Koen Crucke

Delen S
"Ik vind het bijna een affront als mensen me een BV noemen. Ik ben artiest, zanger, acteur. Dat is iets anders dan gewoon BV."
Ten eerste is 't Alberto.

Don Pasquale

Een mijlpaal neerzetten doe je niet zomaar. Koen Crucke is het weerom gelukt. Na tien jaar staat hij nog eens te glunderen in een echte opera, zij het in een bijrol, maar wel een heel opvallende en dat dankzij regisseur van dienst Frank Van Laecke die hem nog eens opvoert als Alberto Vermicelli (personage in Samson en Gert) in de komische opera Don Pasquale van de 19de eeuwse Italiaanse componist Gaetano Donizetti. Frank wist dat meneer Vermicelli altijd al in een opera had willen optreden en laat die wens nu op een speelse manier in vervulling gaan. Koen kruipt voor de gelegenheid in de huid van de notaris. Deze opera, die op 20 mei 2017 in première ging, kleurt de 20ste editie van de Zomeropera in Alden Biesen. Koen is voor de opera twee maanden naar Limburg verhuisd. "Anders zou ik me elke dag 400 kilometer moeten verplaatsen en dat zie ik niet zitten. Ik heb in Bilzen mijn stamcafés en -restaurants en heb nu wat tijd om bij Limburgse vrienden door te brengen. Man Jan blijft in Den Haan op het thuisfront", aldus een dolblije Koen Crucke

Gouden verjaardagsconcert

Koen blijft in zijn feestelijke nopjes. Op zondagmiddag 23 oktober 2016 viert hij tijdens Gouden Verjaardagsconcert zijn professioneel gouden jubileum. In een presentatie van Gert Verhulst serveert hij in de "Bijloke Concertzaal" in zijn geliefde stad Gent een heerlijke concertante namiddag met gastoptredens door Margriet Hermans, Willy Claes, Dirk Brossé, Wendy Van Wanten, Jean Blaute, Marc Matthys, Miguel Wiels, Bart Herman en David Vandyck. Tijdens het eerste, wat intieme gedeelte, laat Koen zich aan de vleugel begeleiden, om in het tweede deel feestelijk uit te pakken met ambiancenummers, hierbij begeleid door het orkest van Dirk Peeters.

Koen Crucke- Gouden Liedjes, 50 jaar carrière

Op vrijdag 15 juli 2016 stelde Koen zijn driedubbele verzamelaar "Koen Crucke- Gouden Liedjes, 50 jaar carrière" voor. In het totaal nam Koen in die periode méér dan 400 liedjes op, voor hem een droom dat deze muzikale bloemlezing er eindelijk is. Aan de pers vertelde hij:"Mijn man Jan en ik hebben samen onze favoriete liedjes uitgekozen. Het is echt een heel mooi en volledig overzicht van mijn carrière geworden. Het verveelt niet: van operette, chansons in het Italiaans, Spaans, Engels, over lichte liedjes als Blijven drijven en Torremolinos, tot en met mijn allereerste opname Dromen die ik inzong toen ik veertien was. Ik beweer niet dat ik uniek ben, maar in Europa is niemand zo veelzijdig als ik. Trouwens, dit is geen afscheid! Ik wil het niemand aandoen, maar als het aan mij ligt, val ik tijdens een concert dood op het podium."

Koen en Margriet Hermans samen op het podium

Vanaf september 2015 trekt Koen samen met Margriet Hermans naar de diverse theaters in ons land met de spetterende show "Brasserie Nostalgie", begeleid door een orkest o.l.v. pianist Dirk Peeters. Om er goed gerodeerd aan te beginnen, traden zij met deze show reeds op tijdens de Gentse Feesten. Margriet, die intussen dertig jaar op de planken staat, zingt tijdens deze show enkele van haar bekendste successen, Koen grasduint in de koffer van het Frans chanson, en beiden laten horen dat ze nodige dosis humor in huis hebben en zichzelf perfect weten te relativeren.

Samson & Gert 2.0

In het najaar van 2014 wordt Koen door Studio 100 gevraagd om opnieuw de rol te vertolken van kapper Alberto Vermicelli in een nieuwe reeks van Samson en Gert. De avonturen van deze enorm populaire reeks spelen zich deze keer af in een knusse chalet in de Ardennen. In de pers neemt Koen het op voor Alberto, van wie hij met klem beweert dat hij niet homoseksueel is, veeleer een moederskindje dat zo'n beetje onder de knoet van mama leeft. De reeks is van meet af aan opnieuw een schot in de roos.

