Technotronic

Delen S
Bekijk DiscografiesLees Biografie
Of ze nu 18 of 40 zijn, mensen gaan nog altijd zonder schroom uit hun dak op "Pump up the jam".
Pump up the jam: het einde van de new beat.

Gud Nuse

Studio Brussel vroeg in 2019 als aanloop naar de dertigste verjaardag van Pump Up The Jam haar luisteraars om een nieuwe versie van het nummer te maken. De vakjury en luisteraars kozen uit tweehonderd inzendingen de versie van Gud Nuse als absolute winnaar. Onder die naam experimenteert muzikant Tim De Pooter al enkele jaren met bijzondere covers van wereldbekende hits in de ongewone setting van de grote Sint-Cordulakerk van Schoten, de gemeente waar hij opgroeide. Met zijn vriendin Sien nam Tim meteen ook een videoclip op bij het nummer, eveneens met de laatgotische en onlangs mooi gerestaureerde Sint-Cordulakerk als decor. Zijn versie werd vrijdag de 13de september 2019 officieel uitgebracht door Universal.

Jo Bogaert, de schrijver

Vanaf 2010 gooit Bogaert het ter afwisseling over een literaire boeg en kruipt talentvol in de pen. Zo publiceert hij bij uitgeverij Halewyck het boek "Van Eyck, de aanbidding van het Lam Gods: machtsdroom en esoterie". Bij uitgeverij De Clip verschijnt in 2012 "Oe zeg de?", een boek over het Aalsters dialect. Aalst ligt hem zo na aan het hart dat hij het jaar nadien bij dezelfde uitgeverij het boek "Wabliftra?" uitbrengt, een boek over Aalst in de jaren zestig en zeventig. De dertiende oktober 2015 lanceert uitgeverij Lannoo het boek "Dag meneer De Wilde". Hierin beschrijft Bogaert het leven en werk van Jan. Daarnaast schildert Jo ook graag en leidt, om het in zijn eigen woorden te zeggen, een vrij rustig leven, ver weg van de spotlights. Hij heeft in al die tijd met plezier kunnen vaststellen hoe de studio's van in het begin toen hij met muziek bezig was intussen gereduceerd zijn tot een laptop: muziek kan je tegenwoordig maken op je schoot vanuit je luie zetel. Wie had dat ooit durven denken?

Er is leven naast Technotronic

Jo Bogaert was behalve met het Technotronic-verhaal druk bezig met andere muzikaliteiten. We maken in dezen een selectie. In 1990 vroeg Arno hem een remix te maken van Whoop that thing. Het jaar nadien remixt Jo Dans met mij van Noordkaap. In 1996 gaat hij het album "Monstertje" van de groep Gorki produceren en schrijft ook enkele songs voor hen. Jo produceerde vijf tracks van het album "Mud stories" van An Pierlé. In 2006 zal Jo ook meewerken aan haar album "An Pierlé & White Velvet". In 2000 remixt Jo Daar gaat ze van Clouseau, bestemd voor het album "20 jaar Tien Om Te Zien". Datzelfde jaar werkt hij mee aan het album "Oude man" van zijn vriend Jan De Wilde. In 2004 produceert Bogaert het album "Ghostboy" van Gabriel Rios en drie jaar later diens "Angelhead".

Rapper Nitro

In 2017 wordt er opnieuw groots en met hernieuwde energie uitgepakt. Na 2009 had Manuela besloten het Technotronic-verhaal een aantal jaartjes on hold te zetten, maar in 2016 gaat ze op zoek naar een nieuw boekingskantoor in Engeland en gaat ze voor deze gelegenheid samenwerken met rapper Nitro. Nitro is een bekende Italiaanse rapper geboren als Nicola Albera in Vicenza. Zo is Technotronic in die nieuwe bezetting onder andere de zevende juli te gast tijdens "Love the 90's" in Barcelona, de eenentwintigste juli op Ibiza, de vierde augustus tijdens het "Lytham Festival" in Engeland, de negentiende augustus in Denemarken en de negende september tijdens het "Reminisce Festival" in Engeland. Twee jaar later, de vijftiende november 2019, staat er een optreden gepland in "Le Dôme" in Montpellier en de dag nadien in "Palais Nikaïa" in Nice.

20 jaar "Pump up the jam"

Twintig jaar na de hitfeiten besluiten Ya Kid K en MC Eric in de loop van 2009 de muzikale draad nog eens feestelijk op te pikken. Het feit dat Pump up the jam twintig jaar geleden een wereldhit werd, mag nog eens in de verf worden gezet. De krachten worden verzameld en er wordt een wereldtour op het getouw gezet. Er mag wat worden afgereisd: van Europa over Zuid-Amerika tot in Australië toe. Er wordt vooraf afgesproken dat de grote hits sowieso de revue zullen passeren, maar dat er ook ruimte gemaakt moet worden voor nieuwe nummers. De bekende hits worden tijdens hun tournee wel gebracht in remixversies. Een kijkje in hun agenda leert ons dat ze de zestiende juli een groots optreden geven in de "Movistar Arena" in Santiago de Chile. Een zoektocht naar dat beloofde nieuwe album levert uiteindelijk geen resultaat op.

Runaway Blues

In 2001 brengt Jo een nieuwe productie van Technotronic op de markt, Runaway Blues, met daarin samples van de song Another man done gone van de Amerikaanse blueszangeres Vera Hall. Het nummer weet hier echter in de hitlijsten geen deining te veroorzaken.

The Mariachi

Producers Patrick Bruyndonx en Danny Van Wauwe gaan in 2000 aankloppen bij Ya Kid K en vragen haar of ze geen zin heeft om haar stem te lenen aan het door hen geschreven The Mariachi. Deze latino-rap staat de negenentwintigste juli van dat jaar op plaats 29 in de Ultratop 50.

Like this

In 1999 gaat Jo Bogaert ook nog eens aan de slag als schrijver-producer van zijn geesteskind Technotronic. Hij trekt naar de studio voor het nummer Like this, gebaseerd op Let's clean up the ghetto, voordien een hit in de originele versie van Philadelphia International All Stars. Jo had na al die successen met Technotronic gerust op zijn financiële lauweren kunnen rusten, maar... "Om de zovele maanden bekroop me de lust en de goesting om nog eens een maxisingle de wereld in te sturen. Ik had iets klaarliggen, gebaseerd dus op die Philly-klassieker van Gamble en Huff. Het was in die tijd schering en inslag dat je een danceplaat baseerde op een eerder gescoorde hit. Een soort leentjebuur spelen. En ik wou dat ook eens proberen. ARS vond het een leuk idee om dat op maxisingle uit te brengen. Een week later komen twee dj's een demo laten horen en wat blijkt, zij hebben diezelfde sample gebruikt. Ik heb dan met hen, Patrick Bruyndonx en Danny Van Wauwe, onze koppen en ons talent bij elkaar gestoken. Zij stelden voor aan rapper Monday Midnite (alias Monday Osaigbovo Agbonze) te vragen of hij geen zin had aan dit product mee te werken, en zodoende. Zo kwamen we via een omweg opnieuw bij Technotronic terecht en ging de bal weer even aan het rollen." Met succes blijkbaar, want Like this van Technotronic featuring Monday Midnite wordt snel op single uitgebracht op het ARS-label en bereikt de vierde december 1999 de negende plaats in de Ultratop 50. Er volgt nadien nog een tweede single met Monday Midnite, The G-Train, de elfde maart 2000 goed voor een negenendertigste plaats in die Top 50.

