Miek en Roel

Miek en Roel

We moeten terug naar 1965 om de start van de carrière van Miek en Roel mee te maken. Roel Van Bambost en Monique Holvoet vormden aanvankelijk een folkduo, maar evolueerden snel in de richting van de Vlaamse kleinkunst. In dat genre zijn ze in Vlaanderen intussen niet meer weg te denken en horen ze thuis in die rij samen met onder anderen Zjef Vanuytsel en Della Bosiers. In zijn boek "Met toeters en bellen" schrijft Pol Van Mossevelde over hen: "Met Hugo Raspoet en Jan De Wilde waren Miek en Roel de eersten om de kleinkunst doelbewust naar Angelsaksische uitdrukkingsvormen te sturen. Ze waren ook de eerste kleinkunstenaars met een gouden plaat." Voor Miek en Roel waren dat gouden tijden waarop ze af en toe graag nog eens met heimwee terugblikken. Roel daarover in een gesprek met auteur Manu Adriaens in diens boek "De komplete kleinkunstgeschiedenis": "Ik heb wel een beetje heimwee naar de jaren zestig en het begin van de jaren zeventig omdat het voor ons een zeer creatieve periode was. Dankzij Roland Van Campenhout, die gitarist bij ons was, leerden we in Gent een nieuw milieu kennen. Dat had een vruchtbaar effect op ons. We trokken ook herhaaldelijk naar Londen en telkens keerden we opgepept terug. Vandaag ontmoet ik helaas te weinig mensen die nog echt iets durven. Pas op, ik heb daar begrip voor, want de situatie is nu helemaal anders. Een van onze liedjes "Vechten, alsmaar vechten" gaat daar trouwens over. Je mag bijvoorbeeld niets meer zeggen op je werk, geen kritiek leveren. Nee, hou je mond, want er staan tientallen van ongeduld te trappelen om je plaats in te nemen." Maar laten we hun verhaal starten bij het prille begin!

Raoul Van Bambost werd de vierde december 1942 in Gent geboren. Zijn vader was rijkswachter te paard die tijdens de Tweede Wereldoorlog gangreen had opgelopen, er een geamputeerde arm aan had overgehouden, en om aan de Duitsers te ontkomen naar Noord-Frankrijk was gevlucht. Moeder bleef thuis zonder een jaar iets van hem te horen. Haast onverwacht stond pa terug thuis voor de deur. Negen maanden later werd Raoul geboren in een vrij muzikaal gezin. "Mijn ooms en neven speelden muziek. Mijn vader was lid van de plaatselijke fanfare. Thuis stond vaak de radio op en werd er weleens meegezongen, maar van familiale samenzang was geen sprake. We hadden ook een platendraaier: eerst 78 toerenplaten, dan 45 toerensingles. Er doken ook regelmatig elpees op, wat door de bank in die tijd toch niet zo vaak gebeurde. Ik herinner me nog dat mijn broer chromatische mondharmonica speelde, waarop mijn vader me probeerde allerlei instrumenten aan te praten, waaronder de viool. Maar ik bakte daar niks van, dat is dus eerder mislukt. De neef van een vriendin had aan de muur een akoestische gitaar hangen die hij nooit bespeelde en dat sprak me wel aan. Ik heb die gitaar, ik moet toen vijftien geweest zijn, van hem gekocht voor driehonderd frank."

Maar muziek zit Roel sowieso in het bloed. Ook al kan hij als tiener nog geen rist akkoorden tokkelen, toch gaat hij het eens uitproberen bij een groepje in de buurt. Op een bepaald moment kruipt hij zelfs achter het drumstel. Op zijn zeventiende kiest hij echter definitief voor de gitaar. Roel studeert dan nog aan het Koninklijk Atheneum in Gent, afdeling Latijn-Grieks. "We hadden op school met een aantal vrienden een groepje gevormd. We heetten eerst The Rope Carriers, een slechte vertaling van de stroppendragers, nadien afgekort tot The Ropes. We speelden tijdens de in die tijd populaire thé dansants en tijdens bals, maar daar dan vooral voor een jeugdig publiek. Aanvankelijk leunde de muziek die we speelden aan bij de in de jaren vijftig populaire skiffle, maar iets later wordt er overgeschakeld op de hits van Cliff Richard and The Shadows, Elvis Presley, en nog iets later kwamen de hits van The Beatles en The Stones aan de beurt." Hoe dat geklonken moet hebben, kan je horen op de elpee "Rock Live" van Roland Van Campenhout & his Blues Workshop, waarop Roel laat horen dat hij in die tijd een geslaagde imitator van Buddy Holly was.

Intussen heeft Roel zijn middelbare studies afgerond en trekt hij naar de Universiteit van Gent om daar de richting Germaanse talen te volgen, maar na zijn eerste kandidatuur haakt hij af. "Dat lag me niet zo, dat had ik snel door. En dan ben ik in 1962 naar het HRITCS in Brussel gegaan en heb daar tot in 1966 de afdeling radio en televisie gevolgd. Ik deelde daar de zogeheten schoolbanken met onder anderen de later bekend geworden filmregisseur Paul Collet en acteur Jo Decaluwe." Film heeft Roel altijd al geboeid. Dat was al zo toen hij tijdens zijn tienerjaren vaak naar "Cinema Odeon" langs de Antwerpsesteenweg trok. Daar kon je voor vijf oude Belgische franken bingewatchen, alle films die daar in een week geprogrammeerd stonden op je gemak na elkaar bekijken. Volgens pa en ma Van Bambost voor zoonlief een zoethoudertje. Roel is de koning te rijk wanneer iets later aan de Dampoort "Cinema Normandy" de eerste bioscoop wordt die van start gaat met films in cinemascope te projecteren.

In 1964 brengt Bob Dylan op het CBS-label de elpee "The times they are a-changin'" uit met naast de titelsong onder meer When the ship comes in en One too many mornings. Roel weet niet wat hij hoort. Het wordt een soort love at the first hearing. "Ik was meteen gegrepen door die teksten en ik wou ook zoiets doen. Ik was het een beetje beu om die vrijblijvende rockteksten te zingen en ik wou iets zinnigers zingen. Songs waarvoor mensen gingen zitten, waarnaar ze met plezier en aandacht luisterden. In Amerika was dat al volop "en vogue"."

Intussen had Roel Miek leren kennen. Haar dus maar snel galant aan u voorstellen. Monique Holvoet werd de twaalfde februari 1944 in Gent geboren. Miek was leerling aan het lyceum in Gent. Tijdens het Chrysostomosfeest leerden ze elkaar kennen. "Het grappige is dat ik eerst verliefd werd op een vriend van hem. Die speelde toen ook bij The Ropes. Maar al snel bleek dat niet goed te klikken en klikte het beter tussen Roel en mij", aldus Miek. Zij zal een tijd later afstuderen als regentes lichamelijke opvoeding. Over haar opvoeding thuis vertelde Miek ons later: "Ik kom uit een vrij links gezin dat behoorlijk progressief was. Ik mocht van mijn ouders vaak mijn goesting doen. Een autoritaire opvoeding is mij compleet vreemd gebleven."

