Sergio

Op Wikipedia wordt hij omschreven als een Vlaamse zanger en televisiepersoonlijkheid, op zijn eigen website sergio.be verwelkomt hij ons als de grootste Vlaamse entertainer. Een grote bek opzetten en niet verlegen om zichzelf duidelijk te laten horen, is Sergio nog altijd niet verleerd. Hij haalde de voorbije jaren vaker de pers met opmerkelijke uitspraken en beloftes dan met zingen en entertainen, wat hij de jaren voordien wel uitstekend deed. In 2010 tijdens zijn deelname aan "Expeditie Robinson" omschreven zijn collega-deelnemers hem als een cafébaas die liever lui dan moe was. Het jaar voordien, de negende april, had Sergio in Lommel zijn café "The Kings" geopend met de belofte dat hij een concept had uitgewerkt met de bedoeling om enkele weken later met datzelfde concept in Diest en nadien nog op andere locaties een aantal cafés te openen. Veel zaakvoerders fronsten toen al de wenkbrauwen. Tijdens "Expeditie Robinson" zorgden de deelnemers ervoor dat de exit van Sergio snel beklonken was. Bij de start van 2012 blokletterden de kranten dat Sergio twintig kilo wilde gaan afvallen in Benidorm. Hij wilde naar het Spaanse dorpje Villajoyosa in de buurt van Benidorm trekken om daar tijdens een periode van vier maanden twintig kilo af te slanken. Hij vatte het plan op er aan cardiofitness te doen en uit de buurt van de frituren te blijven. Geen probleem, want die zijn daar mondjesmaat te vinden. Twee maanden later lezen we in diezelfde kranten dat "een dagelijks frietje eten volgens Sergio niet zo ongezond kan zijn". Hij laat weten dat zijn manier van feesten, eten en drinken indruist tegen alle gezondheidsadviezen, maar dokters en diëtisten maken ons daaromtrent veel wijs, aldus onze bourgondiër. Hij zal het ons allemaal uitleggen in zijn biografie, waarin hij geen blad voor de mond zal nemen. Ook niet over zijn eigen leven, waarin hij vaak geluk heeft gehad. Het eerste jaar dat hij met de auto reed, kreeg hij zeven ongevallen. Twee keer kroop hij daarbij door het oog van de naald. Vijf maanden later laat hij ons in het najaar van 2012 weten dat die autobiografie er niet komt. In Spanje heeft hij zich bedacht omdat de details die hij kwijt wil té intiem zijn en hij geen mensen wil kwetsen. Aan ons vertelt hij wat later: "Ik weet het, ik had dat in de pers aangekaart, maar dat die er nog niet is, ligt waarschijnlijk aan mijn nonchalance. Ik zie er wellicht ook het nut niet van in dat allemaal neer te schrijven. Ik lig namelijk niet wakker van wat er de voorbije jaren links en rechts over me geschreven werd. Maar misschien moet het er toch eens van komen. Ooit!" Sergio neemt die feiten, zo lezen we tussen de regels, liever mee in zijn graf, al gunnen we hem nog een lang leven, zeker sinds hij eind 2012 besloten heeft zijn zangcarrière nieuw leven in te blazen. Sergio werd als Serge Quisquater de vijfde juli 1965 in Leuven geboren. ADHD had toen nog geen naam, maar een rustige jongen kon je hem moeilijk noemen. Thuis was het niet zo makkelijk voor zijn ouders om hem op te voeden. Mama had een kapsalon en papa runde een interieurbedrijf dat hij op latere leeftijd aan Sergio's broer overlaat. Sindsdien verdelen zij hun tijd tussen Spanje, Tenerife of hier dicht bij huis. Sergio heeft nog twee broers (drie en zes jaar jonger dan hij) en een aangenomen broer. In de jaren tachtig was zijn moeder voorzitster van de organisatie "Hulp aan Roemenië", die zich vanuit België inzette voor het Roemeense volk ten tijde van de Ceaușescurevolutie. Zij ging daar op regelmatige basis weeshuizen bezoeken en die kinderen kwamen op vakantie in ons land. De achtjarige Christian was zo iemand die af en toe bij hen inwoonde en omdat het telkens intriest was om hem terug te sturen, besloten zijn ouders om hem definitief te adopteren. "Dat klikte van in het begin. Toen hij bij ons thuis aankwam, hadden we medelijden met die jongen. Voor hem was het aanpassen, want ginder was hij niet veel gewoon. Maar stilaan kon hij zich ontplooien tot de man die hij nu is en we kunnen nog altijd goed met elkaar opschieten", aldus Sergio.

Sergio opvoeden, dat was een ander paar mouwen, want dat werkte bij hem als een rode lap op een stier. Tot zijn vijftiende was hij een kind zoals een ander, maar van dan af interesseerde de school hem niet meer. De straat werd deels zijn biotoop, de straat werd zijn tweede thuis. De hele tijd bij je vrienden vertoeven, Sergio deed niets liever. "Ik wou op een andere manier van het leven proeven dan Jan Modaal. Alles wat niet mocht, was nou net leuk om wél te doen. Ik verschilde in die zin van de doorsnee dat bij mij de grens van wat mocht en kon heel anders lag. Mijn ouders waren druk bezig met de zaak, wat ervoor zorgde dat mijn ene broer door mijn grootouders werd opgevoed en mijn andere broer door mijn tante. Mij kon je bijna altijd op straat aantreffen. Ik voelde me daar goed, omgaan met mijn vrienden. De straat was mijn thuishaven. We waren allemaal jongens die niet konden stilzitten, niet konden aarden thuis. We hadden allemaal een dosis ADHD in ons lijf, vermoed ik. Iets uitspoken op straat gaf ons de kick die we nodig hadden. Pas op, we waren geen straatbende of zo, we staken kattenkwaad uit, maar pleegden zeker geen criminele feiten."

