1970

Delen S

De ontdekking

Op zekere dag moet de zanger van The Yeats, Luk Vankessel, voor een jaar onder de wapens. Aan Willy wordt door hun manager Jean Cornelis gevraagd of hij zijn plaats niet wil innemen. Er wordt met The Sons Of Abraham overlegd en die gunnen Willy die stap hogerop wel. Maar na een jaar heeft Luk andere plannen en beslist Willy dan maar bij The Yeats te blijven. Bij The Yeats moest Willy zijn stijl wat aanpassen, want het ging er bij hen ruiger aan toe met voorop vooral het repertoire van The Rolling Stones en The Kinks.

Hij kon toen niet vermoeden dat iets later platenproducer Roland Verlooven, een man die tot dan zijn sporen vooral in de kleinkunst had verdiend, een grote rol in zijn leven zou gaan spelen. Roland is op zoek naar een nieuwe uitdaging en gaat op verzoek van de bazen van zijn platenfirma Vogue uitkijken naar een nieuwe Vlaamse zanger, maar dan in het schlagergenre. Wanneer The Yeats optreden in Halle in het voorprogramma van The Pebbles, komt Roland eens poolshoogte nemen. Roland liet na hun optreden meteen blijken dat hij alleen in Willy geïnteresseerd was en met hem uitsluitend Nederlandstalige liedjes wilde opnemen.

Het was ontzettend moeilijk voor Roland om Willy, die tot dan toe alleen in het Engels had gezongen, ervan te overtuigen in het Nederlands te gaan zingen. Willy moet koste wat het kost een demobandje inzingen om de mensen van de platenfirma te overtuigen van zijn kunnen en dat wordt een cover van een liedje van Jimmy Frey en een van Will Tura . De platenfirma gaat na het beluisteren van die twee liedjes meteen akkoord, want die heeft dadelijk door dat Willy ook een knappe jongen is, volgens hen veel aantrekkelijker dan zijn concurrent-collega's Paul Severs en Salim Seghers .

Exit John Valcke

Op dat moment is en blijft het een feit dat qua releases en opnamen de volledige bevoegdheid bij EMI nog altijd in handen ligt van David Mackay, die nog steeds op zoek is naar een opvolger voor Daydream. Maar het blijft gissen en raden. Qua hits zijn het geen hoogtijdagen. De vijftiende december 1970 treedt Wallace Collection op in de "Ancienne Belgique". Raar maar waar, John Valcke laat verstek gaan. Hij verblijft nog steeds in Brazilië. Zonder pardon wordt hij binnen de groep vervangen door gitarist Roland Ceuninck, alias Nick Roland, die tot dan bij Robert Cogoi speelde.

Viva el amor

Een zuiderse Will Tura met Viva el amor in het programma Autorama.

Geluk bij een ongeluk

De vierde december 1970 praat Will in het programma Inspraak op VRT-televisie ongedwongen en openhartig over zijn homoseksualiteit die hij al die jaren voordien angstvallig had verzwegen. De gevolgen van die outing zijn niet te overzien. Vele organisaties laten hem vallen. Het aantal optredens daalt zienderogen. Zijn platenverkoop heeft er niet echt onder te lijden, vooral omdat de nationale omroep hem blijft programmeren. Zijn toenmalige vriend kan de belangstelling in de media echter niet aan en verbreekt uit angst hun relatie. Ferdy belandt in een zware depressie. Die depressie blijft maanden aanslepen, maar Will blijft optreden en tussendoor de liedjes humor verkopen.

Dit blijkt achteraf de beste therapie om er bovenop te geraken. Naast het podium ziet hij het echter niet meer zitten. Een dokter raadt hem aan een behandeling met injecties te beginnen. Na een tijdje voelt hij zich supergelukkig ook al was er op dat moment geen nieuwe liefde in zijn leven.

In de slipstream daarvan brengt hij in 1972 op het Philips label het album Ik ben van ver teruggekomen uit, twaalf liedjes die hij samen met jazzmuzikant Eddie Defacq schrijft. Twee jaar later is er de elpee Ferdy '74 met daarop de single Kom dans met mij en een vertaling van La jalousie van Henri Salvador. Datzelfde jaar is er de verzamelaar Ferdy zingt Jacques Brel... en Ferdy een selectie van vertalingen van Brel en door hemzelf geschreven chansons. Van dit album worden er méér dan vijfentwintigduizend exemplaren omgezet, goed voor goud.

Will openhartig

Will Ferdy is moedig en openhartig wanneer hij openlijk uit de kast komt in het programma Tienerklanken.