Roel weet Miek te overtuigen samen een duo te vormen, al was dat niet zo vanzelfsprekend. "Dat samen optreden lag niet voor de hand. Ik had helemaal niet de ambitie om op te treden. Hij vond dat mijn stem, in samenzang met de zijne, er best mocht wezen. Ik ging dood van de zenuwen op een podium. Die eerste jaren vielen dan ook niet mee qua stress. Kan je je voorstellen dat toen we deelnamen aan "Ontdek de Ster" dit het allereerste liveoptreden in mijn leven was. Het was René De Meester van The Ropes die mee verantwoordelijk was voor onze onverwachte deelname aan die wedstrijd."

"Ontdek de Ster" had van de tweede tot de zevende november 1965 plaats in de Koningin Elisabethzaal in Antwerpen. Die wedstrijd werd opgedeeld in drie categorieën en per categorie werden drie prijzen verdeeld. In de categorie vocale groepen eindigden Miek en Roel op de derde plaats met hun Engelstalige versie Blowin' in the wind van Bob Dylan. Dat nummer verscheen in 1963 op het Columbia-label op de elpee "The Freewheelin' Bob Dylan". "Ik stond toen voor honderd procent achter die beslissing om dit nummer te zingen en om aan deze competitie deel te nemen", vult Miek aan. "Ik wilde me daar echt voor inzetten. Ik had voor die gelegenheid zelf een jurk genaaid, waarvan de inkijk nogal ruim was uitgevallen. Daardoor voelde ik me tijdens ons televisieoptreden nogal op mijn ongemak. Maar al bij al oogde ik knap, zo kon ik achteraf uit de kritieken distilleren." Roel had inmiddels een soort vriendschap gesloten met twee studenten van de afdeling Germaanse filologie: Miel Appelmans en Miel Swillens. "Na die Ontdek de Ster-wedstrijd kregen we plots heel wat optredens, vooral voor studenten aan de universiteit in Gent. We leerden daar Roland kennen, maar ook twee van onze voornaamste tekstschrijvers, Miel Appelmans en Miel Swillens, studenten Germaanse die ons overtuigden om in het Nederlands te zingen. Wij hadden geen Nederlandstalige nummers, dus begonnen zij voor ons te schrijven. Intussen had ik op het HRITCS, de filmschool, Jo Röpcke leren kennen, die toen een relatie met Niki Bovendaerde had, en zij schreef ook Nederlandstalige liedjes voor de cabaretgroep Knabbeljou, waar zij samen deel van uitmaakten. Zo kwam die omschakeling van het Engels naar het Nederlands en we voelden dat daar toch belangstelling voor was."

Tijdens het driedaagse Folksong-festival te Deurne, waar Judy Collins en Julie Felix optraden, namen Miek en Roel ook deel aan een wedstrijd. "Op de vrijdagavond gingen we daar aan de haal met de derde prijs. Op de tweede plaats eindigde het tweetal Roland en William. Roland was niemand minder dan Roland Van Campenhout. We zongen toen voor de eerste maal een Nederlandstalig nummer, Limburg Blues, een bewerking door Miel Appelmans en Miel Swillens van North Country Blues van Bob Dylan, terug te vinden op de derde studio-elpee van Dylan "The times they are a-changin'". Limburg Blues heette oorspronkelijk Zwartberg Blues, een protestsong als reactie op het overlijden van twee mijnwerkers die tijdens een betoging door de rijkswacht werden doodgeschoten. Naar dat festival verwijst Jan Delvaux met graagte in zijn boek "Belpop - de eerste vijftig jaar": "Het Nederlandstalige lied wordt in de loop van de jaren zestig niet langer gevoed door het Franse chanson. Dat is goed hoorbaar op het driedaagse Internationale Folk & Blues Festival in de Arenahal te Deurne. De organisator is Louis de Vries, de manager van Ferre Grignard en The Pebbles. Monique Holvoet en Roel Van Bambost excelleerden in de bijhorende talentenwedstrijd."

Miek en Roel werden langzaamaan almaar populairder, vooral dus in het studentencircuit. Kleinkunst vierde als genre toen hoogtij en vooral de liederen met een boodschap deden het erg goed. Er mocht al eens tegen de schenen worden getrapt. Miek zal die periode nooit vergeten. "Ik weet nog goed dat er tijdens onze optredens fel gereageerd werd op de nummers die we brachten. Het publiek durfde dat ook. Zij het op een sloganeske manier of door te roepen. Ik herinner me nog goed dat we toen vaak met meerderen op zo'n podium stonden. We deelden vaak de affiche met zingende collega's. Dat schiep een hechte, warme band. We voelden ons geen concurrenten, maar eerder vrienden onder elkaar. Het genre was zo populair dat iedereen werk genoeg had. Als ik daar nu op terugkijk, is dat een periode die je achteraf alleen maar kan waarderen en ook een beetje missen."

In het "Trefpunt" in Gent, de thuisbasis van Walter De Buck, lopen ze Roland Van Campenhout opnieuw tegen het lijf en het lijkt hun het geschikte moment om in de nabije toekomst met hun drieën op pad te gaan als Miek & Roel + Roland.

Niet te verwonderen dat door diverse platenfirma's bij hen gulzig op de deur wordt geklopt. Grootste kanshebber blijkt uiteindelijk Vogue te zijn in de persoon van Roland Verlooven, later bekend als producer van onder anderen Willy Sommers, Margriet Hermans en Clouseau. Sowieso wordt er gesproken over de opname van een langspeler waarop ook uiteraard Roland Van Campenhout te horen zal zijn als gitarist en mondharmonicavirtuoos. Maar er wordt aardig wat geredetwist over de taal waarin gezongen moet worden. Roel wil koste wat het kost in het Nederlands zingen. "We wilden niet de zoveelste cover brengen van Amerikaanse en Engelse nummers, trouwens die hadden dat zelf al beter gedaan dan wij ooit zouden kunnen. In de persoon van Miel Appelmans, Miel Swillens en Niki Bovendaerde hadden we dus de juiste mensen die ons de broodnodige teksten konden leveren. Ik had intussen ook al enkele bewerkingen klaar van een aantal Vlaamse traditionals. Dat samen maakte het repertoire uit van ons eerste album."

In de loop van 1967 trekken Miek, Roel en Roland dus naar de studio om daar op het Vogue-label hun eerste elpee "Je kan nooit weten" op te nemen. Je hoort dat Miek en Roel duidelijk beïnvloed zijn door hun Amerikaanse helden Tom Paxton, Bob Dylan en niet te vergeten Peter, Paul & Mary. Als extra kracht wordt in de studio de hulp ingeroepen van bassist Paul Dubois. In het totaal worden er twaalf songs ingeblikt, die qua aanpak in Vlaanderen behoorlijk vernieuwend klinken. De jongeren happen na de release gelijk toe. Drie songs van de Amerikaanse singer-songwriter Tom Paxton worden vertaald en verschijnen op die elpee als Niet slecht bedoeld, Signatuur en Koop een geweer. Volgens Roel bleek dat laatste een perfect sinterklaaslied, want hij vertelde tijdens hun optredens met de nodige ironie dat er al te vaak slordig en ondoordacht met té realistisch speelgoed werd omgesprongen. Een meevaller tijdens optredens is vooral het nummer Jij en ik. Het publiek bleef dat jaren nadien altijd maar vragen. En dan is er nog de song die aan hen blijft kleven, Wie wil horen. Een Vlaamse traditional die Roel bewerkt had. Op de originele versie van 1967 is de stem van Miek niet te horen, want in de studio beschikte men slechts over een viersporenbandopnemer. Dat werd zowaar live in de studio opgenomen met Miek op tamboerijn en Roland op mondharmonica. Later blikken ze een nieuwe versie in, deze keer wel met de stem van Miek. Wie wil horen wordt ook snel als single uitgebracht. Deze nieuwe manier van gedachten en gevoelens verwoorden, spreekt de jeugd wel aan. Jongeren voelen zich duidelijk aangesproken door deze moderne teksten die beter aansluiten bij hun leefwereld dan tot dan toe bij de doorsnee Vlaamse kleinkunstenaars te horen was.

