gemakkelijke wereld waarin we leven." Uiteindelijk is "Roots and wings", de vijfentwintigste september 1995 gereleaset, in het totaal goed voor twaalf nieuwe songs en wordt het beloond en bekroond met goud. Dat album is geproduceerd door Philippe Allaert met Dani als coproducer en haar zoon Simon als assistent-producer. Qua muzikale ondersteuning in de studio werd op geen extra muzikant gekeken. Onder anderen drummer Roger Hawkins, bassist David Hood, gitaristen Larry Byrom en Andrew Smith, toetsenisten Mark Walker en Clayton Ivey, de Muscle Shoals Horns en The Mississippi Mass Choir zijn te horen. Ingeblikt werd er in de "Muscle Shoals Sound Studios" in Alabama, in de "Whitfield Street Recording Studios" in Londen en de "BSB Studio's" in Brussel. Dani laat tijdens ons interview duidelijk merken dat ze niet tuk is op het eindresultaat van die plaat. "Ik vind me niet terug als ik daarnaar luister. Die plaat is te Amerikaans. Ik had 'Time flies' opgenomen met als assistent-producer Philippe Allaert. Hij wou nog meedoen met de volgende als hij producer van dienst mocht zijn. Ik was een beetje leeg en liet het aan hem over. Dus die hele aanpak van dat album berust voor een groot deel op zijn beslissing. Hij is altijd onder de indruk geweest van the American dream, de Amerikaanse aanpak van de dingen. Hij is nadien ook in Amerika gaan wonen. We zijn dus voor dat album deels in Londen gaan opnemen, en voor de blazers en ritmesectie in Muscle Shoals in het Amerikaanse Alabama. Het is niet omdat je plots veel geld aan een productie kan besteden en naar het buitenland kan trekken om in een dure studio op te nemen, dat het een garantie is voor succes en een geslaagde productie." In de Nederlandse Album Top 100 staat de cd iets later op de zesde plaats. In de Vlaamse Ultratop 200 Albums wordt de hoogste positie bereikt. Als opvolger van Don't break my heart wordt uit die cd Stay with me op single uitgebracht. Een nummer met een aparte betekenis voor Dani, want ze schrijft het samen met haar zoon Simon en voorts met Thierry Van Durme en Verona Davis. "Mijn zoon mocht meewerken, niet om gezellig in mijn buurt te zijn of zo, nee, hij mocht meedoen omdat hij goed is. Hij heeft talent, daarom dat hij ook samen met mij het podium op mag. Ik vind Stay with me een geslaagd nummer, maar ik ben niet tevreden over de productie. Alles klinkt zo clean, té proper, net zoals het album zelf. Voor mij moet het altijd wat ruig blijven klinken, anders is het niet meer menselijk." De productie van deze single is dus ook in handen van Philippe Allaert. We noteren de single de dertiende januari 1996 op de zesenveertigste plaats in de Ultratop 50. In de Radio 2 Top 30 is geen plaats voorzien. Om het album te promoten doet Dani de maanden daarop dertien landen aan. Wij zouden er snel het noorden bij verliezen, maar Dani zet door, ondanks het feit dat ze dat heen en weer reizen stilaan beu is. Het lijkt eerder op een rondreizend circus dan op een leuk muzikaal verhaal. Het mag crazy klinken, maar Dani vindt dat ze té beroemd is geworden. Het is haar allemaal wat boven het hoofd gegroeid. Tussen die eerste uitgave van Vaya Con Dios en deze omvang ligt een hele afstand. De kleinschaligheid van toen is uitgegroeid tot iets wat ze bijwijlen niet meer kan vatten. In 1996 wordt er verzameld. De eenentwintigste oktober, met het oog op het eindejaar en een vlotte en succesvolle verkoop, wordt "Best of Vaya Con Dios" in de markt gezet. In de Nederlandse Album Top 100 zit er een bevredigende zeventiende plaats in. In ons land wordt er gescoord zoals vooraf werd ingeschat. De zestiende november noteren we een derde plaats in de Ultratop 200 Albums. "Best of Vaya Con Dios" herbergt in het totaal zestien songs, beginnend met Don't cry for Louie en eindigend met Evening of love, dat Dani neerpende in het gezelschap van Ava Aldridge en Cindy Richardson. De productie van dit nummer is in handen van Stephen R. Melton. Eerder vonden we het al terug op het album "Roots and wings". Dan neemt Dani even een break, het wordt haar allemaal te veel. Ze annuleert zelfs een aantal concerten en voelt zich ziek. Ze heeft last van een abces op de tong dat haar het zingen haast onmogelijk maakt. Haar platenmaatschappij wil dit via een persconferentie kenbaar maken, dan kan ze ook letterlijk haar handicap tonen, maar dit is voor Dani te veel van het goede en ze bedankt voor de moeite. Zij gaat andere oorden opzoeken en probeert in de schaduw van haar succes wat van de wereld en het leven te genieten. Ze zegt in 1996 wel nog ja tegen het goedbetaalde en prestigieuze evenement "Night of the Proms". "Ik was dan wel aan het einde van mijn Latijn, maar ik wist heel goed dat als ik op dat voorstel niet zou ingaan, ik daar later heel veel spijt van zou hebben." Dani mag de affiche delen met Joe Cocker, Paul Michiels en Tony Hadley van Spandau Ballet, met wie ze zich nog waagt aan het duet Stay with me.