Nu kijkt Sergio daar met gemengde gevoelens op terug. Zijn schoolpad verliep erg hobbelig. Na een tijdje geraakte hijzelf het noorden kwijt. Hij begon aan de kleuterklas in het Vlaams-Brabantse Linden, een deelgemeente van Lubbeek, om tot en met het vierde studiejaar aan de lagere school aldaar te blijven. Nadien verhuist hij samen met zijn boezemvriend naar het Kleine RMS in de Vaartstraat in Leuven. "Zijn vader gaf daar les, hij was daar leraar biologie en het leek me wel een uitdaging om op die leeftijd, ik was toen tien, elke dag richting Leuven te reizen." Nadien stapt Sergio over naar het Klein Atheneum in de Naamsestraat in Leuven, waar hij de eerste twee jaar de afdeling Latijn volgt. Maar dit is niet zijn ding. Hij verhuist vervolgens naar de sportschool aan de Vildersstraat in Hasselt, waar hij als intern wordt ingeschreven. Na anderhalf jaar moet hij wegens slecht gedrag de school vroegtijdig verlaten en keert hij terug naar Leuven. "De keuze werd natuurlijk altijd maar beperkter, gezien mijn cv als ik het zo mag zeggen. Ik heb me dan ingeschreven aan het Lyceum in de Parkstraat in Leuven. Ik heb daar dan het eerste jaar handel gevolgd. Daar slaagde ik ook niet. Niet omdat ik in die tijd zo'n domme jongen was, maar mijn gedrag stak overal een stokje voor." Hier volgt hij de afdeling handel. "Ik volgde toen al voor de derde keer mijn derde middelbaar, kan je nagaan. Ik moest dus weer overzitten en ben dan van lieverlee naar de sociaal-technische afdeling overgestapt." Toen al kon Sergio, ook niet in de schoolbanken, rustig de les volgen en proberen te slagen. "Ik wou maar voortdurend entertainen. De jongens in de klas amuseren. Ik kon, en daar moet ik eerlijk in zijn, moeilijk om met gezag. Er is ergens een gen in mij dat voortdurend zegt dat ik niet in het rijtje mag gaan lopen, want wat die persoon vertelt klopt niet, strookt niet met de werkelijkheid, is niet rechtvaardig of what so ever. Ik had niet de vaardigheid om die omstandigheid in mij een plaats te geven. Maar het was altijd sterker dan mezelf, ik moest dat steeds uiten, die wrevel."

Sergio voelt op zeker moment almaar meer dat hij tot bepaalde kringen niet wordt toegelaten, dat men op hem neerkijkt als iemand die tot de basse classe behoorde. Een jongen die zich ei zo na op het terrein van de marginaliteit beweegt. Zijn vrienden zijn door de bank ook ouder dan hij. Het zijn niet meteen moeders braafsten. Buiten de lijntjes kleuren, geeft hun een adrenalinestoot. Voor hij het weet, belandt Sergio in een andere sociale klasse. In het magazine "Hallo" zei hij de twaalfde april 2014 daarover: "Dat is iets wat ik tot de dag van vandaag met me meesleep. Waar ik ook kom, vinden ze me aanvankelijk een vriendelijke jongen, maar het duurt niet lang voor ik iets zeg of doe wat de andere aanwezigen choqueert. Mijn gedrag past zelden in het voorziene kader, dat krijg ik er nooit meer uit. Ik voel dat veel mensen daarop afknappen. Ik trek me dat aan. Ik zal niet zeggen dat ik met een minderwaardigheidscomplex kamp, maar dat wordt me soms wel opgedrongen. Dat voel je aan kleine dingen wanneer ze mij niet uitnodigen op een feestje, omdat zij schrik hebben dat ik zat word en er dan niets meer met mij is aan te vangen. Leuk is dat niet. Ik ga geen namen noemen, maar ik heb al meegemaakt dat ik niet werd uitgenodigd voor een reüniefeestje van een tv-programma waaraan ik had meegewerkt."

Sergio's vader hoopte dat zijn zoon wel zou kalmeren wanneer hij zijn dienstplicht moest vervullen. "Mijn vader was blij, want hij zei met plezier dat ze me daar wel zouden temmen, maar ik moet eerlijkheidshalve zeggen dat ik daar weinig of niets van gemerkt heb", aldus een geamuseerde Sergio. Maar in de kazerne in Lombardsijde, een deelgemeente van Middelkerke, kennen zij hem blijkbaar nog altijd als een lastige rekruut. Hij krijgt daar een opleiding artillerie. "Ik mocht daar het eerste weekend al nablijven, want ik vertikte het mijn bed op de voorgeschreven manier op te maken. Of ik wierp de onderofficier zijn muts op de grond, die hij me dwong op te rapen, wat ik dan weigerde enzovoort." Temmen lukt dus niet, in het militaire gareel lopen ook niet.

Omdat Sergio niet echt van hout pijlen weet te maken, gaat hij na zijn legerdienst met de financiële steun van pa een taverne uitbaten in Linden. "Ik had niks. Ik heb tot mijn eenentwintigste moeten wachten vooraleer ik een eigen zaak kon opstarten, eerder mocht in die tijd niet. Ik had tijdens mijn jeugdjaren ook wat uitgespookt hier en daar, dus een blanco strafregister had ik niet. Ik ben een paar keer veroordeeld voor uit de hand gelopen vechtpartijen. Mijn vader had in die tijd al een eigen fabriek uit de grond gestampt en hij stelde me voor de keuze: ofwel bij hem komen werken ofwel samen een respectabel horecabedrijf opstarten. Ik koos dus voor dat laatste met de centen van pa. De dertiende augustus 1987 opende ik in Linden taverne "Brazil"."

