Koen Crucke

Musicals

In de Cherry Lane op de Vrijdagmarkt in Gent leert Koen zijn eerste grote liefde Rudolf kennen. Pa Crucke komt erachter dat zoonlief homo is en dat is voor hem een groot drama. Iets later leert Koen Jan Gheysens kennen, toneelmeester bij het NTG. Jan was vanuit Kortrijk naar Gent verhuisd. Jan zou nadien twaalf jaar lang assistent-regisseur van het NTG blijven. Na een tijdje gaan Koen en Jan samenwonen.

Zijn eerste echte degelijke zangrol krijgt Koen in 1972 wanneer hij in La Fanciulla del West van Giacomo Puccini mag optreden. Iets later komt Koen voor de verschrikkelijke keuze te staan en moet hij het Novelty Combo verlaten. Na zijn vertrek bij het combo wijdt Koen al zijn tijd aan zijn eerste solistenrol, die van graaf Boni in de operette Die Csárdásfürstin van Emmerich Kálmán. Daarbij krijgt hij veel steun van Jan, die hem leert acteren en zich almaar vaker gaat profileren als Koens manager. Drie jaar later staat Koen te schitteren in Die Zirkusprinzessin, eveneens van de Hongaarse componist Kálmán.

Stilaan stapt Koen ook over naar de musical. Zo treedt hij op in Kiss me Kate, My Fair Lady, The Sound of Music én Veel geluk professor, naar het gelijknamige boek van Aster Berkhof, dat de derde april 1977 in Gent in première gaat als musical. De musical is niet meteen een succes, maar Rik Vervecken ziet er wel wat in om met die musicalversie op reis te gaan. Jan wordt als regisseur aangetrokken en Koen gaat de baan op samen met Aida de Quick, die ook in de Gentse Opera zong. In de cast zit ook Jacky Lafon. Maar de samenwerking met het artiestenbureau van Rik Vervecken is niet je dát en de musical wordt uiteindelijk afgevoerd. Jan en Koen zijn wél een pak ervaring rijker.