Het Millenium-project van Jo Bogaert

In 1996 vinden we Bogaert terug in de studio om zich daar uit te leven in het project Millennium, dat hij samen met Michael Brook, Robert Wyatt en Domenico Vaccaro op poten had gezet. In de pers lezen we: "Millennium is een project van Belgisch producer Jo Bogaert die put uit een heel gevarieerde reeks van bronnen: een originele mix van elektronische beats, akoestische klanken en ongewone songstructuren. Geholpen door de gitaar van Michael Brook, de sporadische viool van Chikako Sato, de stem van Robert Wyatt en Blissphemy, komt Bogaert hier tot een erg overtuigende hybride vorm. Niet echt geluidslandschappen, niet echt songs, maar iets daartussenin. Vijf jaar geleden zou deze muziek onmogelijk zijn geweest. Nu, midden de jaren negentig, klinkt dit erg chill." Dat jaar is er van Millennium op het CNR-label het album "A civilised world" met daaruit van de hand van Jo de lang uitgesponnen single Another great victory. In de winkels wordt dit geklasseerd onder elektronische rock, stijl downtempo. Nadien volgt nog op single het nummer Prosa'k.

I want you by my side

In 1996 brengt Technotronic de single I want you by my side uit, geschreven door Jo en Patrick samen met Charles Diamond Davis, goed voor een eenendertigste plaats in de maand maart van dat jaar. Ook in Amerika lijken de hoogtijdagen zo goed als voorbij. "Ik weet hoe dat komt", repliceert Jo snel. "De muziek was gewoonweg niet goed. ik was zo goed als leeg. Je kan je dan de vraag stellen waarom je daar als producer nog je energie in steekt. Maar ik herhaal wat ik al eerder zei. Ik was op het moment zelf niet alert genoeg om te anticiperen. Ik had ook geen entourage om me heen die vooraf al eens iets durfde af te keuren. Ze lieten me begaan en dat is nooit een goede aanpak."

Recall

Move it to the rhythm is terug te vinden op het in 1995 op het ARS-label uitgebrachte album "Recall" met daarop twaalf tracks geschreven door Jo Bogaert, Patrick De Meyer en Manuela Kamosi. Naast de daarnet geciteerde hit ook songs als Recall en Are you ready. Het album zal niet genoteerd geraken in de Ultratop Album 200. Het album zal trouwens ook internationaal niet scoren in de diverse charts. Hoe voelde dat dan aan, Jo? "Dat album beschouw ik nog altijd als een experiment en, ik meen wat ik nu zeg, die plaat mag gerust geschrapt worden. Na al die jaren kan ik daar ook niet meer achter staan."

Move it to the rhythm

De twaalfde november 1994 is er op het ARS-label de release van een nieuwe Technotronic-plaat, Move it to the rhythm, geschreven door Jo en Patrick samen met Manuela. In de Ultratop 50 geraakt de single bij ons niet verder dan de vijftigste plaats. Ook in Amerika wordt de single uitgebracht en staat daar in de maand mei van 1995 op de drieëntachtigste stek in Billboard's Hot One Hundred. Jo en Manuela maken bewust in hun aanpak een muzikale switch. Ze keren bewust van het commerciële terug naar het dancecircuit. "We wilden ons bevrijden", weet Jo nog goed. "Ik voelde het aan als té determinerend dat telkens als ik iets moest schrijven, het cross-over genoeg moest klinken om door de radioproducers te worden gedraaid. Dat werkte bij mij te veel als een keurslijf. Ik voelde me als componist veel vrijer wanneer ik aan een stuk kon beginnen waarin ik helemaal geen rekening hoefde te houden met dat al dan niet dwangmatig commercieel te moeten klinken. Om te zien of zo'n nummer als "Move it to the rhythm" op maxisingle iets teweegbrengt in het dancemilieu, was een leuke ervaring op zich."

The greatest hits

Nog even vermelden dat in 1993 Technotronic wordt verzameld op het album "The greatest hits". Van Pump up the jam tot en met Get up!, veertien nummers in het totaal. Intussen is Manuela na haar solo-uitstap terug bij de groep en is te horen op twee nieuwe songs die aan deze verzamelaar worden toegevoegd: Hey yoh, here we go en One + one. Die twee nummers zullen na hun singlerelease op matig applaus onthaald worden. Verzamelaars houden zich intussen koest met het bijeengaren van dat nummer op diverse edities, onder andere de Poolse, de Griekse, de Amerikaanse, de Engelse, de Duitse en de Tsjechische release.

Jo Bogaert gaat solo

Omdat Bogaert een man is van vele muzikale vijvertjes, gaat hij zich in 1993 bezighouden met wat we ambient music zullen noemen. Onder zijn persoonlijke naam verschijnt op het XXP Records-label het album "Different voices" met songs als Trance, Pinky en Ambient Kinsky. Dat ambientgenre werd wel vaker door technoartiesten beoefend. Denken we daarbij maar aan Robert Leiner, Carl Craig, Sven Väth en Ken Ishii. Met dit genre wilden zij de verbeelding van hun publiek bespelen en stimuleren. Ambient werd de nieuwe new age.

Move that body

"Body to body" wordt wereldwijd uitgebracht. Er worden uit deze plaat twee singles gereleaset. De vijfde mei 1991 is er de geboorte van Move that body onder de naam Technotronic featuring Reggie. De 7 inchsingle behaalt een achttiende plaats in de Belgische Top 30 en een negentiende in de Duitse hitlijsten. Voorts slaat de plaat ook aan in Zwitserland en Oostenrijk. In de Britse Top 40 bereikt de single in de maand juni een twaalfde plaats. Als tweede single Technotronic featuring Reggie is er de 7 inchsingle Work, die Jo en Réjane samen met Patrick hadden geschreven. In ons land zit er in de Top 30 een eenentwintigste plaats in. In Engeland wordt er iets minder driftig gereageerd en houdt de single halt op de veertigste plaats. Vreemd toch dat Jo zich onthutst voelt, want op de Technotronic-teller staan er intussen bijna twaalf miljoen verkochte singles en albums.

Body to body

In 1991 beslist platenfirma ARS dat er een tweede album van Technotronic mag en moet komen. Maar er zijn problemen gerezen tussen Manuela Kamosi en de Amerikaanse firma SBK, die de groep in Amerika verdeelt. Zij doet dus niet mee. Voor het tweede studioalbum van Technotronic, "Body to body", kan Jo dus geen beroep meer doen op het oorspronkelijke team. In ons gesprek geeft hij grif dat je dat ook hoort. De samenwerking klonk anders. Hij doet voor deze productie een beroep op de in Congo geboren actrice, zangeres en fotomodel Réjane Magloire oftewel Reggie. Reggie maakte deel uit van de groep Indeep, die in 1981 een vette hit scoorde met Last night a D.J. saved my life. Zij is wel niet die leadzangeres die je in dit nummer hoort, die eer was weggelegd voor Rose Marie Ramsey.