Koen eert Edith Piaf

De tiende oktober 2013 zingt Koen op uitnodiging van de Association des Amis d'Edith Piaf tijdens de herdenkingsplechtigheid in de Saint Jean-Baptistekerk van Belleville in Parijs, de kerk waar Edith werd gedoopt, en dat naar aanleiding van het overlijden van zijn idool Edith Piaf in 1963. Ook aanwezig zijn Chantal Câlin en Charles Dumont, vaste componist van Piaf. Zij zingen na de misviering de bekende successen van Piaf, maar Koen mag als enige tijdens de misviering zelf de religieuze liederen voor zijn rekening nemen, wat hij als een grote eer beschouwt en een van de mooiste momenten uit zijn hele carrière.

Thuis op de bühne

In 2012 is Koen samen met Hugo Van den Berghe te zien in de voorstelling Caruso, die in het najaar in de Gentse Arca van start gaat. Het is een voorstelling met weinig middelen in een eenvoudige setting. Nu eens geen muziektheater, maar liederen afgewisseld met toepasselijke verhalen over de legendarische Italiaanse tenor. Koen vertolkt in deze productie het laatste levensuur van de legendarische Italiaanse tenor en zingt tussendoor fragmenten van bekende opera-aria's, meestal a capella.

Tijdens de Gentse Feesten van 2012 zingt Koen zo'n slordige 5.300 euro bij elkaar voor de vzw Projecten Burundi, waarvan hij sinds 1993 het peterschap waarneemt. Dat jaar treedt hij ook op aan de zijde van Rolf Koster, Chadia Cambie en David Davidse in de rol van koning Jan in de Studio 100-musicalproductie Robin Hood. Hij is dat jaar ook te zien en te horen in de operette Eine Nacht in Venedig van Johann Strauss Jr., die hij samen met het belcantogezelschap van Sint-Niklaas uitvoert.

Papa Koen

De negende april 2011 heeft in de Koningin Elisabethzaal in Antwerpen de première plaats van de musical Alice in Wonderland, een productie van Studio 100, waarin naast K3 ook Koen Crucke, Nicole en Hugo en Jacques Vermeire optreden. Het is een musical waarin voor de eerste keer in Vlaanderen de 3D-techniek wordt toegepast.

Twee maanden eerder hebben Koen en Jan officieel Stefan Meert geadopteerd en mogen zij hem ook hun zoon noemen. Stefan woonde toen al dertien jaar bij hen in huis. Hij was aanvankelijk een grote fan van Koen, kwam met hem in contact, vertelde over zijn trieste jeugd en ongemakkelijke relatie met zijn ouders en vertoefde van dan af in het gezelschap van Jan en Koen, die zich almaar meer over hem gingen ontfermen. Toen Koen zijn café in Gent opstartte, was Stefan er van in het begin bij, tot het café jaren later werd opgedoekt en Stefan zich almaar meer als manager van Koen ging profileren om op die manier het werk van Jan wat te verlichten.

Ik vind het bijna een affront als mensen me een BV noemen. Als je tegenwoordig één keer op televisie komt, ben je al een BV. Ik ben artiest, zanger, acteur. Dat is iets anders dan gewoon BV.

Koen in Het Nieuwsblad

Oooooh van Opera

De veertiende november 2007 heeft in het Efteling Theater in Nederland de eerste voorstelling plaats van de musical Assepoester, waarin voor Koen de rol van de koning is weggelegd. Omdat dansen hem niet vreemd is en hij het dansen aardig in de benen en de voeten heeft, zien we hem in 2008 op de dansvloer van VTM in het succesvolle programma Sterren op de Dansvloer, maar hij strandt in de armen van Nicky Vernieuwe op de zevende plaats.

Datzelfde jaar krijgt Koen tijdens de uitreiking van de Vlaamse Musicalprijzen de prijs voor beste mannelijke bijrol als koning Maximiliaan in Assepoester. Bij uitgeverij De Eenhoorn verschijnt speciaal voor de jongeren onder de titel Oooooh van Opera! een boek waarin Koen de jonge lezers wegwijs maakt in de wereld van de opera. De illustraties zijn van de hand van Ingrid Godon. Het boek valt internationaal zo goed in de smaak dat het onder meer ook in het Engels en het Italiaans wordt vertaald.

