Miel Cools

Kleinkunsteiland

In 1959 was de tijd rijp voor een solocarrière. Hij sleutelde dag na dag aan zijn repertoire dat op een bepaald moment nog bestond uit een evergreen als Granada, een jodelliedje, Ik zou wel eens willen weten van Jules de Corte en schoorvoetend zijn eigen nummers. In het eerste deel zong Miel kleinkunst, in het tweede meer de liedjes bedoeld om te entertainen. Voor het doorsneepubliek klonk kleinkunst toen nog als poëzie op muziek gezet. Dat genre had iets eerder een duw in de rug gekregen dankzij het evenement "Kleinkunsteiland", opgericht door Bob Wezenbeek, omdat hij kleinkunst van dat eiland tot bij het grote publiek wilde brengen. In de universiteitsaula van Leuven had de achtste december 1961 de eerste editie plaats waaraan niet alleen Miel Cools en Louis Verbeeck deelnamen, maar ook Kor Van der Goten, Will Ferdy en Jef Burm. Dit muzikaal gebeuren zal tot in 1966 standhouden. Stilaan werd kleinkunst voor vol aangezien en aanvaard. Die opkomst viel samen met de aanloop naar "Leuven Vlaams", de strijd voor de taalkundige splitsing van de Katholieke Universiteit Leuven die in 1968 zijn hoogtepunt kende. Er was natuurlijk ook de aandacht van de pers voor het betere lied, in het Nederlands gezongen.