Het huwelijk van Miek en Roel wordt in 1967 gezegend met de geboorte van hun zoon David. "Ik herinner me nog goed dat ik ben blijven optreden tot mijn achtste maand zwangerschap. Ik had het erg lastig wanneer ik na de geboorte telkens opnieuw onze baby moest achterlaten om te gaan optreden. Gelukkig hadden we een grootmoeder die bij ons thuis inwoonde en zij lette op de kleine als we weg waren. Ik wist wel dat hij in goede handen was, maar het bleef toch steeds een opgave onze zoon achter te laten. Dat betekende in die tijd optreden met een soort pijn in het hart", dixit Miek.

In de slipstream van "Je kan nooit weten" groeit de belangstelling rond Miek en Roel razendsnel. Zij worden in de media zowat de vaandeldragers van de nieuwe lichting Vlaamse kleinkunst genoemd. Volgens Jan Delvaux in zijn boek "Belpop - de eerste vijftig jaar" waren zij de natte droom van de bewogen Vlaamse jeugd: jongen-meisje, verstaanbaar en met bloemen in hun haar in het verweer tegen de grote boze wereld. En bovendien betaalbaar om op te treden. Leuk is dat Jan in zijn boek onthult dat Roland Van Campenhout een inschattingsfout maakte. Hij ging mee op tournee omdat hij een oogje bleek te hebben op Miek. Hij dacht immers dat Miek de zus van Roel was. Fout ingeschat. Iets later zal Roland trouwens uit de groep stappen en gaan Van Bambost en Holvoet verder als Miek en Roel.

Achteraf bekeken kan je Miek en Roel niet echt rebels noemen. Op de vraag of ze bewust provocerend wilden klinken, antwoordt Roel resoluut: "In die tijd passeerden we hier en daar weleens een parochiezaal en daar zat meneer pastoor dan op de eerste rij, maar na de pauze bleek die plots verdwenen. Nummers als bijvoorbeeld "Jan met de pet" en "Koop een geweer" kwamen nogal straf over. We trapten hier en daar tekstueel ook weleens tegen de schenen van de kerkelijke gezagdragers en tegen het militaire apparaat. We kregen daar na ons optreden regelmatig hevige reacties op. Mijn vader was vroeger rijkswachter geweest en die zag dat natuurlijk niet zo zitten. Die had zo zijn bedenkingen, maar mijn moeder daarentegen vond het wel oké wat we deden en wat we zongen."

Die protestsongs brengen was voor Miek en Roel niet zozeer inpikken op een trend omdat dat nu eenmaal op het einde van de sixties "in" was, integendeel. "Ik was enorm gegrepen door wat Dylan en Tom Paxton deden. Dat sociaalkritische in hun teksten sprak me enorm aan. Op dat moment waren we ons er niet zo van bewust dat dat genre trendy was. Miek en ik voelden aan dat we moesten protesteren in onze liedjes. We brachten die nummers uit een diepe overtuiging. De reacties tijdens onze optredens waren heel divers. In de meeste kringen werd dat wel toegejuicht en hadden we daar succes mee. Maar je moet ook weten dat we toen veel in kleine dorpjes optraden waar ze voor het eerst geconfronteerd werden met dit soort protestnummers. Wij kwamen in het kielzog van de brave generatie van Miel Cools, die meer inspeelde op thema's van het Davidsfonds enzovoort. Ik weet nog dat we aan een concert begonnen en voor we een paar nummers ver waren, hadden de notabelen van het dorp de zaal al verlaten. Het was heel relatief. Op het platteland vonden ze het niet kunnen wat wij brachten en in de grote steden vonden ze het soms te flauw en gingen we niet ver genoeg. Het was dus niet altijd eenvoudig de juiste balans te vinden tussen die twee." Dat hield dus in dat sommigen in het publiek hen op de inhoud van die teksten gingen afrekenen. Af en toe werd hen ook verweten dat ze wellicht aardig wat geld overhielden aan die optredens en er daardoor een luxueus bestaan op na konden houden. Aan journalist Manu Adriaens vertelde Miek daarover: "Men moest ons niks verwijten, want wij leefden bijna als bohemiens: ik had inmiddels mijn baan als turnlerares opgezegd en we woonden op een klein appartementje. Maar toch hebben we een paar keer serieus boel gehad. Na optredens kwamen mensen bij ons klagen dat we met een auto reden. Wij zongen die protestliedjes met veel overtuiging, maar vrijwel elke keer werden we gecontesteerd. Ofwel vonden ze dat we té ver gingen, ofwel niet ver genoeg."

Aan ons gaf Miek jaren nadien ruiterlijk toe dat ze die liedjes niet zong om haar man te plezieren of om de show mee te spelen. "Die teksten zaten misschien zelfs nog dieper in mijn hart dan in dat van Roel. Ik ben altijd een heel actieve geweest, een heel felle, vooral wat rechtvaardigheid betreft. Dat maakt ook dat binnen het duo Miek en Roel ik, in het begin zeker, als de sterkere pool naar voren kwam. De kracht bij Roel lag toen vooral in het feit dat hij de muziek aanreikte. Trouwens, we zijn intussen decennia verder en ik kan nog altijd niet tegen onrechtvaardige toestanden. Dat maakt me nog steeds erg kregelig. Als je ouder wordt, kan je dat uiteraard beter plaatsen, maar in het begin kon ik me inwendig erg boos voelen. Ik vond me dan ook voor het volle pond terug in die teksten die we zongen. Wie kwamen regelmatig met onze tekstschrijvers samen en we overliepen dan wat we graag in onze teksten wilden horen. Zij vertaalden onze gevoelens niet letterlijk, maar we konden ons door de bank toch altijd terugvinden in wat zij schreven en wat wij moesten zingen. Ik durf rechtuit te zeggen dat we in al die jaren nooit een tekst hebben gezongen waar we niet achter stonden." Toch relativeert Miek wat verderop in de loop van ons gesprek haar daadwerkelijke inbreng van toen. "Ik had niet zo'n erg grote inspraak, noch tekstueel, noch muzikaal. Ik zong de tweede stem. Ik heb in heel ons repertoire maar één keer een zelfgeschreven tekst aangebracht. Ik erken dan ook mijn bescheiden aandeel wat het tot stand komen van ons repertoire betreft."

De elpee "Je kan nooit weten" wordt met goud bekroond. Miek is overdonderd door de aanvragen om op te treden. Roel vult daaromtrent aan: "Miek had wat te weinig ervaring en voelde zich vooraf nogal nerveus. Maar we traden bij momenten haast elke avond op, en al doende leer je. Ik moet wel opmerken dat we geen avondvullend programma brachten. Vaak maakten we deel uit van een kleinkunstpakket. Zo hebben we vaak opgetreden met Miel Cools, Boudewijn de Groot, Peter Blanker enzovoort. We traden dan elk een halfuur op." Op hun palmares uit de sixties prijkt in vetgedrukte letters een optreden tijdens "Kazuno", de voorloper van Nekka, en in 1969 in het Sportpaleis van Antwerpen, waar ze het voorprogramma verzorgen van de Britse protestzanger Donovan. Tijdens de afterparty tokkelde Donovan nog op Roels gitaar, voor hem een herinnering om te blijven koesteren.