Met de wind in de zeilen

Koen speelt graag in op wat er in de markt beweegt en brengt in 2004 een cd uit, gekoppeld aan een fraai uitgegeven boekje met daarin niet alleen een selectie gezongen vertalingen van enkele bekende Franse hits, maar tevens afgedrukt met de Nederlandse vertalingen. Op dit album genieten wij van vertaalde versies van C'est en septembre van Gilbert Bécaud, Je viens pas te parler d'amour van Daniel Guichard, Tu te laisses aller van Charles Aznavour en La chanson des vieux amants van Jacques Brel.

Samen met de Albanese zanger Taulant neemt Koen het duet Perhaps love op, dat hem al eerder in de originele versie werd voorgedaan door Placido Domingo en John Denver. De opbrengst van zijn plaat gaat naar de organisatie Cliniclowns in Oost-Vlaanderen, waarvan Koen ambassadeur is. Als kers op de taart treedt Koen de zesentwintigste maart 2004 in het huwelijk met Jan Gheysens, met wie hij dan al vierendertig jaar samenwoont. Hij is daarmee een van de eerste BV's die gebruikmaken van het net gelegaliseerde homohuwelijk.

Koken & Politiek

Koen wil al een tijdje afslanken. Hij start een vermageringskuur en vertelt zijn verhaal in het boek 33 kilo later, dat in het najaar van 2000 bij de start van de Boekenbeurs aan het publiek wordt aangeboden. In het totaal zal het boek zo'n honderddertigduizend keer over de toonbank gaan. In de schaduw van dat boek is er een jaar later Koen Crucke & de Kookkids. Zijn eigen levensverhaal vertelt hij dat jaar in het boek Halfweg... het leven van Koen Crucke, opgetekend door Dirk Musschoot en uitgegeven door Lannoo. In het kielzog van die succesvolle reeks verschijnen in 2004 bij Lannoo ook nog de kookboekjes Heerlijk Spaans, Heerlijk Grieks en Heerlijk Italiaans. De titels spreken voor zich.

Tussen het schrijven van boeken door vindt Koen nog de tijd om politiek te bedrijven. Hij stelt zich in 2001 kandidaat op de lijst van de VLD in Gent tijdens de gemeenteraadsverkiezingen en blijft in de gemeenteraad zetelen tot in 2005. In de loop van die vier jaar stelt Koen vast dat politiek niet zijn ding is. Hij wilde na een tijdje niet meer een uithangbord van een politieke partij zijn.

Omdat eten en koken hem iets meer na aan het hart en de maag liggen, wordt in de maand april van 2002 het boek De kilo's onder controle uitgegeven, een jaar later door de jury van Gourmand World Cookbook Awards verkozen tot beste Nederlandstalige kookboek van 2002. Enkele maanden later wordt het boek verkozen tot het op één na beste kookboek ter wereld.

Albums bij de vleet

In de loop van 1996 zet Koen zijn nieuwe cd Ik ken een lied in de markt, een dure productie, want Koen wordt begeleid door het BRTN Filharmonisch Orkest begeleid door Fernand Terby. Hij draagt dit album op aan de dames Marie Liétard en Yvonne Vanderieck, zijn zangpedagogen die hem bij de start van zijn loopbaan als zanger hebben bijgestaan. Op dit album een rist klassiekers gaande van Le crédo du paysan, L'angélus de la mer en Core 'ngrato over Solamente una vez en Vieni sul mar tot en met Hou toch van mij en het Chiantilied.

Omdat Koen gek is van Franse liedjes, neemt hij in 1998 voor het CNR-label het album Valentine op in een productie van Marc Paelinck. Koen draagt dit album uit respect op aan Franse artiesten zoals Jean Sablon, Yves Montand, Dario Moreno, Gilbert Bécaud en Maurice Chevalier.

