The Radios

The Radios

In het verhaal van Bart Peeters beloofden wij dat we uitgebreid zouden ingaan op het succesverhaal van De Radio's. Zo staat de groepsnaam qua schrijfwijze tenminste op hun eerste drie singles gedrukt. Pas vanaf hun eerste full-album wordt het volwaardig The Radios. Het was Bart die de naam De Radio's verzon. "We hadden aanvankelijk een rist nietszeggende namen. Omdat ik in die tijd voortdurend met televisie bezig was, wilde ik me met onze groep op het medium radio richten. Lekker in het gehoor liggende liedjes maken. Voordien had ik zelfs in punkgroepen meegespeeld en die geluiden klonken op de radio onaangenaam. Dus als een soort reactie daarop wilde ik eens muziek maken die op de radio aangenaam in de oren klonk. Vandaar De Radio's." Bij dezen hun verhaal!

Bart heeft er nooit vaak over gepraat, alsof hij al zijn talent even in de hemel ging lenen, maar hij heeft wel degelijk muziekles gevolgd, notenleer enzovoort, aan de muziekschool in Lier. Hij heeft wel spijt dat hij privé slechts twee jaar klassieke gitaar heeft genoten, maar achteraf bekeken toch voldoende om er later zijn profijt uit te halen. Niet dat de gitaar hem op een bepaald ogenblik niet meer lief was, maar een drumstel kwam zijn volle aandacht opeisen. Vanaf zijn veertiende, Bart zit dan nog op de middelbare school, vinden we hem dan ook met veel gretigheid achter zijn drumset. Pas vanaf zijn achttiende neemt Bart de gitaar weer ter hand, hoofdzakelijk om liedjes te schrijven. Dat zal voor de rest van zijn leven zo blijven: tokkelen om liedjes te schrijven en inspiratie te vinden. Vrij snel speelt hij mee in groepjes waarvan de leden een pak ouder zijn dan hij. Zij moeten hem op de een of andere manier dus wel muzikaal vertrouwd hebben. Rockmuziek à la Yes was aan de orde van de dag om eind jaren zeventig gretig te genieten van punk. Na zijn middelbare studies trekt Bart naar de Universiteit van Antwerpen om daar Germaanse filologie te gaan studeren. Over die studies zei Bart ooit het volgende: "De literaire vakken waren niet helemaal mijn dada. Ik had het moeilijk met het feit dat ons werd gezegd hoe je Paul van Ostaijen moest begrijpen, omdat ik vind dat interpretatie iets persoonlijks is. Ik zeg ook nooit tegen mensen hoe ze mijn liedjes moeten interpreteren, dat bepalen ze zelf. Desondanks had ik nooit tweede zit. Ik studeerde hard, maar eigenlijk alleen maar tijdens de examens en zelfs dan gaf ik met mijn orkestje optredens op andere universiteiten. Zo speelden we eens een hele nacht door op een fuif in het Konijnenkot van Campus Wilrijk, toen ik plots een professor van mij zag. Hij stond er te dansen en zei: 'Volgens mij moet dat drummertje morgen examen bij mij afleggen.'"

Met zijn oudere medestudenten Hugo Matthysen, Jan Leyers en Marc Kruithof richt Bart eind jaren zeventig het groepje Beri Beri op. "Als ik eerlijk mag zijn en het draait om een echt en hecht groepsgevoel, dan neemt Beri Beri in alles de overhand", filosofeert Bart een beetje.

Paul Michiels voegt daar al even mijmerend aan toe: "Ik kreeg op zekere dag een bericht van Jan Leyers. Hij vroeg mij of ik bij Beri Beri wilde komen spelen. Ze zochten iemand die kon zingen en klavier spelen. Met Marc Kruithof, Bart Peeters op drums, Hugo Matthysen op leadgitaar, Jo Duchateau op bas en Jan Leyers als zanger-gitarist zijn we gaan repeteren en speelden we vooral lokale optredens. Even later haakte Hugo af wegens te druk bezig met scenario's schrijven. Jan Leyers nam toen de leadgitaar voor zijn rekening en we haalden er ook drie blazers bij. Dirk Degeest, alias Romeo Spinelli, zorgde voor de vrolijke noot. Hij speelde een soort van glamourzanger in glitterpak en zong hits als "Young girl", "Delilah" en "Everlasting love". Die gast was zo grappig en entertainend! Beri Beri was eigenlijk één grote stand-upcomedyact. Lachen! Een nieuwe wereld ging open voor mij. Het was een zalige tijd, maar Beri Beri bleef uiteindelijk niet bestaan. Bart ging meer doen voor televisie, ook in Nederland, en werd steeds populairder."

Ook Jan Leyers wil in dezen zijn verbale duit in het zakje doen. "Ik was achttien op dat moment en had voordien privé bij Marcel Bossu gitaarles gevolgd, waaraan ik een goede techniek heb overgehouden. Hij leerde me zowel jazzy als klassieke akkoorden, heel allround. Via Marc Kruithof kwam ik in contact met Hugo en Bart. Een jaar later, in 1977, zijn we beginnen te repeteren. Pas op, we hebben dat behoorlijk lang volgehouden en voor mij was die groep een geweldige leerschool. Voor de anderen ook, neem ik aan. We waren een soort veredeld balorkest met een heel eigentijds repertoire. We droomden ervan een plaat op te nemen, maar daar is uiteindelijk niets van in huis gekomen."

Maar ADHD, vermoeden we, want dat woord bestond toen nog niet, gaat Bart vol energie verder. Hij blijkt van vele markten thuis en is steeds op zoek naar nieuwe muzikale formules. We horen hem en Marcel Vanthilt in 1986 aan het werk met Hugo Matthysen in het trio De Hermannen, ontstaan in de schoot van het tv-programma "Villa Tempo". "De Hermannen was een uitloper daarvan. Ik was een jaar of 24. Marcel, Hugo en ik maakten grappen over het zogenaamd populair-zijn. We verzonnen personages, bijvoorbeeld iemand die leek op de Duitse schlagerzanger Heino, en we noemden ons De Hermannen. Wij beeldden ons in dat we razend bekend waren. Noem het je reinste kolder", aldus Bart. Op het Antler-label brengen ze de single Mijn alarm uit.

Als een zijproject van De Hermannen richten ze samen met Peter Celis The Yéh-Yéh's op. "Voor de fun stelden we een punkgroep samen. De teksten van onze liedjes bestonden hoofdzakelijk uit de woorden yéh yéh. Bijvoorbeeld: "yéh yéh in the morning, the first time you said yéh...". Noem het gewoon leuke onzin. Ik herinner me nog dat we de tweede augustus 1986 tijdens het Seaside Festival in Veurne samen met The Ramones, Arno en The Skyblasters op de affiche stonden." Via hun relaties slagen zij er zelfs in enkele songs in te blikken zoals Drivin' to the sun en The 7 kings of rock & roll. Met die ep, in een productie van Herwig Duchateau, scoren ze de zestiende augustus 1986 een zevenendertigste plaats in de Ultratop 50.