Die "Brazil" was aanvankelijk een rustige zaak, een café-taverne, voor al even rustige mensen, zoals zijn vader dat ook wou, maar Sergio zint dat niet lang. "Die zaak draaide heel goed. De mensen konden daar bijvoorbeeld een steak eten met friet. Ik draaide dan ook muziek. In het begin, zoals het hoorde, rustige muziek. Maar ik voelde me daar als jonge snaak niet zo goed bij. Ik begon die zaak almaar meer naar mijn hand te zetten en stilaan werd het eerder een discotheek dan een taverne." Zijn vrienden weten ook wel dat Sergio als een entertainer in de wieg was gelegd. Waren er mensen om hem heen, dan voelde hij de drang om die mensen te doen lachen, bezig te houden. Daar ging geen voorbereiding aan vooraf, dat gebeurde los uit de pols, pure improvisatie. "Hoe vreemd het ook mag klinken, ik entertainde mijn medeleerlingen graag, niet zozeer om hen te plezieren, maar omdat ik voelde dat ik die aandacht nodig had, dat was mijn medicijn. Dat was de uitlaatklep die ik steeds nodig had. Niet zozeer om in de picture te staan, maar om me gelukkig te voelen. Dit was zowat de enige manier om mijn energie kwijt te raken. Zingen was daar stilaan een onderdeel van geworden." In de Rue des Bouchers in Brussel volgt Sergio zangles bij een geschoolde operazangeres. Dani Klein had van haar ook zangles gekregen. "Opgepast, ik heb dat maar zes maanden volgehouden. Ook dit was niet aan mij besteed. Ik hou niet zo van keurslijven en regeltjes. Zonder pretentieus te willen zijn, voelde ik aan dat ik die kneepjes van het zangvak niet nodig had. Ik had, en heb dat nog altijd, een natuurlijke manier van zingen. Er werd me nadien door meerdere zangpedagogen op gewezen dat mijn manier van zingen een aangeboren talent is. Ik zing niet volgens het boekje, de gouden regel, maar ik heb het zingen naar mijn hand kunnen zetten, naar mijn mogelijkheden, en dat gaat me goed af."

Hij is drieëntwintig wanneer hij in 1988 zijn eerste plaatje Quando quando uitbrengt, ooit een hit voor Tony Renis en Engelbert Humperdinck, met op de B-kant een cover van Don't go down to Reno, een hit voor Tony Christie. "Het mag raar zijn dat ik voor zo'n croonersliedje koos, maar vergeet niet dat de meeste crooners uit die tijd, of dat nu Tom Jones was of Frank Sinatra, aan de basis ruige jongens waren die ook in een bar zijn beginnen op te treden. Dus ik voelde wel wat voor die mannen en ook hun stevige manier van zingen."

Hij neemt vervolgens voor het Rainbow-label het nummer Lady I love you op. Het zijn geen singletjes die potten breken. Sergio's muzikale smaak is trouwens gevormd door zijn vader, die dolgraag naar crooners en Paul Anka luisterde. Als kind koos hij daar niet voor, maar hij pikte het thuis op, ook al heeft hij eerder een rockhart. Dat maakt dat hij zich in vele muzikale genres thuis voelt. Of hij nu met dEUS zou moeten samenzingen of met Laura Lynn, dat maakt hem geen zier uit.

Wanneer in 1989 VTM van start gaat, lijkt het Sergio wel wat om op te treden in "Tien Om Te Zien", wat hem lukt met zijn derde single In de sterren staat geschreven, een chanson van Julien Clerc en Etienne Roda-Gil waarvoor Serge zelf de Nederlandstalige tekst schrijft. De single wordt getipt voor de Vlaamse Top Tien, maar het is toch nog even wachten. Het lukt ook niet met de single Nooit meer, geschreven door Rudolf van der Molen en Louis Jans, met op de B-kant een liedje van Burt Blanca op een tekst van Johan Verminnen, Jij bent alles wat ik hebben wou, de vierde single waarmee Sergio ook al aan zijn vierde platenfirma toe is. Na Indisc wil CBS met hem wel een gokje wagen, maar het blijft een verhaal van gokken en weinig winnen. "Dat had te maken met onwetendheid en de druk van buitenaf. Alles wat aan die plaatjes voorafging was met een sisser afgelopen. Ofwel door foute beslissingen, gebrek aan discipline of wat dan ook. Ik begon almaar meer aan mezelf te twijfelen en besloot eens te luisteren naar de mening van anderen. Ik voelde al aan toen ik die plaatjes opnam, dat dit het niet was. Maar ik had besloten mijn mening aan de kant te laten en eindelijk eens naar de raad van iemand anders te luisteren, dus ik nam op wat men mij aanbood."

De muzikale zon begint te schijnen wanneer Sergio op het einde van 1994 de in Tienen geboren zangeres Sandy Boets opnieuw ontmoet. Zij kwam weleens langs in de "Brazil". "Ik organiseerde in mijn zaak op een bepaald moment playback- en soundmixshows. Sandy kwam daar samen met haar zus regelmatig optreden. Sandy was toen nog maar acht jaar. Ze is dan een tijdje blijven komen, tot ik haar uit het oog verloor en haar rond haar vijftiende opnieuw ontdekte toen ze deelnam aan de "Soundmixshow" bij VTM, waar ze onder meer een liedje van Whitney Houston zong. Ik was bangelijk onder de indruk van haar. Zij sprong niet alleen door haar stem, maar ook door haar voorkomen gelijk in het oog." Sandy geraakt tijdens die "Soundmixshow" van VTM in 1993 tot in de halve finale.

Sergio weet Sandy te overhalen om haar zangtalent in betere banen te leiden, haar stem nog wat te laten rijpen. Hij biedt aan haar manager te worden. "Ik nam haar gelijk mee naar een opnamestudio in Mol. Maar dat was nog te vroeg, Sandy was nog niet klaar om alleen als soliste op te treden. Ze had nog wat tijd nodig." Op aanraden van hun liedjesleverancier Marc Paelinck, die vindt dat Sandy als vijftienjarige nog te jong en niet matuur genoeg is voor een solocarrière, wordt besloten dat Sergio en Sandy een duo zullen vormen en daarmee is Taste of Joy geboren. Dat wordt beslist tijdens een uitgebreid diner in een restaurant in Mol. Marc Paelinck en Ronald Buersens zullen het songmateriaal aanreiken. "De naamkeuze is toen ook tijdens dat etentje beslist, maar ik weet in de verste verte niet meer wie op die naamkeuze is gekomen of wie dat beslist heeft", aldus Sergio.

Er wordt semisoft van wal gestoken met het nummer You're my baby, dat op veel airplay kan rekenen. Sandy is dan zeventien, Sergio veertien jaar ouder.