In het totaal worden er voor het album "Body to body" elf songs ingeblikt, waarvoor Reggie, Jo, Olivier Abbeloos, Lucien Foort en Patrick De Meyer de songs aanreiken. We moeten toch even slikken wanneer Jo, als we over dit project willen praten, meteen zegt: "Ik zou hier liever niet over willen praten. Ik wil dit product zo snel mogelijk vergeten. Het Amerikaanse management van Manuela heeft bij haar aangedrongen te kiezen voor een solocarrière. Ik mocht contractueel niet meer met haar samenwerken. Ik had geen keuze: ofwel moest ik stoppen met Technotronic ofwel moest ik op zoek gaan naar een andere zangeres. Ik vond er geen die me aanstond, hoe vreemd dat ook mag klinken. En dan ben ik via ICP terechtgekomen bij Reggie. Hier wil ik verder niets meer aan toevoegen. Het is misschien not done, maar ik vind dat persoonlijk een verschrikkelijke plaat, een onding. Je voelt dat die plaat onder enorme stress is gemaakt. Ik ben een plaat gaan maken in het bewustzijn dat mijn lievelingszangeres er niet bij was. Ik voelde van bij het begin aan dat ik de kwaliteit van die eerste plaat niet meer kon bereiken. Die periode 1990 tot en met 1991 was voor mij een helse periode. Ik zat op een bepaald moment met twee telefoons tegelijk hectische gesprekken het voeren, terwijl ondertussen faxen binnenrolden. Ik kwam nauwelijks nog aan muziek maken toe. Het ene moment hingen er managers aan de lijn, het andere advocaten. Dit overkwam me, ik had daar niet voor gekozen. Ik had dit ook niet in de hand, ik was daar totaal niet op voorbereid. Hoe zou ik ook? Ik moest er tevens voor zorgen dat ik door al die toestanden financieel zelf niet de dupe zou worden. Qua dollars hing er ook veel in de lucht. Dat was echt geen lachertje. In plaats van muziek te maken, wat ik zo graag deed, was ik de godganse dag met totaal andere dingen bezig."

Turn it up

And the hits keep on comin'. De tweeëntwintigste december 1990 wordt er weer een nummer van Technotronic in de markt gezet, deze keer featuring Melissa & Einstein. Met Turn it up, geschreven door Jo samen met Colin Case en Melissa Beckford, staat Technotronic een week later op plaats 39 in de Top 30. In de Britse Top 40 noteren we een tweeënveertigste plaats. Amerika slaat een beurt over. Even polsen bij Patrick Busschots, die in dezen ook nu weer een stevige vinger in de pap had: "We overlegden altijd met Jo wie aan het volgende project zou meewerken. Daar werd grondig over nagedacht. Die artiesten moesten ook ogen op het podium en moesten ook een aardig stukje kunnen dansen. Opgelet, want velen maken daar een denkfout. Technotronic was niet uitsluitend en alleen voorbehouden aan Manuela. Er werd zelfs met graagte gewisseld. Daarom dat we ook regelmatig audities organiseerden. Tourmanager Albert Samuel tipte ons regelmatig enkele namen en zo ontdekten we tijdens een auditie het talent van Melissa."

Solocarrière Manuela Kamosi

Manuela was intussen naar de USA uitgeweken om daar volop aan haar eigen solocarrière te sleutelen. Move this zal trouwens nadien nog opduiken op haar soloalbum "One world nation (The kids shall overcome)". De song is tevens in 2006 te horen in de film "Let's go to prison" van regisseur Bob Odenkirk met in de hoofdrollen Will Arnett en Dax Shepard.

Rock over the beat

In de maand oktober van 1990 wordt er beslist van de eerste vier hits van Technotronics debuutalbum een Megamix uit te brengen. De discotheken staan te likkebaarden. In de danstenten is het weerom een vloervuller. We mogen toptiennoteringen opschrijven in Engeland, Zwitserland, Ierland, Duitsland, België en Frankrijk. Dat nummer is tevens de verkoopslokker op het de achttiende september van dat jaar op het ARS-label uitgebrachte album "Trip on this: the remixes". Op dat album onder meer Raw update, Turn it up en Rockin' over the beat. Internationaal gaat het album erin als zoete koek, kortom een regelrechte bestseller. In Engeland goed voor een zevende plaats in de Top 40, iets later ook vertaald in een zilveren exemplaar, en in Canada zelfs bekroond met goud.

Rockin' over the beat klimt op single in de Amerikaanse charts in het najaar van 1990 niet hoger dan plaats 95. In de Britse Top 40 wordt wél gescoord, daar noteren we een negende plaats. Er wordt in de USA dan wel weer een stevige slag thuisgehaald met de opvolger Move this. Dit nummer stond al op het eerste studioalbum van de groep. De plaat maakt daar niet zomaar toevallig een extra beurt. De song duikt op dat moment op televisie op in een reclamespot van de firma Revlon, het in 1932 opgerichte cosmeticabedrijf. We noteren daardoor in Billboard's Hot One Hundred een zesde plaats. Om het nummer op single en in de popcharts een eerlijke kans te gunnen, werd de albumversie ingekort tot 3 minuten en 46 seconden. "Dat bedrijf had dat nummer opgepikt voor een reclamespot. Daar kwam toen behoorlijk wat reactie op, vooral toen de radiostations "Move this" begonnen te programmeren", aldus Jo, die meteen doorheeft dat er in Amerika nog een behoorlijke hit in zit.

Op tournee met Madonna

Technotronic is so hot dat in 1990 niemand minder dan Madonna hun vraagt mee op tournee te gaan, wereldwijd, tijdens haar "Blond Ambition World Tour", speciaal op het getouw gezet om haar vierde studioalbum "Like a prayer" te promoten. Voor deze tour bestaat Technotronic uit Ya Kid K, MC Eric en een paar dansers. Jo benadrukt in dezen nog eens hoe hij, hoe verleidelijk het ook mag lijken, er uiteindelijk toch voor koos om lekker cosy en ongestoord thuis te blijven. Die tournee met Madonna was in het totaal goed voor 57 shows in tien landen. De aftrap werd de dertiende april in Makuhari in Japan gegeven. Madonna moest haar outfit aanpassen, want het regende pijpenstelen. Geen gedroomde start dus. Van de vierde tot de twintigste juni toerden ze door Noord-Amerika. Van de dertigste juni tot en met de vijfde augustus was Europa aan de beurt met onder meer de twintigste, eenentwintigste en tweeëntwintigste juli een optreden in het befaamde "Wembley Stadium" in Londen. Er werd de vijfde augustus afgerond in "Stade de l'Ouest" in Nice. "Ik trad dus niet mee op met de groep, maar ik heb wel gepoogd handjes te schudden met Madonna in New York, backstage. Kan je je mijn ontgoocheling voorstellen toen ik vernam dat de organisator had vergeten voor mij een pasje aan te vragen? Dus heb ik haar maar vanop afstand tussen het publiek gadegeslagen. Ik heb uiteindelijk Madonna dus niet eens de hand kunnen schudden, dixit Jo Bogaert

This beat is Technotronic

De vijftiende februari 1990 wordt This beat is Technotronic als single gereleaset. "We mogen gerust stellen dat we dit nummer in hetzelfde rijtje kunnen plaatsen als de twee vorige", aldus Jo. "Ik heb bewust drie nummers geschreven die we ook doelbewust als drie opeenvolgende singles konden uitbrengen. Die moesten sowieso dicht bij elkaar liggen. Ik geef eerlijk toe dat ik het sprookje zolang mogelijk wilde laten duren. Ik had nu eenmaal een formule gevonden die werkte. Ik wist dat als ik die formule niet leegmolk, iemand anders dat in mijn plaats zou doen. Mocht ik met bijvoorbeeld "Get up!" hebben gedebuteerd, dan hadden we nooit zo'n succes gescoord. Ik heb er trouwens geen probleem mee toe te geven dat "Get up!" en "This beat is Technotronic" minder hitpotentie hebben dan "Pump up the jam"."

Op de hoes van This beat is Technotronic lezen we featuring MC Eric, producer Eric Martin dus. In Amerika is voor This beat is Technotronic het grootste succes weggelegd in Billboard's Hot Dance Music/Club Play Chart, goed voor een derde plaats. In de Britse Top 40 noteren we een veertiende plek. Een uitstapje richting Nederlandse Top 40 leert ons dat daar een zevende plaats in zit, net zoals in de Belgische Top 30.