In een artikel van Inge Schelstraete van "De Standaard" lezen we in de maand oktober 2004 over de stille periode die volgt: "Een jaar na 'Roots and wings' liet Klein de laatste geplande concerten van de groep annuleren, ziek van de stress. De volgende jaren wou ze een beetje leven. Ze haalde de banden met vrienden en familie aan. Reisde naar Marokko, Spanje, Zuid-Afrika. Ging een jaar filosofie studeren aan de ULB. Daarna verdiepte ze zich in de psychoanalyse, had zelfs een poos een kleine praktijk, en werd meter van een Brusselse instelling voor bijzondere jeugdzorg. 'Ik onderging eerst zelf psychoanalyse, omdat ik wou weten waarom ik bepaalde dingen deed. Dat is toch een vreemde wereld die opengaat. Je moet op een canapé gaan liggen, met iemand die achter je zit en soms na acht minuten zegt dat het genoeg is voor vandaag. Dat vond ik allemaal wel heel interessant en ik had de indruk dat het me goed deed. Maar ik zat ook met veel vragen: wat was dat voor een procedé, hoe werkte het, waarom deed de analist bepaalde dingen of niet? Daarom ging ik ook psychoanalyse studeren. Ik wil graag weten hoe dingen werken. Als ik medicijnen krijg voorgeschreven, lees ik altijd de bijsluiter. Naar mijn huisarts ga ik al meer dan twintig jaar, omdat ze tijd neemt om op mijn vragen te antwoorden. Het is een van de grote drama's van deze tijd dat er niet meer geluisterd wordt, maar geprojecteerd. Specialisten beantwoorden de vragen waarvan ze denken dat je ze wou stellen en mensen lopen gefrustreerd omdat ze zich als objecten behandeld voelen. Ik heb ook op een andere manier leren luisteren daardoor. Soms maken mensen daar weleens misbruik van, ik krijg telefoontjes van vrienden die meteen hun problemen uit de doeken proberen te doen, zonder zelfs te vragen of ze niet storen. Maar ik kan daarmee leven, hoor, ik vind het een eer dat mensen vinden dat ze met hun zorgen bij me terechtkunnen, vooral als het vrienden zijn die met iets zitten. Heeft de psychoanalyse geholpen met mijn teksten? Ik denk dat die studie me met alles heeft geholpen.'''

Eind jaren negentig vormt Dani samen met bassist Jan Cordemans, drummer Marc Ysaye, gitarist Thierry Plas en harmonicavirtuoos Werner Braito de groep Purple Prose. Intussen is Dani ook met Thierry gaan samenwonen. Op een gezellige zondagnamiddag wordt er tijdens het genieten van een kop koffie en een stukje taart besloten om samen te musiceren en een groep te vormen. De groep was haast een logisch vervolg na een jamsessie van Marc en Thierry (beiden lid van de groep Machiavel) en Jan en Werner Braito (Werner speelde al bij Vaya Con Dios en Jan bij onder meer Rick Tubbax). Aan de media vertelde Dani over dat opzet: "We kennen elkaar goed, we zijn allen veertigers, we hebben niet langer de neiging om onszelf te bewijzen. Het was eerder zoiets van: we komen samen en we zien wel wat eruit voortkomt. Ieder van ons verdient ook goed zijn brood met activiteiten buiten de groep. Het hoefde dus allemaal niet zo nodig." Het project wordt wel met de nodige ernst aangepakt. Zo geeft Dani in "Weekend-Knack" toe: "Voor het kiezen van de naam bijvoorbeeld werden verschillende vergaderingen belegd tot Purple Prose uit de bus kwam. Het moest ook allemaal heel goed zijn, maar ik wilde deze keer wel zelf het succes in handen hebben, keuzes kunnen maken over de optredens en de interviews." Dani weet van bij de start dat ze niet meer zo in de belangstelling wil staan, het moet op een bescheiden manier gebeuren. Dat was een beetje buiten de realiteit gerekend, want de rest van de band is wel uit op bekendheid. Gedurende anderhalf jaar worden songs gesmeed en in een zo goed als huiselijke sfeer in de "Zoo Homestudio" in Brussel opgenomen. Na hier en daar te hebben aangeklopt bij enkele platenfirma's hapt BMG uiteindelijk toe, zich vooral baserend op de ronkende namen die deel uitmaken van de groep. In 1999 is er de gelijknamige cd "Purple Prose". Op die plaat dertien songs in diverse stijlen, gaande van folk en chanson, over oude blues tot en met de stijl van Led Zeppelin en Robert Wyatt. Songs als Es wird schon wieder gehen (wordt nadien ook op de volgende