1950

Delen S

Great Britain

Door de oorlog - haar man was van Russische afkomst - moest hun huwelijk worden uitgesteld, maar de tweede december 1950 trouwt ze eindelijk met hem!

Esther had intussen een repertoire uitgebouwd dat bestond uit zowel lichte liederen als opera. Ze zong in tien talen alsof het niets was. Vanaf 1948 tot en met 1954 verbleef La Esterella ieder jaar zes maanden lang in Engeland om daar in de grootste theaters en vooral voor de BBC op te treden. Door haar vertolking van Ol' Man River en het Ave Maria van Gounod geraakte het Britse publiek snel onder de indruk.

Als impresario werkte Esther in die tijd veel samen met Harold Fielding, een grote naam in de Engelse showbizz. Hij zorgde ervoor dat ze in Engeland in de grootste theaters kon optreden. In juni 1954 trad ze op uitnodiging van BBC London op in The Lime Grove Studios in het programma In Town Tonight. Hier ontmoette zij de in die tijd vermaarde fimster Deborah Kerr.

Wim wordt geboren

Wim De Craene werd op 30 juli 1950 geboren als Willem, Marcel De Craene te Gent in een groot katholiek gezin: hij was het vierde kind in een kroost van zeven, verdeeld over vier jongens en drie meisjes. Als kind liep hij school in Melle en was een actief lid in de plaatselijke jeugdbeweging.

De jaren 50

Eind jaren 40 en begin jaren 50 maakt Francis Bay ook van Vlaanderen zijn speelterrein. Hij treedt vaak op in een kleine bezetting in restaurants en cafés. Francis ontpopt zich almaar meer als arrangeur en componist die hier en daar gevraagd wordt om muziek te schrijven voor de soundtracks van enkele Nederlandse en Duitse films. Dat belet hem niet zich intens bezig te houden met de uitbouw van een eigen orkest. In tegenstelling tot wat de meesten van ons onthouden hebben, begon Francis Bay eerst bij onze collega’s van de RTB voor hij in 1954 bij de BRT met z’n eigen bigband mocht beginnen.

Singles bij de vleet

In 1950 duikt Bobbejaan op in de film Ah! 't Is zo fijn in België te leven van regisseur Jacques Loar, een ironische komedie over ons land waarin Bobbejaan ook de titelsong zingt. Dat jaar brengt hij een zevental liedjes op 78 toeren uit: Si si si señorita, Hop scotch polka, Nooit van die velde, Music music music, Oh mijn liefste!, De zaligheidspolka en Sigaren en kauwgom.

Kris wordt geboren

Kris De Bruyne werd op 20 maart 1950 in Antwerpen geboren als 5° kind in een gezin van 7. Vader, Arthur De Bruyne was onderwijzer die als pure hobby geschiedenisboeken schreef en tevens journalist van "De Standaard" en "Gazet van Antwerpen". Diens vader Emiel was harmoniecomponist en dirigent in het Kruibeekse Waasland en het Hollandse Gouda. En twee andere broers van Arthur, Juul en Albert, waren pianisten, componisten en organisten. Moeder De Bruyne was ook muzikaal, zij speelde graag piano. Daarover vertelt Kris ons: "Wat onze beide ouders ons hebben doorgegeven in vrijheid aan expressie, dat was van onschatbare waarde. We werden opgevoed in een klimaat van artistieke expressie, in literatuur, plastische kunst en muziek. Zo rijpten onze emoties haast vanzelfsprekend en kregen ze vorm. We leren van mekaar, vaak zelfs zonder woorden. Wat Kris aan zijn jeugd onder meer ook heeft overgehouden, is zijn liefde voor literatuur. Hij las aan de strekkende meter: Johan Fabricius, Willem Elsschot, Klaus Mann, Simon Carmiggelt, Jeroen Brouwers, tot en met Isaac Bashevis Singer, Charles Bukowski, Jerzy Kosinsky, Konstantin Paustovski… "_Veel van mijn songteksten vonden hun inspiratie in de boeken van vernoemde heren schrijvers!", aldus Kris.

