Johan Verminnen

Sinds zijn deelname aan "Ontdek de ster" in 1969 heeft Johan Verminnen een indrukwekkend repertoire bij elkaar gezongen. Een in de tijd jonge rebel die méér dan een kwarteeuw diepe sporen in de Vlaamse muziekwereld heeft achtergelaten. Diverse muzikanten hebben ooit hun eerste stappen in Verminnens groep gezet.

Johan werd de tweeëntwintigste mei 1951 in Wemmel, in de buurt van Brussel, geboren als jongste in een gezin van vijf kinderen (drie jongens en twee meisjes). Qua sterrenbeeld is hij een tweeling, een wispelturige jongen dus! Papa was vrachtwagenchauffeur in dienst van de gemeente Wemmel en mama werkte in dienst van een rijke familie. Niet dat er thuis weelde was, maar er was wel véél liefde en vooral véél muziek. In de leefkamer stond er een Telefunken radio-pickup. Johans oudere broer Bert kocht platen van jazzgrootheden als Count Basie en Duke Ellington, maar daarnaast ook vele Franse chansons van Claude Nougaro, Jacques Brel en Leo Ferré. Dan was er de niet te vergeten vleugelpiano waar met veel plezier op getokkeld werd. En natuurlijk de allereerste chansons van Will Ferdy waar Johan graag naar luisterde. Onvergetelijk blijft voor Johan wanneer zijn lief hem voor zijn zestiende verjaardag trakteert op een optreden van Georges Brassens in de "Ancienne Belgique". De toeschouwers zaten toen nog aan lange tafels waar je bediend werd door obers in witte vestjes met gouden epauletten. Een consumptie van tachtig frank per persoon was toen verplicht en erg duur voor die tijd! Op zeker moment kwam de grote brombeer Georges Brassens het podium op, plantte één voet op zijn stoel die daar klaarstond en nam zijn onafscheidelijke gitaar. Naast hem stond een contrabassist en een glas pastis en dat was het dan. En dan natuurlijk de onsterfelijkheid van zijn chansons. Een beeld dat Johan voor de rest van zijn leven is bijgebleven.

Johan gaat voor zijn middelbare schoolopleiding naar het Sint-Pieterscollege in Jette waar hij de afdeling Latijn-Grieks volgt. In zijn bio lezen we dat zijn jeugd vlekkeloos verloopt, maar iets verderop ontdekken we dat zijn schoolrapporten legendarisch waren en dat hij wel eens de handtekening van zijn ouders vervalste! Onderweg een jaartje overzitten, lag zo'n beetje voor de hand. Johan genoot thuis een vrije opvoeding en was daardoor op school een rebels type, een jongen waar een klasgenoot als Erik Van Neygen graag naar opkeek omdat Johan als eerste een echte jeans durfde te dragen én een parka-jas. Daardoor op een bepaald gebied voor zijn medeleerlingen een voorbeeld, maar zeker geen modelleerling.

Zijn eerste muzikaal wapenfeit wordt een triootje dat Johan samen met twee schoolkameraden opricht. Dat wordt een beetje skiffelen en vooral een periode van bizarrre groepsnamen verzinnen. Als The Beatles kon dan mocht Jonathan’s Ark ook én Motten Drizzle (Motregen) met daarin Leon Lamal en Erik Van Neygen . Toen Ferre Grignard scoorde met Ring Ring I've got to sing wisten de heren meteen welke muzikale richting zij wilden inslaan.

Johan breekt zijn middelbare studies voortijdig af, wil eerst naar het Herman Teirlinck Instituut, bedenkt zich en slaat de richting in van het conservatorium om daar drama en dictie te volgen. Nand Buyl wordt één van zijn vele lesgevers, maar ook hier houdt Johan het na één jaar voor bekeken, want tijdens je opleiding mocht je niet optreden en die trein wil Johan zeker niet missen. Contact met een levend publiek is voor hem je van hét.

1969 wordt een belangrijk jaar voor Johan Verminnen. Hij neemt op zijn zeventiende deel aan de in die tijd razend populaire wedstrijd ‘Ontdek de Ster' samen met Gil Marvin, Liliane Dorekens, Viona Westra en Ben Scott. Vrienden hadden Johan ingeschreven. Johan zingt zijn eigen liedjes hemzelf begeleidend op de gitaar. Hij leek toen een beetje op de Britse singer songwriter Donovan. Crooner Gil Marvin wordt met de hit Detroit City van Tom Jones de winnaar. Johan werd laureaat van die wedstrijd en mocht in de "Koningin Elisabethzaal" in Antwerpen uit handen van jurylid Toon Hermans zijn prijs ontvangen. Die fluisterde toen in zijn oor dat Johan later een hele grote zou worden. Die deelname aan "Ontdek de Ster" heeft Johan enorm snel vooruitgeholpen. Er was meteen belangstelling van diverse platenfirma’s .

