1955

Delen S

Jo Leemans

Jo Leemans werd vanaf de tweede helft van de jaren vijftig het vocale uithangbord van het orkest van Francis Bay. Waar de een opdook, zag je ook de ander. Zij verplaatsten zich als het ware constant in mekaars kielzog. Francis zal Jo vaak begeleiden tijdens de opnamen van een groot deel van haar hits: Marjoleintje, Ware liefde, Que sera sera, Herfstsymphonie en Diep in mijn hart.

De lancering van Brel

Wanneer Bobbejaan in 1955 in de Ancienne Belgique op het podium staat, is het de eer aan de vijfentwintigjarige, nog haast onbekende Jacques Brel om in zijn voorprogramma te zingen. Zijn platen verkopen zo goed dat hij dat jaar de Grote Prijs van de Vlaamse Grammofoonplaat ontvangt.

Soloplaten

Vanaf de jaren 50 neemt Toots Thielemans soloplaten op. In 1955 op het Columbia-label "The Sound" met daarop onder meer On the Alamo, Skylark, Sophisticated Lady en Stars fell on Alabama. Omdat Toots een aardig mondje kan fluiten, zich daarbij even behendig op de gitaar begeleidend, neemt hij voor ABC Paramount in 1964 het album "The whistler and his guitar" op, in een productie van Sid Feller. Zijn keuze valt deze keer op songs als Wives and lovers, Manhattan, Deep purple en Bluesette.

Ave Maria

La Esterella zingt de klassieker Ave Maria bij Radio 2.

Weldra komt de dag

La Esterella brengt Weldra komt de dag live bij Radio 2 Antwerpen.

Hits bij de vleet

In 1955 scoort Jean raak met het bekende lied Die Julischka uit Boedapest uit de operette Maske in Blau van Fred Raymond. Datzelfde jaar covert hij de hit Ein Man muss nicht immer schön sein van Alice Babs en maakt er letterlijk Een man moet niet altijd mooi zijn van, wat uit de mond van deze Vlaamse adonis nogal dubbelzinnig klinkt.

Zowel in het Duits als in het Nederlands zingt Jean in 1955 Carnavalito dat in Vlaanderen ook door Jan Verbraeken op plaat wordt uitgebracht. De kenners mogen beslissen welke versie zij de beste vinden. Een opname die Jean zijn leven lang heeft gekoesterd, is zijn Duitse versie van De Lichtjes aan de Schelde van Bobbejaan Schoepen dat hij speciaal voor de Duitse markt inblikt als Die Lichter an der Elbe.

Mijn moeder is een engel

Joske was in zijn geboortestreek al op jeugdige leeftijd bijzonder populair. Hij deed niets liever dan aan liedjeswedstrijden deelnemen. Pa was dan zijn grootste fan. Hij reed met papa naar die crochets toe, achteraan op de fiets. Het hoeft ons dan ook niet te verbazen dat dat resulteerde in een eerste plaatopname. Dat werd de 78-toerenplaat Mijn moeder is een engel, uitgebracht in 1955. Joske was toen twaalf.

Hij had een paar keer in Hakendover opgetreden. Daar speelde een orkest dat op zoek was naar een vaste zanger. In het begin reisde hij nog heen en weer met de trein, maar na een tijdje was dat niet meer leefbaar. De kruidenierszaak van zijn ouders werd verkocht en zij begonnen in Sint-Truiden een winkel in wild en gevogelte. Joske heeft maar één doel voor ogen, zanger worden!

Jetty internationaal

Na het succes met Oh Heideroosje zou Jetty samen met Ray Franky nog een drietal liedjes opnemen in diezelfde schlagerstijl: Willen wij, Juist jij en ik en Ave Maria no morro. Jetty zong niet alleen graag in het Nederlands, zij zong net zo graag in het Frans, het Spaans, het Italiaans en het Portugees. Op een bepaald moment zong zij in zomaar liefst zeven talen. De mooiste herinneringen bewaarde zij dan ook aan de tijd dat zij met internationale artiesten op het podium stond.

Hits bij de vleet

Nadien volgen de hits mekaar snel op. In 1955 Mi Carmencita geschreven door Vic Simon, Jef Trappeniers en Egied Wuyts met op de B-kant Nog Nooit, telkens gearrangeerd door Harry Frékin en samen met zijn orkest opgenomen. In de maand juni wordt het nummer uitgebracht en iets later staat het op één in de Vlaamse Top Tien. Acht weken lang zal het daar standhouden.

Er zit ook een nummer één in voor de opvolger Baio Bongo en zijn cover van Que sera, sera dat hij als een duet inblikt samen met Lina Cora met op de A-kant het nummer Zing baby zing. Lina was in 1930 als Angelina De Laet in Wijnegem geboren. Lina scoort in 1958 een grote hit met het nummer Kom, een vertaling van When van The Kalin Twins. Zij zal samen met Ray ook de nummers De postkoets en Sarra' chi sa opnemen.

In 1955 is er het door zijn publiek erg gesmaakte Jij bent alles voor mij, opnieuw een nummer van Jef Trappeniers en Jacques Mollé.