Bart zien we in die periode ook regelmatig opduiken in de in die tijd zeer populaire LSP Band (Leading Success People), in de jaren tachtig opgericht door Jean Rousseau samen met Firmin Timmermans. De LSP Band is een vaste kern studiomuzikanten, aangevuld met steeds wisselende (bekende) gastmuzikanten. De oorspronkelijke band bestond naast Timmermans en Rousseau uit onder anderen Jan Hautekiet, Ivan Desouter en Eric Melaerts. Bart licht toe: "Om de zoveel tijd ligt de muziekindustrie wat op z'n gat. Ieder zoekt op zijn manier een eigen identiteit. Op zo'n moment zoekt zowat iedereen zijn heil bij het coveren van bekende songs. Ik moet eerlijk toegeven dat, ook al hield ik van onder anderen Robert Palmer, ik zijn stijl kon evenaren. Ik nam wel gretig de kans te baat bij een rist professionele mensen te spelen. Die band kan je vergelijken met de latere Clouseau-band, allemaal straffe muzikanten."

Het ontstaan van De Radio's was een soort logisch gevolg van datgene waar Bart op dat moment mee bezig was. Voor de Nederlandse zenders, onder meer Veronica, had hij op tv een reeks shows gedaan als "De Baanbrekers" en "Villa Valuta", en hij had in zijn kielzog als musical director Jan Leyers meegenomen. "Wij hadden gemerkt dat zowat alles kon, ook muzikaal. Het was ook de periode dat er plannen werden gesmeed een commerciële televisie in Vlaanderen op te richten, in februari 1989 vertaald als VTM. Ik had in Nederland gezien dat presentatoren op een bepaald moment werden ingezet om bijvoorbeeld een programma als "Rad van fortuin" te presenteren en dat zag ik niet zitten. Ik zag dat fenomeen donker in. Het was Jan Leyers die voorstelde om tijdens de zomer van 1988 een tournee op het getouw te zetten. We hadden tijdens een van die Veronica-shows met acht zangstemmen The Beach Boys nagedaan en dat was erg meegevallen. Dus wilden we in die richting verder. Ik kon terugvallen op de originele bezetting van Soulsister", aldus Peeters. Laten we Paul Michiels dat verhaal even laten aanvullen. "De Radio's was een kleurrijke verzameling van muzikanten, onder wie Jean Blaute, Eric Melaerts, Alain Van Zeveren, Marc Van Puyenbroeck, Jan Leyers en ikzelf. Ik vond het erg fijn om Blaute te leren kennen. Ik was al lang een bewonderaar van hem en Jean bleek een even grote fan van mij. We deden ergens in 1988 met The Radios in het Amerikaans Theater zelfs een liveshow voor de BRT."

We overdrijven niet wanneer we pretenderen dat tijdens die beginfase De Radio's in Vlaanderen als een soort supergroep werd beschouwd. Ze speelden meteen op Marktrock en werden nadien op grote festivals in Nederland uitgenodigd.

Nu moeten we in de geschiedenis van De Radio's toch een moment aanstippen dat aanvankelijk niet zo belangrijk leek, maar het gaat in dezen wel om een song die nadien een semiwereldhit is geworden. Bart kan zich dat gebeuren nog levendig voorstellen: "Op een bepaald ogenblik laat Jan een liedje horen dat hij te cabaretachtig voor Soulsister vond, te vaudevilleachtig. Bleek dat "The way to your heart" te zijn, prima geschikt voor De Radio's, vond ik toen. We hebben dat gans die tournee gespeeld als was die song een soort parodie op het genre."

Jan Leyers was maar wat blij dat De Radio's The way to your heart wilden oppikken. "Ik heb dat samen met Paul aan de piano uitgewerkt. Hij kwam zo'n drie keer in de week naar me thuis om aan nummers te schrijven. Ik had heel snel het begin, maar de rest, zeker het refrein, dat was zwoegen, en dan die derde strofe. De inspiratie wou maar niet komen. Met de steun van een ritmebox hebben we een demo opgenomen. De band die ons in die periode begeleidde, zag het nummer eerst niet zitten, ze geloofden er niet in. Mijn vrouw zag het ook al niet zitten, ze vond het nummer maar ouderwetse brol."

De Radio's verpakten The way to your heart op zo'n opvallende manier dat er aan het einde van het nummer zelfs een James Brownachtige finale werd gesmeed. Maar het nummer op plaat zetten, daar werd in de verste verte niet aan gedacht. Noem die song volgens Barts eigen zeggen maar een soort soulpastiche.

Om tijdens hun optredens voor de broodnodige afwisseling te zorgen en de ernst wat uit de weg te gaan, pakten ze met nog een pastiche uit, het folkgetinte I'm into folk. "Ik had dat liedje zelf geschreven. Daarnaast hadden we ook al "Gimme love" en "Lucky day" aan ons repertoire toegevoegd. Tijdens onze optredens brachten we sowieso classics, maar aangevuld met een rist eigen nummers, en dit was er een van. Het publiek was er dol op."

I'm into folk schreef Bart, daarbij geïnspireerd door de oeroude Ierse song The Irish washerwoman, nadat hij in 1988 op het Pinkpop Festival The Pogues aan het werk had gezien. Die speelden vlak na The Red Hot Chili Peppers. "Die Red Hot Chili Peppers vielen toen", dixit Bart, "eerlijk gezegd een beetje tegen. Maar de banjo's en fiddles van The Pogues spraken me meer aan. Die konden het publiek met hun folkmuziek erg goed beroeren. Ik wou een aantal folkclichés in een song verpakken, maar duidelijk bedoeld als een pastiche, er mocht en moest sowieso gelachen worden en lol gemaakt. Ik weet nog goed dat ik op dat moment met m'n lief Anneke op vakantie was in Griekenland. Ook niet meteen een geschikte locatie om zo'n song te schrijven, maar het lukte vreemd genoeg."