Internationale duo's als Esther en Abi Ofarim en Nina & Frederik moesten het in die periode vaak hebben van hun mooie melodieën en hun mooie stemmen. Bij Miek en Roel ging het niet zozeer om het zoetgevooisde stemgeluid, maar in eerste instantie om de boodschap die ze wilden brengen. "Dat klopt", aldus Roel. "Er waren in die tijd veel duo's, man-vrouw, maar bij ons ging het in eerste instantie niet om het prachtige zangwerk, ook al deden we ons uiterste best. Wij wilden in de eerste plaats al zingend onze boodschap op het publiek overbrengen. Daar gingen we heel ver in. We hielden het daarom in het begin bewust heel sober. Ik speelde gitaar, Miek deed wat percussie. Na Roland hebben we nog met een aantal muzikanten als steun opgetreden, maar daar bleef het dan ook bij. Om het accent op onze teksten te leggen, bleef de begeleiding juist vrij sober."

Op het einde van 1968 schrijven Roel en Miel Appelmans het liedje Bert en Bertje voor het gelijknamige tv-feuilleton van de VRT. Het verhaal speelt zich af in het hippiemilieu met in de hoofdrol Bert André. Dat nummer verschijnt op het Vogue-label op een ep die in samenwerking met het Davidsfonds wordt uitgebracht met daarop onder meer Vreemde vogels en Solo Slim. "De VRT vroeg ons het titellied van dat feuilleton te zingen. Dat was vaak te zien op het scherm, wat de populariteit van dat liedje in de hand werkte. Het was niet alleen Miek en Roel als duo, maar ook nog eens Bert en Bertje als onafscheidelijk tweespan, en dat werkte blijkbaar. We moesten wel opletten dat de mensen ons niet te zeer met hen gingen associëren. Het publiek, vooral in West-Vlaanderen, vroeg ons opvallend genoeg regelmatig om dat te zingen, al moet ik achteraf beschouwd opmerken dat we dat in de loop der jaren niet zo vaak live hebben gezongen."

Qua bijval gaat het Miek en Roel voor de wind. Ze gaven het eerder al aan, maar al bij al was het toch aanpassen om het tempo van hun succes bij te benen. "Het ging vanaf een bepaald moment erg snel met onze populariteit", aldus Miek. "Dat viel in het begin niet mee omdat ik ook nog lesgaf. Ik stond overdag voor de klas, nam nadien thuis snel een douche om dan vervolgens samen met Roel naar een optreden te trekken. We kwamen dan tegen middernacht terug thuis, snel het bed in, en 's ochtends vroeg uit de veren om weer les te geven."

In 1968 nemen Miek en Roel deel aan het Humorfestival van Heist met als een van de laureaten Willem Vermandere. Zij worden daar als duo bekroond met de eerste prijs in de televisiewedstrijd "Lach een Lied" met het nummer Het Neuzenlied van de hand van Roel Van Bambost en Miel Appelmans. "Ik noem dat lied liever sociaalkritisch dan protesterend. Het lied steekt de draak met een aantal gevestigde waarden en figuren. Het viel op dat we tijdens dat festival vooral in de smaak van het publiek vielen. Dat mocht meestemmen. Had het aan de critici gelegen, dan waren we zeker niet met een prijs naar huis teruggekeerd", aldus Roel.

In 1969, want dat kon niet uitblijven, verschijnt er op het Vogue-label een nieuwe langspeler "Mijn jeugd rijdt uit op jacht", goed voor twaalf nieuwe songs. Intussen had Roland Van Campenhout dus afgehaakt en trad voortaan op samen met zijn Blues Workshop. Geen vertalingen meer deze keer, maar wel een nauwe samenwerking tussen Roel, Miel Appelmans en Miel Swillens en een rist nieuwe liedjes. Ook nu is de productie in handen van Roland Verlooven. "De titel van de plaat was een idee van Miel Appelmans. Het is symbolisch bedoeld, duidelijk onder invloed van Bob Dylan. Miel was nogal geïntrigeerd, ook al was hij jonger dan wij, door het ouder worden. Zo schreef hij speciaal om dat gevoel te verwoorden "Bang om oud te zijn". Met de elpeetitel wou hij dan weer aangeven dat we op het moment dat we die plaat opnamen inderdaad nog jong waren, maar niet wisten welke kant het met ons op zou gaan. We moesten volgens hem sowieso meer risico's durven nemen."

Tijdens hun optredens merken Miek en Roel dat het publiek tuk is op het nummer "Jan met de pet", dat op hun tweede album staat. "We waren ervan overtuigd dat het liedje een jaar of twee zou meegaan en dat het dan zijn beste tijd gehad zou hebben. Maar het nummer is ons blijven achtervolgen. Door de jaren heen stelden we vast dat de arbeider vaak het slachtoffer bleef van fabriekssluitingen. De eer van het lied laten we aan Miel Appelmans, die een zeer scherpe tekst neerschreef, een schoolvoorbeeld van een Vlaamse protestsong. Je voelt als het ware mee met die arbeider. Het lied schetst een heel realistisch beeld", aldus Roel.

Met veel bravoure wordt op het Vogue-label in 1970 hun derde studioalbum "Miek en Roel" gelanceerd. Roland Verlooven blijft als producer in dienst. In de studio is duidelijk merkbaar dat er wat extra aan het geluid gesleuteld mag worden. Er worden een rist muzikanten ingehuurd: op bas Jacques Albin, op fluit Philippe Malfait, op gitaar Anthony Griffiths en Paul Darby, op percussie Willy Agneessens en op toetsen Jean-Luc Manderlier. "De platenfirma wou een wat meer – ja, hoe zou je dat kunnen noemen? – commerciële begeleiding horen. Met de teksten moeiden ze zich gelukkig niet te veel", dixit Roel.

Het wordt dus even wennen aan die nieuwe aanpak als je de plaat oplegt. We horen elf songs de revue passeren, waaronder een vertaling van The circle game van Joni Mitchell, De stad is verloren van het bekende Nederlandse duo Elly Nieman en Rikkert Zuiderveld, en De geboorte met muziek van Roel op tekst van Lennaert Nijgh. Qua populariteit bij het publiek wordt er vooral gescoord met Het verdronken land van Saeftinge, dat dankzij de opvallende pianobegeleiding als sfeernummer in het oor springt. Jantjes hoofd dat is ontploft mag er ook best wezen. Dat nummer verwijst dan weer naar de tijd dat jongeren op school totaal geen inspraak hadden. En dan is er wellicht het meest geliefde nummer uit deze plaat De Grote Revolutie, door Miel Appelmans duidelijk geschreven met in zijn achterhoofd de meirevolutie van 1968, die achteraf gezien toch niet had teweeggebracht wat de protesterende jongeren van toen er in het begin van verwacht hadden.

