The Pebbles

Delen S
Opgericht in Antwerpen
op 1 november 1964
Bekijk DiscografiesLees Biografie
The Pebbles vergelijk je met een bolide van 40 jaar waar geen schrammetje roest op zit. En met een motor die iedere dag goed onderhouden werd.
De Belgische Beatles

Seven horses in the sky

Uit De Generatieshow

Seven horses in the sky

Uit De Eregalerij

Golden Years

Zaterdag de tiende december 2005 delen The Pebbles het podium tijdens de "Golden Years" in het "Sportpaleis" van Antwerpen met André Brasseur, Dave Berry, The New Seekers, The Rubettes, The Searchers en The Sweet. Hierover schreef Alfons Maes: "Nu was het tijd om ons te concentreren op eigen talent. We hebben er jaren naar uitgekeken, maar vanavond was het een feit. Het was de beurt aan de Antwerpse Pebbles. En ja hoor, ze hadden er weer écht zin in: Luc, Bob, Fred en Marcel en nog twee gastmuzikanten waarvan ik de naam kwijt ben. Maar mij was het méér te doen om de originele Pebbles. Of je nu naar hun vinylplaten of cd's luistert, of nu, na lange tijd weer live, het klinkt allemaal toch zo tijdloos en dit is muziek waar je niet genoeg van krijgt. Ze blijven steeds verbazen en dit deden ze met als opener hun wereldhit Get around gevolgd door Mackintosh, To the rising sun en Seven horses in the sky. The Pebbles kun je vergelijken met een bolide van veertig jaar waar geen schrammetje roest op zit en die een motor heeft die iedere dag goed onderhouden werd."

Verzameld

The Pebbles worden door de jaren heen een aantal keren verzameld. In 1968 is er op het label Canon Records de langspeler "The Pebbles versus Joe Harris & The Pink Umbrellas" met daarop onder meer Huma la la la, I wonder en Love me, kiss me. In 1974 verschijnt op het Barclay-label de verzamelaar "The Pebbles' Best". In 1994 is er op het Indisc-label de cd "The Story of The Pebbles 1964-1994", vijftien nummers aangevuld met vijf livetracks van onder andere Get around en Seven horses in the sky. In 1997 is er de cd "Het beste van The Pebbles" op het Polygram-label. Noteren we in 2002 op het CNR-label de cd "The Pebbles - Diamond Collection" met daarop een selectie van vijftien hits.

Seven horses in the sky

Uit Het Swingpaleis

Get around

Uit Vlaams & Goed

Get around

Uit De Zevende Dag

Seven horses in the sky

Uit De Gouden Schoen

De Soundmixshow

In 1989 ging niet alleen de nieuwe tv-zender VTM van start, maar ook hun programma "De Soundmixshow", de eerste jaren gepresenteerd door Bart Kaëll. De uitzendingen werden onder meer gekleurd door een vakkundige jury, van 1991 tot en met 1995 en van 1997 tot en met 1997 bestaande uit: Micha Marah, Jos Van Oosterwijck en een soms streng uit de hoek komende Fred Bekky.

The Golden Years

Tijdens The Golden Years zongen The Pebbles "Get around", "Mackintosh" en "Seven horses in the sky".

Seven horses in the sky

Uit Diamond Awards Festival

Seven horses in the sky

Uit Mike

Carl Lewis

Voor de aardigheid vermelden we dat Fred in 1986 samen met Cris Lennarth en Jean-Pierre Dagleth tekent voor het nummer Break it up, dat producer Eddy Luyckx op plaat zet samen met de legendarische sprinter Carl Lewis. Lewis won in de loop van zijn carrière tien olympische medailles. De single belandt de vijfentwintigste oktober op de vierentwintigste plaats in de Top Dertig.

Trillion

Fred speelt zich in zijn eentje in de kijker met zijn project Trillion. De twaalfde oktober 1985 staat hij in de Top Dertig met het samen met John Vijdt geschreven Belgian girl.

Seven horses in the sky

Uit Hit Hit Hoera

Comeback

In 1980 maken The Pebbles een soort comeback. Ze gaan opnieuw optreden en nemen voor de Duitse firma Master Records, op hun nadrukkelijk verzoek, een nieuwe single op, Figaro, geschreven door Fred Bekky en Bob Baelemans, met op de B-kant Got enough, in de Lage Landen uitgebracht op het Kilroy-label. Daaraan koppelden ze tevens een tournee. Wellicht keken ze uit naar een nieuwe hitkans, maar die bleek er niet in te zitten.

Trinity - 002.345.709 (That's my number)

Uit Sofie in concert

Yasmine

Fred Bekky hoeft voor Luc niet onder te doen, want hij schrijft en produceert zeer succesvol voor onder anderen Jo Vally, Raffaele, Silvy Melody, Yasmine, Garry Hagger, Ann Christy en Bert Decorte. Toch was er het begin kritiek op die vooral Vlaamse uitstap. "De mensen in de media vonden dat ik mijn ziel had verkocht, dat ik beneden mijn waardigheid werkte en meer van die onzin. Kijk, ik was met muziek bezig en ik deed dat met ontzettend veel plezier."

Musti

Luc Smets blijft nadien een bezige muzikale bij en werkt samen met The Strangers, Jo Vally en Bertice Reading, leent zijn kunsten aan het kinderprogramma "Musti" en werkt heel nauw met het orkest Strato-Vani. Luc schrijft al de arrangementen voor het orkest en is ook hun dirigent.

Dream Express - Like Mozart says

Uit Het Volksfeest 25 jaar TV

Trinity - Ragtime dance

Uit Het Volksfeest 25 jaar TV

Trinity - Sweet loving man

Uit Hallo met Henk

Dream Expres - Het Eurovisiesongfestival

Uit Terloops. Een reportage over Dream Express op het Eurovisiesongfestival

Dream Express - A million in 1, 2, 3

Uit Het Eurovisiesongfestival

Dream Express

Luc keert na zijn experimentele uitstap met Shampoo terug naar de commerciële muziek en richt samen met de Nederlandse zussen Bianca, Patricia en Stella Maessen de groep Dream Express op. Dat is ook meteen de titel van hun eerste hit, waarmee ze in 1977 behoorlijk scoren. Ze trekken dat jaar de zevende mei naar Londen om daar deel te nemen aan het Eurovisiesongfestival met het nummer A million in one, two, three, waarmee ze op de zevende plaats geraken. Winnares dat jaar is Marie Myriam voor Frankrijk met L'oiseau et l'enfant. In onze hitlijsten is A million in one, two, three goed voor een tweede plaats in de Ultratop. Eind 1978 houdt Dream Express er al mee op, maar de tweeëntwintigste september 2012 zijn ze eenmalig nog eens te zien en te horen in het Antwerpse "Sportpaleis" tijdens de discoavond "Studio 54".

