1953

Delen S

De eerste stappen in de showbizz

In het cabaretprogramma Kop en Staart zingt ze The High and The Mighty en zo wordt ze meteen opgemerkt door producer Bob Boon en dirigent Francis Bay die ze jaren eerder had ontmoet en gehoord in taverne De Royal in Mechelen, toen nog samen met zijn combo. Platenfirma Philips is op zoek naar een degelijke zangeres. La Esterella is daar de grote ster, maar ze willen ook eens iemand anders horen. Het is Jaap Streefkerk die haar vrij snel een platencontract aanbiedt. Jaap was ook bekend onder zijn artiestennaam Steve Kirk en was in die tijd een gewaardeerd jazzpianist.

Een van de eerste plaatjes die Jo voor Philips opneemt is Heimwee, een cover van de toenmalige hit van Freddy Quinn met op de B-kant Dat hartje met onze namen dat vaak gedraaid wordt en het startschot betekent van Jo's zangcarrière. Ze mag ook opnamen maken samen met Bob Benny die toen aan een geslaagde solocarrière was begonnen. In Vlaanderen gaat in de maand oktober van 1953 de Vlaamse televisie van start. Het wordt een medium dat Jo erg goed ligt.

Micha Marah wordt geboren

Voor haar vriendenkring is zij al die jaren Alda gebleven, Alda Leppens, de zesentwintigste september 1953 in Oosthoven in Oud-Turnhout geboren. Papa werkte eerst bij de firma Brepols, nadien bij Philips. Mama kluste thuis als boerendochter graag wat bij. Zij teelde aardbeien, kweekte kippen en biggetjes. Daarnaast moest zij voor haar vijf kinderen zorgen: Jef, Andrea, Alda dus, Mieke en Jan.

Alleen haar oudste broer Jef was met muziek bezig, maar dan van het ruige soort, als fan van onder meer Deep Purple, Black Sabbath en Led Zeppelin. Papa zong beaat in het gregoriaans koor en mama had thuis nog een diploma eerste prijs accordeon tegen de muur hangen. Thuis stond er een piano waarop Micha graag tokkelde, maar zij wilde ook noten kunnen lezen en trekt op haar tiende naar de muziekacademie in Turnhout. Die notenleer vond zij wat saai en friste dat wat op door bij mevrouw Piepeleers klassieke zang te gaan volgen.

Qua muziek klonk het thuis nochtans anders, want daar zetten de kinderen Leppens graag de piratenzenders op die tijdens de sixties hoogtij vierden: Radio Mi Amigo, Radio Caroline en Radio Veronica. Micha liep uiteraard ook school. Eerst volgde zij de kleuterafdeling in Oosthoven, nadien op diezelfde school het lager onderwijs. Vanaf haar twaalfde trekt zij naar het Sint-Lutgardisinstituut in Turnhout, waar zij de afdeling handel volgt, specialisatie etalage, want Micha wilde er toch een kunstzinnige draai aan geven

Naar het college

In 1953 stapt Willem in een avontuur dat zijn leven grondig zal beïnvloeden. Hij gaat op internaat bij de paters oblaten in Waregem, een kweekvijver voor nieuwe roepingen (hier zal ook Walter Capiau de religieuze revue passeren). Het werd niet het college, ook al was Willem een uitstekende student, want dat was voor de beurs van pa dus iets te duur. Bij de paters volgt Willem de Grieks-Latijnse afdeling. Het valt snel op dat hij creatief is. Hij tekent graag; vooral zijn karikaturen van het lerarenteam deden het erg goed bij zijn klasgenoten. Willem had toen ook al iets met hout. Dat materiaal fascineerde hem. "Toen ik daar studeerde, zocht ik hout van een weggewaaide boom om erin te kerven en te kappen. Ik had prachtige beelden gezien van Valery Stuyver, de pastoor van Vlassenbroek. Maar mijn superieuren in het klooster waren argwanend, die vonden dit niet de goede weg. Studeren was mijn roeping: filosofie en theologie. Artistieke neigingen mochten volgens hen geen voeding krijgen. Muziek mocht wel, dat kon later nog van pas komen bij de negertjes in de brousse."

Guido wordt geboren

Op 23 mei 1953 wordt Guido August Constancia Versmissen in Turnhout in een gezin van vijf kinderen geboren. Zijn ouders, August Versmissen en Maria Vanhaute, baten in die tijd in de buurt van de kerk van Wortel het café "In de verzekering tegen de dorst" uit, waar Guido niets liever doet dan naar de plaatjes op de jukebox luisteren. Van zijn moeder erft Guido zijn muzikaliteit, maar ook zijn liefde voor de romans van Guy de Maupassant. Mama was daar dol op.

Wereldberoemd

Ook in het buitenland wordt Bobbejaan als attractie top of the bill. Zo vinden wij hem terug op concertpodia in Denemarken, IJsland, Oostenrijk, Jakarta... Hij deelt vaak het podium met bekende sterren uit die tijd: Caterina Valente, Josephine Baker, Gilbert Bécaud... Dankzij Jacques Klüger, die ook in New York net een uitgeverij begonnen was, kan hij in 1953 op concertreis naar Amerika.