Geen interesse in Noord-Amerika

Eenmaal terug thuis laat Sylvain duidelijk merken dat hij de sfeer en de manier van werken grondig beu is. Aan reporter Piero Kenroll van "Télé Moustique" vertelt hij dat het binnen de groep niet meer zo gesmeerd loopt. "We leven als het ware in een bestelwagen. Op zich is dat niet erg, maar het rendeert niet, het brengt niets op." Hij uit nog maar eens zijn ontevredenheid over manager Jean Martin. De groep had gehoopt die hij hen daar in Brazilië in contact zou brengen met enkele organisatoren uit Noord-Amerika zodat ze daar eindelijk hun kans konden wagen. Maar ook dat bleek achteraf ijdele hoop. "Het is wel zo dat Freddy en de rest van de groep pro Martin waren, dus ik stond samen met Raymond zo'n beetje in m'n eentje tegenover de beslissingen van Jean", aldus Sylvain. Martin beweerde achteraf dat hij in Brazilië wel degelijk afspraken had gemaakt met Mister Mort, manager van Simon & Garfunkel en de groep Blood, Sweat and Tears, en dat die een afspraak zou versieren bij Capitol Records. Maar het draaide anders uit.

Geen wonder dat ik ween

In navolging van het succes met Ik ben verliefd op jou, trekt Paul in 1970 naar de studio om op vraag van Sylvain Tack zijn eerste hit Geen wonder dat ik ween, een productie van Jean Klüger daterend van 1966, opnieuw op te nemen en ook in te zingen en kijk, deze keer wordt het wél een grote hit, een elfde plaats zelfs in de Top Dertig, zoals genoteerd in het Belgisch Hitboek en een eerste plaats de achtentwintigste november 1970 in de Vlaamse Top Tien. Als je de twee versies naast mekaar vergelijkt dan moet je opletten dat je niet denkt dat de eerste versie door iemand anders wordt gezongen, zo verschillen die twee van mekaar.

Exit Marc Hérouet

Na al dat gereis en gezwoeg ziet Marc Hérouet het niet meer zitten en besluit er definitief mee te kappen en verlaat de groep. Marc vormt vervolgens samen met Pino Marchese en Peter Welch de groep Salix Alba, die een paar succesjes weet te scoren. Jean Martin en de jongens zitten door dat vertrek met de handen in het haar. Gelukkig kunnen ze een beroep doen op Guido Delo, voormalig toetsenist bij Jess & James. Maar hoe goed Guido ook zijn best zal doen, de plaats van Marc is niet zomaar in te nemen. Door zijn vertrek verdween ook een beetje de begeestering, de magie die de groep uitstraalde.

De Snaar

De eerste repetitie van de Werkgroep Sgraap plannen zij bij hen thuis, op zaterdag 3 oktober 1970. Jan De Broeck mag het woord voeren, want hij schrijft ook zelf liedjes, vandaar. Kris weet nog akelig precies hoe dat verliep: "Ik voelde me een soort vijfde wiel aan de wagen. Ik speelde geen gitaar en wie geen gitaar in die tijd speelde, werd niet als een echte muzikant beschouwd. Alle muzikanten in loondienst hadden het statuut van bediende, behalve de drummers, die werden als handarbeiders beschouwd en genoten een minder gunstig statuut. Het scheelde niet veel of ik was meteen uit de groep gestapt." Zij gaan dadelijk op zoek naar een geschikte groepsnaam. Eerst wilden zij zich De Muziekwinkel noemen, maar na wat heen-en-weergepraat komt De Meziek en Liekesgroep De Snaar uit de mouw. Zij moeten snel aan hun samenspel schaven, want De Broeck had hen ingeschreven voor een crochetwedstrijd, naar het voorbeeld van "Ontdek de Ster", op vrijdag 30 oktober in Houtem in de buurt van Vilvoorde. Die dag geeft De Snaar hun eerste publieke voorstelling. Ter plaatse hebben zij pech, want die wedstrijd is niet toegankelijk voor groepen. De twee Jannen en Simon schrijven zich dan maar in als solisten, telkens door de andere drie groepsleden begeleid. Simon eindigt laatste, Jan een paar plaatsen hoger en de beste score is voor Jan De Broeck, die zich op de negenentwintigste plaats mag nestelen in een lijst van veertig deelnemers. Zij voelen zich dus zeker geen hoogvliegers en beperken de rest van 1970 tot een wekelijkse repetitie met hier en daar een optreden in een of andere parochiezaal of jeugdclub.

