1945

Delen S

Will Ferry Gezelschap

Pa was tekenaar bij het Ministerie van Openbare Werken en had graag gezien dat zijn zoon in zijn kielzog zou meevaren. Dat interesseerde hem helemaal niet. Eigenlijk wou hij liever missionaris worden, hij had op film van hun avontuurlijk bestaan al iets mogen voorproeven. Hij komt aan de kost als klerk bij de firma Vynckier & Co aan de Nieuwe Vaart in Gent, producent van bakelieten kastjes en dito toebehoren voor elektriciteitsinstallaties.

Tijdens één van hun personeelsfeestjes mag Werner optreden en het is één van de bedienden, madame Irène, die vindt dat hij de voornaam Werner maar moet inruilen tegen Will, dat klinkt beter. Ferdinande vindt zij ook maar niets en dat wordt Ferry. Will Ferry was daarmee geboren. Hij is negentien wanneer hij het Will Ferry Gezelschap opricht. Hun eerste voorstelling dateert van de maand oktober 1945 wanneer zij op de planken staan met Schlagerparade 1945. Toen waren het nog geen revues, maar eerder cabaretprogramma's die er gebracht werden.

Ann Christy wordt geboren

Ann werd de tweeëntwintigste september 1945 geboren als Christiane Leenaerts in de kraamkliniek in de Antwerpse Vinkenstraat. Papa was scheepselektricien, mama Hélène huisvrouw en nicht van de bekende Vlaamse schrijver Jef Geeraerts. Vijf jaar later, de achtentwintigste januari 1951, mag de familie Leenaerts de geboorte van Jeanine aankondigen. Een derde dochter, Yvonne, wordt de tweeëntwintigste juni 1952 geboren. Daarmee is de stamboom niet compleet, want de zesde november 1962 wordt broertje Walter geboren, Ann is dan al zeventien.

De jeugd van Ferre

Thuis hing er haast altijd muziek in de lucht omdat de radio frequent aanstond. Meteen na de Tweede Wereldoorlog gaat Ferre naar de Stedelijke Jongensschool op het Kiel. Hij gaat, net als zijn broer, naar de scouts, waar hij tijdens heel wat scoutsmeetings en kampen niet alleen voortreffelijk theater speelt, maar ook graag muziek maakt. Dat samen naar de scouts gaan, vormde een hechte band tussen beide broers. Roger over zijn broer Ferre: "_Als kind was hij geen goede leerling op school. Hij had verstand genoeg, maar totaal geen belangstelling voor de leerstof. Zijn schriften stonden vol met tekeningen, daar ging zijn aandacht naar uit, naar het creatieve. Niemand in de familie wist waar die belangstelling of dat talent vandaan kwam. Mijn broer had een zeer zonnig karakter. Het dolce far niente lag hem erg goed. Dat maakte hem blijgezind en opgewekt. Op de lager school was dat geen probleem.

Toots

Samen met andere muzikanten speelt Jean na de Tweede Wereldoorlog in Brusselse gelegenheden swingende dansmuziek. Tal van Amerikaanse artiesten komen naar Europa afgezakt om hier op te treden. Jean koopt ook almaar meer 78 toerenplaten en leert op die manier de muziek van Dizzy Gillespie en Charlie Parker kennen. Zij spelen "bebop", vernieuwende muziek voor fijnproevers, want de doorsnee jazzliefhebber is er niet zo tuk op. Het is muzikant Herman Sandy die Toots aanraadt een vlotte roepnaam te gebruiken en dat wordt uiteindelijk voor Toots, naar de altsaxofonist Toots Mondello en trompettist Toots Camarata. Die kiest resoluut voor de jazzmuziek.

Radiodebuut

Iets later stapt Modest naar het N.I.R. (de latere VRT) om daar mee te doen aan een auditie, anders kan en mag hij niet op de radio komen. Hij slaagt, maar die auditie wordt wegens de oorlogsjaren iets later tenietgedaan.

Drie jaar later doet hij opnieuw mee en slaagt ook deze keer met glans. In 1945 gaat hij pas echt optreden. De ellende van de Tweede Wereldoorlog probeert iedereen zo snel mogelijk te vergeten. Samen met zijn dorpsgenoot Kees Brug richt hij het duo Two Boys and Two Guitars op.

Op zoek naar een geschikte artiestennaam wordt Modest Bobbejaan, geleend van het Afrikaanse liedje Bobbejaan klim die berg. Een bobbejaantje staat in het Afrikaans voor een baviaantje, een aapje. Van in het begin kiest Bobbejaan voor opgewekte liedjes. Hij wil geen hoogdravende, diepzinnige teksten zingen. Er was de voorbije jaren al genoeg ellende gepasseerd.

Bob Baelemans

Fred Bekky had de in Hoboken geboren Robert Baelemans leren kennen – voor zijn vrienden Bob – die we vooral kennen onder zijn artiestennaam Bob Bobott. Fred hierover: "Ik kwam in 1964 Bob tegen op een bal in Hoboken. Die avond trad daar Will Tura op en wij als jongeren vonden die liedjes maar niks, te ouderwets. Wij waren wel weg van zijn begeleidingsband, want die speelde, wanneer Will even een adempauze inlaste, voortreffelijke rock-'n-roll en beat." Bob had die avond een paar vrienden bij zich die elk een instrument bespeelden. Niet hoogstaand, maar het kon door de beugel.

De lagere school

In de lagere school van Gierle kreeg Louis les van zijn vader. Naast zijn beroep als hoofdonderwijzer was papa Neefs ook actief als dirigent van vier fanfares en twee koren, een zeer muzikale man dus. Van vader erfde Louis zijn zangstem, van zijn moeder zijn acteertalent. Thuis werd er geluisterd naar de Duitse tenor Fritz Wunderlich, naar tal van Duitse fanfares en daarnaast ook naar de Vlaamse liedjes van La Esterella en Jean Walter . Louis trekt vaak op met zijn boezemvrienden André Proost en René Eyskens. Zij halen graag kattenkwaad uit. Opvallend is, dat ook al leidt vader Neefs twee koren, Louis nooit in een van beide koren heeft meegezongen.