Toots Thielemans

Benny Goodman

Journalist Bill Gottlieb van The Washington Post raadt Toots aan, wanneer hij terug in New York is, contact met hem op te nemen. Hij zorgt ervoor dat Toots kan optreden met de J.J. Johnson All Star Band in de "Three Deuces" in Manhattan. Het publiek is eerst afkerig van die Belg met zijn mondharmonicaatje, maar na enkele nummers gaat het door het dak. Na het optreden maakt Toots kennis met Billy Shaw, de toenmalige impresario van Benny Goodman, die Thielemans vraagt of hij hem vanuit België geen opnamen van hem kan opsturen. Die zijn er echter nog niet. Met enkele vrienden neemt Toots iets later in een Brusselse garage zijn arrangement op van de jazzklassieker Stardust. Hij voegt er zelfs een strijkkwartet aan toe. Die opname komt terecht bij trompettist Ray Nance, die Toots iets voordien in ons land had leren kennen na een optreden van Duke Ellington. Zij worden goede maatjes en Ray belooft Toots dat hij de plaat aan Benny Goodman zal bezorgen. Dat gebeurt in het najaar van 1948 op Goodmans kantoor aan 654 Madison Avenue in New York. Goodman is zo onder de indruk van Toots' talent dat hij hem uitnodigt om vanaf de vijfde december van dat jaar, en dat voor een aantal concerten, mee te spelen in zijn band in het "Paramount Theater" in Manhattan. Maar Dame Fortuna is hem niet gunstig gezind, want hij krijgt geen werkvergunning en ook geen visum voor de USA. Benny Goodman neemt Toots in 1950 mee op zijn Europese tournee, te beginnen in "The London Palladium" en zo verder richting Italië, Zwitserland en Zweden. Toots mag dan deel uitmaken van Goodmans "All Star Septet", aan de zijde van onder anderen Roy Eldridge en Zoots Sims.