Hi Tek 3

Manuela was intussen ook druk bezig met enkele andere projecten. Zij was immers, zoals we al schreven, enorm tuk op hiphop. We maken daarom hier wat plaats om dat verhaal in het kort uit de doeken te doen. Zij was op die manier terechtgekomen bij een aantal freaks die graag in de studio met dat genre bezig waren. Hier wordt het groepje Hi Tek 3 geboren. Die muzikale nerds, als we ze zo even mogen noemen, zijn, Yosef Wolde-Mariam, Koenraad Van Lishout en Stijn Lauwers, featuring Ya Kid K (Manuela). Zij brengen op het label ARS Records eind 1989 in een productie van Jo Bogaert de single Spin that wheel uit. Ya Kid K is nadien ook nog te horen als lead op de single Innocence. Spin that wheel duikt op het ARS-label de twintigste januari 1990 de hijtlijsten in en houdt daar de derde maart halt op de eenentwintigste plaats. In de marge toch even vermelden dat Spin that wheel in 1990 ook in de USA een succes zal worden via de soundtrack van de populaire film "Teenage Mutant Ninja Turtles" van regisseur Steve Barron met in de hoofdrollen Judith Hoag en Elias Koteas. Spin that wheel reikt in Billboard's Hot One Hundred tot aan de negenenzestigste plaats. Naast Hi Tek 3 hoor je op deze soundtrack onder anderen Riff, Spunkadelic en MC Hammer. In 1992 brengt Manuela op het SBK/EMI-label het album "One world nation" uit. Hiervoor werkt Ya Kid K samen met als producers onder anderen Jo Bogaert, Gail King en Dan Hartman.

Get up!

De achtste januari 1990 ligt de maxi Get up! in de winkel. "Uiteraard had ik thuis niet stilgezeten. Ik zag dat succes van "Pump up the jam" almaar aangroeien en voelde aan dat zich een vervolg opdrong. Ik heb iets gemaakt dat naar mijn gevoel dicht bij "Pump up the jam" aanleunt. In de danswereld werd dat vaak zo gedaan. Je maakte als vervolgverhaal op een hit gewoon een soort blauwdruk van dat succes. Let wel, we maakten in die tijd muziek met beperkte middelen en dan grijp je makkelijker terug naar een bepaalde stijl. Wat ons betreft was dat: dezelfde bassound, dezelfde drumklank, dezelfde structuur. Eigenlijk een soort variatie op hetzelfde thema, ook nu in nauwe samenwerking met Manuela."

Er verschijnen van Get up! gelijktijdig zowel een 7- en een 12 inchsingle als een cd-single plus een cd-maxisingle. "Ik stelde die nummers in eerste instantie samen gericht op de discotheken. Als we zagen dat er een overstap in zat naar de popcharts en de radio, kortte ik die nummers in tot volwaardige singles." Voor de singleversie van Get up! zit er een nummer één in: in België, Finland, Spanje en Zwitserland. In de Nederlandse Top 40 houdt de single halt op de tweede plaats. In Engeland moet de single de top drie delen met Kylie Minogue en Sinéad O'Connor. In de Amerikaanse Billboard Hot One Hundred staat Get up! in het voorjaar van 1990 op de zevende plaats genoteerd.

Aanvullend noteren dat van Get up! in 1989 op single Get up! (the '98 sequel) verschijnt en een jaar later Get up! (the '99 sequel). In Frankrijk en Canada zien we Get up! nadien nog eens opduiken in 2007 in de versie van Global Deejays, featuring Technotronic. Global Deejays is een Oostenrijks team met daarin de dj's Konrad & Florian Schreyvogl. Ze scoren met hun versie zelfs een nummer één in Oekraïne.

Met de Concorde naar Amerika

Na de opname en de mastering wordt natuurlijk niet geaarzeld het album ook zo snel mogelijk in de States uit te brengen. Geloof het of niet, maar een vlucht met de supersnelle Concorde is qua snelheid de meest voor de hand liggende keuze om het album persvers tot bij de dj's en tot in de discotheken te krijgen. Het album wordt wereldwijd een even grote boom als de single. In Amerika bereikt het album de tiende plaats en wordt keizerlijk met platina bekroond.

Pump up the jam: the album

Dat immense succes dat Pump up the jam teweegbracht, deed platenfirma ARS vrij snel watertanden en snakken naar meer. Uiteraard kwam er aan het adres van Jo even snel de smeekbede om daar een vervolg aan te breien, het liefst van al een volledig album. Manuela wordt intussen opnieuw bij het verhaal betrokken. Ze had het tot dan toe niet gepikt dat ze haar niet op de hoogte hadden gebracht van het feit dat Felly op de hoes zou prijken, ook niet dat er een video zou worden ingeblikt. Zij is dan nadien naar zowat alle radiostudio's gestapt om daar te bewijzen dat zij de enige, echte zangeres van dat nummer is.

Het eerste album dat gereleaset wordt, heet simpelweg "Pump up the jam: the album". "Ik voelde geen druk toen die vraag kwam," aldus Jo, "omdat ik intussen niet was blijven stilzitten. De Amerikanen drongen er bij mij wel op aan dat ik binnen drie weken een volledige plaat zou afleveren. Ik was in de periode die daaraan voorafging in mijn studiootje voortdurend bezig geweest met het uitwerken van nieuwe songs. Ik had al vijf nummers samen met Ya Kid K geschreven en ook door haar laten inzingen, en daarnaast had ik ook nog vijf instrumentale songs klaar. Ik richtte me tijdens het klaarstomen van die nummers vooral op de dancescene. Dat was het uitgangspunt. Met die nummers trok ik vervolgens naar de "Swanyard Studio's" in Londen om die daar verder af te werken en te mixen. Via onze Amerikaanse A&R-manager was ik in contact gekomen met rapper Eric Martin, alias MC Eric. Ik was namelijk nog op zoek naar een mannenstem. Met hem heb ik het nummer "This beat is Technotronic" geschreven en met zijn stem opgenomen." Het album, dat de achtentwintigste november 1989 in de winkel ligt, zal zes Engelse toptwintighits en drie Amerikaanse toptienhits opleveren, waaronder Rockin' over the beat, Move this, This beat is Technotronic en Get up! (before the night is over). "We waren blij dat Manuela opnieuw aan boord was", aldus Jo. "Dat verhaal met Felly vond ik zoals ik eerder al aangaf dus niet zo'n goed idee. Ik wou niet hetzelfde meemaken als Milli Vanilli was overkomen. Zich uitgeven als de zangers van de groep, terwijl ze geen noot op hun platen zelf gezongen hadden. Vanaf Get up! hebben we dat verhaal compleet rechtgetrokken en alle twijfels van de baan geveegd."

De invloed van de Technotronic-sound

De sound van Technotronic zal, voor de hand liggend, de jaren nadien een aantal groepen inspireren. Dat typische Bogaert-geluid zal mee aan de basis liggen van een nieuwe succesformule. Vooral in Nederland bracht het geluid van Technotronic aardig wat op gang. Denken we maar aan de danceformatie T-Spoon en de eurodancegroep 2 Brothers on the 4th Floor met hits als Sex on the beach en Never alone. In zijn boek "Een eeuw popmuziek" schrijft Gert Keunen daarover: "Het recept van dergelijke hiphouse was behoorlijk doorzichtig: tijdens de strofe wordt er – veelal door een man – naar hartenlust gerapt, terwijl een soulvolle vrouwenstem het refreintje – of wat daarvan overblijft – opfleurt."