Trinity

In 1975 is het Pebbles-verhaal voorlopig verteld en uitgezongen. Bob Baelemans en Fred Beekmans beginnen een eigen productiefirma. "Ik dacht dat ik daar intussen wel genoeg kaas van had gegeten. Ik kon componeren, arrangeren, ik vond in de studio goed mijn weg. Ik kon zo'n productie wel aan en dan zijn Bob en ik, want ik hield wel van Bobs stem, bij Sofie Verbruggen gaan aankloppen en dat werd dan Trinity", dixit Fred. Zij zullen een aantal keren in de hitlijsten opduiken, zowel in België als in Nederland, met succesvolle singles zoals in 1976 met 002 345 709 (That's my number), in een productie van de Nederlander Hans van Hemert en goed voor een tweede plaats in de Top Dertig, en in 1977 met Drop drop drop. Na al die jaren beschouwt Fred, ook al was zijn ziel er iets minder mee verbonden, dit als een mooie periode, maar niet meer dan dat. De reden ook dat ze in 1978 er van de ene op de andere dag mee zijn kunnen stoppen. Fred begint zich almaar meer te profileren als liedjesleverancier van een rist Vlaamse artiesten, terwijl Bob eerst nog een taverne opstart en zich nadien met verzekeringen gaat bezighouden.

Trinity - 002.345.709 (That's my number)

Micha Marah

Platenfirma EMI heeft inmiddels The Pebbles verwelkomd. Zij brengen in 1974 The kid is allright op single uit, een soort zwanenzang in een productie van Fred Bekky himself. Toeval of niet, maar om af te ronden verschijnt er in 1975 op het Tarot-label nog de single 't Is over. Inderdaad, The Pebbles in het Nederlands, voor de gelegenheid geflankeerd door Micha Marah en de zesentwintigste april 1975 goed voor een negende plaats in de Vlaamse Top Tien. Even gsm'en met Micha: "Tijdens mijn deelname aan de Eurosongselectie voor het Eurovisiesongfestival in 1975 had ik enkele nummers die geselecteerd waren voor de finale. Ik had nog één nummer nodig en ik heb toen aan Bob en Fred gevraagd of zij een nummer wilden schrijven. Dat is 't Is over geworden. Ik heb hen dan meegenomen als groep in de wedstrijd voor dat nummer. We zijn toen ook tot in de finale geraakt en het nummer is nadien opgenomen en uitgebracht. Ik was al vergeten dat we ermee in de Top Tien hebben gestaan. Eigenlijk heeft dit gezamenlijk avontuur ook nog een vervolg gekend. Tijdens mijn zoektocht naar een geschikt nummer voor mijn deelname aan Eurovisie in 1979 hebben Bob, Fred en Guy Beyers 'Comment ça va?' geschreven."

Afscheidsconcert

De platendeal met United Artists wordt niet voortgezet. Naar aanleiding van hun tienjarig bestaan wordt er in de Beursschouwburg in Brussel een feestelijk concert op het getouw gezet. Het wordt in één klap ook hun afscheidsconcert. Intussen had Axel van Duin plaats geruimd voor Patrick Wijnants en werd Tim Turcksin als toetsenist aangetrokken.

Close up

In 1972 hebben The Pebbles een nieuwe platendeal op zak. Deze keer zitten ze onder de pannen bij United Artists. Ze krijgen de beste deals aangeboden, de beste studio's om op te nemen, de beste technici, producers enzovoort. Ze trekken naar de "Air Studios" in Londen. Zé zijn in dit geval: Bob Baelemans, Fred Bekky, Axel van Duin, en als drummer van dienst fungeert vanaf dan John Verhas, die de plaats van Marcel is komen innemen. Dit alles resulteert in de elpee "Close up". Als producer krijgen ze Ed Welch toegewezen, die onder meer werkte voor Billy J. Kramer, Katja Ebstein, Shirley Bassey en Roger Whittaker. "Die elpee mocht inderdaad wat kosten", weet Fred nog goed. "We konden daar heel professioneel aan de slag. Dat was er het fijne aan, we mochten ons ding weer doen. Daarmee bedoel ik, we speelden weer lekker alles zelf in, op hier en daar een violist en een percussionist na. Ik weet nog goed dat we onder de indruk waren van de omvang, de grootte van die studio. En de beroemdheden die daar in en uit liepen. Ik vergeet nooit dat ik in de studio een stevige babbel heb gehad met David Bowie en met Marc Bolan van T. Rex. De percussionist van Elton John mochten we lenen voor een nummer. Al die dingen waren meegenomen en zorgden ervoor dat het album 'Close up' inderdaad nog altijd gehoord mag worden." "Close up" herbergt in het totaal twaalf songs met daaruit als eerste singlerelease het groots klinkende Jane, Suzy and Phil, geschreven door Bob Baelemans en Fred Bekky. De single raakt blijkbaar bij niemand de gevoelige snaar en valt in geen enkele hitlijst te bespeuren. De opvolger wordt Mother Army met op de keerzijde Some days are gone, de achtste juli 1972 nog goed voor een eenentwintigste stek in de Top Dertig. De greep op de hitlijsten zijn The Pebbles intussen volledig kwijt, want wanneer ze in 1973 op de markt komen met de singles No time at all en Some kind of joker, is zelfs een kort bezoek aan de hitlijsten voor hen niet meer weggelegd. Zo noteren we de elfde mei No time at all, eveneens van de hand van Bob en Fred, op plaats achtentwintig in de Top Dertig.

Beggar

In 1972, ook nog goed voor een toptwintignotering, is er het door Fred Bekky geschreven Beggar. De vijfde februari 1972 bereiken The Pebbles daarmee in de Radio 2 Top Dertig de twaalfde plaats als hoogste notering.

Palermo Popfestival

Dinsdag de zevende september 1971 staan The Pebbles in Italië op het podium van het "Palermo Popfestival" samen met onder meer Bobby Solo, Black Sabbath en The Dutch Swing College Band.

Down at Kiki

Stilaan gaat het ook met The Pebbles bergafwaarts, ondanks knappe platenproducties, dure budgetten en steengoede producers. In 1971 is er de single Down at Kiki, geschreven door Fred Bekky, die ook instaat voor de levering van de B-kant Jelly Mama. De productie is in handen van Louis De Vries zelf. De zesentwintigste juni klimt de single naar de vijftiende plaats in de Top Dertig. To the rising sun verscheen eind februari 1971 al op single en stond de zesde maart van dat jaar op de veertiende plaats in de Top Dertig genoteerd.