Het lag een beetje voor de hand dat Roel er bij zijn platenfirma op zou aandringen een elpee uit te brengen met vertalingen van uitsluitend Tom Paxton-songs. Op het Vogue-label verschijnt dan ook in 1972 het album "Miek en Roel zingen Tom Paxton". Roland Verlooven staat weer in voor de productie. Zo horen we covers van Peace will come en I give you the morning, volgens Roel een van de mooiste ballads die Tom ooit schreef. Je hoort een knappe fluitpartij gespeeld door Philippe Malfait. Voorts ook covers van What a friend you are, Bottle of wine en Als de zon schijnt. Voor de tekstuele invulling van die song diende de film "Louisa, een woord van liefde" als inspiratiebron. Het thema in die film draait rond een driehoeksverhouding. Maar de geboorte van die plaat verliep toch niet zo vlot als Miek en Roel verwacht en gedacht hadden. "De platenfirma", aldus Roel, "zag die elpee niet zo zitten, maar het album was een soort compromisoplossing omdat Miel Appelmans had afgehaakt als tekstleverancier. Ik had hem wel nog zover gekregen aan mijn vertalingen mee te werken. De platenfirma wou dadelijk na het vertrek van Miel op zoek gaan naar andere tekstschrijvers, maar ik vond het nu net aartsmoeilijk om geschikte schrijvers te vinden. Na 1972 is de samenwerking met de platenfirma dan ook wat mank beginnen te lopen. Het jammere aan het feit dat Miel opstapte, was dat hij vrij universele nummers kon schrijven, niet te zeer met de actualiteit verbonden. Miel slaagde er vaak in die zelfs te overstijgen. Een aantal van zijn teksten blijven nu nog altijd aansluiten bij de huidige gebeurtenissen. Reden dat een behoorlijk aantal van onze songs ook decennia later nog steeds overeind blijven."

Tussendoor even vermelden dat, ondanks hun drukke agenda, in 1973 hun tweede zoon Robin wordt geboren. Naarmate hun zonen Robin en David opgroeiden, werden ze zich ook almaar meer bewust van het succes van hun ouders. Miek: "Misschien vreemd om te zeggen, maar ze zijn nog altijd hevige fans van Miek en Roel. Ze zijn vooral trots dat wij dat zoveel jaren hebben volgehouden en dat zij de zonen zijn van..."

Stilaan, een beetje eigen aan de wisselende trend van het moment, moeten Miek en Roel qua populariteit wat inboeten. "De platenfirma", reageert Roel meteen op die opmerking, "pikte graag in op onze tanende populariteit door ons erop te wijzen dat we met die Paxton-plaat een verkeerde keuze hadden gemaakt en dat die beslissing nu een beetje werd afgestraft. Ik wijt het eerder aan het feit dat Miel Appelmans had afgehaakt. Anders had ons succes veel langer aangehouden. Ik heb echt gezocht naar nieuwe schrijvers. Ik heb ook de pen vaker zelf ter hand genomen, maar dat was toch niet hetzelfde. Ik was ook niet snel tevreden over mijn eigen teksten, moet ik eerlijk bekennen. De druk op ons werd ook almaar groter. Je voelt op dat moment natuurlijk ook wel aan dat het niet meer zo vlot. Je voelt je – jammer dat ik het zo moet zeggen – een beetje mislukt. We moeten daarin eerlijk zijn. We hebben qua platenverkoop nooit meer de aantallen gescoord van voordien. Ik mag wel niet vergeten te vertellen, om het juister te kaderen, dat in die periode de typische Vlaamse volksmuziek opnieuw opgang kende. Een groep als De Snaar slaagde erin met die muziek ambiance en sfeer tijdens hun optredens te brengen en dat sloeg in. De mensen gingen meezingen en meedansen en daar hield het publiek van. Ons optreden stond daarmee in schril contrast. Maar ondanks dat alles heeft het ons nooit belet ermee door te gaan, integendeel."

En ze houden woord. Miek en Roel blijven trouw en ongestoord voortzingen en verder toeren. Roland Verlooven blijft als producer trouw op post. Op het Vogue-label verschijnt in 1975 de langspeler "In de tijd van...", opgenomen in de Fonior-studio. Roel weet nog heel goed dat er vooraf en tijdens de opnamen met Roland een hartig mondje werd gepraat wat productionele aanpak betrof, maar ze beleefden er wel veel plezier aan. De plaat zet in met Nergens rust van Ernst van Altena en Yves Simon. Ook nu werden een aantal songs vertaald, onder meer Yellow coat van Steve Goodman, dat Miek en Roel opnamen als Gekke rooie hoed. Roel had Steve live aan het werk gezien tijdens het folkfestival van Cambridge. Miek en Roel waren een enorme fan van Kris Kristofferson en Rita Coolidge en hun duet I never had it so good, oorspronkelijk geschreven door Paul Williams. Vandaar als vertaalde keuze Nooit was liefde zo goed. We horen als begeleider onder meer pianist Koen De Bruyne. Opvallend is dat Miek dit liedje in duet met zichzelf zingt. Voor de instrumentale begeleiding werd er een beroep gedaan op onder anderen toetsenist Jean Blaute, drummer Frans De Witte, gitaristen Nick Roland en Simon Shrimpton-Smith. "Dat album smaakte wat naar jeugdsentiment", reageren Roel en Miek samen, "maar ook een beetje tongue in cheek, met een ironische knipoog. Er mocht wat gelachen worden. Ik schreef niet voor niets speciaal voor deze plaat In de tijd van de rock-'n-roll. Ik sta niet voor niets als een rocker op de hoes afgebeeld met een lederen jas aan, pal naast de jukebox en Miek naast me als een soort groupie."

Op het podium blijven Miek en Roel als duo staan als een huis, en dat had niet alleen met de melodieën en de teksten van hun repertoire te maken. "Wij hadden een uitstraling, een imago dat ons door het publiek altijd in dank werd afgenomen. In hun ogen waren we het voorbeeld van het ideale koppel. Let wel, de critici zijn daar stilaan mee beginnen te lachen. We werden door hen geblokletterd als het gouden echtpaar. Dat kwam wellicht omdat we een beetje braaf oogden, maar het publiek bleef dat prachtig vinden. Trad ik uitzonderlijk door omstandigheden eens op zonder Miek, dan werd ik daar meteen na het optreden op aangesproken dat ze gemist werd. Ik heb in de loop der jaren regelmatig het aanbod gekregen iets in mijn eentje te gaan doen, maar daar ben ik nooit op ingegaan. Samen uit, samen thuis bleef onze leuze. Dat was niet altijd makkelijk met twee kinderen, maar we waren er samen aan begonnen en we wilden er sowieso met ons beiden doorheen." Ook Miek heeft dat zo ervaren. "Wij konden leven met dat imago. Het publiek heeft ons van in het begin als koppel aanvaard. Er fladderden geen meisjes om Roel heen en geen mannen rondom mij. In dat opzicht lieten de fans ons met rust."

Over trouw gesproken. Met in het achterhoofd de wijsheid "never change a winning horse", trekken Miek en Roel in 1980 samen met producer Roland Verlooven naar de ICP-studio's om daar het studioalbum "In 't nieuw" in te blikken. Zij nodigen onder meer basgitaristen Pino Marchese en Evert Verhees uit, drummer Jean-Pierre Onraedt, gitaristen Eric Melaerts en Ronald Sigo, en de safoxonisten Freddy De Bock en Pietro Lacirignola. Tien songs sieren de plaat, waaronder Mijn liedje, een vertaling door Joost Nuissl van When the party's over van Janis Ian, die voor hen ook Southern nights van Allen Toussaint vertaalde als Dag en nacht. Fabriek van de hand van Walter Ertvelt is een vertaling van Factory van Bruce Springsteen. Daarnaast eigen songs van Roel als Vechten, alsmaar vechten, een wat trieste song geschreven in een periode van devaluatie en inflatie. De jaren tachtig waren helemaal niet prachtig, zo klinkt het. Meisje en Dus naar Amerika, een liedje met een ironische tekst over mensen die denken dat het in Amerika allemaal beter is.