Een volgende stap is de single You've got to try, die met een dansante aanpak echter niet goed genoeg is voor een notering in de BRT Top Dertig. Ook de opvolger Together forever, een niet onaardige ballad, geraakt niet tot in onze nationale hitlijst. Het is ook de titel van hun eerste langspeler die wordt uitgebracht op het CNR-label met in het totaal zeventien tracks, beginnend met Together forever en eindigend met een remix van You've got to try. Het album wordt de vijfentwintigste september 1995 in de "Stadsschouwburg" van Leuven voorgesteld. Tijdens hun optreden worden Sergio en Sandy door zes muzikanten en vier professionele dansers omringd. Op basis hiervan worden zij geselecteerd om deel te nemen aan het "Golden Stage Festival" in Roemenië, waar zij derde eindigen op een deelnemersveld van zesentwintig landen. Zij gaan die avond aan de haal met de publieksprijs. Van dan af wordt Taste of Joy in Roemenië een graag gezien tweetal. "Als ik daar nu aan terugdenk. Daar stond een meisje van zeventien op het podium en ik een uit de kluiten gewassen vent van dertig. Qua maturiteit is dat een heel groot verschil. Ik was intussen vijf jaar getrouwd, het flitste weleens tussen Sandy en mij, wat ook menselijk is, maar we hebben altijd ons verstand laten primeren."

Omdat in Canada een groep huist die ook Taste of Joy heet, wordt vanaf 1996 beslist als Touch of Joy verder te gaan en leveren Marc Paelinck en Ronald Buersens hits af zoals het dansante Don't give it up en Keep on moving. Sergio mag telkens meetekenen als coauteur. De veertiende december 1996 staat het nummer op de zevende plaats in de Ultratop. "Dat succes had niet meteen iets met de naamsverandering te maken", dixit Sergio. "Onze platen werden gretig gedraaid op de radio, maar dat vertaalde zich niet in goede verkoopcijfers. We pikten op een bepaald moment uit het demoaanbod een song als Don't give it up en we hebben die laten remixen naar de muzikale normen van die jaren negentig. Die song sloeg aan en werd de aanloop naar een aantal succesvolle jaren."

Een tweede plaats in de Ultratop 50 wordt bereikt met de single Enjoy, goed voor goud, net als het gelijknamige album met daarop het door Marc Paelinck geproduceerde Please don't go. De zestiende augustus 1997 staan ze ermee op de vierde plaats in de Ultratop 50. Please don't go wordt bekroond met de Radio 2 "Zomerhittrofee" als beste productie van 1997. In Touch of Joy voelt Sergio zich goed thuis, lekker in zijn vel. "Hier kon ik pas echt mijn energie kwijt, mijn ADHD beter onder controle houden. We werkten keihard. We waren vijf jaar na mekaar de meest geboekte groep in Vlaanderen. Maar in de prijzen vielen we nooit, behalve dan die Radio 2-trofee. Ook nooit ergens genomineerd voor welke onderscheiding ook."

Het jaar nadien is er het al even succesvolle album "Dance to the rhythm" met daarop de hits Feel all right, Give me freedom en I'm on fire. Als een soort hese Tom Jones weet Sergio zich met veel power door de nummers heen te zingen met Sandy als vocale balans. Hier en daar steken geruchten de kop op als zou de groep ermee willen ophouden. Sergio gaat zich ook almaar meer profileren als tv-presentator. "Ik werd regelmatig gevraagd om hier en daar in een programma op te duiken. Ik sprong daardoor in het oog. Ik weet nog dat ik moest optreden in "De Muziekdoos" op Eén in dancing "Carré". Daar is toen producer Joannes Thuy aan mij komen vragen of ik niet wou meedoen aan een programma op Ketnet, "Tripties" heette dat. Het vreemde is dat me dat meteen lag, ik heb daar nooit enige opleiding voor genoten. Dat zat in me, dat gecombineerd met zingen, het was een soort totaalpakket. Pas op, denk niet dat je je er makkelijk van afmaakt door voor de camera jezelf te zijn. Dat is een groot misverstand. Ik presenteerde vaak met de handrem op, ik paste me snel aan de omstandigheden aan. De Sergio-stempel was er wel, maar ik probeerde toch iedere opdracht op een specifieke manier in te vullen. Niet dat ik alle programma's even graag deed. Sommige formats lagen me wat minder, maar dan zag ik dat als mijn werk doen."

In 2000 besluit Touch of Joy hun avontuur on hold te zetten. Sergio waagt zich aan een solo-uitstap. Hij brengt dat jaar in zijn eentje het nummer Allez allez allez op single uit, speciaal voor hem geschreven door Marc Vanhie en Kris Wauters in het raam van de deelname van de Belgische voetbalploeg aan "Euro 2000". Een liedje met ballen, mogen we wel stellen. De achtste april van dat jaar klimt Sergio ermee naar de derde plaats in de Vlaamse Top Tien. Als Touch of Joy milderen zij de geruchten over een eventuele split met de release van hun album "Don't say it's over" met daarop de megahits I can't let you go, een nummer van Dirk en Marc Paelinck en de tweeëntwintigste april 2000 terug te vinden op de elfde plaats in de Ultratop 50, en Fox on the run, een cover van een oude hit van The Sweet, de achtste augustus goed voor een vijftiende stek in diezelfde Top 50. Met toestemming van hun platenfirma mogen zij op dit album elk ook hun soleerkunst etaleren: Sandy in het nummer Bizarre en Sergio onder meer in de Neil Diamond-cover Hello again. In 2001 is er hun verzamelalbum "The Greatest Hits". Datzelfde jaar wordt aan Sergio door de carnavalsvereniging De Koekerellen van Hasselt de onderscheiding "Orde van de Humor Zonder Grenzen" uitgereikt. Om dat Touch of Joy-verhaal keurig af te ronden ook nog vertellen dat er tussen 2000 en 2003 een soort pauze wordt ingelast waarin zowel Sergio als Sandy solo aan de weg timmeren.

In 2000 kan Sergio zich als presentator uitleven in het programma "Kaviaar met pruimen". Hierin mag hij zich als een wat onbeschaafde jongen in de beschaafde wereld inleven, in de beau monde, op bezoek in exclusieve hotels en mondaine kuuroorden. Iets later mag hij schitteren in het tv-programma "Het Rapport Quisquater", waarin Sergio op een eigenzinnige manier terugblikt op het grote en kleine nieuws van de voorbije week.