Genevieve

Uit Echo

Shampoo

Drummer Marcel is intussen lid geworden van de getuigen van Jehova en mag volgens zijn geloof op zondag niet meer optreden. De optelsom is snel gemaakt en dus houden Luc en Marcel het bij The Pebbles voor bekeken. Zij gaan zich met hun groepje Shampoo bezighouden, muziekmaken op zijn Frank Zappa's. Fred en Miel vinden hun vertrek intriest en beschouwen wat overblijft als een geamputeerde versie van de vroegere bezetting. Luc en Miel experimenteren naar hartenlust en vereeuwigen dat geluid in songs als Keep the day cool, Hot dog en My sweet honeybee.

Wrijvingen

Maar met het grote succes kwamen ook de wrijvingen. Luc Smets vond dat er te weinig van zijn composities werden opgenomen. "De meeste nummers werden getekend door Bob en Fred en ik mocht af en toe hier en daar een steentje bijdragen. Een echte leider was er niet binnen de groep, al beschouwde Fred zich een beetje als the leader of the band. Iedereen legde zich dan ook snel neer bij wat Fred beweerde en voorstelde. Ik voelde me binnen de groep niet goed meer in m'n vel. Ik deed het niet meer met hart en ziel." Ook Fred voelde aan dat er almaar vaker spanningen opdoken in de studio. "In dezen heeft iedereen recht op zijn eigen waarheid, maar als ik bijvoorbeeld veel aandeel in het schrijven van een nummer had, wou Luc dat niet zingen omdat het hem zogezegd niet lag. Daarom dat ik voorstelde dat iedereen dan maar zijn goesting moest doen en zelf nummers moest aanbrengen, maar daar kwam dan weer weinig respons op. Moesten we voor televisie optreden, dan was Luc regelmatig geneigd liever thuis te blijven. Ik vond het hier en daar wat blasé. Pas op, Luc kan en mag er een andere uitleg aan geven, maar bij mij kwam dat toen toch zo over. Let op, Luc kwam natuurlijk bij de groep toen we al succesvol waren en voor hem leek dat succes bijna voor de hand liggend. Maar rancune is niet er niet en is er ook nooit geweest. Het leven gaat gewoon zijn gang."

Ook in Duitsland

Noch de samenwerking met Barclay, noch die met Milhaud levert The Pebbles een internationale hit op. Zij hadden gehoopt op een doorbraak in Engeland en Amerika, maar moeten genoegen nemen met hits in Duitsland en Spanje. In België daarentegen worden The Pebbles op dat moment vereerd als halfgoden.

Naar Spanje

Nu hadden The Pebbles wat promotie en inzet betreft iets meer van Eddie Barclay verwacht, maar diens catalogus stond bol van bekende artiesten en The Pebbles verzopen tussen die verdeelde aandacht. Monsieur Barclay had iets te weinig tijd voor hen dan ze nodig hadden als extra push om het deze keer ook in het buitenland waar te maken. "Ik vermoed dat ze bij Barclay met een soort Franse dedain op ons neerkeken, een beetje misprijzend: les Belges, les frites", aldus Marcel De Cauwer. The Pebbles hadden ook de pech dat op het Barclay-label de Spaanse popgroep Los Bravos internationaal hoog scoorde met Black is black en die slokte qua promotie zowat alle aandacht op. Hun manager was de Spanjaard Alain Milhaud (overleden de vierentwintigste april 2018) en Barclay schoof hem door naar The Pebbles. "Dat was nu eens een man met veel capaciteiten", aldus Fred, "maar wel een speciaal iemand. Hij nam altijd in Londen op in dezelfde studio's, steeds met dezelfde sessiemuzikanten. En dan ging hij op zoek naar buitenlandse groepen die hij in het Engels liet zingen. Voor ons was dat een vervelende situatie, want wij deden tot dan toe zowat alles zelf. Maar hij huurde een arrangeur in en liet ons alleen maar zingen, niet onszelf begeleiden. We klonken plots anders en dat vonden we spijtig. Maar ja, the show must go on. We waren voortdurend op de baan om op te treden en hadden niet veel tijd om ons met andere dingen bezig te houden." Milhaud neemt de productie in handen van de Pebbles-single 24 hours at the border van de hand van Luc Smets, met op de B-kant Lynch party, geschreven door Marcel De Cauwer. De zevenentwintigste juni staat deze plaat op zes in de Top Dertig. Milhaud zorgt er onder meer voor dat The Pebbles in Spanje volop aan de bak kwamen. Zij zongen Spanje zo goed als plat. Vaak verbleven ze daar meer dan twee maanden om al hun opdrachten af te werken. Zij traden daar op in bekende clubs in Bilbao en Madrid, maar ook in dansgelegenheden waar 's avonds laat de tonijnvissers passeerden, een paar glazen dronken en vervolgens huiswaarts keerden. The Pebbles vielen regelmatig van de ene verbazing in de andere. Onder meer toen ze merkten dat de plaatselijke jeugd zich conservatiever gedroeg dan in het meer vrijgevochten België en Nederland.

Mackintosh

Raar maar waar, en velen zijn dat intussen vergeten, als een soort zalf op de figuurlijke wonde na die zoveelste tegenvaller, scoren The Pebbles hun grootste hit in België met Mackintosh van de hand van Luc, Fred, Hugo en Bob, opnieuw in een productie van Alain Milhaud, op single gekoppeld aan Street named Love. Dus niet, zoals zovelen nog denken, met Seven horses in the sky. De eenendertigste januari 1970 wordt de single, nog altijd op het Barclay-label, in omloop gebracht en de zevende maart staat de single op de tweede plaats in de Top Dertig. "Het prachtige daaraan was dat toen die single net uitkwam, we in het buitenland moesten optreden, en toen we terugkeerden naar Vlaanderen, stond dat nummer torenhoog in de hitlijsten. 'Télé Moustique' (de Franstalige versie van 'Humo') klasseerde het nummer voor de grap op plaats nul omdat het zo snel gestegen was. Het overklaste bij de Walen al de overige singles", dixit Fred.