Vaya Con Dios-cd gezet), Dios te lo devolverá, Little death en The voices warned me. Op de website van het Belgisch Pop & Rock Archief lezen we als commentaar bij het album: "Purple Prose is eigenlijk meer een hobbyclubje, maar er wordt gemusiceerd op hoog professioneel niveau: de stem van Dani Klein is nog steeds in topvorm, de harmonica van Werner Braito geeft mooie accenten waar nodig zonder in notendiarree te vervallen, de Machiavel-leden Thierry Plas en drummer Marc Ysaye ondergingen gelukkig een hersenspoeling vooraleer ze in deze groep mochten zetelen. Toch heb ik zo'n donkerbruin vermoeden (de kleur van de cd overigens) dat dit allerminst een verkoopsucces zal worden. Er staan wel songs op in vier talen, zodat een groot gedeelte van de wereldbevolking zich op een of andere manier door dit album aangesproken zou kunnen voelen. Maar alhoewel de kwaliteit er wel is, staan er te weinig songs op die je écht bij je vel pakken. Ondanks het feit dat het een debuut is, klinkt het iets te vaak iets te routineus." Uit dit album verschijnt als eerste single Dirty gold, dat de groepsleden samen met Ian Ramsey schrijven. De bandleden schrijven samen met Pat Ingoldsby eveneens de opvolger Wo wants to be lonely? Beide singles moeten het stellen zonder hitnotering. Op de opmerking dat dit project met Purple Prose niet succesvol werd gereageerd, antwoordt Dani spontaan: "Het publiek heeft niet gevolgd, de media trouwens ook niet. Ik zat toen ook nog niet goed in mijn vel. De depressie sleepte nog na. Ik had ook nog geen zin om veel promotie te doen rond die plaat. Het kwam voor mij goed uit dat het project niet meer aandacht kreeg dan ons toen te beurt viel. Ik vind achteraf gezien de liedjes wel mooi, maar we waren tijdens de productie ervan te snel tevreden. We hebben er niet voldoende aan gesleuteld. Wie met mij samenwerkt heeft nogal snel de indruk van 'met Dani Klein werken staat garant voor succes en kassa kassa'. Je gaat dan minder moeite doen en veel meer verwachten dan er misschien in zit."

Purple Prose gaat nadien ook live optreden, onder andere op "Marktrock" en op festivals in Zwitserland en Frankrijk. Alleen zijn er vooraf duidelijke afspraken gemaakt. "Ik wil op een rustige manier verder mijn carrière uitbouwen", aldus Dani. "Af en toe gaan spelen, maar zonder te veel druk, zodat er ruimte blijft voor andere bezigheden. Voor een tournee van drie maanden mijn koffers pakken zie ik niet meer zitten."

In de maand oktober van 2004 brengt Vaya Con Dios na een oponthoud van negen jaar op het Play It Again Sam-label zijn vijfde studioalbum uit, "The promise". In een productie van Jean-Pol Van Ham nemen ze twaalf songs op in diverse studio's: "Dada Studio's", "Magnet Studio" en "Zoo Studio". In "Belpop" zegt Dani daarover: "Ik miste mijn muziek en mijn muzikanten. Ik zag Jean-Pol Van Ham regelmatig, die een alternatief studiootje in Schaarbeek had. Hij was op dat moment met een aantal toffe dingen bezig en dat deed me zin krijgen om samen met hem iets op het getouw te zetten. Die titel 'The promise' slaat op de belofte dat ik beter voor mezelf zal zorgen en dat ik meer en beter naar mijn innerlijke stem zal luisteren. Niet meer het verlangen van iemand anders in te vullen, maar mijn eigen verlangen te laten primeren." Dani gaat samen met Jean-Pol op zoek naar een nieuwe muzikale invalshoek. Niet meer de Vaya Con Dios van weleer. Er wordt geëxperimenteerd en het resultaat mag er wezen. Jean-Pol is vooral in de ban van de veelzijdige stem van Dani, die hem tijdens de opnamen telkens kippenvel bezorgt. Het levert opvallende songs op zoals Don't deny en No one can make you stay. Er wordt ook in het Spaans en het Duits gezongen: La vida es como una rosa, dat Dani samen met Bertil André, Jean-Pol Van Ham en Frank Llanes Brutis schrijft, en Es wird schon wieder gehen van de hand van Dani, Jean-Pol, Bertil André, Niklaus Reiser en Susanne Strub. Er wordt opgenomen in de loop van 2004 in de "Magnet Studio", de "Dada Studios" en de "Zoo Studio". Muzikale steun wordt er geleverd door onder meer de gitaristen Thierry Van Durme en Bertil André, toetsenist Pierre