In 2002 schrijft Sergio zich in voor "Eurosong". Van de 351 ingezonden nummers worden er 28 geselecteerd. Tijdens vier voorronden wagen telkens zeven artiesten hun kans. Zo horen wij Wuyts & Schepens, Kim Kay, Wim Leys en Iris hun beste beentje voorzetten, maar het zijn uiteindelijk Sergio@The Ladies die met het liedje Sister, gecomponeerd door Marc en Dirk Paelinck, ons land mogen vertegenwoordigen in Tallinn, de hoofdstad van Estland, waar vierentwintig landen deelnemen. Sergio eindigt er op zaterdag de vijfentwintigste mei in de "Saku Suurhall" op de dertiende plaats, een gedeelde plaats samen met Bosnië en Herzegovina en Slovenië. Gewonnen wordt er door Letland met I wanna, gezongen door Marie N. The Ladies bestaan uit drie Nederlandse zangeressen: Ibernice MacBean, Ingrid Simons en Jody Pijper. In ons land wordt Sister voor Sergio een dikke hit met een derde plaats in de Ultratop 50 als hoogste notering. Hij laat zich in Vlaanderen ook begeleiden door zijn stevige liveband The Big Bang. Wij kunnen hen het jaar nadien onder andere meemaken tijdens "Marktrock" in Leuven. Het nummer Sister verschijnt in de maand juni op het album "Road to freedom", dat in de "Galaxy Studio" in Mol samen met producer Marc Paelinck wordt ingeblikt. Daarop songs als It's on you en Movin' on. Het album staat de achtste juni 2002 op acht genoteerd in de Ultratop 200 Albums. De titelsong Road to freedom blikt Sergio in samen met het meisjeskoor Scala.

Ettelijke jaren na datum vragen we aan Sergio hoe hij nu op die deelname aan het "Eurovisiesongfestival" terugkijkt. "Ik moet eerlijk bekennen dat dat niet mijn beste tijd was die ik meemaakte. Ik heb de prijs betaald voor de sfeer die ik zelf gecreëerd had. Ik had in dezen de keuze: ofwel me heel bescheiden opstellen ofwel een grote mond opzetten. En ik koos bewust voor het laatste. Ik stelde me heel zelfverzekerd op en verkondigde in de pers dat ik sowieso in de top vijf zou belanden. Ik zei hier en daar zelfs dat als ik niet op de eerste plaats zou belanden, de uitslag gemanipuleerd zou zijn. Om te lachen natuurlijk, maar na mijn deelname en die dertiende plaats daar in Tallinn voelde ik dat ik bij een groot deel van het publiek het verkorven had, ik was in hun ogen afgegaan. Voor hen behoorde ik bij de verliezers en dan keren ze graag hun rug naar je toe. Niet dat mij dat persoonlijk raakte, maar ik voelde het toch aan mijn populariteit. Het gekke is dat, nu zovele jaren later, de jongeren vooral naar me toe stappen en meteen beginnen over mijn nummer Sister."

De vijfde oktober 2002 staat Sergio samen met Walter Grootaers op vier in de Vlaamse Top Tien met het Big Brother-lied Ontdek jezelf, opnieuw een compositie van Marc en Dirk Paelinck, bestemd voor het derde seizoen van "Big Brother".

In 2003 wordt van Touch of Joy stilaan in schoonheid afscheid genomen met de single Be ready, geschreven door Piet Van Den Heuvel, Lex De Groot en Roel De Ruijter, uitgebracht op het ARS-label, verdeeld door Universal en de drieëntwintigste augustus goed voor een zevenentwintigste plaats in de Ultratop 50. Ze blijven nadien nog een aantal optredens afwerken. "Ik weet nog goed", aldus Sergio, "dat we bij de jaarovergang van 2004 naar 2005 ons allerlaatste optreden gaven, dat was op het Zuid in Antwerpen. Er kwam noch een traan, noch een glimlach aan te pas. Het was op, ik voelde dat het zo moest zijn. Sandy en ik waren compleet op mekaar uitgekeken. Elke karaktertrek, elke reactie die in het begin als sympathiek werd ervaren, kwam plots irritant over. Haar entourage maakte het ook niet gemakkelijk, een liefje bijvoorbeeld dat het altijd beter wist, jaloezie en ga zo maar door. Het was hoogdringend tijd dat het gedaan was."

Als voetnoot aanhalen dat Sandy in 2004 naar het "Eurovisiesongfestival" mag als Xandee met het nummer 1 life, ook geschreven door Marc en Dirk Paelinck, die daarmee een tweede Eurokans krijgen. Xandee stoot in Istanboel wel door naar de finale, maar eindigt daar samen met Ierland op een gedeelde voorlaatste plaats. Oekraïne wint met Ruslana en het nummer Wild dances.

Intussen was Sergio door burgemeester Vranckx van Lubbeek vereerd met de titel ereburger van zijn gemeente. De veertiende oktober 2006 staat hij op de planken van het "Cultureel Centrum" in Hasselt tijdens "Night of the Classics" met zijn muzikaal project "I'm the King", waarin hij zich kan uitleven in nummers van Tom Jones, Frank Sinatra en Neil Diamond. "Die muziek zat niet alleen in mijn hoofd en tussen mijn oren, maar vooral in mijn hart. Wat me in die songs vooral aantrekt is het sensuele, het werkt enorm erotiserend op een vrouwelijk publiek. Dat is een fijne ervaring als je daar dan als zanger op het podium staat", dixit Sergio.

Hij voelt zich iets eerder, de vijfde mei van dat jaar, al erg goed in zijn sas wanneer hij tijdens het Eén-programma "Zo is er maar Eén" Zij gelooft in mij van zijn idool André Hazes mag zingen. Paul Michiels wint die aflevering met zijn versie van De roos van Ann Christy.

"Mijn leven verloopt zoals het zich aanbiedt", pikt Sergio daarop in. "Ik leefde toen aan een hoge snelheid, sliep maar vier uur per nacht, ik kwam op vele plaatsen en ontmoette daar ook diverse mensen. Ik had al jaren een goede vriend die me vaak naar optredens begeleidde en die zette in de auto op de heen- en de terugweg vaak liedjes van André Hazes op. Hij kon die allemaal meezingen. In het begin kende ik daar niets van. Stilaan begon ik aan dat repertoire verslaafd te geraken. Ik werd meer en meer door de teksten geraakt, ik herkende daarin situaties die ik ook in mijn leven meemaakte. Het mag vreemd lijken, maar ik kan met het grootste gemak tijdens mijn optredens overstappen van het levenslied naar songs à la Tom Jones tot en met de stijl van Touch of Joy, dat kost me geen enkele moeite. Of het nu dance, rock of soul is, ik heb dat nodig. Daardoor heb ik ook geen carrière uitgebouwd zoals de meeste zangers, waarvan de ene zich profileert als schlagerzanger en de andere als pure rocker. Ik heb geen vaste structuur, dat is mij onbekend. Ik pik nog even in op dat André Hazes-verhaal. Ik heb nooit gezegd dat ik de Vlaamse André Hazes wilde worden. Dat was een kwakkel die in de pers een eigen leven ging leiden."