Album The Pebbles

De eenentwintigste juni 1969 organiseert Louis De Vries in Deurne het "1st International Pop Event" met op de affiche onder meer Fleetwood Mac, The Nice, Procol Harum, Wallace Collection en uiteraard The Pebbles, die inmiddels versterking hebben gekregen van de Nederlandse bassist Axel van Duin. Die is ook te horen op hun langspeler "The Pebbles", in 1969 opgenomen in de "Reward Studio" te Schelle, met daarop in het totaal acht nummers. De twintigste februari 1970 wordt daaruit To the rising sun op single uitgebracht met als hoogste notering in de Top Dertig een achttiende plaats. Op single wordt het nummer gekoppeld aan Is there no one (to see you).

Incredible George

In Londen hadden The Pebbles het nummer Incredible George opgenomen, geschreven door Bekky en Bobott. Dat wordt de veertiende juni 1969 op single uitgebracht met op de B-kant Playing chess, dan nog in een productie van Alain Milhaud. De eenentwintigste juni staat de single op de dertiende plaats in de Top Dertig, maar zal niet hoger klimmen. Met de nodige dosis guts stuurt Bob Leonard de single naar George Harrison om nog eens de aandacht van The Beatles op The Pebbles te vestigen. Ze laten George Harrison in de waan dat ze het nummer voor hem hadden geschreven. Vanuit Londen krijgen The Pebbles op zekere ochtend het volgende telegram thuisbezorgd: "Thank you for the record Incredible George. Like it very much and have no criticisms because it is so good and superior to so many other records in England and America. At the moment keep making good records and working hard and you will be rewarded. Love from George Harrison and The Beatles." Jaren later zal Bob dit telegram verkopen tijdens een Londense veiling, opgehangen aan diverse Beatles-attributen en rariteiten.

Huwelijk Miel Gielen

Uit Tienerklanken, met een reportage over het huwelijk van bassist Miel Gielen.

De hit en de klassieker

Seven horses in the sky wordt bij de start van 1969 op het Barclay-label gereleaset met op de B-kant The verge. Het succes blijft niet uit. De vijfentwintigste januari 1969 bereikt de single de vijfde plaats in de Ultratop en de eerste plaats in de BRT Top Dertig en zal pas na elf weken uit die hitlijst verdwijnen. Er gingen in ons land meer dan vijfenzestigduizend exemplaren over de toonbank. Ook internationaal wordt het een buitengewone meevaller, al zal Seven horses in the sky bij onze noorderburen geen echte voltreffer worden. De jury van de "Eregalerij" van Radio 2 en Sabam for Culture wil Seven horses in the sky voor de eeuwigheid bewaren en lauwert het nummer, samen met Verloren hart, verloren droom van Johnny White, tijdens een feestelijk gala dat de tiende november 2003 in het Concertgebouw van Brugge wordt georganiseerd.

Seven horses in the sky

Uit Tienerklanken met een reportage naar aanleiding van 15 jaar televisie.

Seven horses in the sky

Voor elk nummer dat The Pebbles schreven en opnamen, gingen zij binnen de groep op zoek naar de meest geschikte stem en voor dit nummer bleek dat Luc Smets te zijn. Seven horses in the sky wordt op het einde van 1968 opgenomen met als producer Rikki Stein. Die was hun door hun productieteam aangewezen en hij was trouwens de man die, ere wie ere toekomt, op de idee kwam het nummer in te zetten met die nadrukkelijke pianopartij. Ze nemen voor de allereerste keer in hun carrière op een achtsporenbandopnemer op. De arrangementen waren geschreven door de bekende Jean-Claude Petit. "Ik vroeg me meteen af", aldus Fred, "wat een man die vaak een klassieke aanpak had, met onze nummers ging doen, maar die heeft dat perfect en keurig opgelost. Jean-Claude heeft mooie arrangementen geschreven. Soms overdreef hij wat, maar die gooiden we er achteraf tijdens de mix wel uit. Daar had hij geen inspraak in. We pasten dat bijvoorbeeld toe in de iets overladen aanwezigheid van strijkers in Seven horses in the sky. Daar liet hij ook de blazers duidelijk weerklinken, wat wij in het begin vreemd vonden klinken, maar we hebben ons toen wat ingebonden wat het weglaten betreft en hebben hem zijn gang laten gaan. Het waren uiteindelijk stuk voor stuk vakmensen van wie we veel geleerd hebben." Voor de duidelijkheid, The Pebbles speelden eerst hun nummers in, waaraan nadien de arrangementen werden toegevoegd. Of Petit baseerde zich op hun studio-opname of op de demo die ze vooraf naar hem stuurden. Een kleine noot in de marge: toen The Pebbles in de studio bezig waren met het opnemen, blikte de Amerikaanse zanger Sammy Davis Jr. in de studio daarnaast een ganse elpee in met groot orkest.

Kastival 68

Uit Tienerklanken

Seven horses in the sky

Uit Tienerklanken een programma over Jazz Bilzen 68

Jazz Bilzen

1968 staat niet alleen als een rebels jaar in de geschiedenisboeken genoteerd, maar ook in de annalen van The Pebbles, een jaar voor hen om nooit te vergeten. Zo is er op vrijdag de drieëntwintigste augustus een optreden op het podium aan de Borreberg tijdens "Jazz Bilzen". Zij delen daar de affiche met onder meer T. Rex, Zen, The Move en The Pretty Things en brengen als een soort primeur het nummer Seven horses in the sky. "We hadden dat liedje nog maar een week of drie geleden geschreven, de tekst stond nog niet echt op poten. Je moet dat nummer plaatsen tegen de achtergrond van psychedelische muziek die toen een hype was. De song gaat simpelweg over een onweer, meer hoef je daar niet achter te zoeken. Vergelijk het een beetje met de mythische sfeer die er rond een nummer als 'Lucy in the sky with diamonds' of iets van die strekking hangt", aldus Luc Smet. Fred bevestigt dit. "Wij zongen toen nog de oude tekst, nog niet de aangepaste versie. Dat was nog voordat we het definitief hadden ingeblikt. De pers vond ons nadien een stelletje op hol geslagen paarden met een crazy optreden, inclusief vuurwerk." Volgens een lachende Bob Baelemans gaat het liedje over wat je ziet als je wat geblowd hebt, want wie ziet er anders zeven paarden in de lucht. Seven horses in the sky is een song die Bob Baelemans, Fred Bekky, Hugo Hubert en Luc Smets in hun vaste repetitielokaal hadden geschreven. Fred had met Bob al eerder een andere song uitgewerkt en flarden daarvan werden in Seven horses in the sky verwerkt. "Bob en ik hadden er in eerste instantie een tekst bij verzonnen, maar die hebben we nadien wijselijk veranderd omdat we een betere Engelse tekst wilden. We zijn toen gaan aankloppen bij journalist Hubert Hermans, alias Hugo Hubert, die beter Engels sprak dan wij en ons wel vaker had geholpen met het aanpassen van onze lyrics. De wat crazy tekst van Seven horses in the sky mag je op zijn actief schrijven. En Luc had ook enkele toffe ideeën en zong de lead, dus mocht hij meetekenen. Maar de prille basis is van de hand van Bob en mijzelf, want ik heb trouwens thuis nog een demobandje liggen met daarop de oerversie", dixit Fred.

