1968

Delen S

Seven horses in the sky

Uit Tienerklanken met een reportage naar aanleiding van 15 jaar televisie.

Cara mia

Joe Harris zingt Cara mia in het programma Tienerklanken.

Producer David Mackay

David verbleef daar toevallig voor een paar dagen. Er wordt afgesproken dat David met Jean naar Brussel afreist om daar kennis te maken met de groep. Jean kan het zo regelen dat de auditie 's avonds om tien uur plaatsheeft in dancing "Les Gémeaux", gelegen aan de Vorstlaan in Brussel. De groep grijpt die kans met beide handen en laat zich van haar beste kant horen. "I opened the door and I stood there lookin' like an idiot. This was great. I've never seen a band like this, as good as this. I'd been lucky to sit in on some Beatles sessions. You saw great musicianship there. But this was a step above even The Beatles, this was very special", vertelt David onomwonden in "Belpop". Vol overtuiging keert hij nadien naar EMI terug om een contract af te dwingen. De zesde november 1968 ontvangt Jean Martin een brief waarin staat dat ze in Londen voort mogen komen onderhandelen.

De camionette van Het Skifflefestival van Hove

Kris De Bruyne behaalde de 2° plaats tijdens het Skifflefestival in Hove. Omdat de winnaars meer interesse hadden in de prijs van Wim, nl. een camionette, hebben ze geruild. Kris kreeg de hoofdprijs: een plaatopname van 'Klein klein kleutertje'.

Blijf toch bij mij

In 1968 neemt Rita een vertaling op van Stand by your man van Tammy Wynette, Blijf toch bij mij op tekst van Nelly Byl en van Aleda. In het najaar van 1968 had Tammy daarmee in Amerika op het Epic-label een vette hit gescoord, haar grootste in de poplijsten.

Klein Klein Kleutertje

Uit 'Echo'. Kris (De Bruyne) en Luc. Beelden bij de aanleg van de ring rond Brussel.

Huwelijk

Uit Binnen en Buiten

Manager Jean Martin

Sylvain gaat op zoek naar een nieuwe manager. "Ik was dat smeken en bedelen bij de platenfirma's méér dan beu. Ik vond dat we maar meteen via de grote deur moesten binnenstappen. Ik had Engeland voor ogen. Het was dat of niets. Het mag nu pretentieus klinken, maar ik vond in die tijd dat we de beste groep van de wereld waren. Ik stond op ontploffen qua ambitie." Uiteindelijk valt de keuze op Jean Martin. Jean had in 1961 samen met Stéphane Steeman en Jean-Claude Ménessier het Sécrétariat des Artistes opgericht en ontfermde zich over de carrières van onder anderen Robert Cogoi, Les Sunlights, Tonia en Marc Aryan. Na een eerste luisterbeurt hoeft Jean met zijn vele jaren ervaring niet lang na te denken. Hij zegt ja en de groep mag vragen wat ze wil, hij zal het invullen, al vond hij dat achteraf beschouwd de grootste fout van zijn leven. Jean laat de groep een demo opnemen en trekt ermee naar de directeur van EMI in België, Emile Garin. Bij hem dringt Jean aan om de demo voor te leggen aan Harry Flower in Londen, de directeur van EMI Engeland die zich bezighoudt met de internationale promotie. Jean poetst zijn Engels wat op en steekt het Kanaal over. Hij trekt zijn stoutste schoenen aan en klopt, zonder vooraf een afspraak te hebben gemaakt, na lang wachten aan bij platenfirma EMI, in die tijd groot geworden door onder meer The Beatles en hun producer George Martin. "Ik sprak weinig Engels, dus ik heb me met handen en voeten proberen uit te drukken. Die methode en het demobandje sloegen blijkbaar aan, want ik werd meteen voorgesteld aan producer David Mackay", dixit Jean Martin.