Op verzoek van de vele fans brengt CNR in 2000 de dubbelaar Koen Crucke Best Of uit met in het totaal vierentwintig van zijn bekendste liedjes en als aardigheid het duet Kinderen van het paradijs, gezongen door Koen samen met Wim De Craene. Tijdens de Gentse Feesten van 2000 treedt Koen, begeleid door Willy Claes, op tijdens zijn Tour de Chance. Hun samenwerking is er een van lange duur. Om dat te onderstrepen, nemen zij in de ACE Studio in Aartselaar onder leiding van Frank Van Bogaert een jaar later het album Wonderful World op.

Toreador, den opera es versmuurd

Voor het Aloralabel neemt Koen in 1994 samen met zijn Gentse collega Guido Naessens het album Toreador, den opera es versmuurd op, parodieën in het Gentse dialect op bekende opera-aria's en liederen. Datzelfde jaar wordt met het oog op Kerstmis ook een volledige kerst-cd uitgebracht. Koen zal een jaar later samen met Guido een vervolg breien aan zijn dialectalbum middels de cd Toreador 2, d'operette es uuk versmuurd. Zij zullen deze liedjes live zingen tijdens de openingsavond van de Gentse Feesten, de vijftiende juli 1995, een maand later uitgezonden door TV1.

Leise reiselt der Schnee

Koen Crucke zingt Leise reiselt der Schnee in Schoner dan de dagen, een muzikaal programma rond Kerst.

Wat doen we met de liefde

Koen zingt Wat doen we met de liefde, live vanuit de Koningin Elizabeth zaal met de BRT Big Band.

Che sara

Koen Crucke brengt Che Sara in het televisieprogramma Tartufo.

Graag geziene gast

In de loop van 1993 had Koen zijn tweede cd Parlami d'amore in de markt gezet, met daarop Latijns-Amerikaanse klassiekers zoals Besame mucho, Volare, Cielito lindo en Cuando calienta el sol.

Het Vlaamse publiek leert ook een andere Koen kennen, de Koen van de lach en de eerlijke humor. Hij hield een tijdje de boot af, maar geeft uiteindelijk toch toe om in een aantal panels te zetelen. Samen met Goedele Liekens , Werther Van Der Sarren en Urbanus duikt hij op in Wie van de drie? bij VTM. De VRT lanceert met veel succes vanaf 1989 De Drie Wijzen met daarin, naast Koen, Mark Uytterhoeven, Guy Mortier en in het eerste seizoen als aanvoerder Daniël Van Avermaet. Vergeten we zeker niet vanaf 1992 Zeg 'ns euh! met in het panel Emiel Goelen, Margriet Hermans , Jaak Pijpen en natuurlijk Koen. Moderator van dienst was Gert Verhulst.

Radio

Voor Radio 2 gaat Koen vanaf de maand september 1992 onder de vleugels van producer Ro Burms op de dinsdagavond van zes tot acht het programma Cokoen presenteren, vanaf maart 1995 op de donderdagavond gevolgd door het programma Serenade. Voor deze zender gaf Koen zich in de loop van de jaren negentig ook helemaal in het zaterdagochtendprogramma De Zoete Inval onder aanvoering van Luc Appermont en met in het basispanel Wendy Van Wanten , Jaak Pijpen, Margriet Hermans en Frank Dingenen. Toen Luc anno 2013 met een herstart van het programma begon, was Koen opnieuw van de partij.

Tijd voor Koen

Een fragment uit Tijd voor Koen, het televisieprogramma van Koen zelve. Hij zingt Ach, wie so herrlich zu schau'n eine Nacht in venedig van J. Strauss.

Alberto Vermicelli

Ook het theater had hem ontdekt. Hij staat de zestiende november 1991 in het NTG voor de première van de musical Dokter De Vuyst, geschreven door Bart Peeters op muziek van Jan Leyers. Een maandlang zouden ze voor een vol huis optreden.

Dankzij de directeur-generaal van de VRT-televisie Jan Ceuleers krijgt Koen zijn eigen televisieprogramma Tijd voor Koen. Het programma was heel gevarieerd met optredens door onder meer de legendarische tenor Nicolai Gedda, Jo Lemaire en Yvette Horner. In de pers moet Koen aardig wat kritiek slikken. Dat wordt voor een groot deel gecompenseerd door de rol van kapper Alberto die Koen in de loop van 1991 wordt aangeboden in het kinderprogramma Samson en Gert. Het zou het begin worden van een glansrijke reeks. De zesde juni 2006 maakt Koen bekend dat hij wegens tijdgebrek niet aan de theatershows zal kunnen blijven meewerken. Twee jaar later zien we zijn personage Alberto opnieuw in Samson en Gert opduiken alsook in hun bioscoopfilm Hotel op Stelten.