Get around

Uit Tienerklanken

Het Pannenhuis

Louis was eigenaar van "Het Pannenhuis" op het Conscienceplein in Antwerpen, waar hij regelmatig groepen liet optreden. Groepen met naam en faam zoals The Marmalade, The Zombies en Colin Blunstone. De drieëntwintigste februari 1968 treedt hier Pink Floyd voor het eerst op. Ook The Pebbles mogen hun opwachting maken en krijgen het publiek meteen aan hun kant. Ze hadden inmiddels hun repertoire stevig uitgebouwd en konden putten uit een voorraad van vijftig stevige songs. Hun versies hoefden niet onder te doen voor de originele nummers. Miel hierover: "Wij oefenden zowat elke dag. Onderschat dat niet, want we deden dat op momenten dat we maandelijks ook nog eens dertig liveoptredens hadden af te werken. We kwamen bijvoorbeeld 's nachts terug van een optreden in Nederland, de dag nadien opnieuw repeteren, 's avonds weer de auto in richting volgende afspraak." Fred vergeet nooit dat ze dagen na elkaar iedere dag zo'n zes uur stonden op te treden en te kwelen. "Ik weet nog goed dat we in de zomer met ons vieren elke dag optraden in 'Hotel Continental' in Blankenberge. Je had daar beneden de 'Caveau'. Voor ons eerste optreden vroeg de baas in de namiddag gratis te spelen om te zien of we publiek trokken. De opkomst was matig. Pas 's avonds zat de zaal stampvol en mochten we van dan af elke dag spelen." Waaraan Bob zonder schroom toevoegt: "Dat was echt een tijd van seks, drugs en rock-'n-roll. Wij gaven ons graag over aan alles wat de sixties te bieden hadden. En dat was vooral aangenaam en heel prettig. Het begrip groupies was ons inderdaad niet vreemd." Fred pikt weer in: "Daar zijn we nadien gedurende een aantal jaren nog elke zomer regelmatig gaan optreden. Dat was wel hard werken. Elke dag at ik bijna een volle pot honing leeg om mijn stembanden te smeren. Ik heb er een slecht gebit aan overgehouden, maar kom. Bob en ik konden dat zingen met ons beiden niet blijven volhouden en we zijn dan op zoek gegaan naar een vijfde man, een extra zanger die daarnaast ook keyboard kon spelen, en zo kwamen wij terecht bij Luc Smets. Luc hadden we voordien al opgemerkt tijdens een optreden van hem in Mechelen."

Get around

In de maand februari van 1968 brengen The Pebbles als nieuwe single Get around op het Barclay-label uit, geschreven door Bob en Fred, met op de B-kant 40 miles. Ze mogen diep ademhalen, want de vierentwintigste augustus staan ze op tien in de Top Dertig. Fred voegt daaraan toe: "Ik vermoed dat ik Get around samen met Bob op mijn gitaar heb gecomponeerd, een soort Lennon en McCartney-manier van samenwerking. We gingen net als zij niet echt bij elkaar zitten om dan een liedje te schrijven. De ene bracht dit aan, de andere dat. Maar om na al die jaren precies te zeggen wie wat precies, daar heb zelfs ik het raden en gissen naar." Maar Get around als single aan de man brengen, was niet zo makkelijk, weet manager Louis De Vries ons te vertellen: "Rockmuziek brengen was in die tijd not done. Er waren zelfs kranten die daar geen woord aandacht aan besteedden. 'Gazet van Antwerpen' had er geen oren naar. Op televisie kon je met wat geluk terecht bij programma's als 'Tienerklanken' en 'Binnen en buiten'. Het was de toenmalige deejay Mike Verdrengh die er als eerste bij de VRT iets in zag. Voor hem klonk Get around alsof het een nummer één was uit het buitenland. Hij steunde The Pebbles dan ook door dik en dun. Ook Radio Veronica draaide de single grijs, maar tot een echte hit werd Get around in Nederland niet verheven." "Get around blijf ik nog altijd een goed nummer vinden, die Get around", aldus Fred. "We hebben daar veel respons op gehad. Mike Verdrengh draaide ons op de radio zo goed als grijs. Die was toen een echte fan van ons. Get around was onze eerste kennismaking met de hitlijsten. In de nasleep daarvan leverde ons dat ook vele optredens op en het aantal fans groeide gestaag."

Olympia in Parijs

Dat Barclay-contract biedt The Pebbles veel meer mogelijkheden dan ze tot dan toe gekend hadden. Zij mogen voortaan kiezen waar ze willen opnemen. Om de kans op een internationale doorbraak mogelijk te maken, kiezen ze voor een studio in Londen. Daar blikken ze in 1967 de single I got to sing in met op de B-kant You better believe it. Beide geschreven door Bob Bobott en Fred Bekky. De single is echter in geen enkele hitlijst terug te vinden. In de slipstream daarvan zorgt Eddie Barclay ervoor dat The Pebbles in de maand oktober 1967 mogen optreden in het voorprogramma van de legendarische Jimi Hendrix in de Parijse muziektempel "Olympia", waar voordien ook The Rolling Stones en The Beatles hadden staan glunderen. Voor Hendrix en zijn Experience het eerste optreden op het Europese vasteland. Drummer Marcel: "Ik was toen in het leger. Ik had wel verlof aangevraagd, maar je mocht niet naar het buitenland. Ik ben dan maar stiekem naar Parijs getrokken, want zo'n optreden was een must." Bassist Miel vertelt in die Belpop-aflevering: "The Jimi Hendrix Experience stond met twee gitaristen op het podium, elk met een stel Marshall-versterkers achter zich, wij daarvoor met onze kleine Fenders. Dat contrast was immens. Wanneer zij hun gitaren aansloegen, was het alsof er een kanon afging." Voor The Pebbles was dit een kennismaking met de beau monde. Op de eerste rijen zaten onder meer Brigitte Bardot, The Small Faces, Sylvie Vartan, Johnny Hallyday en The Rolling Stones.