Raymond werd geboren op 14 februari 1950

Raymond van het Groenewoud werd geboren in Schaarbeek, een randgemeente van Brussel, op veertien februari 1950. Tegenwoordig wordt hij alom geprezen als een van de grootste en veelzijdigste Belgische muzikanten aller tijden. Een Belg dus, voor wie daar ooit aan twijfelde. Negeer de kleine v en h in zijn naam en ook zijn tongval met krullende r en soms doorschemerende harde g. Raymond woonde in Schaarbeek, Anderlecht en een resem Vlaamse gemeenten en steden. Zijn ouders waren wél Nederlanders.

Charlie Parker

In Stockholm ontmoet hij de invloedrijke altsaxofonist Charlie Parker. Wanneer Parker in de "Nalen-danshal" in Stockholm optreedt, mag Toots tijdens een onvergetelijke jamsessie meespelen. Zweden wordt van dan af voor Toots een plek om lief te hebben en vaak naar terug te keren. De Zweden houden van Toots' manier van spelen: zijn melancholische stijl spreekt hen aan. Zijn klankkleur lijkt sterk op diegene die in hun folkloristische muziek ook te horen is. Zo zal Toots in die periode te horen zijn met Nalen Boogie, genoemd naar de bekende jazzclub in Stockholm.

Zijn jeugd

Thuis werd er niet veel over studeren gepraat. Wanneer Jacques naar de middelbare school trekt, houdt hij het al na één jaar voor bekeken en gaat bij zijn vader op de scheepswerf in Temse werken. Dat houdt Jacques een tweetal jaren vol om iets later zijn dienstplicht te vervullen. Het is in het leger, tussen zijn kompanen, dat hij ontdekt dat hij goed kan zingen. Wanneer er gefeest wordt, is Jacques van de partij om in het Belgisch leger zijn eerste liedjes aan de man te brengen.

Na zijn legerdienst wil Jacques zanger worden en sluit zich aan bij de big band van Willy Franck in Sint-Niklaas. Hier mag hij het repertoire van Frank Sinatra en Perry Como zingen naast de Nederlandstalige hits van toen en zelfs een Spaanse klassieker als Historia de un amor.

Haar eerste single

Jetty trad voortaan dus op samen met gitaar. Het orkest maakte daar dankbaar gebruik van, want tijdens hun pauze mocht Jetty alleen verder optreden. Zij zong dan liedjes waarbij zij zich solo op de gitaar begeleidde. Voor de rest kwam Jetty als naaister aan de kost. Dat veranderde toen ze in 1950 een platencontract tekende bij Decca. Gewapend met een eigen demo-opname trok Jetty zelf richting platenfirma.

En wat in die tijd bijna niemand lukte, lukte Jetty wel, want met haar eerste single Waterval schiet zij pal midden in de hitroos. Dat liedje zong Jetty al een poos tijdens haar optredens. Zij had dat voor een eerste maal gehoord toen ze in Nederland optrad en kwam er pas later achter dat het oorspronkelijk een Deens nummer was. Het jaar nadien brengt zij op 78-toeren de liedjes Mooi is de hemel bij sterrennacht en Ik wens je 't allermooiste uit. Haar platen kregen vaak een exotisch en zomers tintje mee: De zuidenwind waait, Rozen in San Remo, Poinciana, Een beetje zon.

Domino

Dat resulteert in 1950 in een eerste singletje Domino, opgenomen in de vermaarde Studio Pleyel in Parijs. Dat nummer werd geschreven door de Italiaanse accordeonist Louis Ferrari die in de jaren dertig naar Parijs was afgezakt, daar zijn orkest Ferrari et son Ensemble had opgericht en daarmee in diverse clubs en cafés optrad. In 1950 componeerde hij Domino op tekst van Jacques Plante.

Ray Franky had net een platencontract bij Decca getekend en die lieten Domino in het Nederlands vertalen door Peter Egwuy. In Parijs nam Ray het nummer op samen met het groot orkest van Roland Thyssen. Thyssen zou onder zijn naam nogal wat platen uitbrengen als pianist en Hammondorganist.