Vele remixen

Van Pump up the jam zullen er de jaren nadien een rist remixen verschijnen, gaande van B-Room Mix en Terry Dome Mix over The Punami Mix, de Red Zone Mix tot en met de Hithouse Mix, ja zelfs de Dimitri Vegas & Like Mike Remix. Het lag zo'n beetje voor de hand dat Pump up the jam sowieso ook gecoverd zou worden. Daarbij is het Duitse verhaal qua rariteit eentje om in te kaderen. De originele versie strandt in de Duitse hitparade op een tweede plaats. Met lede ogen en met heel wat ongenoegen moet Jo toezien hoe in 1989 Werner Wichtig van Pump up the jam de coverversie Pump ab das Bier maakt, een echte carnavalshit, een nummer één bij onze oosterburen. Er worden van die versie méér dan 250.000 exemplaren verkocht. Behalve onder Jo en Manuela worden deze keer de auteursrechten verdeeld onder Raymond Beyer, Camilla Hüther, Raimund Thielecke en Frank Meyer-Thurn, die tevens voor de productie tekent. Deze versie wordt ook een topdriehit in Oostenrijk en Zwitserland. In Nederland is er het tweetal Duo Confiture, dat Een broodje jam op cd lanceert. Voor Jo hoeven die dingen echt niet, ook al brengt het extra geld op. En je mag nog even de wenkbrauwen blijven fronsen, want wanneer in 1990 de cd "De Smurfenbus" van De Smurfen verschijnt, staat daarop Smurfenbessenjam, inderdaad een bewerking van Pump up the jam. Er zijn ook versies die dan weer wel door de beugel kunnen. In 1998 maakt dj-producer D.O.N.S. (alias producer Oliver Goedicke) featuring Technotronic een opvallende cover van het nummer. D.O.N.S. bereikt daarmee de eerste plaats in de British Dance Charts. "Kijk", zegt Jo met betrekking tot die remixes. "De meeste van die herwerkte versies laten me koud, doen me niets. Behalve die van D.O.N.S., een Duitse producer. Die heeft dat een aantal jaren eerder al eens gedaan met enkele zangeressen op de voorgrond. Deze nieuwe aanpak lust ik wel. En het is allemaal via legale weg geregeld, dus featuring Technotronic op de hoes kan zonder problemen. Ook in dezen verdien ik eraan en blijf ik het wonderbaarlijk vinden. Pump up the jam geraakt blijkbaar niet uitgeput. Toch behoorlijk uniek te noemen, denk ik."

Eveneens leuk om mee te pikken, zeker qua videoclip, is Pump up the jam in de versie van Crazy Frog uit 2005. Drie jaar later wordt het nummer in een hot-club-de-France-jasje gestopt door The Lost Fingers. In 2013 verschijnt er een versie van Bodybangers en in 2016 eentje van Keanu Silva.

Niet voorbereid op het succes

In menig interview geeft Jo spontaan toe dat ze op dergelijk succes niet waren voorbereid. "Niemand van ons, ook de platenfirma niet, had dit verwacht. Zo'n jaar of tien heb ik een soort ernstige muziek gemaakt zonder een frank verdiend te hebben. En dan begin ik out of the blue dansmuziek te maken en plots kan ik daar ruim van rondkomen. Ik geef toe dat dit ons overrompeld heeft, maar ik zeg er wel meteen bij dat het bij mij zeker geen zure nasmaak heeft nagelaten, integendeel." We citeren daarnaast Jo's uitspraak in het boek "Europe's stars of '80s dance pop", waarin hij aan James Arena over dat onverwachte succes vertelt: "Well, we weren't for sure. I would need an entire book to explain that side of the story. All of us – artists, business people and the lawyers who operated out of Belgium – were inexperienced as far as the worldwide situation was concerned. It was a fascinating experience. A lot of ups and downs. It cured me of any naivity forever but without becoming cynical."

Aan ons onthult Jo tijdens onze babbel nog aanvullend: "Het duurde wel even vooraleer ik me bewust was van dat succes. Ik was, en ben dat vaak nog, niet zo alert. Ik bekeek dat hele gebeuren vanop een afstand. Ik produceer erg graag muziek, maar ik sta niet graag in de spots, laat staan op een podium. Ik heb ooit eens staan keyboard spelen in een clip van Technotronic. Zo'n bijdrage heb ik nadien bij een volgende vraag wijselijk van de hand gewezen. Voor mij is dat inblikken van zo'n clip puur tijdverlies. Natuurlijk kwamen er door dat succes aanvragen voor interviews. In het begin heb je daar niet echt ervaring mee en zeg je nogal snel ja. Ik voelde me in dezen verplicht. Op die manier realiseerde ik me stap voor stap wat er eigenlijk gaande was. Pas twee jaar later realiseerde ik me wat voor een impact die plaat internationaal had."

Wereldwijd succes

Het belang van Patrick Busschots in de wording van Pump up the jam tot een wereldhit kan Kristof Vandenhende in zijn boek "Belgian New Beat", dat in 2018 verscheen, niet genoeg onderstrepen: "Patrick Busschots heeft "Pump up the jam" mee tot een wereldhit gemaakt. Vele miljoenen exemplaren werden ervan verkocht. In zowat de hele wereld stond het op nummer één. In Amerika is het met een tweede plaats zelfs nu nog steeds de ei zo na hoogste Belgische hitnotering ooit. Zelfs toen het hier al op zijn einde liep, wist Patrick Technotronic nog naar Zuid-Amerika te exporteren met een miljoenenverkoop in Argentinië, Brazilië en Mexico." Het succes van Pump up the jam deint dus uit. "Wij hadden met onze firma een enorm internationaal netwerk opgebouwd. We kenden in die tijd in het buitenland zowat elke firma, elke winkel die zich profileerde als importeur van maxisingles. Of dat nu in Frankrijk was, in Chili of in Latijns-Amerika, wij hadden er onze contacten. En zij zorgden er op hun beurt voor dat onder meer Pump up the jam bij de juiste dj's en discotheken terechtkwam." Een kijkje in de Franse hitlijsten bijvoorbeeld leert ons dat Pump up the jam daar in de maand november van 1989 de negende plaats bereikt, de maand dat Roch Voisine op één prijkt met Hélène. Behalve in België bereikt Pump up the jam de nummer 1-positie in Spanje, Portugal, IJsland en Canada. Cijfers leren ons dat de singleversie van Pump up the jam wereldwijd 3,5 miljoen keer over de toonbank gaat.

Platina in Amerika

Iets later is de overstap naar de pop charts eveneens een feit. Daar duikt Pump up the jam de veertiende oktober 1989 voor het eerst op en stoot de twintigste januari 1990 door naar de tweede plaats. "Het lag niet zo voor de hand dat een dansplaat vlot de overstap maakte naar de poplijsten. Op een bepaald moment heeft een verantwoordelijke van EMI, wetende dat de plaat al een groot succes was in de New Yorkse clubs, de plaat meegenomen naar de muziekbeurs New Music Seminar, die daar in de maand juni werd georganiseerd. Cesar Boesten van EMI Publishing België heeft daar de plaat aangeboden aan Nancy Brennan, A&R manager van SBK."

Pump up the jam wordt uiteindelijk met platina bekroond. In de hitlijsten van Cash Box zit er zelfs een nummer één in, net als in de US Billboard Hot Dance Mix. Misschien intussen als vaststaand feit al lang vergeten, maar in de Amerikaanse hitlijsten blijft Pump up the jam zomaar liefst zes maanden lang genoteerd. De tranentrekker How am I supposed to live without you van Michael Bolton blijkt jammer genoeg iets te sterk en houdt Technotronic van de eerste plaats af.

