1949

Delen S

Huwelijk

Op 29 augustus 1949 trouwt hij met Netty De Greef. Hun liefde is oersterk. Netty weet dat hun huwelijk zal standhouden, ook al zal haar man vaak van huis zijn.

Door velen geliefd

In 1949 neemt hij Zeg waarom heeft de kok?, Want dat geeft moed en Je danst in Tirol op. Het zijn geen liedjes die bol staan van de hoogstaande lyriek en hij ontpopt zich tekstueel ook niet als een echte poëet, maar Bobbejaan weet waar hij voor gaat en staat. Jan met de pet lust die liedjes wel. Zeker wanneer hij in de loop van dat jaar een van zijn bekendste nummers 'k Zie zo gère m'n duivekot uitbrengt, geschreven door de Rotterdamse componist Anton Beuving, die onder meer voor Max van Praag en Eddy Christiani schreef, en Gerd Zonnenberg.

Zie-de ge me gère

Met de regelmaat van een klok blijft Will op het einde van de jaren veertig platen uitbrengen. De liedjes an sich zijn geen hoogvliegers, maar het publiek reageert behoorlijk enthousiast. Bij de oude molen, 't Meisje van de buren, Zend hen nog eens een briefje, Moesje mamie moedertje zoet en Voorbij worden graag beluisterd.

In 1951 krijgt Will Ferdy van zijn producer Achilles Palmans een plaat voorgeschoteld Steppin' out, gespeeld door Lenny Dee op hammondorgel en geschreven door Billy Starr, met de vraag er een tekst bij te verzinnen, want in de balzalen is dat nummer in de instrumentale versie al een echte hit. Via uitgever Jacques Klüger komen zij iets later te weten dat Jan Verbraeken er intussen ook een tekst voor geschreven heeft. Er wordt beslist dat zij beiden hun versie op plaat zetten. Voor Verbraeken wordt het een niemendalletje, voor Will Ferdy zijn eerste grote hit. Hij maakt van Steppin' Out de meezinger Zie-de ge me gère. Het nummer wordt zo'n succes dat hij er meteen een gelijknamige show aan vastkoppelt waarmee hij de boer op gaat.

Rijk is Will van die hit niet geworden, want hij kreeg geen royalty's uitbetaald. Hij kreeg voor de opname een vergoeding van 500 Belgische franken en daarmee was de kous af en achteraf wat auteursrechten. Met zijn plaatjes blijft hij voorlopig het voorzichtige en voorspelbare pad bewandelen, liedjes zoals: Matroosje, Madeleintje, Jalouzie, Rozen zo rood, De meisjes van hier, Lady of Spain, M'n schatteke, Carolientje enz... allemaal op achtenzeventig toeren uitgebracht. Daarmee weet hij zich in de eerste helft van de jaren vijftig te omringen met een stevige en trouwe aanhang, al blijft hijzelf dwepen met het Franse chanson. Zijn voorkeur gaat uit naar een zanger als Charles Trenet. Maar na een tijdje gaat hij toch op zoek naar een eigenheid en zorgt ervoor dat Will Ferdy almaar meer herkenbaar wordt.

Zijn middelbare studies

Met de middelbare studies van zoon Louis vlotte het minder. Louis bleef dan ook nooit ergens lang: zo passeerde hij de Jezuïetenschool te Turnhout, het college in Mechelen om daar uiteindelijk in de technische school aan te belanden. Louis wil technisch tekenaar worden met als specialiteit bruggenbouw. Door mee te zingen in het collegekoor ontdekt hij zijn zangtalent en gaat leren gitaarspelen met als leidraad het beruchte boekje van Nonkel Bob. Hij begeleidt zichzelf tijdens het zingen van liedjes van Jo Erens en Fritz Rademaker. Hij treedt regelmatig op tijdens schoolfeestjes en speelt aanvankelijk op een gitaar die hij van de buren heeft geleend. Eenmaal op kostschool in Mechelen koopt hij met zijn spaargeld zijn eigen gitaar. Die gitaar is hij na een tijdje liever kwijt dan rijk, want hij wil zich tijdens het zingen vrij voelen en gaat op zoek naar een orkest.

Maar eerst moeten we het verhaal nog vertellen van pianiste Godelieve Cabus die Louis op zekere dag hoort zingen, gecharmeerd wordt door zijn warme baritonstem en hem introduceert bij haar cabaretgroep De Regenboog. Louis meet zich een eerste artiestennaam aan Lode Celis. Louis gaat kapot van de stress. Maar hij weet het publiek in te palmen met zijn vertolking van de liedjes van Jo Erens zoals 't Heukske en De lichtjes van de Schelde van Bobbejaan Schoepen . Louis twijfelt. Hij weet niet goed onder welke naam hij moet optreden. Na Lode Celis kiest hij voor Ludwig Könner en vervolgens voor Lode Van Camp, een zoon uit de Kempen moet je weten. Links en rechts neemt Louis tijdens de jaren 1958 en 1959 deel aan talentenjachten, crochets zoals die toen genoemd werden.

Je vous aime, chérie

Zijn echte carrière begint eerder toevallig wanneer hij op het einde van de jaren veertig in de bioscoop geniet van de film Je vous aime, chérie. Vooral de titelsong laat bij hem een grote indruk na. Na de voorstelling brengt hij samen met zijn vrouw Rooske Vanden Broeck nog een bezoek aan het café van Paul Loos in Vilvoorde die dat liedje diezelfde avond nog op zijn accordeon speelt en Ray begint spontaan mee te zingen. Het aanwezige publiek is daar zo van onder de indruk dat zijn besluit vast staat, hij wil het koste wat het kost zanger worden.