Grusse aus Wien

Koen Crucke brengt samen met Heather Lorimer de melodieën van Robert Stolz tot leven, in Grusse aus Wien.

De Samsonrock

Koen staat bij heel wat mensen bekend als Alberto Vermicelli, de flamboyante kapper uit de kinderserie Samson en Gert.

Van nu af aan

In de nasleep daarvan versiert Jan voor Koen een platencontract bij de major EMI, waar Jean Blaute als producer werd aangewezen om een album met Koen in te blikken. Nu eens geen klassieke liedjes, maar songs geschreven door Bart Peeters , Hugo Matthysen, Johan Verminnen en Eric Melaerts. Er zou eerst een single op de markt worden gebracht, het door Bart Peeters geschreven Vrolijk kerstfeest. Tijdens de opname werd Koen bijgestaan door het Haagenkoor uit Mariakerke bij Gent. Het nummer werd over de radio grijsgedraaid. Koen werd zelfs door VTM uitgenodigd om op te treden in Tien om te Zien.

Op het album Van nu af aan staat ook een liedje op tekst van Hugo Claus. Uit twaalf sonnetten van hem, die hij aan Jan had aangeboden, gingen Jan en Koen de weken nadien eentje uitkiezen dat zij samen met Jean Blaute op muziek zouden zetten. September 1990 ligt het liedje samen met de rest van het album in de winkel. Van nu af aan wordt het themalied van de VTM-actie Levenslijn 1991. Er worden meer dan honderduizend exemplaren verkocht. Het jaar voordien had het nummer al de Hittentittrofee gekregen van Radio 2 Omroep Brabant voor de beste Nederlandstalige single van dat jaar.

Nog zo'n opvallend en veel gedraaid nummer uit het album werd Blijven drijven van Hugo Matthysen. Die singletjes belandden dan wel niet in de Vlaamse Top Tien, maar Koen werd wel stilaan een gevierde en graag geziene gast bij de Vlaamse media.

Mysterie

Koen Crucke zingt het nummer Mysterie, samen met de BRT Big Band.

Nieuwe horizonten

Koen krijgt de wind in de zeilen wanneer hij op vraag van producer Yvonne Verelst gaat meewerken aan VRT-programma's zoals Mezza Musica en De tijd van toen. Koen zong niet alleen klassieke muziek en operettes, want toen Nora Nys het heft van Yvonne overnam, ging Koen zelfs samen met de BRT Big Band onder leiding van Freddy Sunder werken, die hem aanmaande een vrijere stijl van zingen te hanteren.

In het operaseizoen 1989-1990 zong Koen in Gent in Simon Boccanegra van Giuseppe Verdi. De sfeer was niet meer zoals vroeger toen Bart Lotigiers hier nog de plak zwaaide. Koen trekt de deur van de Gentse Opera definitief achter zich dicht. Via Jan komt Koen bij het NTG terecht en mag meteen optreden in De gecroonde leersse van Michiel de Swaen. Iets later duikt hij op in de musical Pinokkio van Luk Perceval en Jean Blaute.

Hemelhuis

Koen Crucke zingt Hemelhuis, met Marc Matthys op de piano.

Mijn huis staat aan de overkant

Koen brengt Mijn huis staat aan de overkant, samen met de Versterkte BRT Big Band olv Freddy Sunder.

Films à volonté

Op vraag van Gaston en Leo zien wij Koen in 1983 acteren in de film Zware jongens, gedraaid door regisseur Robbe De Hert, met meteen nadien door hetzelfde team Paniekzaaiers. En het houdt niet op. Zo is Koen ook te zien in de film Blueberry Hill, in 1989 geregisseerd door Robbe De Hert met in de hoofdrollen Babette van Veen en Michael Pas, datzelfde jaar in Het Sacrament van Hugo Claus met onder anderen Ann Petersen en Chris Lomme , in 1990 in Koko Flanel van Stijn Coninx aan de zijde van Urbanus en Bea Van der Maat, en in 2001 in Pauline en Paulette van Lieven Debrauwer met naast Ann Petersen een schitterende Dora van der Groen.