De tweede februari 2007 zien we Sergio opnieuw in "Zo is er maar Eén" opduiken, deze keer met zijn versie van Vindegij mijn gat, oorspronkelijk een nummer van The Clement Peerens Explosition.

Vanaf 2004 tot 2007 presenteert Sergio het populaire spel "Fata Morgana" voor Eén, een spel waarin hij samen met een BV een rist uitdagingen afwerkt. In 2007 beslist hij over te stappen naar VTM. Hij presenteert voor hen de Vlaamse variant van het Nederlandse spelprogramma "Stenders Late Vermaak", "De Foute Quiz". Twee teams van Vlaamse BV's nemen het tegen elkaar op in diverse rondes. Er wordt met de vaste teamleaders Ronny Mosuse en Kürt Rogiers gespeeld. Leuke combinaties passeren op die manier de VTM-revue: Jo Vally en Deborah Ostrega, Luc De Vos en Tiany Kiriloff, Bart De Pauw en Koen Wauters, Dina Tersago en Tom Waes, Rick de Leeuw en Benny Neyman... In 2007 is er ook het programma "Ranking the Stars", ook al een Nederlands succes, waarin Sergio tien dames op de rooster mag leggen. Zo genieten we van enkele intieme details van Kelly Pfaff en Tanja Dexters en wordt actrice Sandrine André de winnares, met wie Sergio in 2006 een aflevering had gewonnen van het programma "Just The Two Of Us" en waarin hij met haar Never tear us apart zingt, bekend in de versie van Natalie Imbruglia en Tom Jones. Van september tot en met december 2007 presenteert hij aan de zijde van Francesca Vanthielen "Sterren Op Het IJs", waarin Vlaamse sterren het opnemen tegen Nederlandse, zoals Dean tegen Greet Rouffaer en Dirk Tieleman tegen Leen Demaré.

Als zanger laat Sergio zich in 2007 horen met het nummer Ik laat je los, geschreven door Vincent Pierins en Patrick Hamilton, waarmee hij tot op de zevende plaats van de Vlaamse Top Tien geraakt. Hij meldt aan de pers dat hij zich in de toekomst graag wil profileren als de Vlaamse André Hazes. In 2008 schrijft hij samen met Vincent Pierins en Patrick Hamilton het liedje Your guiding star, waarmee E.F.R., Escape From Reality, een project rond Wouter De Clerck, op aanraden van Sergio deelneemt aan "Eurosong", dat door Ishtar gewonnen wordt met het nummer O julissi, waarmee zij echter tijdens het "Eurovisiesongfestival" in de Servische hoofdstad Belgrado niet verder geraken dan de halve finale. Het festival wordt dat jaar gewonnen door Rusland met Believe, gezongen door Dima Bilan.

Zoals eerder al vermeld, neemt Sergio in het voorjaar van 2009 in Lommel het café "Cambrinus" over en tovert het om tot "The Kings". Sergio is dan drieënveertig. Zijn exclusiviteitscontract bij VTM is afgelopen en wordt niet verlengd. Jaren later geeft hij in een interview met "Het Belang van Limburg" toe dat het een foute beslissing was om de VRT achter zich te laten. "Ik heb met die overstap een enorme fout gemaakt, want nogal wat mensen die toen bij VTM aan het roer stonden, hebben het spel niet correct gespeeld. Tot op de dag van vandaag krijg ik verwijten omdat ik dat zo openlijk zeg, maar zij weten goed dat ik maar één honderdste van de volledige waarheid vertel. Het enige wat ik heb gedaan, was voor mezelf opkomen in een periode dat de beslissingsmakers van VTM me simpelweg lieten uitdoven. Ik kon geen kant op, want ik was contractueel aan hen gebonden. Men heeft me tot op het einde in het ongewisse gelaten." Sergio is ontgoocheld dat hij niet meer aan de bak komt in televisieland en gaat zijn tijd in zijn café stoppen, althans dat is, zoals hij ons tijdens onze babbel vertelt, aanvankelijk de bedoeling. "VTM betaalde me wel keurig voort, maar ik zat daar te niksen. Dat exclusiviteitscontract duurde nog twee jaar en ik mocht intussen niet vreemdgaan van hen. Ik trok een tijdje naar Spanje met vrienden, maar die moesten iets later opnieuw aan het werk. En daar zat ik dan. Je kan niet de godganse dag televisiekijken, dat word je snel beu. Ik dikte snel aan, kwam in de buurt van een depressie. Zo kon het niet verder. Ik zag maar één uitweg en dat was die van de horeca. Een van mijn beste vrienden uit Lommel wees me op een bestaande locatie, een wat vervallen café in die gemeente. Ik wou eerst iets in Spanje op het getouw zetten, maar de economische toestand ginder liet dat niet toe, zodoende ben ik dan maar in Lommel begonnen."

Sergio straalt weer even wanneer hij in 2010 door de organisatoren van "Rimpelrock" wordt gevraagd om in de voetsporen van Felice, die jammer genoeg de negende oktober 2009 was overleden, de presentatie van het festival voor zijn rekening te nemen. Hij is door het dolle heen wanneer hij verneemt dat, naast Laura Lynn, Frans Bauer en Robin Gibb, Engelbert Humperdinck top of the bill is, met wie hij op zijn twintigste nog een keertje is gaan stappen omdat zijn toenmalige manager op dat moment Humperdincks roadmanager was.

