1952

Delen S

Gospel

The Strangers waagden zich ook aan het Engels, waarbij gospels niet uit de weg werden gegaan. "Dat was", aldus Alex, "een genre dat ons van in het begin aansprak. We hadden regelmatig gospel over de radio gehoord en omdat ons dat aansprak, probeerden we of ons dat lag. Het sprak ook ons publiek aan, die zwarte muziek. Dat kwam ook omdat in Antwerpen The Golden Gate Quartet regelmatig optrad. We hadden snel door dat we ook die stijl aankonden." In het begin begeleidde alleen Alex de jongens op zijn gitaar, maar daar is vrij snel John op gitaar bij gekomen. Ze schaarden zich tijdens hun optredens rond één microfoon en dat bleek in die tijd voor het publiek voldoende. "Hoe we dat toen hebben klaargespeeld, vragen we ons nog altijd af, maar het publiek mopperde niet, dus zal het wel goed geweest zijn, zeker!" Af en toe werd er zelfs in het Frans en gedurfd in het Spaans gezongen, een liedje als Maria Cristina bijvoorbeeld.

Het begin

In de maand oktober 1952 staat hun debuut tijdens een bonte avond in zaal Familiekring gepland. Er wordt intens geoefend. Alex Boeye, Gust Torfs en Pol Bollansee (The Strangers van het eerste uur) zingen namelijk drie- en vierstemmig en dat vergt toch de nodige voorbereiding. Liedjes zoals Un petit train, De vier jaargetijden en het Duitstalige Anneliese passeren de vocale revue. Het succes blijft niet uit. Het was in die tijd nog een soort nieuwigheid dat je een zanggroep op de affiche had staan. Daar werd gretig naar uitgekeken. Ze worden meteen uitgenodigd door de KWB van Hoboken, maar meneer pastoor gaat dwarsliggen. Hij vindt dat The Strangers bij het orkest horen. De groep gaat daar niet mee akkoord en een breuk is een feit: ze gaan als kwartet verder met de achttiende januari 1953 een geslaagd optreden voor het Rode Kruis van België.

The Samoa Hawaiians

Miel studeerde toen aan het Sint-Jozefscollege in Hasselt en zijn ouders vonden dat die studies voorgingen op gitaar leren spelen. Op een bepaald moment krijgt Miel van zijn ouders dan toch zijn eigen gitaar en richt samen met zijn buurjongen Marcel Nicolai en Raymond Roosen die de bas bespeelt en wiens vader in Hasselt een platenwinkel uitbaat, in 1952 het trio The Samoa Hawaiians op, naar het voorbeeld van de bekende Nederlandse groep The Kilima Hawaiians. Marcel had zijn eigen Hawaiiaanse gitaar gebouwd en speelde daarnaast ook viool. De groep werd snel uitgebreid met Henri Lenaerts op ukelele en André Dylst op gitaar. De heren traden op in het wit en tooiden zich met kleurrijke guirlandes. Na de pauze hesen ze zich in een cowboyoutfit en werd er country-and-western gezongen. Zowel voor als na de pauze liet Miel horen dat hij toen al een aardig nootje kon zingen. Bij de toenmalige Radio 2, Radio Limburg, krijgen ze van producer Pol Cabus meermaals de kans om live voor de radio op te treden tijdens hun populaire bonte-avonden. Robert Bylois, die zich later over de carrière van Adamo zou ontfermen, nam hen zelfs mee naar Rijsel in Frankrijk voor de opname van een tv-programma dat in het Nederlands werd uitgezonden "Het hof van Vlaanderen".

De eerste gitaar

In 1952 verhuist de familie Cools naar Hasselt. Papa werkte daar bij de "Interelectra". Zij gaan in de Isabellastraat wonen, vlak tegenover de zeer muzikale familie Nicolai. Hun zoon had een gitaar, maar speelde daar niet vaak op. Telkens als Miel daar op bezoek was, haalde hij de gitaar uit een verloren hoek in de living vandaan en speelde erop. Het akkoordenboekje van Bob Davidse, Nonkel Bob, hielp hem daarbij een aardig handje. Miel zong de liedjes na, die zijn vader op feesten en bruiloften zong.

Willy Sommers wordt geboren

De negende augustus 1952 wordt in Ukkel Willy De Gieter geboren, vijftien maanden na de geboorte van zijn zus Viviane. De familie woont op dat moment in Sint-Martens-Lennik. Papa is handelaar in tweedehandsauto's. Mama zorgt thuis voor het gezin. 's Zondags is het voor Willy altijd feest, want dan mag hij 's voormiddags met zijn vader mee naar de garage en af en toe achter het stuur van een van die wagens plaatsnemen.

Thuis wordt er graag naar muziek geluisterd, maar zeker zo graag muziek gemaakt en vooral gezongen. Grootvader is trompettist in een orkest waarmee hij vaak gaat optreden. Daarnaast baat opa een café uit waar een jukebox staat. Willy doet niets liever dan hier naar de nieuwste hits komen luisteren. Papa is lid van een zangkoor dat niet alleen de kerkdiensten verzorgt, maar ook vaak concerten geeft. Willy kweelt graag de hits van The Beatles en The Rolling Stones na, want hij heeft het niet zo voor soloartiesten, hij is meer tuk op de hits van de popgroepen uit de sixties.

Als een prins zo rijk

In 1952 schrijft hij samen met Anton Beuving De lichtjes van de Schelde. Toen Bobbejaan in Meise woonde, kwam Anton Beuving daar regelmatig langs. Op zekere dag had hij de tekst van De lichtjes van de Schelde bij zich. Bobbejaan neemt meteen zijn gitaar bij de hand en tokkelt ter plaatse de melodie als ging het vanzelf. In nog geen vijf minuten tijd is de melodie verzonnen en enkele maanden nadien trekt hij naar de Decca Studio's om het daar op aandringen van Jean Klüger in te zingen.

Tijdens de begrafenis van Bobbejaan, de eenendertigste mei 2010, zou het de beurt aan Daan zijn om een akoestische versie neer te zetten van De lichtjes van de Schelde.

Koen Crucke wordt geboren

Koen werd de elfde februari 1952 in de Briel geboren, het ziekenhuis Heilige Familie in de Groene Briel. Zijn moeder, Coralia De Lille, was al eerder gehuwd met Oscar van Hoecke en hield aan die relatie dochter Monique over. Hij overleed tijdens de Tweede Wereldoorlog in het Duitse concentratiekamp van Flossenbürg.

Nadien huwde zij met Marcel Crucke, met wie zij twee kinderen kreeg. Moeder kwam aan de kost als verkoopster in de Sarma op de Korenmarkt in Gent. In haar vrije uren zong zij af en toe in café Couvent aan de Koning Boudewijnstraat. Moeder zong daar liedjes van Tino Rossi en Rina Ketty. Het is hier dat zij Marcel Crucke leert kennen. Papa was kunstsmid. De derde september 1949 zijn zij getrouwd. De eenentwintigste juli 1950 werd Koens zus Marie-Claire geboren.

George Shearing

Het is talentscout Tony Scott die Toots voorstelt aan de blinde Engels-Amerikaanse jazzpianist George Shearing. George is op zoek naar een vervanger voor zijn vaste gitarist Dick Garcia. Toots weet nog dat hij voor George zijn versie van Body and soul speelde. Die is meteen onder de indruk. Hij belooft Toots de job als die binnen de week al de gitaarpartijen van Shearings repertoire kan spelen. Toots laat zien dat hij een rastalent is en slaagt met glans. Een week later maakt hij al deel uit van de band. Deze samenwerking, die van 1952 tot 1959 zal standhouden, wordt voor Toots een enorme leerschool. Hij neemt met Shearing tal van elpees op en leert op die manier ook de binnenkant van de hitlijsten kennen. De samenwerking met George is echter a tough one. Hij gunt Toots af en toe een solomoment, maar wanneer dat Toots te veel applaus oplevert, vervalt dat nummer bij het volgend optreden. Wanneer Toots' vader doodziek wordt, staat George hem een bezoek aan België toe, maar dan wordt zijn plaats wel door een andere muzikant ingenomen. Toots blijft dan maar op post. Zijn vader overlijdt op zevenenvijftigjarige leeftijd. Om dat verlies te verwerken, schrijft hij Old Friend, waarvoor hij de melodie baseert op het klassieke Ave Maria. Werken met George Shearing was een hele opgave. Zo waren ze zo'n achtenveertig weken per jaar on the road. Financieel hield Toots, ook al hebben hij en zijn vrouw altijd goed kunnen cijferen, er geen bergen geld aan over, want de hotelkosten en maaltijden waren voor eigen rekening. Leden van The George Shearing Quintet vormden in die tijd, samen met muzikanten uit The Count Basie Band en het kwintet van Miles Davis, de gelegenheidsgroep Birdland All Stars, voor Toots het neusje van de muzikale zalm en zo'n beetje zijn speeltuin. Hier ontmoet hij Stan Getz, Billie Holiday, Sarah Vaughan en nog andere grootheden.