Musicals

In de Cherry Lane op de Vrijdagmarkt in Gent leert Koen zijn eerste grote liefde Rudolf kennen. Pa Crucke komt erachter dat zoonlief homo is en dat is voor hem een groot drama. Iets later leert Koen Jan Gheysens kennen, toneelmeester bij het NTG. Jan was vanuit Kortrijk naar Gent verhuisd. Jan zou nadien twaalf jaar lang assistent-regisseur van het NTG blijven. Na een tijdje gaan Koen en Jan samenwonen.

Zijn eerste echte degelijke zangrol krijgt Koen in 1972 wanneer hij in La Fanciulla del West van Giacomo Puccini mag optreden. Iets later komt Koen voor de verschrikkelijke keuze te staan en moet hij het Novelty Combo verlaten. Na zijn vertrek bij het combo wijdt Koen al zijn tijd aan zijn eerste solistenrol, die van graaf Boni in de operette Die Csárdásfürstin van Emmerich Kálmán. Daarbij krijgt hij veel steun van Jan, die hem leert acteren en zich almaar vaker gaat profileren als Koens manager. Drie jaar later staat Koen te schitteren in Die Zirkusprinzessin, eveneens van de Hongaarse componist Kálmán.

Stilaan stapt Koen ook over naar de musical. Zo treedt hij op in Kiss me Kate, My Fair Lady, The Sound of Music én Veel geluk professor, naar het gelijknamige boek van Aster Berkhof, dat de derde april 1977 in Gent in première gaat als musical. De musical is niet meteen een succes, maar Rik Vervecken ziet er wel wat in om met die musicalversie op reis te gaan. Jan wordt als regisseur aangetrokken en Koen gaat de baan op samen met Aida de Quick, die ook in de Gentse Opera zong. In de cast zit ook Jacky Lafon. Maar de samenwerking met het artiestenbureau van Rik Vervecken is niet je dát en de musical wordt uiteindelijk afgevoerd. Jan en Koen zijn wél een pak ervaring rijker.

Operette

Om zijn stem te blijven oefenen, gaat Koen aan het Conservatorium in Gent klassieke zangles volgen bij Lydia Risack. Die wil van hem een contratenor maken, hem laten zingen met kopstem, maar uiteindelijk werd hij een tenor buffo. Daarnaast bleef hij les volgen bij de dames Liétard en Vanderieck. De samenwerking met Lydia verliep niet vlot en Koen stapt over naar de klas van Lucienne Van Dyck, maar ook die samenwerking vlot niet. De enige die hem deed openbloeien, was mevrouw Vanderieck. Van haar heeft hij het meeste geleerd.

Koen is achttien wanneer hij kennismaakt met de operette. Hij krijgt de rol van Sigismund in Het Witte Paard van Ralph Benatzky. Koen mag naast zingen ook dansen en acteren en dat vindt hij prachtig. Het conservatorium zint Koen niet meer, hij heeft dan ook zijn diploma niet behaald, maar dat zou hem worst wezen. Zingen, dat deed hij graag, en later heeft nooit iemand naar zijn diploma gevraagd.

In 1973 mag Koen zich uitleven aan de zijde van Rita Gorr in de opera Samson et Dalila van Camille Saint-Saëns. De producties in de Gentse Opera volgden elkaar snel op. Soms stond er week na week een nieuwe productie op de affiche. Vanaf 1971 kreeg Koen een jaarcontract in handen en werd hij gedurende een heel jaar uitbetaald, ook al duurde het operaseizoen maar acht maanden. Vergeten we niet dat Koen daarnaast ook nog bij het Novelty Combo zong. Hun agenda was aardig gevuld.

Opera

Er komt een tweede single: Jij bent de zon in mijn leven en Blijf toch steeds bij mij, beide geschreven door Rudy Steyaert. Op aanraden van Rudy trekt Koen, net als hij, naar het conservatorium om daar notenleer te gaan volgen. Het werd zo druk voor Koen, dat hij stopte met zijn kappersopleiding. Pa en ma gingen ermee akkoord.