De achttiende februari 1989 verschijnt I'm into folk in een productie van Jan Leyers op het EMI-label op single. De vijfentwintigste februari terug te vinden op de negenentwintigste plaats in de Top 50. Op zekere dag krijgen De Radio's een uitnodiging van de Franse televisiezender Antenne 2 om op te treden in het druk bekeken "Sébastien c'est fou!" met Patrick Sébastien. Het is hun platenfirma EMI die vindt dat er een internationaal succes in zit. Maar Bart is belet, want hij moet die dag "De Droomfabriek" presenteren, dat gaat niet anders. Komt in Frankrijk iemand op het idee het nummer dan maar door Patrick zelf te laten zingen. Die verzint er een wat gekke tekst bij en kijk, Le gambadou wordt in de zomer van 1989 een topdriehit in Frankrijk. Voor De Radio's een gemiste kans? Achteraf, wanneer Bart op vakantie gaat in Frankrijk, gelooft niemand dat hij de componist is. Geen nood, hij int de auteursrechten. En wat blijkt? Le gambadou is in Frankrijk nog altijd een klassieker op menig huwelijksfeest.

Jaren later, in 2006 om precies te zijn, vertaalt Bart I'm into folk voor zijn solo-cd "Slimmer dan de zanger". Op dit album zet hij een laaiende liveversie neer Ik hou meer van folk. Dat liedje wordt in 2009 gelauwerd tijdens de tiende editie van "De Eregalerij' van Radio 2 en Sabam for Culture in het Kursaal van Oostende. Bart staat die avond op het ereschavot samen met onder meer What's another woman van Vaya Con Dios en Pump up the jam van Technotronic.

Het verhaal van De Radio's krijgt op zekere dag een heel andere wending. "Ik was druk bezig met "De Droomfabriek" op Eén en in Nederland voor de VARA, toen ik tijdens de zomer van 1990 een telefoontje kreeg van de manager van Robert en Ronny Mosuse. Ik had eerlijk gezegd nog nooit van die jongens gehoord. Die manager was niet gegeneerd om te beweren dat zijn tweetal beter klonk en zong dan Jan en Paul, die als Soulsister op dat moment goed begonnen te scoren. Ik spreek met Ronny en Robert af in de "Honky Tonk Club" in Dendermonde om eens naar hen te luisteren. Bleek achteraf van het verhaal van hun manager niets onwaar te zijn. Die jongens klonken en bleken muzikaler dan muzikaal. Die wisten perfect waar ze moesten invallen qua backing vocals, ook in de juiste toonaard zingen en zo. Die jongens waren toen maar 17 en 18 en bleken de beste soulstemmen die er op dat moment in ons land rondliepen."

Anno 1989, de periode dat ze met Bart een afspraak regelen, maken Robert en Ronny nog deel uit van The B-Tunes, maar Bart wil hen koste wat het kost bij zijn Radio's inlijven. Tijd dus om beide heren wat nader aan u voor te stellen. Robert Mosuse wordt de negende maart 1970 als zoon van een Zaïrese vader en een Belgische moeder geboren in een gezin dat nog vier broers en één zus telt. Ronny wordt de zeventiende mei 1971 geboren. Hun ouders scheiden vrij vroeg. Om dat verhaal beter te begrijpen leest u best het boek "De verborgen geschiedenis van mijn vader", dat Ronny in 2016 schreef. Robert en Ronny verblijven daarom regelmatig in pleeggezinnen en opvangtehuizen. In home Zonnehuis, een gezinsvervangend tehuis in Sint-Amands aan de Schelde, wordt in 1988 samen met broer Jean-Paul The B-Tunes opgericht. De voornaamste kracht van The B-Tunes was de schitterende samenzang van de broers Ronny en Robert. In 1988 eindigen ze op de derde plaats van Humo's Rock Rally na Ze Noiz en The Romans. In 1989 zijn er de singles Someone like you en The way that I do in een productie van Brian Pugsley. Met producer Wouter Van Belle nemen ze voor platenfirma EMI in 1990 nog de single Stone cold woman op.

En nu dus de rode draad weer oppikken, daar waar Bart hen aan het werk hoort en besluit met hen samen te werken. Hier hoort enige extra uitleg bij. "Er rees meteen een probleem, want die jongens verbleven nog in dat home en mochten niet zomaar buiten. Ik ben dan bij juffrouw Annemie gaan praten. Het leuke bleek dat Robert en Ronny mij een beetje gebruikten als excuus om zo veel mogelijk uit dat home weg te kunnen. Een maand later mochten ze zelfs gaan samenwonen met hun liefjes." Bart was tijdens de eerste ontmoeting meteen weg van hun stem. "Die jongens waren de belichaming van soul. Niet dat elke zwarte soul in zijn stem heeft, maar zij hadden het. Ze waren in het bezit van een aantal cassettetjes die ze grijs draaiden en zodoende kenden ze het repertoire van ABBA, The Beatles en The Who compleet uit het blote hoofd. Het valt je misschien op, maar dat zijn stuk voor stuk witte groepen. Ik heb hen dan meteen in contact gebracht met zwarte stemmen als Marvin Gaye en Sam & Dave. Die zwarte muziek was hun blijkbaar compleet ontgaan."

De vocale koe wordt gelijk bij de horens gevat en in deze nieuwe bezetting trekken De Radio's naar de opnamestudio. De zesentwintigste mei 1990 wordt het door Bart eigenhandig geschreven Swimming in the pool in de markt gezet, de drieëntwintigste juni bekroond met een eenendertigste plaats in de Top 50. In de BRT Top 30 zit er een dertigste plaats in. "Crazy misschien, maar de invalshoek was, toen ik "Swimming in the pool" schreef, dat ik merkte dat wanneer de mensen 's zaterdags hun auto wasten, ze daar altijd bij floten. Ik wou, daarop gebaseerd, een liedje schrijven en ik zweer je, een tijd later doken almaar meer fluitende vaders op die "Swimming in the pool" lustig meefloten. Opdracht gelukt dus." Al eindigt het liedje wat in mineur, want de hoofdfiguur komt om omdat hij niet kan zwemmen. Tijdens Radio 2 Zomerhit mogen Bart Peeters en De Radio's de trofee voor beste Belgische productie in ontvangst nemen.

In een productie van Jan Leyers wordt als volgende single Lucky day uitgebracht, een liedje dat Bart samen met Jan schreef en dat wat ernstiger klinkt. De single blijft uit het zicht van de hitlijsten.

De vijftiende oktober 1990 verschijnt op het EMI-label de elpee en cd "No television". We zien op de hoes dat de groepsnaam Bart Peeters & De Radio's vervangen is door The Radios. Daarover om uitleg gevraagd moet Bart ons die schuldig blijven. Hij weet niet meer wie of wat besliste. Dan maar aankloppen bij toenmalige platenbaas van EMI, Guy Brulez. "We voerden zeker geen beleid over de hoofden van de betrokkenen heen, dus hebben we Bart en de andere leden hierover zeker aangesproken en ongetwijfeld ook hun manager Mike Naert. Nu was intussen de groep wel uitgebreid met gitarist Dany Lademacher en heerste er ook een echt groepsgevoel. Allicht was dat de reden om voortaan voor The Radios te kiezen in plaats van Bart Peeters & De Radio's."