Op zekere dag wordt Johan aan de telefoon gevraagd. Het is Will Tura die hem tipt contact te zoeken met producer Jean Klüger die hem op zijn beurt aanraadt naar de Brusselse Place de Samedi te gaan waar hij les krijgt van de in die tijd bekende componist en orkestleider Willy Albimoor. Johan gaat samen met Klüger zijn eerste elpee opnemen en Willy Albimoor helpt hem met de orkestraties en de arrangementen. Johan wil een summiere begeleiding, maar Albimoor prefereert een bigband en dus is het eindresultaat niet zoals Johan het in zijn hoofd had. Het wordt een langspeler die, achteraf bekeken, iets té vroeg kwam. Johan had beter nog even gewacht. Het is een album met vooral bluesy liedjes met als uitschieters: Rozemarijn en Ieder met z’n vlag.

Die samenwerking met Klüger zal in het totaal zeventien jaar standhouden. In die periode evolueert Verminnen enorm. Eerst werkt hij solo, maar vrij snel omringt hij zich met een stel steengoeie muzikanten als Jean Blaute, Firmin Timmermans, Jean Marie Aerts en Raymond Van het Groenewoud. Johan werkt vooral vernieuwend! Hij dweept openlijk met Franse artiesten als Jacques Brel, Leo Ferré en Claude Nougaro. Hij ontwikkelt een soort Vlaamse polderpop. Dankzij zijn manier van aanpakken, durven artiesten als Wim De Craene, Zjef Vanuytsel en Kris De Bruyne ook een mondje te zingen.

Johan sleurt de rest van zijn carrière een dubbele liefde mee: aan de ene kant dweept hij met de Nederlandse taal en aan de andere kant koestert hij de Franse. Zo wint Verminnen in 1975 het "Festival de la chanson Française" in Spa en neemt hij de Franstalige elpee "Elle chante na na" op, gaat even op zoek naar succes in Frankrijk (hij krijgt een contract aangeboden door Polydor France die niet zozeer in zijn liedjes dan wel in de zanger Verminnen geïnteresseerd zijn), maar keert uiteindelijk definitief naar Vlaanderen terug. Johan ging namelijk een tijdje in Parijs wonen, maar die werksfeer daar was toen keihard. Hij ging ook kapot van de heimwee. Ontgoocheld keert hij terug, maar wel blij dat hij die Vlaamse grond opnieuw onder zijn voeten mag voelen. In 1974 had hij een volledig album in het Frans opgenomen met daarop chansons als Elle chante na na na, La sagesse, Avec toi en Les enfants de la terre, dat hij samen met Kris De Bruyne schreef.

Eenmaal het besluit genomen al z’n aandacht op Vlaanderen te richten en de Nederlandse taal, verwent Johan ons met een hele rist geweldige elpees in een productie van Jean Klüger. Te beginnen in 1970 dus met een langspeler met daarop negen liedjes en als meest opvallend Ieder met zijn vlag, dan in 1972 met het album "Johan Verminnen" met daarop ondermeer Tussen Brussel en Oostende, De mussen en een liedje dat Johan samen met Raymond Van het Groenewoud schrijft Kaperslied. Zijn derde album wordt in 1974 gereleaset met daarop onder meer Een of andere dag en het beklijvende Met zeven aan tafel, herinneringen aan zijn onvergetelijke jeugd. In 1976 lanceert Verminnen ‘Stilte als refrein’, een elpee waarop zijn eigen groep de meeste nummers speelt met als uitschieter Brussel, een liedje dat Johan in Wemmel schreef in het huis waar ooit auteur Maurice Roelants woonde en waar een spiegel stond die Johan intrigeerde en die hij sindsdien de rest van zijn leven, waar hij ook zou gaan wonen, steeds met zich heeft meegezeuld. Johan noemt Brussel een sleutelliedje. Het kleeft aan zijn schoenzool als een enerverend stukje kauwgom. Hij krijgt het niet van zich afgeschud. Hij heeft het zelfs ooit willen vermoorden, maar dat is hem nooit gelukt. Brussel werd trouwens in 2002 tijdens "De Eregalerij" in het Casino van Knokke genomineerd. In 1977 vindt zijn platenfirma het nodig een live-elpee uit te brengen met daarop een kleine hommage aan Ramses Shaffy in diens liedje Sammy. In 1978 is er dan de elpee ‘Als mijn gitaar mij helpt’, het eerste album dat Johan zelf produceert met daarop voor hem enkele van zijn belangrijkste liedjes, onder meer: Tussen spelers en drinkers en het knappe Bar tropical. Voor Johan blijft dit één van de beste liedjes die hij ooit opnam, zeker omdat hij met veel plezier terugdenkt aan die opnamesessie met gastmuzikant John Schuursma, zeer gehecht aan zijn portie weed, die in dit nummer een pracht van een gitaarsolo neerzet. Het duurde wel even vooraleer Johan hem in geuren en kleuren had kunnen uitleggen hoe die passage precies moest klinken. In 1978 probeert Johan nog eens de Franse markt te veroveren door het album "Je ne suis pas un flamand rose" uit te brengen. Daarop naast de titelsong, liedjes als Je piano a soif, J'accorde ma guitare en La kermesse Breughelienne.