Het zingen verliest Sergio noch uit het oog noch uit het oor. Op Showbizzsite.be lezen wij de negende januari 2013 dat Sergio nieuwe plannen smeedt. Er staat een grote hit aan de voordeur te wachten, maar daar had Sergio eerst geen erg in en daar hoort een toch wel apart verhaal bij. "Bart Herman ken ik persoonlijk al erg lang. We waren op zeker moment met onze beide partners in het buitenland. Daar werd toen tussen Bart en mij aardig wat heen en weer gepraat. Ik kan aan hem al jaren namelijk zowat alles kwijt. Mijn zoon verbleef op dat moment voor zijn studies in Amerika en ik vertel aan Bart dat die periode zowel voor mij als voor mijn vrouw erg moeilijk is. Als we hem thuis een week niet zagen, was dat al erg, laat staan zo drie, vier maanden in het buitenland. Bart heeft dat verhaal blijkbaar in zijn hoofd opgeslagen, want twee dagen na onze thuiskomst zat er als cadeautje van Bart in mijn mail een demoversie van een liedje dat hij over onze zoon had geschreven. Dat liedje greep ons bij die eerste beluistering zo aan dat mijn vrouw en ik in tranen uitbarstten." Als producer wordt John Terra verkozen omdat Sergio hem niet alleen een vakman vindt, maar ook een van de betere zangers in Vlaanderen. Met Je eigen leven staat Sergio de tweede maart 2013 op de tweede plaats in de Vlaamse Top Tien. Voor Sergio en zijn management een meevaller die ze niet meteen verwacht hadden. "Mag ik daar eerlijk op antwoorden zonder pretentieus te willen klinken? Ik had in de studio al het gevoel dat dit weleens wat zou kunnen teweegbrengen in de hitlijsten. Ik dacht niet in termen van een quotering in de hitlijsten, maar ik vermoedde wel dat het nummer veel aandacht zou krijgen bij de radio."

Enkele maanden later verrast hij ons met de opvolger Ik kan niet zonder jou, geschreven door John Terra samen met Jan De Vuyst en uitgebracht op het label Globe Entertainment van Ilia Beyers, in wiens artiestenstal Sergio dan ook huist. De tiende augustus 2013 bereikt hij daarmee de vijfde plek in de Vlaamse Top Tien. Medio 2014 beslist Sergio om zijn café "The Kings" in Lommel, dat hij eerder van de hand wilde doen, nieuw leven in te blazen. Een overnemer is er niet komen opduiken, dus neemt hij het heft opnieuw in eigen handen. Het is het enige overgebleven danscafé in Lommel en hij hoopt er genoeg volk te lokken. "Ambiance maken" wordt het hoofddoel van zijn opzet. Ten huize van Quisquater wordt het dus weer wikken en wegen om de kerk in het midden te houden. Zijn vrouw Sofie, met wie hij in 1990 in het huwelijk trad, baat twee parfumwinkels uit: één in Scherpenheuvel en één in Leuven. Overdag is zij van huis weg en Sergio vaak 's avonds. Hij weet als geen ander dat zij veel offers heeft moeten brengen om met hem samen te leven. In al die jaren dat zij samen zijn, hebben zij moeilijke periodes gekend die zij samen overwonnen hebben, grotendeels te danken aan de onvoorwaardelijke liefde van Sofie.

Aan een televisiecarrière denkt Sergio niet meer. Hij heeft veel geld verdiend, maar hij heeft het iets te gemakkelijk laten rollen, hij had spaarzamer moeten zijn. Qua gevoelens heeft zijn carrière tot nu toe zijn sporen nagelaten: de ene dag voelt hij zich happy, de andere dag wat neerslachtig. Maar hij wil niet té negatief over zichzelf praten. Wij moeten wat hij zegt met een korreltje zout nemen, vooral als hij over zichzelf praat. En misschien mag het wat dat betreft een tikkeltje anders: "Ik probeer me soms wel naar mijn leeftijd te gedragen, maar ik vrees dat ik altijd wel een klein kind zal blijven."

Zo gelukkig als een kind is hij wanneer hij met trots kan vertellen dat hij op zondag de veertiende september 2014 voor de eerste keer in zijn carrière een nummer één scoort, en dat met Alleen bij jou, geschreven door Bart Herman in een productie van John Terra. Hij staat helemaal bovenaan in de allereerste aflevering van "De Vlaamse Ultratop 50", die Radio 2 van dan af uitzendt op zondagnamiddag van 16.00 uur tot 18.00 uur, gepresenteerd door Christoff. "Toen ik nog veel voor VTM werkte, had ik mijn zangcarrière wat laten verwateren. Ik had geen tijd meer over om nog aan zingen te denken en ik verdiende zo lekker dat ik het ook niet noodzakelijk vond om zo nodig nog een plaat in te blikken. Ik had mijn zangcarrière zo goed als on hold gezet tot dus die babbel met Bart Herman en het nummer Je eigen leven. Ik had dat hele televisieverhaal zo goed als verwerkt en had besloten om vaker en meer te gaan zingen, want dat ligt me na aan het hart."

Sergio voelt zich enigszins gevleid wanneer hij door Studio 100 gevraagd wordt om de rol van Vreselijke Sven voor zijn rekening te nemen in de musical "Wickie de Viking" samen met onder meer de twaalfjarige Remi De Smet en Dirk Bosschaert. De voorstellingen hebben vanaf de vijfde april tot en met de derde mei 2015 plaats in de "Plopsa Theaterzaal" in Adinkerke, het "Ethias Theater" in Hasselt en de "Stadsschouwburg" in Antwerpen. Eind februari stopt Sergio definitief met het uitbaten van zijn café "The Kings" in Lommel en steekt al zijn energie in het afwerken van zijn Nederlandstalige album, dat hij in de loop van dat jaar op de markt wil brengen.

De zestiende juni 2015 lanceert Sergio op het Globe Entertainment-label eindelijk nog eens een nieuwe single. Stefaan Fernande vertaalt voor hem Chiudi gli occhi van Marco Carta als Oneindig. Tien dagen later staat Sergio ermee op de zesentwintigste plaats in de Vlaamse Top 50. Een hogere notering zit er deze keer niet in. Na enkele persoonlijke nummers vond Sergio het de hoogste tijd om ook eens een nummer geheel aan zichzelf te wijden. Dan mag de sfeer uiteraard heel wat anders klinken. Bart Herman nam de uitdaging aan, kroop in de pen en schreef het nummer Ik ben Sergio. Een single volledig op het lijf van Vlaanderens grootste showbeest geschreven. Een liedje over feesten, het (niet) kwijtraken van zijn wilde haren en geen spijt hebben van de keuzes die hij heeft gemaakt. Vrijdag de negenentwintigste januari 2016 werd deze single in de markt gezet. "Er zit een stuk van mijn leven in dat nummer", vertelt Sergio in "Het Nieuwsblad", "tegelijk is dit niet uitsluitend wie ik ben. Ik mag dan zingen van, al hang ik vaak het beest uit, ik doe toch niemand kwaad, ik heb uiteraard ook een ernstige kant. Voor mij is het allemaal een kwestie van evenwicht. Aan de ene kant je verantwoordelijkheid nemen in het leven, aan de andere kant ruimte laten om eens goed te feesten."