Chevalier, bassist Winston Blissett, drummer Patrick Dorcean, de strijkers van Quatuor Novaé, trompettist Tim De Jonghe, vibrafonist Bertil André en backingzangers Guy Waku, Tony G. Valley, Maria Lekranty, Suzanna Mangar en Alexia Waku. In "De Standaard" vertelt Dani over deze plaat: "Vaya Con Dios, dat was mezelf, Dirk Schoufs en Willy Lambregt. Willy is onmiddellijk na de eerste plaat vertrokken: hij speelde in verscheidene groepen en wou voltijds bij The Scabs spelen. De groep, dat waren Dirk en ik, wij stonden trouwens ook als enigen op de foto's. Er zijn muzikanten bij gekomen en gegaan, Dirk is vertrokken. Het is nooit een groep geweest zoals The Rolling Stones, de bezetting wisselde altijd. Het heeft zijn voordelen om een plaat uit te brengen onder de naam Vaya Con Dios, die de mensen kennen. Maar ik vond het ook eerlijker om deze muziek onder een groepsnaam uit te brengen, omdat ik deze plaat niet alleen heb gemaakt. De muzikanten die eraan hebben meegewerkt, zijn allemaal creatief geweest, ze hebben allemaal hun persoonlijke inbreng gehad. Deze cd is licht. Alleen al van het titelnummer word ik vrolijk. Purple Prose was een veel donkerder project, omdat ik toen zeer depressief was. Dat hoor je. Ik ben blij dat je hoort dat ik gelukkig ben nu, dat ik goed in mijn vel zit. Het succes van Vaya Con Dios heeft me niet gelukkig gemaakt in de zin van: het heeft mijn problemen niet opgelost. Maar het heeft me veel vrijheid gebracht. Die vrijheid moest ik wel eerst nemen, ik heb ervoor moeten vechten, tegen mezelf, tegen mijn vrienden, mijn platenfirma. Er moest een moment komen waarop ik niet langer aan ieders wensen wou tegemoetkomen, waarop ik besloot eerst aan mijn verlangens te voldoen. Dat ging alleen door radicaal te stoppen. Nu heb ik inderdaad de middelen om een plaat als deze op te nemen, helemaal naar mijn eigen zin, in mijn eigen tempo. We hebben ze zelf gefinancierd, we waren volledig vrij. Dat voelt heel goed.'' De dertiende november 2004 staat het album "The promise" op twaalf in de Ultratop 200 Albums. De impact op de internationale lijsten is tanend. In Zwitserland noteren we een zevenenzestigste plaats, in Duitsland een drieënzeventigste en in Nederland een zesennegentigste. België is opnieuw, qua scoren, het thuisland geworden. "Dat mijn platen toen geen nummer 1-hits meer werden, vond ik niet erg", aldus Dani. "Ik was erg trots op het feit dat die plaat heel goede recensies uitlokte, dat vond ik persoonlijk supertof." Uit het album worden een aantal singles gelicht: No one can make you stay, Don't deny en La vida es como una rosa. In de hitlijsten laten ze niet van zich horen. In de zomer van 2007 heeft in Brussel het "Brussels Summer Festival" plaats, een tiendaags muziek-en cultuurfestival dat in 2002 voor de eerste maal van start ging. Zondag de negentiende augustus treden op de Grote Markt onder meer Arid, Jacques Duvall en Vaya Con Dios op. In het totaal dat jaar driehonderd acts, verspreid over vijfentwintig locaties. Vaya Con Dios blijft internationaal hoge ogen gooien. Dani's koffer staat altijd reisklaar. De achttiende september bijvoorbeeld staat er een optreden gepland tijdens een festival in Luanda, de hoofdstad van Angola. Haar management laat weten dat zelfs daar haar muziek erg gesmaakt wordt. In oktober 2009 verschijnt op het Columbia-label het Vaya Con Dios-album "Comme on est venu" met daarop in het totaal dertien nummers, opgenomen in de "Igloo Studio" in Brussel in een productie van Simon Schoovaerts. "Ik nam eindelijk een plaat op met een soort vakantiegevoel, alsof ik thuiskwam. Dat was een zalige manier om te werken. Thuis hield ik me bezig met dagdagelijkse dingen, las ik veel, had ik oog en tijd voor de kleine dingen in het leven." De zevende november staat de cd op de zevende plaats in de Ultratop Album 200. Het album zet in met Les voiliers sauvages de nos vies en eindigt met Charlie's Song, opgedragen aan Dani's vader die als amateur graag op de gitaar, de piano en de klarinet speelde. "Mijn vader is speciaal naar de studio gekomen om dit nummer te horen. Hij had dolgraag willen doen wat ik doe, muziek maken." Haar