Op "No television" staan in het totaal twaalf songs. Voor de opnamen trok de groep naar de "Powertone Studio" en de "Jet Studio". Ruggensteun kregen ze van onder anderen Patrick Riguelle en Beverly Jo Scott.

De hitlijsten komen weer in het vizier met uit dit album de single Gimme love, opnieuw van de hand van Bart, ook nu in een productie van Jan. De derde november 1990 stapt de single de Top 50 binnen om daar de achtste december halt te houden op de zesde plaats. "Ik herinner me nog", vult Bart aan, "dat me de basis voor "Gimme love" in de auto te binnen schoot, maar ik had niets bij de hand om het te noteren. Ik reed midden in de nacht op de snelweg van Amsterdam naar huis. Ik heb dan naar thuis gebeld vanuit een tankstation, want een gsm bestond toen nog niet, en op het antwoordapparaat de hoofdmelodie ingezongen. Eenmaal thuis heb ik de melodie en de akkoorden verder uitgewerkt."

Verderop in het gesprek zal Bart opmerken dat wanneer hij jaren later in het Nederlands liedjes gaat schrijven, zijn muziek ernstiger klinkt, wat meer doorwrocht: een andere opeenvolging van akkoorden, harmonieuzer, een meer ingewikkelde groove. "De eerste liedjes die je als componist schrijft, komen haast onschuldig tot stand. En dat is een gezond begin." Gimme love is in 1991 goed voor de Radio 2 Zomerhit-Trofee als beste Belgische productie.

Uit "No television" worden ook nog 26 guitars of love, Stars of heaven en She talks to the rain als singles gelicht. Het album zelf wordt in ons land op veel applaus onthaald, in het totaal goed voor platina. In Nederland deed zich echter een probleem voor. "Bij onze noorderburen had ik het nadeel dat ik daar gepercipieerd werd als een tv-persoonlijkheid. Wanneer die een plaat opnemen, wordt dat meer als een soort gimmick beschouwd, telt die prestatie eigenlijk niet echt mee. Dus we werden daar als The Radios niet voor vol aangezien. De Nederlanders geloofden niet, met die opvallende en meteen herkenbare kop van Bart Peeters vooraan op de affiche, dat we ook volwaardig konden muziek spelen en zingen."

Een parel op "No television" is en blijft de cover Tears in the morning. De drieëntwintigste maart 1990 terug te vinden op de vijftiende plaats in de Top 50. Het nummer is van de hand van Bruce Johnston en werd twintig jaar eerder op plaat vereeuwigd door The Beach Boys. Zij namen het nummer speciaal op voor hun zestiende studioalbum "Sunflower". Alhoewel ze lovende kritieken ontvingen, scoorde het album van The Beach Boys in Amerika erg slecht. Er zat voor hen slechts een 151ste plaats in de Album Top 200 in. Ook met de single Tears in the morning scoorden zijn ginder niet goed, maar wel in Nederland en België. In de Nederlandse Top 40 zat er voor hen een zesde plaats in, bij ons een veertiende plek in de Top 30. "Ik hoef de componistenpluimen dus niet op m'n hoofd te steken voor deze prestatie", aldus Bart, "want ik kende dat liedje niet eens. Het was Monique Klemann van de Nederlandse groep Loïs Lane die me op die song attendeerde. We waren backstage ergens samen aan het jammen, toen ze de vraag stelde of ik wist wat het mooiste liedje ter wereld is en dat bleek dan die "Tears in the morning" van The Beach Boys te zijn. Met Ronny en Robert lukte het om dat harmonieuze klankbeeld te creëren."

In 1991 draait Jan Verheyen samen met acteurs Michael Pas, Tom Van Bauwel en Francesca Vanthielen, om er een paar te noemen, de film "Boys". Op de soundtrack staan een rist bekende namen, waaronder Helmut Lotti, Beverly Jo Scott, Ludo Mariman en ook The Radios, goed voor een drietal nummers: You can get it if you really want, oorspronkelijk van Jimmy Cliff, Somebody to love van The Great Society en Dreaming wild, geschreven door Bart himself. "Ik beken eerlijk dat dit toch wel een aparte song is in het repertoire van The Radios. Hier gebeuren dingen die normaliter in de popmuziek niet voor de hand liggend zijn. Ik gebruikte intervallen die niet echt poppy klinken. Ook de tekst klinkt poëtischer dan normaal. Op die soundtrack staat trouwens, je moet maar eens luisteren, een geweldige versie van "I heard it through the grapevine" van Marvin Gaye door Ronny en Robert samen met Toots Thielemans." Dreaming wild duikt de zevende december 1991 in de Top 50 en houdt daar de vierde januari 1992 halt op de vierentwintigste plaats. De veertiende december noteren we het nummer op plaats 28 in de BRT Top 30. De soundtrack wordt uiteindelijk met goud bekroond en voor hun bijdragen aan deze film krijgen The Radios de Pallieterprijs van de Vereniging voor Belgische Cineasten.

Dreaming wild had een grotere hit kunnen worden, hadden The Radios qua promotie alles op alles gezet, maar de aandacht van de mediamakers werd afgeleid door de release van hun tweede album "The sound of music". De titelkeuze, dat moeten we in dezen zeker kwijt, is als grap bedoeld, een humoristische verwijzing naar de gelijknamige musical. Het werd ook de titel van hun tournee en dat leverde hier en daar een probleem op omdat sommige oudere mensen dachten dat ze op een uitvoering van die musical zouden worden getrakteerd. Viel dat even tegen. De productie van dat tweede album is in handen van Jan Leyers met uitzondering van het nummer Dreaming wild, dat dus door Wouter Van Belle werd geproduceerd. Er wordt hoofdzakelijk opgenomen in de befaamde "Wisseloord Studios" in Hilversum en "Studio Jet" in Brussel. Naast Ronny, Robert en Bart bestaan The Radios uit drummer Marc Bonne, toetsenist Alain Van Zeveren en gitarist Dany Lademacher. In de studio krijgen ze de extra steun van onder anderen Evert Verhees, Jean-Pierre Vanhees, The Stylus Horns en Prima La Musica. "Wij hadden intussen al door dat een van de nummers op dat nieuwe album, "She goes nana", enorm veel hitpotentieel in zich had", aldus Bart, "zodat we besloten daar onze volle aandacht aan te besteden. Ik heb dat nummer samen met Ronny geschreven. Dat we samen zouden schrijven, kon niet uitblijven, want ik had inmiddels gemerkt dat samen met Ronny een song maken heel harmonieus werkte. We hebben wel vrij lang aan "She goes nana" gesleuteld. Die song telt drie toonaarden. Die wat vreemde modulaties typeren de aanpak van Ronny. Hij heeft dat voor op mij, want ik kan muzikaal niet zo denken. Ik weet nog dat we dat liedje in één take hebben opgenomen en simpel hebben gehouden: een gitaar, drie stemmen en wat percussie. Nadien hebben we er een strijkerskwartet aan toegevoegd en dat gedubd. Een beetje zoals The Beatles ons dat in "Yesterday" hebben voorgedaan. We stonden erop "She goes nana" nog diezelfde winter uit te brengen. Dus hebben we daarmee eigenlijk het succes van "Dreaming wild" bewust afgeblokt. We waren er namelijk voor honderd procent van overtuigd dat dit nummer het helemaal ging maken."