Succes in Amerika

Pump up the jam steekt in ijlvaart de plas over en wordt in de USA aanvankelijk een lokale hit in de New Yorkse clubs. Platenfirma SBK krijgt dat in de gaten en sluit een licentiedeal met Patrick Busschots, die het potentieel al lang doorhad en vervolgens meerdere deals zal sluiten. Tijdens onze babbel wil Patrick toch beklemtonen: "Wij hadden met de creatieve inbreng van "Pump up the jam" niets te maken. Wij hielden ons alleen bezig met de exploitatie. Ik werkte in Amerika samen met een promotiebedrijf dat ervoor zorgde dat onze producties tot bij de dj's van al die belangrijke discotheken belandden. Op die manier werd de vraag naar onze platen almaar groter. Zo werd "Pump up the jam" vrij snel een succes en belandde binnen de kortste keren in de Billboard Dance Charts."

De release van Pump up the jam

In België wordt de single de negentiende augustus 1989 uitgebracht als Pump up the jam, Technotronic featuring Felly. Op het label staat Manuela Kamosi wel als coauteur vermeld, samen met Thomas de Quincey, alias Jo Bogaert. Pump up the jam wordt vrij snel opgepikt door de radiostations. De dag van release vinden we de single al meteen terug op de 34ste plaats in de VTM Super 50. De 9de september duikt de single voor het eerst in de BRT Top 30 op om daar de 14de oktober op de eerste plaats te belanden. De plaat zal zo'n vijftal maanden in die bewuste hitlijst resideren. De veertiende oktober van dat jaar noteren we Pump up the jam op de eerste plaats in de Ultratop 50. In de Nederlandse Top 40 verschijnt Pump up the jam voor het eerst de negende september 1989 en klimt gestaag door naar de tweede plaats. Patrick Busschots wijst ons er echter op dat de single al in Engeland een hit was vooraleer we hier in België echt wakker schoten. In de UK staat Pump up the jam de tweede september al op de tweede plaats in de Top 40. Mocht je die versie willen verzamelen, in Engeland wordt de plaat uitgebracht op het label Swanyard Records, in 1988 opgericht door Peter Todd.

Felly Kilingi

Patrick Busschots van ARS kende een fotograaf die voor hem werkte die een relatie had met fotomodel-danseres Felly Kilingi. Zij wordt uiteindelijk de dame die op de hoesfoto mag prijken. Zij zal ook tijdens de optredens het uithangbord, het gezicht van Technotronic worden. Bogaert vult in dezen nog graag aan: "Het op de voorgrond plaatsen van de Franstalige Felly Kilingi was een marketingstrategie van ARS. Ik voelde me vooral niet zo in mijn nopjes met die keuze omdat Felly Franstalig was en haast geen woord Engels sprak. Pas op, die vrouw deed wat van haar gevraagd werd, maar jammer genoeg ook volhouden dat zij de zangeres van de groep was. Dat volhouden was haar opgedragen door de platenfirma. Daar gingen ze volgens mij compleet de mist in. Dat leidde nadien soms tot pijnlijke situaties."

De hoes van Pump up the jam

De eerder gesamplede fragmenten werden dus vervangen door de zangstem van Manuela. Nu, en dat maakt het verhaal toch een beetje apart, er moet natuurlijk ook een hoes worden ontworpen om Pump up the jam, want zo heet het nummer intussen, op de markt te brengen. Ya Kid K wil met het nummer visueel niet geassocieerd worden, zij wil dus niet op de hoes prijken. Zij is trouwens te zeer into hiphop. Jo wil daarover toch graag het volgende kwijt: "Ik word daar vaak over aangesproken, maar ik heb helemaal niets te maken met die beslissing. Nadat we Manuela gepolst hadden om op de hoesfoto te staan, merkten we snel dat ze daar liever niet op inging. Niemand had trouwens in de verste verte gedacht wat een succes er voor "Pump up the jam" was weggelegd. Manuela was op dat moment intens met hiphop bezig, dat was haar ding, en zij bekeek dit eerder als een soort spielerei. Het is platenfirma ARS die dan op zoek is gegaan naar een fotomodel. Weet wel dat die geen zangeres was, dus je kon toen al aanvoelen hoe dat verhaal zou eindigen. Maar nogmaals, ik sta volledig buiten die beslissing, al heeft de platenfirma wel altijd duidelijk met mij gecommuniceerd over alles."

Ya Kid K

Het is trouwens Busschots die op zekere dag in 1989 Jo Bogaert, die hem een exemplaar had aangeboden van de instrumentale versie, tipt om een zangstem daaraan toe te voegen. Patrick voelde immers aan de reacties in zijn zaak dat er meer in die plaat zat. Met die tip in zijn achterhoofd stapt Jo naar zangeres Ya Kid K, artiestennaam van Manuela Kamosi, de zesentwintigste januari 1973 in Kinshasa geboren. Elf jaar later verhuist Manuela met haar familie naar België. Manuela gaat vervolgens een tijdje in Chicago en Dallas wonen, waar ze in aanraking komt met hiphop en house. Ze is meteen verkocht. Terug in Vlaanderen richt ze samen met Tom Van Dijk Fresh Beat Productions op. Hiphop is haar dada. Jo is zo weg van het talent van deze zeventienjarige dat hij haar de cassette aanbiedt met daarop de instrumentale versie van wat iets later Pump up the jam zal worden. "Ik wist dat ik op zoek moest gaan naar een herkenbare soundkleur om die instrumentale versie naar een hoger niveau te tillen. Toen ik de stem van Manuela hoorde en hoe zij het wou aan- en invullen, wist ik dat ik de juiste combinatie beethad", aldus Jo. Aan Jan Delvaux vertelt Manuela voor zijn boek "Belpop, de eerste vijftig jaar" daarover: "Ik kreeg van Jo een cassette met daarop Technotronic. Ik vond dat zeer elektronisch klinken. In mijn ogen was dat dus gewoon een newbeatplaat. Nadat ik die cassette een paar weken had laten rondslingeren, dacht ik plotseling: Contrast, dat moet ik hebben! De inspiratie qua tekst komt van het nummer "It's my beat" van Sweet Tee & Jazzy Joyce en van de Congolese groep Zaiko Langa Langa, waar in het Lingala wordt gezongen over pompen. Ik had een zwak voor het woord pump en alles wat daarop rijmt. In vijftien minuten had ik een korte tekst klaar." Jo nodigt Manuela vervolgens uit in zijn homestudio. Hij had namelijk op de zolder van zijn huis een opnamestudio ingericht. Zijn buren vonden dat geluid geen overlast, integendeel. Trouwens, een van hen was een zo goed als potdove dame, dus Jo kon lekker zijn gang gaan. "Manuela had ik via haar manager leren kennen. Die bezorgde me enkele demo's van haar en ik was meteen verkocht. Ik vroeg haar of ze interesse had in een nieuw project. Ik gaf haar dus die instrumentale versie mee naar huis en een paar weken later is ze naar mijn studio gekomen en hebben we haar vocale gedeelte opgenomen. De opname zelf nam amper een halfuur in beslag. Een pak meer tijd heb ik nadien in het eindresultaat gestoken. Ik heb die stukjes rap en gezongen passages met mijn beste knip-en-plakwerk tot één geheel gemonteerd. Pro Tools bestond toen nog niet, ik heb dat toen op een analoge bandopnemer gemonteerd."

Patrick Busschots

Technotronic doet het behoorlijk goed in de gespecialiseerde platenwinkel, waaronder ARS, in 1976 opgericht door Patrick Busschots. Die ziet het, wat zijn platenzaak betreft, groots en beslist na een tijdje meer in te zetten op export, vooral dan maxisingles met daarop disco en new beat. En kijk, het slaat aan. Patrick vertelt ons hoe snel het allemaal ging in die tijd. Ook internationaal werd ARS een succes. "Het mag crazy klinken," aldus Busschots, "maar wij werkten als een soort onlinebedrijf avant la lettre. Wij belden haast elke dag buitenlandse importeurs op en lieten hen via de telefoon onze nieuwste producties beluisteren. Zo verkochten wij op die manier tonnen platen."