vader sterft kort na de opnamesessies. Op dit album covert Dani ook Vingt ans van Léo Ferré. Je hoort Vaya Con Dios samen met Toots Thielemans in Il restera toujours en met Philip Catherine in La vie c'est pas du gâteau. Ten huize van Dani wordt er gevierd wanneer zij van haar platenfirma verneemt dat Les voiliers sauvages de nos vies in het najaar van 2009 op één staat in de Radio 2 Top 30. Samen met Luc Weisser schrijft Dani voor dit album Il suffisait d'y croire, waarmee ze bij de start van 2010 op drie genoteerd staat in de Radio 2 Top 30. Onze nationale zender draagt Vaya Con Dios, en Dani in het bijzonder, na aan zijn hart. Aan Radio 1-producer Pierre De Decker wil ze over het album dit kwijt: "'Comme on est venu' is een plaat die je maakt als je toch wat volwassen bent, ze staat los van modes. Thuis spraken we Frans, ik ben naar school geweest in het Frans. De radio speelde Brel en Brassens, ik draai nog altijd Barbara en Ferré. Er is geen echte reden waarom ik voor deze aanpak koos, ik had hier gewoon zin in. Ik dacht tijdens de opnamen: ik werk met goede muzikanten, we repeteren drie dagen in de 'Igloo Studio' in Brussel, we doen drie takes van elk nummer en kiezen de beste versie. Maar het resultaat klonk veel te simpel, we wilden geen gewone jazz- of bluesplaat maken. De nummers hadden meer nodig. William Lecomte heeft dan arrangementen geschreven voor blazers en strijkers, maar het kwam nog niet goed. Als je met vier muzikanten een plaat produceert, luistert de drummer naar de drums, de bassist naar de bas, maar niemand hoort het geheel. Dan kom je in de problemen, want ieder wil iets anders." Ook internationaal is "Comme on est venu" een topper. Om een voorbeeld te geven: wanneer het album in Griekenland uitkomt, staat het meteen op acht in de albumcharts. Dani is opnieuw in de wolken, al lag het niet voor de hand dat ze liedjes in het Frans zou schrijven. In haar memoires schrijft ze: "Ik houd ontzettend van Franse chansons. Maar zelf in het Frans schrijven vond ik een intimiderende idee. Het betekende dat ik in competitie zou gaan met mijn favoriete chansonniers: Jacques Brel en Léo Ferré. Maar wat ik in die periode over de radio hoorde, vond ik zo middelmatig dat ik ervan overtuigd was dat mijn pogingen niet slechter konden zijn. Ik was ondertussen 53. Ik wist dat ik teksten kon schrijven en hoefde me eigenlijk nergens voor te schamen." In de zomer van 2009 gaat Dani weer optreden. Zo treffen we haar bijvoorbeeld in de zomer van dat jaar in Portugal aan. Om het voor zichzelf boeiend en aantrekkelijk te houden brengt ze haar oude hits, maar dan gehuld in een meer jazzy kleedje.

Maandag de zestiende november 2009 zendt Canvas in de reeks "Belpop" een gesmaakte aflevering uit over Vaya Con Dios met daarin getuigenissen van onder anderen Willy Willy (gitarist), Jean-Michel Gielen (gitarist), Isabelle Moise (jeugdvriendin), Maurane (zangeres), Thierry Plas (muzikant), Sylvain Vanholme (producer), Danny Willems (fotograaf), Els Lingier (styliste), Wilfried Brits (manager), Simon Schoovaerts (zoon), Maria Lekranty (backing vocal) en Jean-Pol Van Ham (producer). Dani probeert zich op het einde van die uitzending wat te relativeren: "Ik wou via de muziek bewijzen dat ik bestond en dat ik recht had om te bestaan, wat ik achteraf bekeken belachelijk vind. Iedereen die leeft, heeft recht om te bestaan, hij of zij hoeft daar niet iets voor te bewijzen." Aansluitend bij "Belpop" brengt Canvas+ omstreeks 22.00 uur een concertopname uit 2006 van Dani Klein in het "Vaudeville Theater" in haar thuisbasis Brussel. Ze brengt er alle klassiekers van Vaya Con Dios zoals Don't cry for Louie, What's a woman, Nah neh nah, Puerto Rico en Just a friend of mine. Maar ze speelt niet op veilig en waagt zich ook aan een uniek beklijvend duet met Bai Kamara. Dani Klein is ook gastvrouw op een van de "Radio 1 Sessies": op dinsdag de vierentwintigste november 2009 nodigt ze Geike Arnaert, Jasper Steverlinck, Stash, Vera Coomans en Bai Kamara jr. uit voor een concert in het "Amerikaans Theater". Dat optreden doet Dani veel plezier, niet zozeer voor het contact met publiek, maar