En gelijk krijgen ze, want de vijfentwintigste januari 1992 wordt She goes nana in de markt gezet, klimt gestaag in de Top 50, en de zevende maart van dat jaar prijken The Radios voor de allereerste keer met een single op één. She goes nana, we zijn het niet precies gaan natellen, wordt in ongeveer zeventien landen een succes. Dat verliep op een niet-alledaagse manier, weet Bart nog. "Als je op één staat in Nederland, sta je haast automatisch op één in Jakarta, Indonesië, Curaçao en andere buurlanden. We kregen op de meest onmogelijke momenten van de dag en de nacht telefoon van een of ander radiostation uit die regio's. Ze keken verbaasd op dat ze ons meteen aan de lijn kregen en niet een of andere tussenpersoon. Dus geloofden ze ons niet meteen en kregen we iets nadien opnieuw telefoon. We veranderden dan opzettelijk onze stemmen en deden net alsof we hen doorverbonden. Robert is nadien nog naar Indonesië afgereisd. Die bracht cassettes mee van al onze platen met daarop in kleine letters gedrukt "Indonesian copy". Regelrecht dus van de zwarte markt. Qua auteursrechten heeft ons dat avontuur dus niets opgeleverd."

Clouseau zal het nummer She goes nana in 2017 in het programma "Liefde voor muziek" vertaald coveren als Alles voor mij.

Het album "The sound of music" levert The Radios een rist singles op. De dertigste mei lanceren ze het door Ronny geschreven Walking the thin line, waarmee ze de vierde juli op de achtste plaats in de Top 50 belanden. "Ronny bedacht het liedje en refereert qua muzikale verpakking aan een nummer dat ons beiden na aan het hart ligt, "Complainte pour Sainte Catherine" (een hit in 1976 voor Kate en Anna McGarrigle). De tekst is niet vanzelfsprekend, maar klinkt toch poppy genoeg. Dat nummer kant-en-klaar krijgen, ging nochtans behoorlijk vlot. Ook hier hoor je weer die typische Ronny-stijl: dat gegoochel met modulaties, het vlot switchen van toonaard", dixit Bart.

De tweeëntwintigste augustus 1992 wordt het door Bart samen met Dany Lademacher geschreven Oh no! gereleaset, de twaalfde september goed voor een tiende plek in de Top 50. Vervolgens is er de veertiende november S.O.S. to an angel van Bart, dat de eenentwintigste november halt houdt op plaats 26. De drieëntwintigste januari 1993 wordt uitgepakt met het door Bart en Ronny geschreven She's my lover, she's my friend, dat we de dertiende februari van dat jaar op plaats 32 in de Top 50 mogen noteren.

In Nederland slaat "The sound of music" beter aan dan hun eerste album "No television". Bart kan ook verklaren waarom. "We hadden intussen in Vlaanderen een enorme livereputatie opgebouwd en Nederland begon ook almaar meer in ons te geloven. Ik herinner me nog een optreden in Arnhem, daar speelden we aanvankelijk voor een dertigtal mensen. Maar in de zomer van 1992 hebben we een live-cd en -dvd opgenomen tijdens Marktrock in Leuven, die nadien ook op de Nederlandse televisie werd uitgezonden, en plots was het kot te klein." De twintigste maart 1993 noteren we She goes nana op de tweede plaats in de Nederlandse Top 40. Het album zelf is goed voor een negende plaats.

Aan The Radios wordt in 1992 door platenfirma EMI gevraagd of ze geen bijdrage willen leveren aan het album "Elvis Belgisch", waarvoor onder anderen Clouseau, Helmut Lotti, The Dinky Toys en Marcel Vanthilt al hebben toegezegd. Bart vertaalt voor deze gelegenheid de Presleyhit "Little sister" als Kleine zuster.

De tiende februari 1993 wordt het album "The Radios Live" in de markt gezet met daarop in het totaal zeventien nummers. Dat album wordt vooral door de fans op luid handgeklap onthaald, want Bart en zijn kornuiten moeten het vooral van de lijfelijke sfeer hebben en die hoor je hier in alle mogelijke facetten. Die plaat wordt in de zomer van 1992 tijdens Marktrock opgenomen, een drie dagen durend stadsfestival in Leuven. The Radios sieren de affiche samen met Clouseau, Pitti Polak, Khadja Nin, The Scabs, Levellers, Van Morrison en Zap Mama. De opnamen hebben de veertiende augustus laat op de avond plaats en de sfeer zit er duidelijk hoorbaar helemaal in. "Op dat moment waren we een echte popgroep die soms tot drie concerten per dag speelde. We wilden dolgraag eens zo'n concert capteren. We konden beschikken over SkyMotes, zwevende camera's, zoals we die iets voordien gezien hadden bij een optreden van Tina Turner. Het werd een miljoenenproductie. We wisten dat, mocht het gaan regenen, we bankroet zouden zijn, eraan voor de moeite. Toen ik 's ochtends opstond en naar buiten keek, zag ik meteen dat we te maken hadden met zo'n typisch Belgisch twijfelweer. Maar het kantelde in ons voordeel. Als ik er nu nog aan terugdenk, weet ik precies wat voor een risico we toen namen, een enorme gok. Vergeet niet dat het album "The Radios Live" uiteindelijk veruit onze bestverkochte cd is geworden. Je hoort op die plaat de energie bruisen, de adrenaline stromen. Ook die beelden die werden opgenomen, spreken voor zich. Dat kan je nooit in een rustige studio verkrijgen. Die liveopnamen klinken meer organisch. Onthoud ook dat door de vele optredens we als groep met ons zessen erg goed op elkaar waren ingespeeld. Daarbij speelden gitarist Dany Lademacher, toetsenist Alain Van Zeveren en drummer Walter Mets vast en zeker een grote rol."

