1947

Delen S

Hugo wordt geboren

Het verhaal van Hugo Sigal begint de tiende november 1947 wanneer hij als Hugo Verbraeken in Kinshasa wordt geboren. Papa was daar scheepsbouwer in opdracht van Cockerill Hoboken, maar drie jaar later keert hij met zijn familie naar Vlaanderen terug. Zij gaan een tijdje bij de grootouders in Oevel wonen. Na een tijdje gaan zij in de Krekelstraat in Hoboken wonen. Wanneer Hugo later op zoek gaat naar een artiestennaam, denkt hij terug aan de Krekelstraat, vertaalt dat in het Frans en cigale wordt Sigal.

Bobby Prins wordt geboren

Bobby werd als Jozef Troonbeeckx de negentiende juli 1947 in Itegem in een gezin van drie kinderen geboren. Pa was vloerder die na een dag van hard labeur als ontspanning graag 's avonds thuis accordeon speelde. Hij stond erop dat zijn drie zonen muziek zouden studeren, maar alleen Bobby bleek muzikaal te zijn.

Op het einde van zijn lagere school in Heist-op-den-Berg gaat Bobby noten leren en probeert het bespelen van de accordeon zo goed mogelijk in de vingers te krijgen. Hij is zo bezeten door muziek en dat instrument dat hij niet meer wil voortstuderen. Op zijn dertiende heeft Bobby al een eerste prijs accordeon op zak. Hij had intussen ook de gitaar ter hand genomen én ontdekt dat hij een aardig mondje kon zingen. Dankzij dat talent komt hij bij het orkest The Hit Boys terecht en iets later bij het in die tijd bekende begeleidingsorkest van Marcel Sterckx. Bij The Hit Boys doet Bobby Prins aardig wat ervaring op.

Miami

De jongste broer van Toots' vader, Theo, woont in Miami. In 1947 is hij in Brussel op bezoek en nodigt Toots uit om een tijdje bij hem in Amerika te komen logeren. Dolblij reist hij af naar het land van de jazz. Zij reizen via Zuid-Frankrijk met het schip de MS Vulcania naar New York, vervolgens naar Washington en dan naar Theo's thuishaven Miami, waar Toots in een jazzbar tijdens een jamsessie zijn kunnen mag etaleren. Daar aanwezig is journalist Bill Gottlieb van "The Washington Post". Die is verbaasd dat die kleine Belg niet alleen behendig is op de gitaar, maar ook op de mondharmonica. Vooral die combinatie van beide valt hem op.

Beitel, schaaf en klarinet

Zijn vader bracht hem de liefde voor zowel de beitel en de schaafbank als voor de muziek bij. Vader speelde graag klarinet in een lokaal orkestje en bij de plaatselijke harmonie. "Mijn vader was in de wolken toen hij op zekere dag zag dat ik ook de muzikale smaak te pakken had en diezelfde weg insloeg." Op zondagmorgen klonk thuis beneden aan de trap de klarinet van vader om op die manier zijn kinderen te wekken. Het lag zo'n beetje voor de hand dat ook Willem ooit op dat instrument zou blazen. 's Zondags klonk thuis ook steevast operamuziek. Dan werd er geluisterd naar het populaire VRT-programma "Opera & Belcanto". Vader luisterde dan onder het roken van een sigaar, samen met een oom die bij hen inwoonde, met graagte naar ernstige muziek, want op lichte muziek werd laatdunkend neergekeken. "Platen werden er nooit gekocht. Dat konden we ons niet permitteren. Niet dat we armoezaaiers waren, maar thuis werd er sober geleefd", aldus Willem.

Belgio

Aan het einde van de jaren veertig trekken heel wat Italiaanse mannen naar het buitenland omdat ze gehoord hebben dat ze daar meer geld kunnen verdienen dan in hun thuisland. Sommigen verhuizen naar Venezuela en Brazilië, anderen naar Canada en Argentinië en een hele rist gaan zich in Belgio vestigen.

Als Rocco zijn lagere school bijna heeft afgerond, hij is dan negen, besluit zijn vader in ons land te komen werken omdat hij hier veel meer kan verdienen. Drie keer zoveel. Papa Granata had het plan opgevat om in ons land een jaar keihard te werken en met dat geld in hun Italiaans dorp zelf een smederij op te starten. Maar dat ene jaar worden er twee, de eenzaamheid wordt te groot en vader besluit de hele familie te laten overkomen.

Rocco vindt het erg dat hij zijn vrienden ginder moet achterlaten en in een vreemde wereld terechtkomt waar hij niet eens de taal verstaat. De familie Granata gaat in Waterschei wonen. Hier worden ze spaghettivreters genoemd, het woord racisme moet nog worden uitgevonden. Ze passen zich aan en Rocco gaat in zijn gemeente naar de lagere school.

Het eerste Nederlandse woord dat hij daar leert, was voetballen, iets wat hij graag doet. In Genk volgt Rocco muziekles. Opvallend is dat papa zijn zoon een accordeon koopt, maar hij staat erop dat zijn zoon nooit muzikant wordt, professioneel toch niet.