Koen begon almaar vaker op te treden, tot soms vijfmaal per week, en dat samen met het Novelty Combo. Aan de muziekacademie in Gentbrugge gaat Koen zangles volgen bij Marie Liétard en in Gent bij mevrouw Vanderieck, een trouwe bezoekster van de Gentse Opera. Marie Liétard kwam af en toe naar de optredens van Koen kijken en merkte op dat hij aardig overweg kon met de hits van Luis Mariano. Zij vindt dat zingen van Koen in die tavernes maar tijdverspilling en spoort hem aan om aan de auditie mee te doen in het koor van de Gentse Opera, want daar waren ze op zoek naar enkele tenoren. Op zijn zestiende zingt hij het Wolgalied en Immer nur Lächeln. Hij slaagt en mag meezingen.

Tijdens het seizoen 1968-1969 maakt Koen zijn debuut in de Gentse Opera. Zijn eerste belangrijke productie was Il trovatore van Giuseppe Verdi in een regie van Charles Janssens. Twee zinnen zingen, dat was alles, maar het was een begin als solist. Met zijn ouders en zus Mieke in de zaal was het voor Koen gieren van de zenuwen, maar het lukte best aardig.

Novelty Combo

Op zekere dag komt Koen in contact met het Novelty Combo onder leiding van accordeonist Marcel De Backer. Zij traden vaak op in tavernes en begeleidden onder anderen Lily Castel en Tony Corsari. Koen wordt de vaste zanger van het combo. Het Duo Disney wordt opgedoekt.

Na een halfjaar had Koen samen met dit combo een repertoire van honderdtwintig liedjes opgebouwd. Zij traden soms tot twee keer per weekend live op. Samen met het Novelty Combo neemt Koen in 1967 zijn eerste plaatje op in de Decca Studio op de Jetsesteenweg in Brussel. Rudy Steyaert, de basgitarist van het combo, had het nummer Dromer geschreven met op de B-kant 't Is zo mooi verliefd te zijn. In Gent werd het plaatje vaak gedraaid door de Radiodistributie.

Koen had in die periode een relatie met een zekere Monique uit Gent. Na enkele maanden zette hij er echter een punt achter omdat hij voelde dat die relatie niet vlotte, die strookte niet met zijn natuurlijke geaardheid. Hij stelde intussen ook vast dat hij almaar beter in de markt lag bij de wat oudere dames die hem als fans op handen droegen. Voor velen werd hij een soort gedroomde schoonzoon. Zijn haast fysieke aaibaarheidsfactor lag vrij hoog, of hij die vrouwelijke aandacht nu fijn vond of niet.

De eerste optredens

Koen sluit zich aan bij de scouts, waar zijn zingen een flinke boost krijgt. Hij leert hier Etienne kennen, die een aardig stukje accordeon speelt, en Roland bespeelt de klarinet. Samen met hen zingt hij onder meer La vie en rose van Edith Piaf. Intussen leerde Koen zijn verre neef Eddy Verbruggen kennen, die accordeonist was bij de Gentbrugse Accordeonclub. Zij besloten samen te gaan optreden. Op zoek naar een geschikte naam werd het na wat puzzelen het Duo Disney. De films van Walt waren toen erg in en zij vonden dat die naam goed klonk. Naast liedjes van Piaf kwam ook het repertoire van Will Ferdy in aanmerking.

Hun eerste optreden werd een voorstelling in 1966 in de feestzaal van de socialisten, georganiseerd door de krant Vooruit. Koen zong daar Non, je ne regrette rien van Edith Piaf en La ferme du bonheur van Claude François. Het publiek vond dat Koen een schone stem had. De rest werd opgeluisterd door het orkest van Leo Martin. Koen maakt hier kennis met de cabaretgroep Terzina, die vragen of Koen en Eddy zich niet bij hen willen aansluiten als muzikale act tussen de sketches door. In de wijde omgeving van Gent wordt er met veel succes opgetreden. Rik Van der Heyden, de spil van de groep Terzina, raadt Koen aan om zangles te gaan volgen en zo komt hij terecht bij Yvonne Vanderieck.

Kapper Koen

Intussen was Koen, met veel tegenzin, begonnen aan het eerste jaar middelbaar onderwijs in de Rijksschool aan de Normaalschoolstraat in Gent. Met Kerstmis stond er in rode cijfers 65 procent op zijn rapport. Alleen het vak Frans ging hem, dankzij Edith Piaf, goed af. Om geen tijd meer te verliezen op de schoolbanken, besloten zijn ouders dat Koen dan maar haarkapper moest worden. Die opleiding volgt hij in de Congostraat.