Op "The Radios Live" staat onder meer een cover van Non, non, rien n'a changé, dat in 1971 een vette hit was geweest voor de Franse groep Les Poppys. De versie van The Radios verschijnt de negentwintigste mei 1993 op single en staat de zesentwintigste juni op plaats 8 in de Top 50. "Ik was op mijn twaalfde drummer van de schoolband van het H. Pius X-instituut in Antwerpen. Dat liedje van Les Poppys was op dat moment een vette hit. Ik hoorde op een of andere manier in dat liedje "Hey Joe" van Jimi Hendrix klinken, heavy popmuziek eigenlijk. Dus terwijl dat koor haast ingetogen stond te zingen, sloeg ik mijn drumstel haast aan flarden. De leraar muziek en nog een paar collega's kwamen me dan altijd aanmanen me wat in te tomen. Ik heb met andere woorden jaren later in die liveversie een soort wraak genomen door alsnog Jimi Hendrix in die song alle eer te bewijzen."

Het full-album "The Radios Live" is uiteindelijk goed voor de gouden status.

Vanaf de achttiende juni 1993 starten The Radios met een tournee van zestig liveconcerten in Nederland en België. De zesentwintigste juni zijn ze zowat door het dolle heen, want wat aanvankelijk een moeilijke start betekende bij onze noorderburen, wordt die dag bekroond met een gouden plaat voor 50.000 verkochte exemplaren van She goes nana. Een paar dagen later, begin augustus, mogen ze de EMI-Trofee in ontvangst nemen voor meer dan 250.000 verkochte cd's. Ook vermelden dat ze dat jaar door de Vlaamse regering met de titel van cultureel ambassadeur van Vlaanderen worden gelauwerd, een eer die hen in 1994 opnieuw te beurt valt.

De dertigste maart 1994 brengen The Radios bij EMI met de nodige trots het album "Baby Yes!" uit in een productie van The Radios samen met Werner Pensaert. Dit album mag wat kosten. Tussen oktober 1993 en februari 1994 worden zes studio's bezocht, waaronder "Kitsch Studios" en "Ace Studio". Zonder blikken of blozen wordt er opgenomen met het vermaarde Metropole Orkest o.l.v. Dick Bakker. Twaalf nieuwe nummers sieren het album, waarvan het gros door Bart in zijn eentje werd neergepend. Meteen valt op de hoes op dat de vaste kern Bart, Robert, Ronny en Alain omringd wordt door twee gekleurde dames, met name Maureen Alberg en Loraine Kammeron, die de songs een extra vocale touch geven. Als voorloper van deze nieuwe full-cd wordt de tweeëntwintigste januari 1994 de single Teardrops in de markt gezet. "Ik moet nu nog lachen als ik eraan denk dat toen ik dat nummer schreef, we met ons Ketnet-project "Dag Sinterklaas" bezig waren", herinnert Bart zich meteen. "Ik heb dat tijdens die tv-opnamen achter de schermen verzonnen. Het mag wat vreemd klinken, maar de eerste versie die in mijn hoofd zat, klonk uptempo. Ik had namelijk de hit "Those were the days" van Mary Hopkin in mijn geheugen zitten. Toen ik het aan de jongens liet horen, vonden ze mijn aanpak niet poppy genoeg. De beat moest anders. Eenmaal klaar zag Robert het meteen zitten de lead voor zijn rekening te nemen. Veel later heb ik het dan vertaald als "Poolijs". Dan heb ik het wel in het ritme en de groove gespeeld zoals ik het aanvankelijk bedoeld had. Die versie ligt me dus iets meer na aan het hart. Het bewijst dat je een goed nummer zowel akoestisch als met een groot orkest moet kunnen spelen. Een goed nummer blijft altijd overeind."

De negentiende februari 1994 ontmoeten we Teardrops op de achtste plaats in de Top 50. Deze ballade is een van de mooiste songs die The Radios in hun korte bestaan hebben opgenomen. Bart zal, zoals hij daarnet al vertelde, dit liedje in 2002 op zijn album "Het plaatje van Bart Peeters" een tweede leven gunnen, door het als solist te vereeuwigen als Poolijs. In onze discotheek ontdekken we veel later ook een liveversie van Teardrops, maar dan in de versie van Natalia.

De negende april 1994 wordt uit "Baby Yes!" het door Bart samen met Alain Van Zeveren en Dany Lademacher geschreven Move it right now gereleaset. Van een echte hit kan je niet spreken, want de single houdt de drieëntwintigste april al halt op de eenentwintigste plaats in de Top 50.

Tijdens onze babbel lezen we samen met Bart even enkele uitspraken in de toenmalige pers na als zou dit album minder pro klinken dan vooraf verwacht werd. Hij wikt zijn woorden. "Dit is een schoolvoorbeeld van een typische val waarin groepen makkelijk terechtkomen. Je komt op een bepaald moment in een fase terecht waar almaar meer mensen, goedbedoeld hoor, zich met het reilen en zeilen van de groep gaan bemoeien. Voordien deden we de productie zelf of vroegen het aan onze vriend Jan Leyers. Maar op zekere dag arriveert in Zaventem en met een limousine vanuit Engeland Hugh Padgham, die plots de mix voor zijn rekening gaat nemen. Nu, die man heeft onder meer Sting geproducet, dus niet de eerste de beste. Maar het viel ons op dat wanneer die man in de studio rondliep, we plots extra ons best gingen doen en dat hoor je op die plaat. We gingen samen met hem te lang nadenken over onze muzikale aanpak. We liepen daar precies rond als in een keurslijf. De spontaneïteit leed eronder."

In 1994 staan The Radios nog maar eens te glimmen op het podium van Marktrock met deze keer op de affiche onder anderen Pop In Wonderland, Gorki, Ashbury Faith, Primal Scream en The Pretenders. De veertiende augustus wordt er ingeblikt. Vijf van die liedjes verschijnen de zeventiende september in ep-formaat. U kan genieten van onder andere Radiojam-Aica, Twist and shout en I say a little prayer van de hand van Burt Bacharach en Hal David en voordien vereeuwigd door Dionne Warwick. I say a little prayer staat in de versie van The Radios de eerste oktober op de negentiende plaats in de Top 50 en is daarmee het laatste echte wapenfeit van The Radios op het hitfront. Over hits gesproken, in 1994 worden The Radios door Sabam bekroond en beloond met de Hit-Trofee.