Waterloo

Er wordt binnen de groep almaar vaker gemord. Niet door Sylvain en Raymond, want die houden als schrijvers van de songs van Wallace Collection nog wat over aan hun avontuur, maar de rest moet het stellen met een matige vergoeding. Freddy vindt dat hij zijn stem meer dan zomaar geleend heeft aan hun hits Daydream en Serenade, maar daarvoor niet naar verhouding is vergoed. Jean Martin begint intussen uit te kijken naar nieuwe uitdagingen. Hij wordt als extraatje manager van de Belgische groep Waterloo, een besluit dat niet in goede aarde valt bij Wallace Collection. Waterloo was in de maand oktober van 1969 opgericht door onder Jean-Paul Janssens, Gus Roan, Dirk Bogaert, Marc Malyster en Jacky Mauer, en behoort tot een van de eerste Belgische groepen die rockjazz speelden. De 17de oktober van dat jaar geven ze hun eerste optreden. Bij de jongens van Wallace Collection laat dit een wrange nasmaak na omdat Waterloo ook optrad met een opvallend vioolgeluid en Jean bracht deze groep eveneens onder de aandacht tijdens het Midem-festival van Cannes. "Van het goede te veel", aldus Wallace Collection. Aanvullend even vermelden dat Sylvain later in de de Mérodestraat in Sint-Gillis samen met Jacky Mauer "Studio Shiva" zal oprichten waar hij onder meer The Kids en Jo Lemaire zal producen.

Brazilië

Jean Martin gooit nog eens een positief balletje op door de groep te vertellen dat ze zullen deelnemen aan het "Internationaal Liedjesfestival" in Rio de Janeiro. De EMI-tak in Brazilië besluit vooraf de song Who can tell me my name, geschreven door Sylvain en John Valcke, ginds op single uit te brengen. Tijdens het festival moeten ze volgens het reglement onder meer een song van een Braziliaanse componist vertolken en dat wordt A casa da Santa Branca, dat Sylvain bewerkt tot Hey Bird. De veertiende oktober vliegt de groep vanuit Zaventem richting Rio om daar in het "Maracanastadion" te vernemen dat in de jury onder anderen Paul Simon zetelt. Naast het nummer Hey Bird besluiten de jongens tegen de zin van Jean Martin in hun kans te wagen met hun nieuwste single Who can tell me my name. Na hun deelname aan het festival wacht de groep optredens in Belo Horizonte, Sao Paulo en Porto Alegre. De dertigste november komt er een einde aan hun Braziliaans avontuur en keert de groep naar België terug.

Canzonissima

Joe Harris deed in 1970 mee aan het televisieprogramma Canzonissima, de preselecties voor het Eurovisiesongfestival.

Invloed van Woodstock

Jo komt niet uit een muzikaal nest. De enige muziek die er thuis klonk, hoorde je over de radio. Hij had wel een neef die tuk was op de muziek van The Rolling Stones. Jo moet toen een jaar of acht geweest zijn en via die neef kwam hij in contact met rock en blues. "Mijn eigen muzikale zoektocht begon toen ik veertien was. Ik had wel reeds enkele 45-toerenplaatjes, maar met de driedelige elpee "Woodstock" (uitgebracht in 1970 op het Cotillion-label) met daarop muziek van onder meer Canned Heat, The Who en Santana ging er een nieuwe wereld voor mij open. De muziek die ze daar op het Woodstock-festival speelden, kende ik tot dan toe niet, maar ik was meteen in de ban. "I'm going home" van Ten Years After en "Purple haze" van Jimi Hendrix heb ik grijs gedraaid. Dergelijke ellenlange gitaarsolo's hoorde je natuurlijk nooit op de radio."

Muziek op school

In het Sint-Amandscollege in Kortrijk volgt hij eerst de lagere school en aansluitend de afdeling Latijn-wetenschappen. Bart maakt tussendoor tijd vrij voor muziekles. In die periode leert hij op de academie niet alleen notenleer, maar ook gitaar spelen en begint hij zijn eerste liedjes te schrijven. Op school ontmoet hij vrienden die zonder muzikale opleiding op een amateuristische manier met de gitaar omspringen, met een plectrum tokkelen (wat op de academie verboden is) en die hun eigen songs schrijven en vooral dat laatste spreekt Bart erg aan. Dat is ook het moment dat hij met zijn schoolmaat Reinout Van de Putte het duo Sheppherd opricht. Liedjes in het Engels zingen was toen de boodschap. Gillende meiden maakten het merendeel van hun publiek uit en dat lustten zij wel.