omdat ze zo graag zingt. Toch vergt optreden behoorlijk veel van haar. In de media vertaalde ze dat als volgt: "Ik ben heel zenuwachtig als ik een po¬dium op moet voor een concert of bij een rechtstreekse uitzending voor radio of tv. Ik ben altijd bang dat ik fouten maak, mijn tekst vergeet of uit de toon zing. Dat veroorzaakt stress. Misschien moet ik relaxter zijn, wat vriendelijker en minder veeleisend voor mezelf. Maar ik sta daar ook alleen. Ik heb mijn muzikanten, maar toch heb ik het gevoel dat ik het draag. Als de bassist een foute riff speelt en de drummer mist een beat, dan is het niet van: 'Die hebben hun dagje niet.' Nee, dan zeggen de mensen: 'Het optreden trok op niks.'" In 2010 gaat Cirque du Soleil de baan op met de show "Viva Elvis", waarin gefocust wordt op het leven van The King. Van die show wordt de elfde november van dat jaar ook een soundtrack op de markt gebracht. De Presley-hits als Blue suede shoes en Suspicious minds worden eigentijds gearrangeerd, en van een aantal, waaronder Memories, wordt een instrumentale versie opgenomen. Voor elk land waar Cirque du Soleil optreedt, wordt een lokale artiest gekozen en als bonustrack aan het album toegevoegd. Voor Nederland Lisa Lois, voor Frankrijk Amel Bent, voor Canada Marie-Mai en voor ons land Dani Klein, die we samen met Elvis horen in het duet Love me tender in een productie van Erich van Tourneau. Er wordt nog eens lekker gescoord wanneer in de maand januari van 2011 Nah neh nah opnieuw wordt uitgebracht, deze keer als Hey (Nah neh nah) in de versie van Mike Milk en Steven Sugar, die ook de productie voor hun rekening nemen (label 541/N.E.W.S.). De negenentwintigste januari staat het nummer op tien in de Ultratop 50 en op acht in de Radio 2 Top 30. In de Nederlandse Top 40 wordt een vierde plaats bereikt. Van die productie worden zowel een radio- als een clubmixversie uitgebracht. Na neh nah heeft blijkbaar net dat ietsje extra, want in 2010 is er de net zo aanstekelijke dansversie van Rico Bernasconi vs. Vaya Con Dios, deze keer op het Bliss-label. De elfde oktober 2012 verschijnt bij uitgeverij "De Bezige Bij" Antwerpen het boek "Vaya Con Dios - Memories", opgetekend door Dani Klein. Op de website van ZiZo Online schrijft Mark Coel hierover: "Het boek leest als een trein. Haar jeugd lijkt door de couleur locale een Brusselse tegenhanger van de Rotterdamse Pietje Bell. Maar Danielle Schoovaerts, zoals Dani echt heet, heeft een passie voor muziek en muzikanten. Dat maakt dat ze vanaf haar tienerjaren getekend wordt door slechte vriendjes, en de al geciteerde seks en drugs. Meer zelfs, ze beschrijft hoe de vader van haar kind dealde in drugs en haar mishandelde. Het succesverhaal van Vaya Con Dios ging ook niet van een leien dakje. Twintig jaar psychoanalyse later probeert ze nog steeds haar demonen van zich af te schudden. De memoires zijn gefractioneerd en anekdotisch. Klein graaft diep in zich en is niet beschaamd om haar kleine kantjes te laten zien. Meestal worden memoires geschreven door uitgerangeerde artiesten, die zichzelf willen verschonen. Dani Klein is noch uitgezongen, noch tracht ze zich schoon te praten. De jaren psychoanalyse laten hun sporen na, en de anekdotes leggen steeds de vinger op de wonde. De muziekliefhebber komt weinig nieuws te weten over de muziek, maar de geïnteresseerde lezer krijgt wel een exclusieve blik in de ziel van een van de grootste muzikale talenten die ons landje rijk is. Respect!" In "De Standaard" lezen we in de weekendeditie van de zesde oktober: "In haar memoires neemt Dani Klein geen blad voor de mond. Haar verhaal is een eerlijke en vaak pijnlijke zelfanalyse van een zoekend leven." In dat interview met Peter Vantyghem geeft Dani eerlijk toe dat ze met dit verhaal gewacht heeft tot haar beide ouders overleden waren: "Ik ben over mijn kinderjaren gaan schrijven toen ze nog leefden, maar al de rest had ik toen niet kunnen schrijven. Het lag te moeilijk. Ik was een beetje beschaamd soms. In het boek spreek ik ook over mijn seksleven en daarover praat je niet met je ouders. Omdat ik zoiets uitbreng, krijg ik de aandacht die een publieke