De eerste versie van Pump up the jam

De instrumentale versie van wat iets later Pump up the jam zal worden, wordt in 1989 als maxisingle uitgebracht met als titel Technotronic onder de groepsnaam The Pro 24's op het label Sound 89. De titel ontstond naar het voorbeeld van Robert Fripp's Frippertronics, een manier van klankmontering door de gitarist van King Crimson. Jo combineerde deze term met het begrip techno en zo ontstond de titel Technotronic. Bogaert blijkt enorm bezeten door muziek met een stevige beat. "Ik dacht toen niet in termen van new beat of wat dan ook. Ik was begeesterd door bass drums en bass sounds. Ik wou de kick die ik daarvan kreeg in muziek vertalen, op zoek gaan naar een catchy sound."

Nog meer inspiratie voor Pump up the jam

Maar daarmee is de aanloop tot Pump up the jam nog niet uit de doeken gedaan. Qua inspiratie horen we in dezen te verwijzen naar het nummer The acid life van de Amerikaanse muziekproducent Farley Jackmaster Funk (Farley Keith Williams). Dat werd in 1988 uitgebracht op diens album "No vocals necessary", op het House Records-label, in het totaal goed voor acht songs. Dit genre mag je gerust omschrijven als acid house, deep house.

De basis van Pump up the jam

Bogaert laat de moed niet zakken. Integendeel, met een behoorlijke dosis overmoed zet hij zich aan het uitwerken van een stevig dansnummer. Hij had inmiddels via een verzamelplaat met daarop technomuziek uit Detroit het nummer Big fun van Inner City van producer Kevin Saunderson en de stem van Paris Grey ontdekt. Jo had door dat je techno naar een poppy niveau kon tillen. Hij zet zich in zijn thuisstudio naarstig aan het werk. Uit een stand-up commedy show verwerkte hij de frase "I fuck everybody" in een voor de rest volledig instrumentaal nummer dat eenmaal op plaat vrij gretig wordt opgepikt door diverse dj's. Opgelet, zo'n schunnig stemsampletje was eigen aan de new beat van dat moment. "De basis van wat later "Pump up the jam" gaat worden, is niet meer dan de baslijn, de drums en de stemsample. Meer niet. Een vriend van mij, Patrick De Meyer, heeft daar dan een synthesizersolo op gespeeld", vult Jo aan. Voor de volledigheid toch nog even in de marge vermelden dat Patrick als producer-muzikant in de loop van zijn carrière zal meewerken aan diverse muziekprojecten, zoals T99 die een wereldhit scoren met Anasthasia, Daisy Dee, 2 Unlimited, Tragic Error en dus Technotronic. Maar zo meteen meer daarover. Na de internationale doorbraak van Pump up the jam zal Patrick nog protest indienen, want hij stond niet vermeld als coauteur bij het nummer. In de Belpop-aflevering over new beat zegt Patrick daarover dat die auteursrechten wat stiefmoederlijk werden behandeld. "Maar soit. Ik mag toch de eer toch opstrijken dat zo'n 80 procent van het synthesizergedeelte mijn idee was. Achteraf bekeken was "Pump up the jam" de plaat die het einde aankondigde van de new beat." Hieraan voegt Jo Bogaert volledigheidshalve en om misverstanden daaromtrent te vermijden toe: "Het is inderdaad zo dat Patrick synths heeft gespeeld op "Pump up the jam", maar het nummer was toen al zo goed als klaar: de lyrics, de zangmelodie, de begeleiding. Alles was er al. Maar hij heeft nadien wel volwaardig meegeschreven en -getekend aan een rist andere hits van Technotronic."

Thomas de Quincey

Voor de volledigheid is er op datzelfde label in newbeatstijl de single River-Kwai onder het pseudoniem The Colonel Bogey Band. Mag ook op het Clip Records-label vermeld worden, de single The dream onder de naam Acts Of Madmen. Intussen heeft Jo zich de artiestennaam Thomas de Quincey aangemeten. Hij leende die nom de plume van de gelijknamige negentiende-eeuwse Engelse schrijver bekend van onder andere "Confession of an English opium-eater". Met Nux Nemo zal Thomas – Jo dus – in 1988 ook nog een hit scoren met de single Asian Fair.

Riot 88

In 1987 schrijft Jo Bogaert tekst en muziek voor de theaterproductie van Rene Van Gijsegem "Riot 88" wat resulteert in het gelijknamige album "Riot 88", waarvoor Jo tijdens de opnamen een beroep doet op onder meer Peter Bronder (gitaar), Geert Van Impe (percussie) en Jan Wellekens (cello). Op deze plaat staan songs als Mortal coldness, Vision en Erotica blue. "Eerlijkheid verplicht me te zeggen dat die producties een financiële aderlating waren. Van mijn eerste album werden er amper vijfhonderd exemplaren verkocht", aldus Jo.

Nux Nemo

In sommige Antwerpse discotheken, zoals de "AB Club", waren ze het stilaan beu commerciële disco te draaien. Ze gingen daar op zoek naar iets anders, onder meer door het draaien van plaatjes van synthbands en het liefst van al de obscure B-kantjes. De dj's hadden immers ontdekt dat wanneer je die 45 toerenplaatjes met een lagere snelheid afspeelde, je een heel aparte beat kreeg. Jo Bogaert wordt op dat moment door een zekere dj T.C. getipt om dat ook eens te proberen: een nummer stilaan opbouwen naar een climax en zeker niet hoger gaan dan 105 beats per minute. In die stijl brengt Jo in 1987 op zijn label onder de naam Nux Nemo de single Hiroshima uit, die het vrij aardig doet, gekoppeld aan de nummers Shangai Market en The Mysterie. Je mag deze plaat zeker bestempelen als de eerste echte newbeathit in ons land.

Sound of Frankfurt

Jo liet zich bij die nieuwe stijl graag inspireren door wat ze toen in het muziekmilieu de Sound of Frankfurt noemden. Elektronische dansmuziek die je in die tijd in de ruime buurt rond Frankfurt am Main kon oppikken.

New wave

Nieuwe dansante muziekgenres waren intussen hier en daar uit het niets opgestaan. Housemuziek kwam omstreeks 1987 vanuit Amerika naar Europa overgewaaid. Het genre was in het begin erg in trek in de discotheken op Ibiza, sloeg van daaruit over naar Engeland, om vervolgens de rest van Europa in te palmen. New beat op zijn beurt ontstond op het einde van de jaren tachtig in de Belgische discotheken. Opvallend bij dat genre is de trage beat (tussen de 90 en 120 beats per minuut) en de zware bassen. Vele new wavenummers werden in de discotheken door de dj's almaar vaker voorzien van een zware bas, het ritme werd ter plaatse bewerkt, kortom voorzien van "a new beat". Er werd lustig gepitcht om op die manier de originele versies van een nieuwe dansdimensie te voorzien. "Ik persoonlijk vond – nog steeds trouwens – new beat niet echt hoogstaand, al moet ik eerlijk bekennen dat ik me aan dat genre ook heb bezondigd en ook aardig wat brol heb geproduceerd", aldus Bogaert. Jo staat niet alleen in die mening, want ook de toenmalige pers vond geluid voortbrengen met een computer en sleutelen aan ritmes en zo maar niets, een muzikant pur sang onwaardig. Een aantal van Bogaerts muzikale uitstapjes in de newbeatstijl verdienen nochtans een plaats in onze nationale etagère. Jo had in 1985, samen met Marc Adam, zijn eigen label opgericht, Clip Records. Samen met de Britse zangeres Eileen Jacas neemt hij enkele dansante tracks op. Je mag die stijl van toen gerust vertalen als een mix van disco, soulpop en newwavesynth. In 1986 verschijnt van Eileen het door Jo geschreven en lang uitgesponnen Don't have to wait until it drops en een jaar later Lewie-Lewie.