Vrijdag de achttiende mei 2018 verschijnt de single Weg van jou van Sergio, als digitale download en via streaming. Meteen konden we ook genieten van de videoclip op YouTube. Deze single is de aanloop naar Sergio's eerste Nederlandstalige album, dat over enkele maanden naar aanleiding van zijn 30-jarige carrière zal verschijnen. "Dit wordt de verwezenlijking van mijn grote droom", vertelt Sergio ons geruime tijd voordien. "Dat album moet er sowieso komen. Tijd speelt voor mij daarbij geen rol. Ik ga niets overhaasten. Intussen hebben een aantal platenfirma's de revue al gepasseerd, maar die wilden in zeven haasten een volledig album klaar hebben en daar heb ik voor bedankt. Ik moet er deze keer voor het volle pond achter staan. Op commando en onder tijdsdruk liedjes inblikken is voor mij passé. Ik heb dat in een vorig artiestenleven allemaal meegemaakt. Deze keer wil ik een lange vinger in de pap hebben. Ik wil niet hebben dat de helft van de nummers op dat album niet aan mijn goesting voldoet. Als eindresultaat droom ik van twaalf parels gezongen in de Nederlandse taal, en mocht het kunnen, symfonisch begeleid. Ik droom luidop, dat weet ik, van een bezetting zoals Elvis Presley toen die in 1973 optrad tijdens "Aloha from Hawaii via Satellite"." Maar we kennen Sergio en we weten dat hij graag en snel van gedachte verandert. Het wordt dus uitkijken naar het eindresultaat.

De 29ste juni 2018 bloklettert Het Laatste Nieuws: "Bizarre mix: Sergio met Filharmonisch orkest". "Sergio en een filharmonisch orkest, het is niet meteen een voordehandliggende combinatie. Toch brengt de flamboyante zanger dit najaar samen met het Praags Filharmonisch Orkest vijftig jaar rockgeschiedenis naar de Belgische zalen. Na shows in heel Europa speelt "Rock the Opera" dit najaar ook voor de allereerste keer in België. De show brengt staalharde rock met een hoog entertainmentgehalte. "En wie past er beter in dat plaatje dan Sergio?", vindt het management. Daarom koos het de Vlaamse topentertainer voor hun Belgische luik. "Ik was verrast toen de organisatie me benaderde, maar eens ik doorhad wat het precies inhield, was ik dolenthousiast”, zegt Sergio. Het is dan ook een repertoire om u tegen te zeggen. Met kleppers als Queen, Deep Purple, Led Zeppelin, Pink Floyd, The Police, U2 en The Rolling Stones zal Sergio zich volop kunnen uitleven. Sergio zal een zestal nummers brengen. "Rock the Opera" op 24 november in Antwerpen, op 25 november in Gent en op 26 november in Luik.

Anno 2020 staat Sergio dertig jaar op de planken en dat wordt door zijn platenfirma CNR in de kijker gezet met de release op vrijdag 29 mei 2020 van het dubbele album "Ik ben Sergio-Limited Edition", in het totaal goed voor 40 nummers. Op cd 1 horen we een overzicht van al zijn Nederlandstalige hits van de voorbije jaren plus een aantal nieuwe liedjes. Daarnaast ook Sergio's favoriete covers met sowieso werk van André Hazes en Zucchero. Cd 2 geeft een overzicht van de grootste successen van Sergio van de voorbije 30 jaar waaronder de hits die hij scoorde samen met Touch of Joy en het nummer "Sister" waarmee hij in 2002 deelnam aan het Eurovisiesongfestival.

Sergio blijft sowieso voor velen van ons uniek. Op zijn website lezen we: "Het is weinigen gegeven aan een voornaam genoeg te hebben: Arno, Toots, Adele, en jawel, Sergio. Zijn naam staat voor een kruidig mengsel op basis van een ruwe bolster en een blanke pit. Er is slechts één Sergio met de echte smaak van Sergio." Wanneer we hem vragen hoe zijn medewerkers en in het bijzonder zijn vrouw het zolang bij hem uithouden, antwoordt hij heel spontaan en lachend: "Dat heb ik me al méér dan duizendmaal zelf afgevraagd. Mijn vrouw houdt zodanig veel van me dat dat het cement is dat ons samenhoudt. Haar liefde is onvoorwaardelijk. Ik ken haar al van toen ze vijftien was. Al plagend heb ik haar ooit voorgesteld eens een ernstige man te zoeken, maar die keuze vindt ze te saai. Ik denk dat mijn onvoorspelbare gedrag voor haar boeiend is en dat aangelengd met de nodige dosis humor, want dat is en blijft belangrijk, in welke relatie dan ook. Daarnaast heb ik een goede band met mijn kinderen. Voor hen ben ik een echte vader, al moet ik eerlijk bekennen dat ze van mij niet de helft zouden mogen van wat ik allemaal heb uitgespookt. Ik zou het daar als vader moeilijk mee hebben. Ik persoonlijk verdraag geen gezag, maar ik probeer wel gezag uit te dragen naar hen. Kijk, ik heb veel geluk gehad in mijn leven. Ik heb veel uitgespookt, ik ben in situaties beland die ook anders hadden kunnen uitdraaien. Maar uiteindelijk kijk ik tevreden terug. Ik kan nog steeds goed met mezelf opschieten en dat is toch belangrijk. Aan mezelf kan ik niets meer veranderen, maar ik heb geleerd mezelf te aanvaarden. En dat is oké zo!"

tekst en research: Marc Brillouet © 2018 Daisy Lane & Marc Brillouet