figuur krijgt en zij dus ook een beetje, en dat wilde ik hun niet aandoen. Mijn zoon vindt het mijn ding en hij zal het nooit lezen. Hij wilde er trouwens zo weinig mogelijk in voorkomen. Dus heb ik zijn verhaal tot zijn kinderjaren beperkt." En dan laat Dani Klein weten dat ze muzikaal een punt zet achter de carrière en het optreden van Vaya Con Dios. Ze zal een laatste maal de fans groeten tijdens de "Farewell Tour". De drieëntwintigste februari 2013 gaat deze van start in Beiroet en passeert nadien onder meer Kiev en Casablanca. Concertorganisator PSE Belgium kondigt de zevenentwintigste maart 2014 aan dat Vaya Con Dios na de concerten in de "Lotto Arena" op 24 oktober en dat van Vorst op 25 oktober nooit meer op de planken zal staan. Op de website van de "Lotto Arena" lezen we: "Aan het touren komt dit najaar een einde. Dani Klein sluit de 'Vaya Con Dios Farewell Tour' in eigen land af. Ze zal worden begeleid door Tim De Jonghe (trompet & percussie), Red Gjeci (viool), Sal La Rocca (basgitaar), William Lecomte (piano), Francis Perez (gitaar), Han Wouters (drums), Defi J (backing vocals) en Maria Lekranty (backing vocals). Een aantal special guests zullen eveneens hun opwachting maken, maar die namen worden pas later bekendgemaakt. Dani Klein en de groep kijken er alvast naar uit en zijn van plan om er een spetterend afscheidsfeest van te maken. De fans van Vaya Con Dios van het eerste en het laatste uur reserveren nu al hun plaatsen!" In "De Standaard" van de vierentwintigste oktober lezen we als nabeschouwing: "Voor de gastoptredens had Klein haar vrienden uitgenodigd. Marcel Vanthilt zorgde in 'Décoiffé', de Franse versie van Arbeid Adelt!'s 'Stroom' voor wat broodnodige show, maar de oude synthesizer van Jan Vanroelen overstemde alles. Een flamenco van gitarist Nono Garcia en zangeres Amparo Cortés deed de boel stilvallen, net als het Molukse nummer van Kleins achtergrondzangeres en het instrumentale jazznummer dat Kleins vader had geschreven. Ontroering was er pas toen Maurane, een Brusselse chansonnière die geliefd is in Frankrijk, zich bij Klein voegde. Met de armen over elkaars schouder zongen ze Jacques Brels 'Bruxelles', en dat hakte erin. Opwinding was er tijdens 'Night owls', toen het publiek uit de stoelen sprong, naar voren rende en voor het podium ging dansen. En het duurde tot het laatste bisnummer, het onverslijtbare 'Nah neh nah', voor dat nog een keer kon gebeuren. We hadden een minder afstandelijk afscheid verwacht. Maar toch: vaya con Dios, het ga haar goed." Op de website van "Front View Magazine" pikken we dit mee: "Zaterdagavond nam VAYA CON DIOS in een tot de nok gevuld Vorst Nationaal definitief afscheid van het podium. Een concert dat bulkte van de emoties en een frontvrouw die zichtbaar genoot van de warmte waartoe het publiek had besloten om haar die nog een allerlaatste keer en masse te gunnen. Halverwege het concert had Vorst al duidelijk genoeg van het zitten en werd het middenplein een ware dansvloer. Tijdens de finale was er geen houden meer aan en kroop het publiek tot op de speakers die voor het podium lagen om Vaya Con Dios na de laatste noot nog minutenlang toe te juichen. Zelden gezien, ook voor la grande dame van de Belgische muziekgeschiedenis, die alles al gezien heeft en die zichtbaar ontroerd was. Dani Klein zag dat het goed was."

Van het laatste concert werden sowieso liveopnamen gemaakt voor het album "Thank you all!", dat de eerste december 2014 in de winkel ligt. De twintigste december staat het album, uitgebracht op het Sony-label, al op drie genoteerd in de Ultratop 200 Albums. Het album zet in met One silver dollar en wordt in volle glorie onthaald op een staande ovatie en afgerond met Nah neh nah. Als definitief slotakkoord wordt het album met goud bekroond. De achtentwintigste november brengt Sony de allerlaatste single van Vaya Con Dios uit, Look at us now, geschreven door Dani Klein en Willy Lambregt in een productie van Dani samen met haar zoon Simon. Al moeten we voor de correctheid vermelden dat Sony de eenentwintigste februari 2015 nog een liveversie op single uitbrengt van I don't wanna know.