Het album "None of them are green"

Jo Bogaert zet zich aan het schrijven en komt op de proppen met songs als So obscene en Moon in her mind, die hij samenbundelt op de elpee "None of them are green" (blijkt een samenvoeging te zijn van de zinnen "none are green... none of them are strange" uit het gedicht "Disillusionment of ten o'clock" van de Amerikaanse schrijver Wallace Stevens). Met een rist muzikanten trekt hij als producer naar de studio's ICP en Shiva: bassist Peter Cornelis, drummer Kris Michiels, gitarist Bert Lams en toetsenist Bea Van Ransbeeck. Je kan de muziek gerust omschrijven als een combinatie van new wave en psychedelic rock.

White Light

Het blijkt een historische vergissing te zijn dat Jo in 1982 als toetsenist aan de slag ging bij de groep White Light. Hij speelde daar bas omdat er al genoeg gitaristen in de band waren: Gust Guns en Toon Vantilborgh. Op dat moment maakten ook Luc De Roeck als drummer en Helene Corthals als toetsenist deel uit van de groep. "White Light heeft in het totaal twee elpees uitgebracht. Ik speel bas op de eerste, "White Light". Zoals de naam van de groep aangeeft, was de muziek duidelijk geïnspireerd door The Velvet Underground." In 1968 bracht Velvet Underground op het Verve-label de elpee "White Light/ White Heat" uit. "White Light" wordt de twaalfde november in 1982 op het label Whale Records met daarop nummers als I want you to know me, We sat together, Alone en Run boy run. Na die eerste elpee besloot White Light zonder bas verder te gaan en stapte Jo uit de groep. In 1983 zal White Light nog het album "Playing in a band" uitbrengen.

De eerste synthesizers van Jo

Toen omstreeks 1981 de eerste midisequencers en midisynthesizers op de markt verschenen, begon Jo's nieuwsgierige neus almaar vaker te jeuken. "Eind 1983 kwam de Yamaha DX7-synthesizer op de markt. Ik was dol op die technische toestanden. Die midispullen kon je besturen via een computer. Je hoefde geen volleerd toetsenist te zijn om via de computer toch behoorlijk klinkende partijen op dat instrument te laten horen. Dat werkte zo'n beetje als fotoshoppen nu, je kon een partij inspelen en die nadien corrigeren, de schoonheidsfoutjes eruit halen. Ik ben een autodidact. Ik heb één week muziekles gevolgd op de muziekacademie. Ik kan geen noot lezen. Ik kocht dus zo'n sequencer, een synthesizer en een drummachine. Iets later kon ik ook een achtsporenbandopnemer op de kop tikken en evolueerde ik van een gitarist naar een eenmansorkest met behulp van die talloze elektronicagadgets."

Jazz en new wave

De punk als beleving ging om de een of andere reden aan Jo compleet voorbij. Halverwege de jaren zeventig ging de punk als beleving om de een of andere reden aan Jo compleet voorbij. Zijn muzikale voorkeur ging in die tijd uit naar jazz met gitaarsolisten zoals Philip Catherine en John McLaughlin of groepen als Weather Report. Jo's smaak evolueerde snel en maakte iets later een andere buiging."Maar dan ging ik in 1980 via albums als "Remain in light" van Talking Heads en het jaar daarop "My life in the bush of ghosts" van Brian Eno en David Byrne (van Talking Heads) overstag voor het genre new wave. Dat waren twee platen die me van de jazz terug naar de popmuziek hebben geleid. Vooral de manier waarop iemand als Eno die nummers in elkaar stak, en de ritmiek in die songs spraken me ongelooflijk aan. Sowieso het repetitieve. Dat laatste sprak me bijvoorbeeld ook sterk aan in de muziek van iemand als Steve Reich. Het knappe bij Talking Heads was onder meer dat ondanks dat repetitieve karakter de muziek constant evolueerde. Dat was nu net de zen-kwaliteit van dat genre: met weinig gegevens kon je een interessante song neerzetten."

Invloed van Woodstock

Jo komt niet uit een muzikaal nest. De enige muziek die er thuis klonk, hoorde je over de radio. Hij had wel een neef die tuk was op de muziek van The Rolling Stones. Jo moet toen een jaar of acht geweest zijn en via die neef kwam hij in contact met rock en blues. "Mijn eigen muzikale zoektocht begon toen ik veertien was. Ik had wel reeds enkele 45-toerenplaatjes, maar met de driedelige elpee "Woodstock" (uitgebracht in 1970 op het Cotillion-label) met daarop muziek van onder meer Canned Heat, The Who en Santana ging er een nieuwe wereld voor mij open. De muziek die ze daar op het Woodstock-festival speelden, kende ik tot dan toe niet, maar ik was meteen in de ban. "I'm going home" van Ten Years After en "Purple haze" van Jimi Hendrix heb ik grijs gedraaid. Dergelijke ellenlange gitaarsolo's hoorde je natuurlijk nooit op de radio."

De eerste gitaar

Jo had op zijn twaalfde van zijn ouders, zij het na veel zagen en aandringen, zijn eerste gitaar gekregen. “Dat was een goedkoop akoestisch gitaartje dat al gauw in de hoek belandde", aldus Jo. "Dat veranderde toen ik via Woodstock Ten Years After en Jimi Hendrix ontdekte en ook hun andere platen ging beluisteren. Toen ben ik op die gitaar beginnen te oefenen. Niet lang nadien kreeg ik, opnieuw na lang aandringen, mijn eerste elektrische gitaar, een Ibanez van Japanse makelij, die een beetje geleek op een Gibson ES-335 waarop Alvin Lee van Ten Years After speelde, maar dan betaalbaar. Samen met twee jongens die bij me op school zaten, ben ik dan een maand of zes later schoorvoetend een bluesgroepje begonnen. Nadien werd mijn Ibanez aangevuld met een Stratocaster en zo kwam Jimi Hendrix in mijn dromen iets dichterbij, al stierf hij zes maanden nadat ik zijn muziek ontdekt had. Dat was een echte shock voor mij."

Jo Bogaert

Zullen we de man dan maar beleefdheidshalve eerst introduceren. Jo werd in 1956 in Aalst in de Bert Van Hoorickstraat geboren. Voor zijn middelbare studies trok hij eerst naar het college en vervolgens naar het lyceum in Aalst. "Met veel ambitie begon ik aan het college te Aalst aan de wetenschappelijke richting, maar mijn puberteit kreeg almaar meer de bovenhand. Mijn hoofd stond er niet naar. Ik besloot dan maar over te stappen naar de richting menswetenschappen aan het lyceum in Aalst. Daar kreeg ik de smaak te pakken voor mijn latere filosofie studies, dankzij Willem Elias, die er toen nog leraar zedenleer was (en later prof aan de VUB). Door hem leerde ik het werk kennen van de Vlaamse filosoof Leopold Flam. Ik was meteen verkocht. Dit was waar ik mijn hele leven al naar op zoek was geweest. Ik zou koste wat het kost filosofie studeren. Ik trok dus naar de VUB waar Prof. Flam les gaf ”, aldus Bogaert.