Seven horses in the sky

Voor elk nummer dat The Pebbles schreven en opnamen, gingen zij binnen de groep op zoek naar de meest geschikte stem en voor dit nummer bleek dat Luc Smets te zijn. Seven horses in the sky wordt op het einde van 1968 opgenomen met als producer Rikki Stein. Die was hun door hun productieteam aangewezen en hij was trouwens de man die, ere wie ere toekomt, op de idee kwam het nummer in te zetten met die nadrukkelijke pianopartij. Ze nemen voor de allereerste keer in hun carrière op een achtsporenbandopnemer op. De arrangementen waren geschreven door de bekende Jean-Claude Petit. "Ik vroeg me meteen af", aldus Fred, "wat een man die vaak een klassieke aanpak had, met onze nummers ging doen, maar die heeft dat perfect en keurig opgelost. Jean-Claude heeft mooie arrangementen geschreven. Soms overdreef hij wat, maar die gooiden we er achteraf tijdens de mix wel uit. Daar had hij geen inspraak in. We pasten dat bijvoorbeeld toe in de iets overladen aanwezigheid van strijkers in Seven horses in the sky. Daar liet hij ook de blazers duidelijk weerklinken, wat wij in het begin vreemd vonden klinken, maar we hebben ons toen wat ingebonden wat het weglaten betreft en hebben hem zijn gang laten gaan. Het waren uiteindelijk stuk voor stuk vakmensen van wie we veel geleerd hebben." Voor de duidelijkheid, The Pebbles speelden eerst hun nummers in, waaraan nadien de arrangementen werden toegevoegd. Of Petit baseerde zich op hun studio-opname of op de demo die ze vooraf naar hem stuurden. Een kleine noot in de marge: toen The Pebbles in de studio bezig waren met het opnemen, blikte de Amerikaanse zanger Sammy Davis Jr. in de studio daarnaast een ganse elpee in met groot orkest.

Mijlen ver van ons hart

Uit Tienerklanken

Eerste wedstrijd

Mieke is nog maar elf jaar wanneer zij in Arendonk deelneemt aan een voordracht- en zangwedstrijd. "Mijn vriendin Monique had ons ingeschreven. Zij zong De doddelaar van Eddy Smets en ik Mama van Heintje." Haar ouders wilden niet mee omdat ze niet in verlegenheid gebracht wilden worden, mocht hun dochter daar een slechte prestatie neerzetten, maar Mieke keert met de beker naar huis terug. "Een week later was er een paar dorpen verder een soort Ontdek de Ster-wedstrijd en ik ging met mijn vader mee. Daar heb ik me zo'n jaar of twee mee beziggehouden en dat was voor mijn een goede leerschool."

De eerste instrumenten

Guido is een jaar of 15 wanneer hij zich zijn eerste instrument aanschaft, een Hohner-mondharmonica. Zijn repertoire beperkt zich tot het spelen van Op de purp'ren heide en When the saints go marchin' in. Twee jaar later maakt hij zich het gitaarspel eigen. Hij koopt de elpee "Let's Work Together" van blueszanger Wilbert Harrison en door mee te spelen met die plaat leert Guido als autodidact aardig op de snaren tokkelen. "Toen ik 16 was en twee gitaargrepen onder de knie had, begon ik mijn eerste liedjes te schrijven. Een goede gitaarspeler ben ik nooit geworden, maar het schrijven van liedjes heeft me sindsdien niet meer losgelaten. Ik had iets ontdekt waar ik talent voor had en het werd onmiddellijk een passie, een verslaving."

Het Sint-Lukas

Kris slaagt met glans in het Sint-Norbertus en mag dus op kot en naar Sint-Lukas. Daar zit hij dan als jonge knaap, vogelvrij, en bepaalt zijn eigen leven en toekomst. Aan het Sint–Lukas volgt hij de afdeling plastische kunsten en grafiek, niveau A2. Hij zal niveau A1 wel aanvatten, maar niet afronden, want hij heeft dan al zijn eerste gouden plaat op zak.

Kastival 68

Uit Tienerklanken