Stef Bos

De jeugdjaren

Op zijn zestiende wilde Stef naar de vakschool om goudsmid te worden en de zaak van zijn vader overnemen. Maar er was toen een heftig schandaal aan de gang in die school over het gebruik van heroïne. Vader Bos vond dat hij daar beter mee wachtte. Stefs oudere broer ging akkoord met die overname, op voorwaarde dat Stef hem dan één derde van de waarde zou uitbetalen. Daarop haakte Stef af en trok naar de havo (hoger algemeen voortgezet onderwijs) in Ede. Hier kwam hij terecht in een streng christelijke school waartegen hij zich ging verzetten. Stef trok zich toen al regelmatig terug op zijn kamer om daar iets te schrijven. Hij had intussen de verzen van Erich Kästner ontdekt, die spraken hem wel aan. Hij begon ook de werken van Kurt Tucholsky en Erich Mühsam te lezen. Vader Bos herinnert zich Stef als een jongen die graag zijn eigen gang ging. Een jongen die veel zat te lezen en naar muziek luisterde. Moeder Nel was een vrouw boordevol fantasie, dat moet Stef van haar geërfd hebben. Zij beschouwde vaak de winkel als een soort forum om de klanten het naar hun zin te maken. Toen hij begon op te treden, was zij er graag bij. In de winkel van Stefs vader komt op zekere dag de schrijver Hans Andreus langs en laat daar een kinderboek achter, "Mijnheer Pompelmoes". Dat boek zou de aanzet betekenen tot het schrijverschap van Stef.