1994 wordt voor The Radios, ondanks al dat eerbetoon, een jaar met een wrange bijsmaak. Intern wordt almaar vaker de adem ingehouden. Robert blijkt intussen ongeneeslijk ziek. Tijdens optredens had hijzelf al gemerkt dat er iets aan de hand was. Aan "Humo" vertelde hij daarover: "Het was een vreemde ervaring: mijn arm werd plots stijf en stond haaks op mijn lichaam. Ik had geen controle meer over mezelf, ik trilde, ik schokte. Nu ik dat zes, zeven keer heb meegemaakt, weet ik wat mij te wachten staat, maar toch blijft het een lastige bedoening, zeker als het voorvalt tijdens een optreden met The Radios. Ik ben al eens gestopt met spelen en zo onopvallend mogelijk naar de kleedkamer afgedropen. Vijftien minuten later stond ik weer te zingen."

Door het grote succes dat The Radios intussen te beurt valt, wordt de internationale aanpak door de platenfirma almaar belangrijker. "Op zekere dag", aldus Bart, "kwam een mevrouw uit Engeland ons opzoeken en iets later een uit Duitsland zich met onze aanpak bemoeien. Zij wilden Ronny, Robert en mij op rondreis sturen en de rest van de band thuislaten. Wij waren in hun commerciële ogen met ons gedrieën de vocale kern van de groep en ze waren van plan ons op die manier op het promotionele pad te sturen. Dus een voorgekauwd promobabbeltje plaatsen en dan unplugged een aantal liedjes zingen. Daar konden we ons niet in vinden met als gevolg dat we snel merkten dat we plots minder belangrijk voor hen werden. Op die manier scoorden we bijvoorbeeld minder in Duitsland omdat we daar minder promotie voerden. Die promokelk lieten we dus aan ons voorbijgaan. Maar we hebben ons wel tijdens onze optredens in het buitenland dat laatste jaar van ons bestaan kostelijk geamuseerd en vooral op een ontspannen manier omdat we ons ding bleven doen. We hadden intussen wel al gezamenlijk beslist ermee op te houden. Ronny wilde koste wat het kost een eigen carrière opbouwen. Ik wou niet verder zonder Ronny en het feit dat we wisten dat Robert erg ziek was, speelde ook een belangrijke rol in die beslissing."

Hadden The Radios dan niet in een andere bezetting kunnen voortbestaan? "Kijk, ik ben misschien niet trouw aan instituten", reageert Bart snel, "maar wel erg trouw aan mensen. In mijn hart vond ik Ronny onvervangbaar. Toen bijvoorbeeld de organisator van Marktrock, Jokke Kerkhofs, in 2004 overleed, werd er een herdenkingsconcert georganiseerd en daar hebben we nog eens een keer "She goes nana" gezongen. Ronny en ik konden dat vocaal wel aan, maar we waren maar wat blij dat Paul Michiels voorstelde de derde stem te zingen. Daardoor klonk het exact zoals het moet klinken. Door het wegvallen van Robert, en dat voelden we toen nog maar eens duidelijk, lag, en ligt nog steeds, een revival van The Radios erg moeilijk." 1994 is dus het jaar dat The Radios beslissen er na een ongelooflijk succesvolle periode definitief een punt achter te zetten. Ieder van hen gaat zijn eigen weg. Bart zal de komende jaren vaak op televisie en radio te zien en te horen zijn in programma's als "De Droomfabriek", "De Vliegende Doos", "Het Leugenpaleis" en als presentator en gangmaker van "Eurosong". Ronny zien we regelmatig opduiken aan de zijde van Bart Peeters en Hugo Matthysen in The Clement Peerens Explosition. In 1994 horen we hem als Ronny Mo' aan het werk. Soul is wat Ronny Mosuse 55 minuten lang laat horen op zijn cd "Stronger". Soul zit hem in zijn stem gebakken: in het timbre, in de frasering, en in de doorleefde manier waarop hij in duet gaat met zichzelf.

Na de dood van zijn broer Robert in 2000 heeft Mosuse overduidelijk geen tijd meer voor poses of andere bullshit. Hij heeft het beschermende masker van lollige Ronny in de radiostudio achter zich gelaten. Op deze cd hoor je uitsluitend in passionele melodieën gevatte bittere ernst en de melancholische ziel die Mosuse lang achter slot en grendel heeft gehouden, omdat de buitenwereld er geen zaken mee had. Als ode aan zijn broer Robert brengt Ronny in 2002 de cd "Stronger" op de markt, waarover we in "Humo" lezen: "Stronger is wat goeie pop zou moeten zijn, wars van genres en radioformats. De teksten zijn die van een gelouterd man: een gebroken huwelijk hier, een vervaagde vriendschap daar, een verloren broer overal. En in tegenstelling tot de opgefokte kleuteremoties van de professionele woedenden die ons sinds het succes van Alanis Morissette overspoelen, heb je hier op geen enkel moment het gevoel dat Mosuse zijn emoties aandikt om ze 'mooier' of 'commerciëler' te doen klinken." Als Ronny Mosuse scoort hij de zevenentwintigste december 2004 een behoorlijke hit met Kom bij mij, het jaar nadien gevolgd door het album "Altijd oktober". In 2008 is er de full-cd "Allemaal anders", door zijn fans als een gevoelig en mooi album omschreven. Negen jaar later is er eindelijk een nieuw album, "Halfweg". De titel verwijst naar zijn 45-jarige leeftijd. Op dit punt aangekomen, haalt Ronny inspiratie uit het verleden en kijkt hij hoopvol naar alles wat de toekomst zal brengen. Vervlogen vriendschappen, onvervulde verlangens en liefde zijn thema's die "Halfweg" voortreffelijk weerspiegelen. Het is een album met pakkende, aanstekelijke popliedjes en teksten die aan twee kanten snijden. Ronny maakt daarnaast veel tijd vrij voor zijn functie als ambassadeur van SOS Kinderdorpen. Tegenwoordig deelt hij die functie nog altijd met onder anderen Vincent Kompany en Kim Clijsters. Zo trok hij mee de campagne voor Congo op gang voor de bouw van een SOS Kinderdorp in Kinshasa. "Zo'n project voor kinderen 'zonder nest' is heel belangrijk. Het schept duidelijkheid: ze blijven op één plaats en krijgen één opvoeder toegewezen. Ik ben er voorstander van kinderen niet te bruusk uit hun biotoop weg te halen", aldus Ronny.

Robert toerde meteen na The Radios samen met Hervé Martens en Paul Michiels door het land als The Big M's. Hij bracht als Robbie Crown in 1997 een soloalbum op de markt, "Sacred memories". Het merendeel van de nummers, soulgetint, schreef hij samen met Mark Vanhie en Esuso Minor. Het jaar voordien had hij al de single Roseline uitgebracht. Vanaf 1997 trad Robert ook vaak op samen met Mark Vanhie en Vincent Goeminne in de groep Plane Vanilla. Hij trad ook op in de concertversie van de musical "Jesus Christ Superstar". Maar zijn gezondheid blijft hem parten spelen. Daarover manager Rick Tubbax: "Zijn epilepsieaanvallen waren een symptoom van de hersentumor die hij toen al een jaar of tien had, een gezwel dat niet te opereren bleek. Wanneer het steeds slechter met hem begon te gaan, hebben de dokters het nog geprobeerd, maar tevergeefs. Robert wist dat hij zou sterven, maar we zijn er gelukkig in geslaagd dat voor het grote publiek verborgen te houden. Hij heeft heel rustig afscheid kunnen nemen." Robert overlijdt de twintigste april 2000 te Wilrijk. Tijdens zijn begrafenis in de kathedraal van Antwerpen, die Robert voordien zelf had voorbereid, houdt Bart Peeters eraan het volgende te zeggen: "Robert kon de sterren van de hemel zingen en sinds donderdagavond kent hij ze persoonlijk." Zijn kist wordt naar buiten gedragen op de tonen van Teardrops.

Wat de overige leden betreft. Voorafgaand aan The Radios was het palmares van Dany Lademacher al enorm. Na The Radios vinden we hem onder meer terug in groepen als Paris Dandies, Busted en zijn Dany Lademacher's Wild Romance. Alain Van Zeveren ontpopt zich na het Radios-verhaal vooral tot componist, arrangeur en producer van onder andere de theaterproducties "Aladdin the musical" en "Medea" en als producer van de "Wies Andersen Show" en "Vlaanderen Boven". Marc Bonne komen we nadien heel vaak tegen bij diverse cd-producties van onder anderen Yasmine, Clouseau, Mama's Jasje, Kris De Bruyne, Yevgueni en Novastar.

Voor het soloverhaal van de zanger Bart Peeters verwijzen we u met graagte naar onze website vivavlaanderen.be.

The Radios werden de voorbije decennia regelmatig verzameld. In 1994 is er "The Radios Very Unplugged". Zes songs opgenomen tijdens een akoestisch optreden en verdeeld als promocassette door de firma DéliChoc (Delacre). De tiende november 1997 verschijnt op het EMI-label het album "The best of The Radios" met in het totaal achttien van hun bekendste nummers. Het album staat drie weken later op de zesendertigste plaats in de Ultratop Album Top 200. De krant "Het Laatste Nieuws" brengt in het raam van de premiumactie "Het beste van" in 2003 "Het beste van The Radios" uit, goed voor een selectie van dertien songs. In 2005 is er op het EMI-label het album "The Radios Essential" met daarop eveneens een selectie van dertien songs.

In een gesprek met "Het Laatste Nieuws" van de negende november 2019 naar aanleiding van zijn zestigste verjaardag geeft Bart spontaan toe dat hij ten tijde van het succes met The Radios weleens naast zijn schoenen durfde te lopen. "We traden op over de hele wereld. In Senegal gingen ze voor ons totaal uit hun dak. Dat was de hemel, maar enkele dagen later volgde de hel. We vertrokken naar de States om daar door te breken. Dat was in 1994 tijdens het WK Voetbal. Daar zouden de Amerikanen ons leren kennen door optredens in voetbalstadions, maar eens we daar waren, bleek dat Amerikanen zich geen fluit interesseerden voor voetbal en ons dus niet eens zagen spelen. We hebben daar opgetreden voor zatte Duitsers, zatte Engelsen en zatte Hollanders, die op de koop toe nog lastig waren op ons omdat ze tegen de Rode Duivels hadden verloren . Dan sta je snel met beide voeten terug op de grond."

Bart Peeters zal het jaren later als solozanger helemaal maken door onder meer als solozanger zestien jaar lang een spoor van uitverkochte zalen door ons land te trekken met anno 2019-2020 tweeëntwintig uitverkochte concerten in de Lotto Arena. Tijdens de première laat Bart ons opnieuw kijken naar zijn periode bij The Radios door als complete verrassing een hommage te brengen aan Robert Mosuse. Daarover in "Het Nieuwsblad" van de zevenentwintigste november: "Het krachtigste moment van de avond kwam vlak voor de pauze, wanneer special guest Ronny Mosuse het podium op kwam gelopen. Voor het eerst in negentien jaar zongen de twee hun Radios-hit She goes nana. Alleen veranderde dat in Hij zong nana. Een eerbetoon aan Robert Mosuse, die in 2000 op 30-jarige leeftijd overleed aan een hersentumor. "She goes nana' is de wereld rondgegaan", zei Peeters daarover. "Maar spijtig genoeg was dat in het Engels. Op een nacht dacht ik: als ik daar eens een Vlaamse versie van probeer te maken. En ik kon maar aan één ding denken: Robert Mosuse. Voor mij was hij een vriend, voor Ronny een broer." En dus zongen Peeters en Mosuse, terwijl Robert hen toelachte vanop de schermen: hij zong de sterren van de hemel op ieder concert, tot hij er zelf een werd. Een sereen moment te midden van alle gekte. De reünie smaakt naar meer. Misschien zien we Peeters en Mosuse in de toekomst vaker samen op het podium?"

Maar ronden we af met wat Bart ons nog tot slot te vertellen heeft. "Dat zingen in het Engels tijdens die Radios-periode was op zich een relativerende factor. Het nam een soort ernst weg. Het feit dat we in het Engels stonden te zingen was al grappig genoeg op zich en dat grappige gingen we tekstueel dan ook niet uit de weg. Ik hoor soms collega's hun uiterste best doen behoorlijk dylanesk uit de hoek proberen te komen, maar je hoort haast met je oren dicht dat ze niet in hun landstaal staan te zingen." Hij kijkt met veel trots terug op zijn avontuur met The Radios. "Ik deel onze tijdslijn in twee periodes in: de eerste zonder de Mosuses, die heeft maar één jaar geduurd, en de periode met de Mosuses, en die duurde vier jaar. Die laatste is mijn favoriet. Een beetje gek is dat er een tv-special bestaat die in 1988 werd opgenomen, dus zonder Ronny en Robert, de periode met Jan Leyers en Paul Michiels. En als ik daar nog eens naar terugkijk, dan zie je zo dat de periode met de Mosuses met kop en schouders boven alles uitsteekt. Die beleving met hen speelt zich nog vaak in mijn hoofd af. Ik moet opletten dat wanneer ik tegenwoordig liedjes schrijf, ik me niet laat vangen door iets te componeren met The Radios in mijn oren. Soms begin ik aan iets en dan betrap ik mij erop dat het een typisch Radios-liedje in wording is. Ook al zijn we zoveel jaren verder, er zit in mijn hoofd nog altijd een geheim kamertje waar in stilte Radios-songs tot stand komen. Erg is dat, heel erg!"

tekst en research: Marc Brillouet © 2020 Daisy Lane & Marc Brillouet