Aan het begin van de jaren tachtig voelt Johan zich niet zo goed in zijn vel. Hij heeft niet veel werk, alles verloopt een beetje stroef en toch pakt hij in 1981 uit met het album’ ‘k Voel me goed’. Hij schrijft dat rotgevoel van zich af in de titelsong "Laat de deurwaarders maar komen, alles is al meegenomen, alleen dat paar mooie dromen krijgen ze van mij nooit mee!" Johan schrijft dat nummer samen met Fernando Lameirinhas die wij nog kennen van de periode dat hij samen met zijn broer de groep Jess & James vormde. Op single geraakt het nummer de zevende november 1981 tot op drie in de Vlaamse Top Tien. Met Tars Lootens schrijft hij het opgewekte Doeditniet, doedatniet.

‘Tweemaal woordwaarde’, de elpee die in 1983 in een productie van Jean Blaute wordt opgenomen, slaat minder aan . Nochtans doet het liedje Vakantie in mijn straat het erg goed op de radio . Het is een liedje over dat multicultureel gevoel dat Johan altijd voelde toen hij nog in Brussel woonde. Vaak een pak mensen uit andere culturen om zich heen. Toch blijft Johan het een onderschatte plaat noemen en een liedje als Balzaal van mijn jeugd een wat gemiste kans noemen. Johan schrijft voor dit album minder in zijn eentje. Zo mag Raymond Van het Groenewoud 'k Heb je graag afleveren, Jean Blaute Niets meer en schrijft die mee aan Vakantie in mijn straat.

Tussendoor slaagt Johan Verminnen er ook in zich als een echte maker van klassiekers te ontplooien. Een niet mis te verstane single in die richting is eerst en vooral Laat me nu toch niet alleen. De tweeëntwintigste november 2001 gelauwerd in "De Eregalerij" in het Casino van Knokke. Er hoort een anekdote bij dat lied. Johan had in 1973 al twee elpees voor Klüger mogen opnemen die niet al te veel succes hadden opgeleverd. Hij krijgt van Klüger echter nog één kans. Hij moet een single opnemen die verkoopt. Johan is op dat moment goed bevriend met Dan Lacksman. Dan heeft zich net een peperdure meerstemmige synthesizer aangeschaft. Die geeft hem een extra stimulans om nieuwe liedjes te schrijven. Zij componeren de basispartij voor piano en synthesizer van wat iets later Laat me nu toch niet alleen zal worden. De eenvoud van de melodie inspireert Johan tot een tekst die uit de Vlaamse chansonwereld niet meer is weg te denken. Een andere kanjer uit die tijd is de meezinger In de rue des Bouchers. Beide liedjes zijn terug te vinden op zijn tiende album " Singles 1970- 1983".

Na dat album met daarop een overzicht van zijn best verkochte singles uit de periode 1970 tot 1983 wil Johan zich bezinnen. 1984 wordt trouwens een heel moeilijk jaar voor hem. Zijn broer Bert, miskend talent, acteur, dichter en docent aan het Herman Teirlinck instituut, overlijdt. Hij verliest daarmee zijn grootste mentor. Sindsdien gelooft Johan dat leed en onheil een mens mooier maken. Johan geraakt in die periode echter in een almaar moeilijker parket. Hij kan zijn muzikanten niet meer betalen, maar zorgt er wel voor dat ze een bediendenstatuut krijgen zodat zij tenminste kunnen stempelen. Zijn orkest wordt ontbonden en hij gaat verder in duovorm met Tars Lootens als zijn vaste pianist. Tars maakt al sinds het midden van de jaren zeventig deel uit van de band van Johan. Hij produceert samen met Verminnen het schitterend album ‘Melancholie’. