1951

Delen S

Stedelijk Instituut voor Sierkunsten

Begin jaren vijftig trok Ferre naar het atheneum te Berchem. Het eerste jaar moest hij al trissen. Zijn broer liet hun ouders weten dat het misschien goed zou zijn, mocht Ferre naar de Academie voor Schone Kunsten trekken, maar dat zag hun vader niet zo zitten. De academie was volgens hem de springplank naar leegloperij enzovoort. Het werd uiteindelijk het Stedelijk Instituut voor Sierkunsten in de Cadixstraat in Antwerpen. Ferre specialiseerde zich in boekillustraties en behaalde zijn diploma met onderscheiding. Hier leerde hij etsen, tekenen, schilderen enzovoort.

Johnny Terwingen komt ter wereld

John werd de 21ste juni 1951 in Hasselt als Johnny Terwingen geboren in een gezin van drie kinderen. John heeft nog twee jongere broers, Roger en Ludo. Pa was huisschilder, een vrij stille man die zich ooit nog aan cabaret waagde en mama hield het huishouden nauwgezet in de gaten. Zij was erg muzikaal, zij floot graag een deuntje.

Johan Verminnen wordt geboren

Johan werd de tweeëntwintigste mei 1951 in Wemmel, in de buurt van Brussel, geboren als jongste in een gezin van vijf kinderen (drie jongens en twee meisjes). Papa was vrachtwagenchauffeur in dienst van de gemeente Wemmel en mama werkte in dienst van een rijke familie. Niet dat er thuis weelde was, maar er was wel véél liefde en vooral véél muziek.

Erik Van Neygen wordt geboren

Erik wordt de eerste mei 1951 in Anderlecht geboren. Thuis is het een vrij drukke bedoening: twaalf kinderen in het totaal waarvan Erik de vierde telg van het gezin uitmaakt. Het gezin bestaat uit acht jongens en vier meisjes.

Fluiten als de beste

Naast zingen kan hij ook goed fluiten, kunstfluiten zoals dat met een dure naam wordt omschreven. Hij en Toots Thielemans waren daar echte kleppers in. Wat weinigen weten is dat Toots in 1951 deel uitmaakte van het orkest van Bobbejaan. Toots nam daarin de rol van gitarist voor zijn rekening.

Zijn repertoire, dat uit heel wat Engelse en Amerikaanse liedjes bestond, en zijn gefluit gaven Bobbejaan in de ogen van de Amerikaanse soldaten voor wie hij in Duitsland optrad, het imago van een cowboy. Het was muziekuitgever Jean Klüger die hem naar Duitsland stuurde om daar de Amerikaanse soldaten in Nürnberg, Frankfurt en Berlijn te gaan entertainen. Jean zou zich de jaren nadien ook over de carrière van Bobbejaan gaan ontfermen. Hij vindt wel dat hij in het Nederlands moet gaan zingen.

Sabena

In 1951 krijgt Toots zijn greencard in handen en mag voor een halfjaar in Amerika gaan werken. Hij gaat er samen met zijn vrouw Netty wonen op een schamel kamertje in een al even schamel hotel in de wijk Yonkers in New York. Om aan een greencard te geraken, moet hij dringend een job vinden. Hij kan er een versieren bij de Belgische Nationale Luchtvaartmaatschappij Sabena. Toots gaat daar werken op de pr-en verzendingsafdeling. Hij verdeelt onder meer reclamefolders over de vluchten naar Afrika en Amerika. Geen echt boeiende baan als je koste wat het kost jazz wilt spelen. Hij ziet geen andere uitweg, want Toots is nog niet in het bezit van zijn Union Permit van de Musicians Union, de strenge vakbond voor muzikanten. Je moet immers kunnen bewijzen dat je op dat terrein aan de bak komt. Voor Toots wordt het vaak heen en weer reizen. Telkens wanneer zijn visum vervalt, keert hij terug naar Europa om te wachten op een nieuwe greencard. Een permanent verblijf in Amerika zit er nog niet in.

Oh Lieve-Vrouwetoren

Platenfirma Philips was zich aan het begin van de jaren vijftig ook in België komen vestigen en ging via uitgever en producer Jacques Klüger op zoek naar Vlaams talent. Sowieso kwamen zij bij La Esterella terecht. Er moest wel een aardig mondje gepraat worden over hoe het contract nu precies moest worden opgesteld, want Charly was een gewiekst zakenman die niet toeliet dat zijn vrouw per opname werd vergoed, maar wel per verkocht exemplaar. Ook stond Klüger erop dat Esther in het Nederlands zou gaan zingen en dat werd dus even schipperen qua repertoirekeuze.

Als eerste viel de keuze op Mama te quiero, maar die plaat flopte. Meer succes werd gescoord toen ze Forget me not van Vera Lynn inblikte met op de B-kant Voor een kusje van jou, een liedje dat een van haar grootste hits zou worden en blijven. Terwijl zij genoot van haar optredens in de Folies Bergère in Brussel, scoorde zij in 1953 de ene hit na de andere: Eeuwig, Ik blijf aan je denken en de klassieker Oh Lieve-Vrouwetoren, haar ode aan de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal van Antwerpen.

In 1954 blikt ze Alle moeders, In je hart en Kom bij mij. De jaren nadien blinken uit door hits zoals Weldra komt de dag, Arrivederci Roma, Bij het open vuur, Het lied van Lima, De dag dat ons kindje komt en Mexicaans liefdeslied. De eerste januari 1955 schittert zij in het tv-programma Televisite bij... van Nic Bal, waarin zij samen met het combo van Al Van Dam tien liedjes in tien verschillende talen zingt. Zij behoort op dat moment tot de populairste zangeressen van ons land met in haar kielzog sterren zoals Terry Lester, Frieda Linzi en Jetty Gitari .

Accordeon

In 1951 staat Will op de affiche van Cinema Eldorado in Veurne in de revue van Walter Richard. Het is Walter die de artiestennaam Will Tura bedenkt en ontdekt dat Will aardig kan jodelen en dat was in die tijd een attractie apart. Iets later leert Will, Harry Cogge kennen, een West-Vlaams accordeonleraar en leider van het orkest De Nachtvlinders. Die geeft Will accordeonles en zodoende krijgt hij een plaats in het orkest.

Na een tijdje kan hij zo goed accordeon spelen dat hij links en rechts prijzen wegkaapt. Hij was toen een jaar of vijftien. Het waren de jaren dat in Vlaanderen sterren als Jean Walter , La Esterella , Bob Benny en Bobbejaan Schoepen het voor het zingen hadden. Will weet nog zeer goed dat toen Bobbejaan in Veurne optrad, hij de jonge Tura in de gaten kreeg, hem op het podium uitnodigde, hem een cowboyhoed opzette en hem liet meejodelen.

Prijzen à volonté

Met de evergreens Ol’ man river en Domino wint Jean Walter de Grand Prix du Micro bij Radio Luxemburg en krijgt voor zijn interpretatie van het chanson Comme un bohème in 1951 in Deauville de prijs Le coq de la chanson Française. Intussen blijft hij vooral zijn vrouwelijke aanhang verwennen met prachtige opnamen.

De ontdekking

In 1951 treedt Jean op in de V.I.P. Club van La Nouvelle Equipe gelegen aan de Naamsestraat in Brussel. Daar ontmoet hij Arthur Mathonet, Luikenaar en zoon van George, eigenaar van de Ancienne Belgique in Brussel (gebouwd in 1857). Arthur Mathonet wil na zijn ontmoeting met Jean niet meer dat hij in nightclubs en zo gaat zingen en stuurt hem de bühne van de grote theaters op. Hij laat Jean Walter eerst ervaring in Parijs en Londen opdoen door hem daar naar de grote shows van bekende artiesten te gaan laten kijken zoals die van Gilbert Bécaud en Charles Aznavour. Jean steelt erg gulzig met zijn ogen. Mathonet laat Jean daar ter plekke met degelijke orkesten optreden.

Nog geen twee jaar later is het platenproducer Jacques Klüger die met hem een plaat wil opnemen, in het Nederlands, want Jacques heeft door dat er in Vlaanderen behoefte is aan zangers van eigen bodem die dan ook in hun eigen moedertaal zingen. Jacques is op dat moment de grootste muziekuitgever van de jaren vijftig in ons land. Hij had in 1947 Bobbejaan Schoepen ontdekt en gelanceerd en ook La Esterella en nu dus Jean Walter. Jacques was samen met zijn zakenpartner Felix Faecq het platenlabel Victory Records begonnen dat in 1958 wordt omgedoopt tot het Palette Label waarop onder meer de platen van Will Tura en The Cousins worden gereleaset. Jacques Klüger is ook eigenaar van de bekende muziekuitgeverij World Music Publishing Group. Op die manier kon hij in die jaren veertig en vijftig zijn artiesten aan goede songs helpen, die hij meestal in het Nederlands liet vertalen.

Domino & Mi Carmencita

Ray Franky zingt zijn hits Domino en Mi Carmencita live tijdens een opname van het programma De Tijd van toen in Passage 44 te Brussel.

Op zoek naar talent

Na een geslaagde auditie bij de VRT (NIR) in 1951 kwam hij terecht in het programma "De antenne zingt" wat uitmondde in enkele succesvolle plaatopnamen. Zijn eerste 78-toerenplaat werd 'k Ben verliefd dat hij schreef samen met Frans Van Landeghem en dat hij opneemt met het Metro Cluborkest. Hij koppelt dat liedje op plaat aan een nummer van Percy Faith Mijn hart smeekt tot u.

Bob zong toen al een tijdje bij die band Metro club-orkest en toert met hen door heel Vlaanderen. De baas van het orkest heette Robert, daar komt de voornaam Bob van, en die speelde klarinet in de stijl van Benny Goodman, vandaar de achternaam Benny. Met wisselend succes bracht hij in het begin van de jaren vijftig nummers op plaat zoals: Caroline Chérie, Kom weer naar huis, De oude slotgracht en Het rad van fortuin.