Hoewel Miek en Roel in 1985 vieren dat ze dertig jaar op de planken staan, komt er toch geen nieuw album. De platenindustrie staat onder druk en er wordt vooraf goed gewikt en gewogen of de afzet voldoende zal zijn. Qua optredens zit het nog altijd mee. "We stelden wel vast", herinnert Roel zich nog goed, "dat het publiek qua leeftijd gemengder was geworden in vergelijking met onze beginjaren. Je kan zeggen: jong en oud. We brachten niet alleen ons vroegere repertoire, maar probeerden voortdurend te vernieuwen door ons aanbod aan te vullen met recente nummers. Tot onze vaste begeleidende kern behoorden toen Koen Leeman, Marc Malyster en Paul Poelmans."

Het repertoire van Miek en Roel wordt in de loop der jaren verzameld aangeboden. In 1987 vraagt platenfirma CNR aan Walter Ertvelt een selectie te maken uit de rijke songkeuze van het duo. Dat resulteert in een collectie van twintig nummers beginnend met Jij en ik, tevens de titel van deze verzamelaar, en eindigend met Dus naar Amerika. Op dit album een liedje dat we intussen wat vergeten waren, maar dat Roel met veel plezier schreef, zowel de tekst als de muziek, Film-Fan-Man. Film ging in zijn leven een almaar grotere rol spelen.

Roel gaat ook almaar vaker en intensiever voor de VRT-televisie werken als filmjournalist. Zo was hij trouwens van 1966 tot en met 1990 realisator van "Première", dat hij vanaf 1991 tot en met 1996 zelf zal presenteren. Nadien werd dit afgevoerd en ging Roel iedere woensdag voor "Het Journaal" tot in 2008 korte bijdragen leveren over de meest recente films. Film ligt Van Bambost zo na aan het hart dat hij nauw betrokken blijft bij de vzw "Internationaal Filmgebeuren van Vlaanderen Gent", later bekend als het "Film Fest Gent” gespecialiseerd in de impact van muziek op film.

In 1992 is er op het CNR-label eindelijk een nieuw album, "Cafard", opgenomen in de Top Studio te Sint-Amandsberg. Verlenen hun muzikale medewerking onder andere basgitarist Koen Leeman, drummer Piet Jorens, accordeonist Paul Poelmans en gitaristen Lars Van Bambost en Patrick Riguelle, die tevens de arrangementen schrijft en de productie voor zijn rekening neemt. Roel schrijft samen met Johan Verminnen De dagen van de radio, waarmee de cd inzet, Mia en Wie de waarheid zegt. Met Hugo Raspoet schrijft hij Dag m'n zoon. Voorts onder meer met Walter Ertvelt Het houdt nooit op, Eiland zonder einde en Cafard-Cafard. Van Bob Dylan vertaalt Miel Appelmans, terug van weggeweest, "When the ships comes in", Als het schip verschijnt.

Ook al is de impact op de verkooplijsten enzovoort allang gedimd, toch houden Miek en Roel eraan hun publiek te trakteren op nieuw materiaal. "We bleven doorgaan", vertelde Roel toen met veel sympathie en energie aan de media, "omdat muziek, samen met film, een heel groot deel van mijn leven uitmaakt. Ik ben altijd gitaar blijven spelen, nieuwe gitaren blijven kopen. Ik blijf liedjes schrijven. Het is een constante in mijn leven. Die drang om dat te blijven doen, ebt niet weg. Ook niet die drang om nog een nieuw album af te leveren, die is er nog steeds."

Er wordt met genoegen nog maar eens verzameld door platenfirma BMG/Ariola België, die in 1993 naar een idee van hun medewerker Rudi Aelbers "De kleinkunstreeks" in de markt zet, een rist cd's waarvan volumes 7 en 8 worden voorbehouden voor het oeuvre van Miek en Roel, in het totaal goed voor 32 van hun bekendste songs. In 1998 beslist platenfirma Polydor in hun cd-reeks "Het beste van" achttien liedjes van Miek en Roel te selecteren. Het is een voor de hand liggende keuze: Jan met de pet, Omtrent Sinterklaas en Koop een geweer. In die cd-reeks onder meer ook een overzicht van het repertoire van collega's als Urbanus, Willem Vermandere, Wannes Van De Velde en Walter De Buck.

Roel is steeds te vinden voor nieuwe initiatieven. Samen met Dimitri van Toren, Miel Cools, Bart Herman en Bart Van den Bossche zetten zij in 2000 de theatervoorstelling "De Komplete Kleinkunstcollectie Live" op het getouw met hoogtepunten uit de kleinkunst, goed voor een 15-tal voorstellingen. In "Het Nieuwsblad" van de dertiende januari zegt Roel daarover: "De mensen zijn ons niet vergeten, dat merken we tot onze verbazing tijdens die optredens. Het zijn niet alleen de fans uit de jaren zestig die nu eens uit hun luie zetel komen. Er zijn ook jongeren. Misschien wel meegetroond door hun ouders. Maar toch, er blijkt oprechte interesse voor wat we doen." Het leuke aan dit programma is dat de artiesten in kwestie niet alleen hun eigen nummers brengen, maar ook covers van hun collega's. Zo zingt Miel Cools Jules de Corte, brengen Miek en Roel Peter Schaap en vertolkt Bart Van den Bossche Wim De Craene.

De tel wordt onderweg goed bijgehouden. In 2005 is er het album "40 jaar Miek en Roel", dat de eenendertigste oktober op het Plansjee-label verschijnt. Plansjee is een platenlabel dat zich haast uitsluitend richt op de release van Nederlandstalige kleinkunst en luisterliedjes. "40 jaar Miek en Roel" bevat drie cd's, goed voor 47 tracks, waaronder een paar liveversies uit het archief van Radio 2 Limburg zoals Wie wil horen, Vreemde vogels en Soldaat van goede wil. In "Het Nieuwsblad" van de dertiende november lezen we daarover: "De oude Miek en Roel-liedjes zullen welkom zijn voor wie op zoek is naar jeugdherinneringen, al lijkt ook het jonge volk pap te lusten van die protestzangers van weleer. Miek: "Tijdens de Gentse Feesten hebben we opgetreden in de Spiegeltent. Daar zat potdorie een boel jong volk – een aangename verrassing.'' Roel: "Tot onze verbazing zijn ze niet gaan lopen. Op het eind kregen we zelfs een staande ovatie.'' Kan het luisterlied opnieuw? Roel: "Luister eens naar de nieuwe cd van Gerry De Mol en Eva De Roovere. Die zingen over veel dezelfde dingen als wij destijds.'' Na de succesjaren gingen Miek en Roel gewoon werken: zij stapte terug in het onderwijs, hij trok naar de VRT. Nu zijn ze allebei met pensioen. Of er weer tijd komt voor een nieuwe plaat? Roel: "We werken eraan. Johan Verminnen heeft al twee nummers voor ons klaar...''"