Het begin van het einde

The Pebbles hoopten dat ze door die ontmoeting met The Beatles eindelijk vaste voet op Engelse bodem konden krijgen. Iets later vernemen zij dat de uitkoopsom die Eddie Barclay vroeg zelfs voor The Beatles te hoog lag en dus bedankten de heren vriendelijk. In die bewuste aflevering van "Belpop" over The Pebbles relativeert Louis De Vries nochtans dat Apple-verhaal behoorlijk. "Had Apple met hen een deal willen sluiten, dan waren we er zeker in geslaagd samen met Barclay tot een overeenkomst te komen. Barclay had er geen enkel belang bij dat tegen te houden. Ik denk dat mijn verhaal 99% procent van de ware lading dekt." We hoeven u niet te vertellen dat The Pebbles dit op hun beurt volmondig tegenspreken. "Voor ons was dit zo'n beetje het begin van het einde", vult Fred aan. "We gingen net zo lekker crescendo en dan krijg je plots zo'n opdoffer. Dat voorval heeft ons sowieso geen goed gedaan."

Paul McCartney en John Lennon

Maar er ontbreekt nog een echte hit op het Pebbles-palmares. Er wordt gezocht naar een nieuwe locatie om op te nemen en dat worden uiteindelijk de "Advision Studios" in New Bond Street in Londen, opgericht aan het begin van de jaren zestig door Guy Whetstone en Stephen Appleby. Daar hadden intussen al diverse grootheden platen opgenomen zoals The Yardbirds, The Move, T. Rex en The Who. Luc Smets weet nog dat toen zij daar aankwamen, Procol Harum de laatste hand legde aan de wereldhit A whiter shade of pale. Tijdens een van hun opnamen krijgen The Pebbles het bezoek van niemand minder dan Paul McCartney en John Lennon. Hallo Fred Bekky! "Zij kwamen toevallig binnenwippen omdat ze daar met een aantal demo's bezig waren. Wij waren net bezig met de opname van het nummer '40 miles'. Ik weet nog goed dat ik geen woord kon uitbrengen. Stel je voor, twee popgoden die daar plots voor je stonden. Dat overviel ons compleet. We stonden als aan de grond genageld en durfden amper goedendag te zeggen. Ik weet nog goed dat ze een aantal tapes hebben beluisterd en nadien een gesprek hebben gevoerd met Louis De Vries. Zij waren net gestart met hun Apple-label en waren op zoek naar iets extra's. Ze hadden al Mary Hopkin en James Taylor in huis en er was nog plaats en interesse voor een groep. We hebben zelfs handjes geschud met John en Paul. Iets om nooit meer te vergeten."

You better believe it

Uit Jazz Bilzen 67

Sha la la la

Uit Tienerklanken

Naar Barclay

Louis De Vries ziet het qua plaatopnamen groots. Op het moment dat De Vries met zijn poulain Ferre Grignard van Philips naar Barclay overstapt, rijven The Pebbles een deal binnen voor de komende vijf jaar. Wat weet Fred hier nog over? "Wel, ik herinner me dat Louis een platendeal voor de Ferre had afgesnoept van Barclay en hij vroeg ons of we geen zin hadden om met hen ook een deal te sluiten. Uiteraard gingen we daarop in, ook op het voorstel om in Parijs op het kantoor van de sigaren rokende Eddie Barclay met onze kleine installatie iets van ons kunnen te etaleren." Luc Smets bewaart aan die auditie fijne herinneringen. "Wij met ons busje en onze instrumenten richting Parijs om daar in de buurt van de Champs-Elysées op het kantoor van monsieur Barclay te laten horen wat wij te bieden hadden. Wij traden daar niet alleen voor hém op, maar voor zijn hele entourage, aantrekkelijke secretaresses incluis. En we zagen meteen dat hij van ons optreden genoot."

Luc Smets

Iedereen is het er meteen over eens, Luc is voor The Pebbles een grote aanwinst, een soort Mick Jagger. Hij zong niet alleen goed, maar was tevens een goede toetsenist en zag er nog sexy uit ook. Die mengeling van Lucs stem met die van Bob en Fred levert een aantrekkelijke mix op. Bob had een vrij goed klinkende soulstem, Fred was zo'n beetje de charmezanger van de groep en Luc had iets in zich van een hardrocker. Daardoor konden ze niet alleen nummers in samenzang brengen, maar ook elk apart, solo dus. Luc zal later die sfeer van toen dan ook niet licht vergeten: "Ik heb met wel honderd mensen gezongen, maar zingen samen met Bob en Fred was telkens kicken. Dat klonk als een klok en was ook nog goed voor onze adrenaline."

Louis De Vries

The Pebbles willen vooruit en gaan op aanraden van Bob Leonard op zoek naar een nieuwe manager, die ze vinden in de persoon van Louis De Vries, op dat moment de manager van de succesvolle Ferre Grignard, die internationaal scoort met Ring, ring, I've got to sing. Bob Leonard, die intussen voor Louis was gaan werken, was tevreden met de komst van Louis. Hij wil daarover het volgende kwijt: "Louis pakte het dadelijk professioneel aan. Hij vond dat The Pebbles zich te bescheiden gedroegen. Hij deed hen meer in zichzelf geloven. Hij eiste ook dat ze hun eigen nummers live brachten. Dat was een ferme stap voorwaarts, want op dat moment speelden de meeste beatgroepen gewoon de hitparade na."

Italiaans

Na die semisuccesvolle singles zijn The Pebbles niet meer zo tevreden over hun platendeal met Arcade. Die willen dat de jongens het ook internationaal aanpakken en in andere talen gaan zingen. Zo is er de release van de single Il nuovo giorno, vertaling van On the day, met op de B-kant Domani capirai oftewel You better go away, in 1965 uitgebracht op het Durium-label. Bob Baelemans moet er nog steeds om lachen. "We hebben dat fonetisch ingestudeerd. Niemand van ons was die taal machtig. Denk niet dat we er blij mee waren. Ons oogpunt was platen opnemen in het Engels. We wilden iets betekenen in de pop- en de rockwereld."