Een verhaal apart, want hij wordt daar in Nashville, het mekka van de country, verkocht als de jodelende fluiter. Hij mag optreden tijdens de bekende Grand Ole Opry aan de zijde van Roy Acuff en Red Foley. Dat jaar ontmoet hij Toots opnieuw, deze keer in New York. Die speelt op dat moment in de groep van de befaamde blinde jazzpianist George Shearing. In 1954 is Bobbejaan op tournee in Duitsland, IJsland en Denemarken en rondt dat jaar af met een felgesmaakte concertreeks in de Folies Bergère in Brussel.

Populair bij verenigingen

De zevende januari 1953 treden The Strangers met veel bijval op voor de plaatselijke KWB-afdeling in een feestzaal aan de Krugerstraat in Hoboken. "Toen mensen van de naburige parochies ons gingen boeken, ging de bal aan het rollen. Verenigingen uit Hoboken, Wilrijk enzovoort kwamen naar onze optredens kijken en nodigden ons op hun beurt uit om bij hen te komen zingen. Na verloop van tijd werd een groot deel van Vlaanderen ons podium. Wat in ons voordeel speelde, was dat we geduld hadden, we wilden niet in één klap bekend worden. Stap voor stap was voor ons meer dan oké. Het was ook zo dat het ons om het plezier te doen was. Wij repeteerden bijvoorbeeld liever dan dat we optraden. We oefenden na een tijdje niet meer bij Gust thuis, maar bij Pol. Die had ontzettend lieve en gastvrije ouders. Daar hing zo'n warme sfeer, die zullen we nooit vergeten. In de living hadden ze een tafelvoetbalspel staan, en na het repeteren konden we ons daarop uitleven", dixit Alex.

Ik blijf aan je denken

Esther zingt Ik blijf aan je denken bij Radio 2 Antwerpen.

Will gaat solo

In 1953 komt Will als zanger-gitarist in Freddy’s Dansorkest terecht. Tijdens een crochetwedstrijd van Radio Kortrijk wordt Will, die intussen les volgt aan de conservatoria van Gent en Oostende, ontdekt door Jo Deensen. Will gaat almaar méér zijn eigen weg en passeert nog even de orkesten van André Coucke en Marcel Sterckx vooraleer hij in 1957 muziekuitgever Jacques Klüger ontmoet. Hij had intussen ook piano leren spelen én gitaar.

Wanneer hij maar enigszins de tijd heeft, schrijft hij liedjes. Het wordt snel duidelijk dat dat zijn dada zal worden, songs schrijven. Hij had aan het conservatorium de voorbije drie jaar aardig wat bijgeleerd: hij kan vlot noten lezen en improviseert graag. Wanneer hij nu op zijn oeuvre terugblikt, stelt hij vast dat ruim tachtig procent van zijn repertoire uit eigen songs bestaat.

Dank

Jean zingt Dank, onder leiding van Etienne Verschueren en het Radiodansorkest.

Verovering van de wereld

Klüger vindt dat Jean meer in zijn mars heeft. Hij mikt op een internationale carrière en stuurt Jean eerst richting Frankrijk en vrij snel nadien naar Duitsland waar Jean samen met een pak bekende orkesten optreedt, al was hij achteraf beschouwd veel liever in Frankrijk gebleven omdat de Franse flair en de Franse taal hem beter ligt. Met het orkest van Kurt Edelhagen concerteert Walter in Wenen alleen al zo'n vierentwintig keer.

De mooiste herinneringen bewaart hij aan zijn optredens samen met het orkest van Helmut Zacharias. Hij trekt met Helmut op tournee door Duitsland, Frankrijk, Scandinavië, Zwitserland en Oostenrijk. Het lag een beetje voor de hand dat hij met hem goed opschoot, want zij zaten beiden bij dezelfde platenstal. Jean was er ook bij toen Helmut Zacharias in de Arenbergschouwburg in Antwerpen voor de allerlaatste keer in ons land optrad.

Schoolmoe

Tot zijn vijftiende loopt Rocco school, maar plots wil hij niet meer voortstuderen. Vespa's zijn op dat moment erg in de mode, en daar voelt Rocco wel een band mee. Op zekere dag stopt hij aan een garage in de buurt van het Casino van Beringen en daar mag hij meteen als leerjongen aan de slag. Het is meegenomen dat de eigenaar dol is op muziek.

Drie jaar houdt Rocco het vol in die garage. Zijn leercontract is dan afgelopen en de maat voor de baas is meer dan vol. Rocco is constant met muziek bezig, en dat kan niet meer door de beugel. Rocco speelt links en rechts nog in diverse cafés muziek, dat doet zijn spaarrekening aangroeien.

Om live muziek te maken, had je een beroepskaart nodig en die werd Rocco als allochtoon geweigerd. Pas wanneer hij zijn eerste hit scoort, krijgt hij die beroepskaart. Voor Rocco is die eerste weigering iets wat hem tot de dag van vandaag hoog zit, dat hij als buitenlander minderwaardig werd behandeld.