Datzelfde jaar verschijnt er in de cd-reeks "Master Serie" op het Universal-label nog maar eens een overzicht van hun bekendste liedjes, inmiddels haast stuk voor stuk klassiekers geworden in Vlaanderen: De Grote Revolutie, Bert en Bertje en Wie wil horen.

Voor Roel wordt het door zijn drukke bezigheden bij de VRT schipperen om nog veel tijd te steken in het duo Miek en Roel. Hij moet zijn aandacht vaak verdelen, plus is het altijd afwachten wat de platenfirma's van plan zijn en of er interesse is in nieuw platenmateriaal.

Met plezier stellen Miek en Roel na al die jaren vast dat hun publiek niet is vastgeroest. "Een deel van ons publiek is samen met ons vergrijsd, dat wel. De trouwe aanhang van vroeger is gebleven. Maar die hun kinderen hebben ons intussen via de platencollectie van hun ouders leren kennen. We krijgen achteraf van die jongeren zelfs regelmatig een reactie op onze liedjes. Ze gaan dan graag wat over de inhoud napraten, discussiëren zelfs over de inhoud en dat doet ons veel deugd. Je merkt dan dat onze teksten ook die jongeren aanspreken, dat ons repertoire voor een groot deel, ondanks de tand des tijds, overeind is gebleven. En dat we er nog altijd mee naar buiten kunnen treden."

In 2007 is er godzijdank het nieuwe album "De Titanic achterna", dat de drieëntwintigste april op het Plansjee-label verschijnt in een productie van Nils De Caster. Drie maanden eerder werd het album ingeblikt in het "Lathyrushof" te Zulte-Machelen. We tellen in het totaal veertien songs. Johan Verminnen levert zoals beloofd in samenwerking met Roel twee liedjes, Wat een dwaas was ik en Kassa zeven. Van de hand van Kris De Bruyne is er Cirkels van goud, Belinda Meuldijk vertaalt Ik geloof in jou van Gerry Rafferty, en met zoon David schrijft vader Roel Sterven van verdriet en De bediende. "David is graag met teksten bezig. Hij schrijft gedichten en kinderboeken. Hij had die liedjes geschreven om mee te doen aan een wedstrijd op Radio 1, maar liet ze eerst aan mij horen. Hij ging meteen akkoord toen ik voorstelde ze zelf op te nemen", aldus een trotse vader. In de studio wordt er gemusiceerd samen met onder meer percussionist Didier Fontaine, bassist Mario Vermandel, toetsenist Yves Meersschaert en gitarist Marty Townsend. Roland Van Campenhout springt ook even binnen om wat steun te verlenen samen met Lars Van Bambost en Philippe de Chaffoy. Op het album staat het gevoelige Dag m'n zoon. Hiermee nemen Miek en Roel op een ouderlijke manier afscheid van hun beide zonen nu ze het huis gaan verlaten. "We probeerden de klus zelf te klaren, maar het is ons niet gelukt", vult Miek aan. "Het onderwerp lag ons te gevoelig. We hebben het dan aan Hugo Raspoet gevraagd. Hij had zelf kinderen en wist heel goed hoe je je als ouder voelt bij zo'n afscheid. We hebben vooraf lang met elkaar gepraat, dus hij wist precies wat er in ons omging."

In hun méér dan rijkelijk gevulde agenda valt in 2007 hun optreden op van zondag de twaalfde augustus, want dan zijn Miek en Roel met hun programma "De Kaap van 40" te gast in "'t Patershol" te Gent tijdens de Patersholfeesten. Die feesten worden niet voor niets de kleine Gentse Feesten genoemd en liggen Miek en Roel na aan het hart. Het warme contact met het publiek is hier zeer graag meegenomen.

Hun 45-jarig jubileum vieren Miek en Roel de dertigste oktober 2010 in "De Handelsbeurs" in Gent. Eva De Roovere, Roland, Mathias Sercu en Jean Blaute kleuren de affiche extra en brengen bekende nummers uit het repertoire van Miek en Roel. Naar aanleiding van dit feest wordt de single Altijd alleen gereleaset, een nummer geschreven door Walter Ertvelt en Johan Verminnen.

De elfde juli 2013 heeft een elfjuliviering plaats in het Cultureel Centrum van Ekeren. Het programma wordt geopend met een lezing door Jean-Pierre Rondas, voormalig nethoofd van de VRT-zender Klara, en vervolgt met een optreden door Miek en Roel.

Vijftig jaar na hun eerste optreden samen en hun deelname aan "Ontdek de Ster", treden Miek en Roel, om dit extra in de verf te zetten, de eerste november 2015 om 15.00 uur op in "De Roma" te Borgerhout. Ze staan die dag niet alleen op het podium, maar nodigen Roland, Bjorn Eriksson, Nathalie Delcroix en Jonas Winterland uit. Ze trekken in de slipstream hiervan door Vlaanderen en werven het publiek met de volgende tekst: "Vijftig jaar optreden is niet iedereen gegeven. Miek & Roel wel, al vijftig jaar samen! Vijftig jaar brengen zij geëngageerde liedjes, protestsongs worden afgewisseld met poëtische teksten. Vijftig jaar laten zij zich begeleiden door de beste muzikanten. Vijftig jaar kleinkunst waarbij tekst en muziek hand in hand gaan. Miek & Roel, zoals Miek het zegt: geen retro, maar vintage. "Wie wil horen", "Jij en ik" (nog altijd dé klassieker!), "Voorbij", "De Grote Revolutie" en "Het verdronken land van Saeftinge" zijn maar enkele klassiekers van Miek & Roel." Miek en Roel gaan voor deze gelegenheid op pad met bassist Dirk Doyen, gitarist Stef Wouters, accordeonist Alex Rambaut en mandoline/dobrospeler Gijs Hollebosch. In 2017 is het alweer vijftig jaar geleden dat Miek en Roel hun eerste plaat uitbrachten. Dat wordt gevierd met de release van de verzamelaar "Miek en Roel 50", de eerste april gereleaset op het Plansjee-label, verdeeld door CNR. Van Jij en ik, over Dus naar Amerika tot en met Wie wil horen. Voor Miek echter begint het optreden almaar zwaarder te vallen. Ze is stilaan aan rust toe. "De lange files en het voortdurend onderweg zijn, zag ik niet meer zo zitten", vertelde Miek ons achteraf. "Maar Roel besloot wel door te gaan, al was het voor hem in het begin wat wennen zo zonder mij op dat podium." Er wordt op zaterdag de achttiende maart 2017 toepasselijk een definitief punt achter het samen optreden gezet in het GC "Den Egger" te Scherpenheuvel. Hierover schrijft journalist Walter Vanheuckelom: "Zaterdag was een hoogtijdag voor de Nederlandstalige kleinkunst. Het GC Den Egger in Scherpenheuvel was er zelfs in geslaagd om twee mooie programma's samen te voegen. Voor de pauze was er met "Toneel van Verbeelding" een hommage aan Dimitri van Toren en na de pauze vierden Miek & Roel hun jubileum, ze treden namelijk al vijftig jaar samen op. Dat GC Den Egger al op voorhand uitverkocht was, lag voor de hand. Miek & Roel besloten om ermee op te houden en het concert in het GC Den Egger in Scherpenheuvel zou het laatste concert van dit populaire duo worden. Miek & Roel zullen een grote leegte nalaten in de Nederlandstalige kleinkunstwereld." Dus dringt zich tijdens onze babbel de vraag op hoe Miek na al die jaren terugblikt op hun samenzijn als het geliefde zingende duo en wat nu precies de kracht was die van hen uitging. "Eerlijk gezegd, dat weet ik niet. Dat zou je eigenlijk aan het publiek moeten vragen. Ik heb me heel vaak afgevraagd wat de mensen precies in ons zagen. Wat hadden ze aan de liedjes die we zongen? Jaar na jaar bleven we succes scoren met onze optredens. Ik vermoed dat we ons succes te danken hebben aan hoe we zijn. We gedragen ons zo normaal mogelijk. We hebben ons nooit als vedetten gedragen. We brachten onze liedjes zonder een soort theateract of wat dan ook. Er was geen afstand tussen ons en ons publiek. We praatten op het podium op een gewone manier met elkaar en met hen. Ze vonden zich ook vaak terug in wat we zongen en dat schiep een speciale band. Dat was volgens mij de kracht van Miek en Roel als duo. Mocht ik het kunnen overdoen, dan deed ik het op dezelfde manier. Ik zou alleen de commerciële beslommeringen aan iemand anders overlaten. We hebben altijd zelf voor onze afspraken en contracten gezorgd. Ook zelf de geluidsinstallatie meegezeuld enzovoort. Dat zou ik sowieso nooit meer doen."