De achttiende december 2015 ligt een nieuw project van Dani in de winkel, het album "Dani sings Billie", uitgebracht op het Boogie-label, verdeeld door Sony, dat ze heeft opgenomen samen met Sal La Rocca, een bekende Belgische jazzmuzikant op contrabas, die voordien nog een tijdje bij Vaya Con Dios had gespeeld. Op dit album brengen ze via een rist covers als A fine romance, Comes love, Summertime en Weep no more hulde aan de legendarische zangeres Billie Holiday. In 2015 zou Billie honderd jaar geworden zijn. "Ik heb geen kennis van jazz", aldus Dani, "maar ik hou wel van Billie Holiday sinds ik zestien was." Onder meer de songs I'm gonna lock my heart en Having myself a time verschijnen op single. De zesentwintigste september klimt het album naar de vierde plaats in de Ultratop Album 200. Met dit project gaat Dani ook optreden, daarbij begeleid door Sal, pianist William Lecomte en trompettist Tim De Jonghe. Een greep uit haar agenda: de vijftiende september in "De Roma" te Borgerhout, de zesde december in de "AB" in Brussel, de twaalfde maart 2016 in de "Stadsschouwburg" van Sint-Niklaas, de zevende oktober 2016 in het "CC Belgica" te Dendermonde, de eenentwintigste januari 2017 in het Cultureel Centrum van Maasmechelen, de eenentwintigste april 2017 in het Cultureel Centrum van Diest enzovoort.

Uiteraard werd Vaya Con Dios door de jaren heen regelmatig verzameld. In de maand oktober van 1996 verschijnt de reeds eerder vermelde cd "The best of", goed voor een derde plaats in de Ultratop 200 Albums en goed voor zestien van hun grootste hits. De veertiende april 1998 lanceert Ariola Records het album "The Blue Sides of Vaya Con Dios" met nummers als What will come of this?, Lord, help me please, Philadelphia en Pack your memories. De vijfentwintigste november 2006 staat in de Ultratop 200 Albums de verzamelaar "The Ultimate Collection" op vijf, goed voor platina. De negende april 2010 is er op het RCA-label de verzamelbox "3 Original Album Classics". Omdat de fans er blijkbaar niet genoeg van krijgen, is er de vierentwintigste september 2012 op het Universal-label de verzamelaar "Alle 40 goed". En de tweede december 2016 verschijnt de dubbelaar "Top 40 Vaya Con Dios" met als bonustrack Milk & Sugar vs. Vaya Con Dios Hey (Nah neh nah).

Kreeg Vaya Con Dios de voorbije jaren enige navolging? Na enige speurtocht blijkbaar wel. Vaja Kon Dioz, met als leadzangeres Ann Schraepen, is een heuse hommage aan Vaya Con Dios. Vaja Kon Dioz bestaat uit maar liefst tien muzikanten die allemaal hun strepen in de muziek reeds verdiend hebben. Toen Dani besloot ermee op te houden, werd in de loop van 2014 met de goedkeuring van haar, zo blijkt bij navraag, deze tributeband opgericht. Waarom tien muzikanten? Wel, omdat ze een overzicht willen geven van al die jaren Vaya Con Dios-hits en er oorspronkelijk afwisselend gespeeld werd met grote en kleine bezettingen en de groep die nummers zo getrouw mogelijk wil brengen. Zij spelen de bekende successen zoals Puerto Rico, Johnny, What's a woman, Heading for a fall, Neh na na na… Voor kleinere gelegenheden is er ook de Vaja Kon Dioz Unplugged-formule met drie muzikanten en twee zangeressen.

Van haar publiek heeft Dani in de loop van haar carrière veel liefde en aandacht gekregen. Maar is de liefde haar in haar privéleven altijd genegen geweest? In "De Standaard" van de zesde oktober 2012 lezen we: "De liefde is het drama van mijn leven. Ik heb daar heel veel tijd en energie en hoop in gestopt, en tevergeefs. Ik kan alleen maar besluiten dat je het niet moet zoeken bij een ander. Dat levert niets op. Een ander kan je redding niet zijn. We staan alleen, ja. Kijk, als we met die gedachte konden opgroeien, zouden we ze kunnen integreren en accepteren en dan zou het gemakkelijker zijn." En in haar boek "Vaya Con Dios - Memoires" (uitgeverij De Bezige Bij Antwerpen en Dani Klein) voegt Dani daar op pagina 414 nog aan toe: "Misschien is de weg naar geluk wel een soort rouwproces, aanvaarden dat niet alles mogelijk is en je je illusies onder ogen moet zien. Je kunt liefde die je gemist hebt niet meer inhalen. Je kunt fouten die je gemaakt hebt niet altijd rechttrekken. Je krijgt amper antwoorden op de vragen die je je stelt. Niets is voor altijd. Pas als je kunt loslaten, kun je vrede sluiten met jezelf. Het verdriet, de pijn ebt weg, het leven gaat voort. Het is nog nooit blijven regenen."

tekst en research: Marc Brillouet © 2019 Daisy Lane & Marc Brillouet