's Maandags werd er theorie gegeven en de overige dagen ging Koen in leercontract bij zijn peter Deeske in Salon Dédé aan de Dampoort. Hij en zijn vrouw hoopten dat Koen later het salon zou overnemen. Zij staan echter niet achter de zangcarrière van Koen. Dit mondt uit in een stevige ruzie. In 1966 komt er een einde aan hun samenwerking. Koen gaat op zoek naar een dameskapper, want hij had ervaren dat daar meer variatie in zat. Hij komt bij Achiel Van Kerckhove terecht. Die man was meer dan kapper. Hij organiseerde showavonden, onder meer travestieshows. Na zijn uren ging Koen vaak optreden en Achiel steunde hem daarin.

Liefde voor het zingen

Op school zit het niet mee. Koen moet zijn vijfde leerjaar overdoen. De tweede keer haalt hij net 62 procent, wat geen goed voorteken is. Hij wordt naar de Rijksnormaalschool gestuurd. Hier komt hij in het zesde leerjaar bij meester Gilbert De Meyer terecht. Die meester had meteen door dat Koen goed kon zingen. Als het maar enigszins kon, liet hij Koen voor de klas liedjes zingen. Hij leerde ook blokfluit spelen. In die tijd dweepten zijn schoolkameraden met The Beatles en The Rolling Stones, maar Koen hield het bij Edith Piaf. Met Kerstmis haalde Koen 65 procent. Iedereen was tevreden. Toch spoorde meester Gilbert zijn ouders aan om Koen niet te laten voortstuderen, maar eens te denken aan een zangcarrière.

Zijn jeugd

In 1958 gaat Koen naar de parochieschool in de Maïsstraat in Gent. Hier volgde hij het eerste en tweede leerjaar. Nadien verhuist hij naar de stadsschool in de Ryhovelaan, dicht bij zijn thuis. Hij studeert niet graag, hij is eerder een plantrekker.

Op zekere dag komt zijn halfzus Monique met een plaatje naar huis van Edith Piaf met daarop haar hit uit 1959 Milord, geschreven door haar toenmalige liefje Georges Moustaki. Het was vooral de B-kant die ervoor zorgde dat Piaf meteen zijn idool werd. Dat was het liedje Je sais comment. Van dan af zou Koen met de regelmaat van een klok en met zijn spaarcenten haar platen kopen. Voor zijn dertiende verjaardag zou zijn vader samen met Koen naar Parijs trekken om daar op het kerkhof Père-Lachaise het graf van Edith te gaan bezoeken en op Boulevard Lannes op nummer 67 het huis te gaan bezoeken waar zij tot haar dood had gewoond. Het was haar laatste echtgenoot Théo Sarapo die hen in het huis ontving en een gesigneerde foto als aandenken meegaf.

Koen luistert thuis niet alleen graag naar platen van zijn idool, maar is ook dol op klassieke muziek. Voelde hij zich up, dan genoot hij van de muziek van Mozart, Vivaldi en Rossini. Vlotte het wat minder, dan zocht hij zijn toevlucht bij Franse chansonniers zoals Brel, Barbara, Jean Ferrat en Georges Brassens. Hij wilde ook koste wat het kost de Franse taal begrijpen, een taal die hij sindsdien is blijven koesteren.

Koen Crucke wordt geboren

Koen werd de elfde februari 1952 in de Briel geboren, het ziekenhuis Heilige Familie in de Groene Briel. Zijn moeder, Coralia De Lille, was al eerder gehuwd met Oscar van Hoecke en hield aan die relatie dochter Monique over. Hij overleed tijdens de Tweede Wereldoorlog in het Duitse concentratiekamp van Flossenbürg.

Nadien huwde zij met Marcel Crucke, met wie zij twee kinderen kreeg. Moeder kwam aan de kost als verkoopster in de Sarma op de Korenmarkt in Gent. In haar vrije uren zong zij af en toe in café Couvent aan de Koning Boudewijnstraat. Moeder zong daar liedjes van Tino Rossi en Rina Ketty. Het is hier dat zij Marcel Crucke leert kennen. Papa was kunstsmid. De derde september 1949 zijn zij getrouwd. De eenentwintigste juli 1950 werd Koens zus Marie-Claire geboren.