Roel blijft dus niet stilzitten en treedt nadien met enkele vrienden op, onder andere met een hommage aan het geliefde oeuvre van zijn Nederlandse collega Dimitri van Toren (overleden de eenentwintigste mei 2015), verwerkt in de theatervoorstelling "Toneel van Verbeelding". Hiervoor doet hij een beroep op pianist Dirk Schreurs, die jaren de vaste pianist van Dimitri was, Mathieu Engels en Levien, die voordien succes had gescoord met zijn theatervoorstelling "De wondere wereld van Waits", een hommage aan zijn idool Tom Waits. Het publiek kan meezingen met en genieten van Hé, kom aan, Een lied voor kinderen, Suzanne jaag de katten uit je warme bed en Jij bent de mooiste. De première vond plaats in het "Hof van Boeres" in Londerzeel.

Na het succes van de theatervoorstelling "Toneel van Verbeelding" besluit Roel met de muzikanten waarmee hij door de jaren heen een nauwe band heeft gesmeed, voort te doen: gitarist Stef Wouters, accordeonist Alex Rambaut en mandolinevirtuoos Gijs Hollebosch. Zij begeleiden Roel niet alleen instrumentaal, maar ook vocaal. Tijdens het optreden van Roel & De Kleine Revolutie passeren niet alleen de Miek en Roel-klassiekers de revue, maar ook minder bekende songs uit hun repertoire. Van Bambost laat aan de media daarover het volgende weten. "Ik wou graag voortdoen met de muzikanten waarmee Miek en ik jarenlang opgetreden hebben en waarmee we een warme vriendschapsband onderhouden, met name Stef Wouters, méér dan vijfentwintig jaar onze trouwe, talentvolle gitarist, accordeonist Alex Rambaut en Gijs Hollebosch, een virtuoos op de mandoline en de dobro. In tegenstelling tot vroeger zullen zij me ook vocaal steunen. Een programma samenstellen leek ons niet zo moeilijk. We wilden de fans van het eerste uur niet teleurstellen en we kozen daarom voor enkele klassiekers uit het Miek & Roel-repertoire, aangevuld met liedjes uit onze albums die de moeite waard zijn, maar live nooit een kans kregen, en uiteraard ook met gloednieuw materiaal. Als titel van onze theatervoorstelling kozen we voor "Roel & De Kleine Revolutie", een verwijzing naar het bekende sociaalkritische lied "De Grote Revolutie" uit 1970 en tegelijk naar de "kleine" emotionele omwenteling die het afscheid van Miek met zich meebracht." Journalist Eddy Bonte trok de zesentwintigste januari 2019 naar een voorstelling van hen in de "Minardschouwburg" van Gent en vond dat het goed was. "Los van de relatieve onbekendheid van de nummers die Roel uitzocht, vind ik de stem van Roel nog altijd een mooi alibi voor een avondje uit. Maar hoewel Roel helemaal alleen de avond opent en ook het eerste bisnummer solo brengt, ligt de kracht van dit project in hoge mate bij de groep, die hem ook vocaal ondersteunt. De inbreng van de mandoline, de dobro en de accordeon zorgen voor een warm, melodieus en apart geluid, dat me meteen deed denken aan dat van Slim Chance, de groep die Ronnie Lane (The Small Faces, The Faces) oprichtte toen hij het popgeweld achter zich liet. Dankzij die formule klonk, bijvoorbeeld, "Het verdronken land van Saeftinge" naar country en dat klonk opperbest zo."

De vierentwintigste augustus 2019 heeft in Herentals voor de dertiende maal de Nestor-uitreiking plaats, waar door de stad Herentals en de cultuurraad prijzen worden gegeven aan een of meer personen uit de Vlaamse culturele wereld met een lange en waardevolle staat van dienst. In de schouwburg van het CC "'t Schaliken" wordt die dag de prijs uitgereikt aan journalist-columnist Guy Tegenbos en Miek en Roel. "Voor ons is dit een bijzonder moment in onze carrière", aldus Roel. "Ik herinner me ons concert hier in Herentals in het Sint-Jozefscollege op het einde van de jaren zeventig nog erg goed. Dat was tijdens de Guldensporenviering, die door de weersomstandigheden van de Grote Markt naar het College hier verhuisde. De sfeer toen in de feestzaal was onvergetelijk."

En voor Roel Van Bambost is zonder zijn Miek duidelijk een tweede leven weggelegd, al was dat even wennen en doorzetten. Zo klopte hij onder meer aan bij twee bekende collega's singer-songwriters, Hans de Booij en Erik Van Neygen, geflankeerd op het podium door gitarist Stef Wouters en toetsenist Didier De Ruyter. Als The Vintage Club trekken ze naar het theater, waar ieder die stijl etaleert die hem het beste ligt: country, chanson en folk. Hans, Erik en Roel brengen niet alleen hun vertrouwde liedjes, maar zingen ook de songs van hun grote idolen, zij het in een akoestische bezetting. Noem het daarom voor deze gelegenheid "poëzie op een notenbalk".

We ronden af met dit fragment uit een babbel die Roel, intussen vier kleinkinderen rijk, met journalist Frans Van Damme had: "Het grote publiek is mij bij lange niet vergeten, de mensen herkennen mij nog steeds op straat. Ja, dat streelt mijn ijdelheid. Als ik er goed over nadenk, weet ik het zeker, ik ben een antiglobalist. Net zoals ik lang geleden genegenheid had voor provo's en leefde als een hippie. Dat waren nog eens tijden, het was de meest creatieve periode in mijn leven. Of ik zou kunnen leven zonder bekendheid? Ik weet het niet. Ik ben filmliefhebber in hart en nieren, kan films en publiek sowieso niet missen, zal er altijd mee bezig blijven. Ik heb de ambitie om ooit nog een filmprogramma te presenteren. En een onenightstand met zo'n Chinese of Japanse madam staat ook nog steeds op mijn verlanglijstje. Of ik er een levensfilosofie op na houd? Probeer altijd het positieve in iets te zien. Dat heeft me al veel geholpen." Waarvan akte!

tekst en research: Marc Brillouet © 2020 Daisy Lane & Marc Brillouet