Arcade Records

Na hun CBS-avontuur sluiten The Pebbles een platendeal met Arcade Records. In 1965 brengen ze op dat label de single Huma la la la uit van de hand van de Amerikaanse countryzanger Billy Joe Burnette, die het iets eerder zelf op plaat had gezet, met op de B-kant Geneveve, geschreven door Fred Bekky samen met Louis Van Rijmenant. Het was trouwens een idee van Louis om Huma la la la in te blikken. Mocht u op zoek gaan naar dat nummer, dat werd in 2010 op cd uitgebracht op het label Magic Records onder de titel "The Pebbles' Best". Op Arcade Records verschijnt vervolgens in 1966 de single Someone to love, geschreven door Rudy Witteboon en Louis Van Rijmenant, met op de keerzijde I wonder. Louis gaat zich almaar meer muzikaal met de jongens bemoeien, maar dat zien ze niet zo zitten omdat ze Louis nogal een inhalig type vinden, een die overal een graantje wil meepikken en zich iets te veel met hun repertoirekeuze inlaat. "Hij gebruikte ons voor van alles en nog wat, ook om in de studio een aantal artiesten uit zijn platenstal te begeleiden, wat we toch vreemd vonden, want voor de rest hadden we met die mensen niets te maken. Dus op den duur vonden we die samenwerking niet meer kunnen en ook niet leuk meer", aldus Fred. Someone to love blijft in de hitlijsten zo goed als zonder respons, net als de opvolger Where is she?, gekoppeld aan The whip!, dat The Pebbles samen met de in Trinidad geboren zanger Mel Turner opnemen. Mel, ook bekend onder zijn echte naam Jimmy Ross, verbleef een tijdlang in ons land nadat hij een contract had weten te versieren in Bobbejaanland.

Naar Nederland

Leonard vraagt aan The Pebbles of ze niet graag in Nederland willen optreden. In het begin aarzelt Fred. "Er stond wel elke week iemand naast het podium met de wildste voorstellen. We hadden intussen ons lesje wel geleerd." Leonard had intussen in de pers gelezen dat The Pebbles hun pijlen op Amerika wilden richten. Hij pakt de Nederlanders aan met de hun zo eigen grootspraak en bluft dat ze The Pebbles nog kunnen boeken vooraleer ze naar Amerika afreizen. Hij legt The Pebbles meteen een goedgevulde concertagenda voor waarop de jongens natuurlijk geen neen kunnen zeggen. Hun eerste optreden wordt zo'n meevaller dat de Nederlanders hen maar wat graag op hun podia uitnodigen. Aan Gust De Coster vertelde Bob daarover: "The Pebbles speelden toen vijf à zes uur ononderbroken de hits van het moment. Geen pauze dus, want anders ging het publiek naar de dancing aan de overkant van de straat. Dat was een perfecte leerschool voor hen. En goed voor de stemvorming, want ze besteedden toen al veel aandacht aan de zangpartijen."

Bob Leonard

Belangrijk voor The Pebbles is dat op zekere dag Bob Leonard zich over hen gaat ontfermen. Bob had toen al een grote naam in het milieu verworven. Bij zijn overlijden in 2016 zei Louis De Vries over hem: "Bob was niet te evenaren. Hij heeft in zijn eentje meer voor de Belgische muziekbusiness gedaan dan de meeste anderen samen. Hij is erin geslaagd om The Pebbles en andere groepen op de kaart te zetten en hen in het buitenland te laten optreden. Dat was in die tijd niet zo eenvoudig." Daaraan voegt Fred met graagte toe: "Hou in je achterhoofd dat Bob heel veel voor The Pebbles heeft betekend. We zijn en blijven hem daar eeuwig dankbaar voor. Daarom ging ik hem ook vaak bezoeken, uit respect en waardering. Zonder hem waren we nooit zo ver geraakt. Ook zijn kennissenkring en zijn contacten waren voor ons belangrijk." Bob overleed in de maand juni van 2016 op negentigjarige leeftijd.

Eerste singles

In ons land wordt intussen op het CBS-label It's allright with me now uitgebracht, gekoppeld aan Forever more. Enkele maanden nadien is er bij ons op het CBS-label de single Let's say goodbye, gekoppeld aan het eerder in Amerika uitgebrachte Love me again. Ook in Duitsland wordt die single uitgebracht, zij het op het Hansa-label. "Die singles werden geen hits, maar we waren", zegt Fred, "door het dolle heen dat we plaatjes konden opnemen. We werden verdorie ook nog op de radio gedraaid. Je zou voor minder fier en blij zijn. En de respons was positief."

Geen American dream

Mimi Smith: "Petty had het goed voor met The Pebbles. Hij wou er koste wat het kost een grote groep van maken. Hij geloofde in die jongens en in hun kwaliteiten. Ik vermoed dat hij eerst met hen in Engeland wou scoren en vervolgens doorstoten naar Amerika." Bob Baelemans vult aan: "Petty nam onze studiobanden die hier waren ingeblikt mee naar New York en wij waren er echt van overtuigd dat hij ons ginder een grote hit zou bezorgen." Petty hoopte dat zich een aantal deejays achter die plaat zouden scharen, maar wat The Pebbles verwacht hadden, en Petty ook, gebeurde niet. De gewenste dosis geluk bleef achterwege. Wat Petty wel lukte, was het nummer door te spelen aan de Canadese rocker Barry Allen, die op het Capitol-label It's allright with me now covert en ermee doorstoot tot op de twaalfde plaats in de Canadese hitlijsten. The Pebbles wachten tevergeefs op de royalty's en leggen zich er nadien maar bij neer dat ze ernaar konden fluiten. Einde Petty-verhaal!

The Pebbles

Met Norman Petty nemen The Fredstones onder meer Love me again op, geschreven door Benny Welton, nom de plume van Jean Vanhoren, en Serge Van Oppens. In Amerika verschijnt Love me again in 1965 op het Dot-label, met als B-kant It's allright with me now. Bob Baelemans weet nog in verband daarmee: "Op zeker moment stelt Norman Petty, die grote muzikale god, ons voor om de groep voortaan The Pebbles te noemen. Niet dat we toen al de relatie legden tussen The Flintstones en Freds dochtertje Pebbles, want die reeks liep hier nog niet op televisie. Maar Petty kon die link natuurlijk wél snel leggen, want die reeks was in Amerika een echte klepper."

Norman Petty

Norman Petty, producer van wijlen Buddy Holly, ziet tijdens dat bezoek aan ons land dus dankzij Jean Meeusen The Fredstones live aan het werk en wil met hen een plaat opnemen. "Het was natuurlijk geweldig voor een nog jonge groep uit Hoboken om met Petty te kunnen gaan samenwerken", aldus Miel. Ook Fred hield er bij manier van spreken een natte droom aan over. "Wij hadden afgesproken in het café naast 'Den Breughel' en het was toch niet niks om aan tafel te zitten met de producer van een van je idolen, in dezen Buddy Holly. Dat was geweldig toen ik 's nachts in bed lag en eraan dacht hoe ik een jaar of drie geleden nog die liedjes van Buddy probeerde na te spelen op mijn gitaar, liedjes die Petty geproducet had. Euforie werd op dat moment een beetje deel van mijn leefwereld. Iets later zat Petty letterlijk bij ons thuis aan de keukentafel om teksten door te nemen en aan onze uitspraak te schaven. Wie had dat ooit durven dromen? En dan zijn we iets later in Brussel in de studio gekropen. Dat waren toen tweesporenopnamen, dat was spelen alsof je ergens live optrad. Je kon dus eerst de begeleiding inspelen en dan op het andere spoor de tekst inzingen, that's it. Zo'n single was toen nog in mono. En dan is Petty vervolgens met die opnamen naar Amerika vertrokken."