Singles '52 - '53

In 1952 pakt in Amerika crooner Vic Damone uit met Appassionata. Ben Raleigh zal iets later Johnny Mathis aan de hit Wonderful Wonderful helpen en Ray Peterson aan Tell Laura I love her. Van Aleda en Jan Remo schrijven voor Jean de Nederlandstalige tekst en Jean scoort met Appasionata er op zijn beurt bij ons een hit mee.

In 1953 neemt Jean een song op die Frank Sinatra datzelfde jaar had ingeblikt als My One and Only Love, eveneens gecoverd door Dean Martin en Ella Fitzgerald. Erik Franssen en Van Aleda schrijven als Nederlandse tekst Jij bent mijn groot geluk. Datzelfde jaar blikt hij een song in van Jeff David en Pierre Saka die hij kende in de versie van Eddie Constantine Ah! les femmes. Jean neemt het op als O! doe vrouwtjes samen met de band van John (Jan) Stevens.

1953 is een zeer productief jaar voor Jean. Van zijn idool Charles Aznavour pikt hij het liedje Et bailler et dormir dat hij door Erik Franssen en Van Aleda laat vertalen als Gapen en slapen. Een grote meevaller voor Jean Walter wordt in 1953 het nummer Wondermooi geschreven door Hans Flower en Marc De Corte én Dank, een vertaling van I Believe van Ervin Drake en Irvin Graham, dat hij datzelfde jaar samen met het orkest van John Stevens had geregistreerd.

De eerste singles

Jean treedt in het begin op onder de artiestennamen Jean Woodman en John Newman, maar Klüger vindt Jean Walter toch iets meer toegankelijk klinken omdat hij met Jean vooral op de Vlaamse markt mikt. Eén van Jeans eerste opnamen wordt De rots van Gibraltar, een vertaling van de hit die Frankie Laine in 1952 scoorde met The Rock of Gibraltar.

Deze hit wordt snel vervolgd met Ik zie je voor het eerst vandaag, letterlijk vertaald naar de Duitse versie die Jean eveneens op plaat zette Ich seh' Sie heut zum ersten mal, geschreven door Lex Braun. Een nog groter succes wordt de vertaling van L’âme des poètes, een hit in 1951 op 78 toeren op het Columbia label voor Charles Trenet, populair geworden dankzij de film Bouquet de joie van Maurice Cam met in de hoofdrollen Roland Armontel en Lucien Callamand. Jean neemt het in 1951 op in een vertaling als Heel lang, heel lang.

Zing Signorita

Ray Franky heeft veel te danken aan zijn producer Harry Frékin die samen met hem zijn carrière zal uitstippelen. Het is Harry die op zoek gaat naar geschikte nummertjes of ze zelf schrijft. In 1952 neemt Ray het door Willy Hulsens en Peter Egwuy geschreven Mooie woorden op. Harry Frékin begeleidt hem met zijn eigen orkest. Twee jaar later voegt hij een van zijn bekendste liedjes aan zijn repertoire toe Zing Signorita. Harry was op zoek gegaan naar een Spaans getint liedje omdat Ray nogal vaak op bals optrad en het publiek graag up-tempo nummers hoorde. Dat bracht namelijk meteen de nodige ambiance in de tent. Het nummer wordt een geheide hit en mag terecht een Vlaamse klassieker worden genoemd.

Nog zo'n onsterfelijke hit is Wat je naam was dat ben ik vergeten. In 1954 had René Carol in Duitsland het als Jede Nacht erklingt in Abbazia uitgebracht, met op de B-kant Deinen Namen, den habe ich vergessen. Nelly Byl wordt gevraagd er een geschikte tekst bij te schrijven, een haast letterlijke vertaling. Bij ons wordt het datzelfde jaar op single uitgebracht, gekoppeld aan Thé Dansant.