Jean Meeusen

Dankzij de Antwerpse deejay Jean Meeusen (nadien eigenaar van de platenlabels Supreme en Inside) komen The Fredstones in contact met CBS Records. Zij blijven trouw optreden in de zaal waar voor hen alles na dat optreden van Will Tura was begonnen, "Den Breughel" op de Kioskplaats te Hoboken, uitgebaat door Rosa Baeten en haar man, die daar in zijn vrije uren nog judoles gaf. "Wij traden zo'n keer of twee per week op. Niet alleen in 'Den Breughel', maar ook in zaaltjes op Linkeroever en zo. We kwamen daar deejay en producer Jean Meeusen tegen, die ons aan een platencontract hielp. Hij liet ons weten dat hij de Amerikaanse producer Norman Petty op bezoek had en dat hij die aan ons zou voorstellen."

The Fredstones

Bob en Fred besluiten de groep The Fredstones op te richten met onder anderen bassist Miel Gielen. "We waren fans van The Rolling Stones", aldus Miel. "Het was 1964 en samen met The Beatles waren ze talk of the town. Fred was het brein van de groep en was degene die in het begin ook het repertoire hoofdzakelijk bij elkaar zocht, vandaar de naamkeuze The Fredstones." Waaraan Fred snel toevoegt: "Niet dat de anderen geen inspraak hadden, maar ik ben altijd nogal een bazig iemand geweest, ik moest het heft in handen hebben, maar wel met een positieve instelling." Ook drummer Louis De Laet komt de groep versterken. Van de baas van de zaak waar Tura optrad, vernemen The Fredstones dat er over twee maanden een braderie plaatsheeft en dat zij in zijn zaal mogen komen repeteren, op voorwaarde dat zij tijdens de braderie hun kunnen zullen etaleren. Dat optreden wordt een enorm succes. Onder aanvoering van Fred gaat de groep keihard repeteren. Zij zetten door tot de songs juist klinken. Vooral Fred is daar perfectionistisch in. "Ik herinner me nog goed", aldus Fred, "dat onze bassist van toen niet vlot muziek kon lezen, maar die leerde zijn baspartij uit het blote hoofd en speelde dat dan ook zoals het hoorde. Wij kenden ons ding, inclusief onze beperkingen, maar daarin stonden wij net zo sterk. Noem ons in die periode vooral een soort levende jukebox. Wij speelden het repertoire van vele bekende groepen perfect na. Soms vonden mensen dat onze versie beter klonk dan het origineel. Om maar te zeggen hoe goed we ons best deden. Daardoor waren wij in die tijd door zaaluitbaters en organisatoren ook erg gegeerd."

Bob Baelemans

Fred Bekky had de in Hoboken geboren Robert Baelemans leren kennen – voor zijn vrienden Bob – die we vooral kennen onder zijn artiestennaam Bob Bobott. Fred hierover: "Ik kwam in 1964 Bob tegen op een bal in Hoboken. Die avond trad daar Will Tura op en wij als jongeren vonden die liedjes maar niks, te ouderwets. Wij waren wel weg van zijn begeleidingsband, want die speelde, wanneer Will even een adempauze inlaste, voortreffelijke rock-'n-roll en beat." Bob had die avond een paar vrienden bij zich die elk een instrument bespeelden. Niet hoogstaand, maar het kon door de beugel.

Fred Bekky

Het verhaal van The Pebbles begint met Fred Bekky, de achttiende februari 1944 geboren als Frederik Beekmans te Hoboken, en Bobott, alias Bob Baelemans, eveneens in Hoboken geboren. Fred: "Ik moet een jaar of acht geweest zijn, toen mijn ouders merkten dat muziek me wel lag. Mijn vader had ooit nog, zonder daarvoor gestudeerd te hebben, vioolgespeeld, vooral tijdens feestjes. Hij speelde ook niet onaardig op de mondharmonica. Ik liet aan mijn ouders weten dat ik graag piano wou spelen, maar dat instrument was te duur en bovendien te groot om in huis te halen. Dus ik met die viool van pa naar de muziekschool. Daar heb ik het tot mijn zestiende volgehouden. Vooral klassieke muziek heb ik daar gespeeld. Ik weet nog goed dat als mijn vrienden buiten gingen voetballen, ik naar binnen trok om een uurtje op de viool te oefenen. Op mijn zestiende werd ik bekeerd tot de rock-'n-roll: Jerry Lee Lewis, Elvis Presley." Naast musiceren bleek Fred ook nog eens op school een goede leerling te zijn. In de lagere school haalde hij op een speelse manier een score van negentig procent. Na een passage via het PMS (Psycho-medisch-sociaal Centrum) trok Fred naar de afdeling Latijn-Wiskunde aan het atheneum. "Het mag raar in jullie oren klinken, maar wiskunde zei me niets en Latijn liet me ook al even koud. En toch heb ik die richting met succes afgewerkt. In die periode had ik bij de geburen een gitaar kunnen lenen en leerde ik in mijn eentje een rist gitaarakkoorden. Ik had een goed gehoor en pikte van de radio aardig wat liedjes mee die ik dan inoefende en meezong. Toen ik die akoestische gitaar wat in de vingers had, kocht ik mijn eerste elektrische gitaar en ging hier en daar eens kijken naar optredens van een aantal lokale groepen. Ik mocht links en rechts meespelen en dat bleek me wel te liggen. Stilaan groeide de idee en de goesting om met een eigen groep te beginnen en dat werden The Fredstones." Vooraf, dat dient toch vermeld te worden, speelde Fred bij groepen als The Springs en The Ghostriders. "Wij speelden toen de pophits van het moment. In die tijd moest je als je optrad nog een ganse avond vullen. Ik weet dat we tussendoor, om onze stemmen te sparen, regelmatig instrumentale nummers speelden. Dan speelden we de hits van The Ventures en The Shadows. Ik heb in die tijd almaar beter gitaar leren spelen, want die optredens waren tegelijkertijd een goede leerschool."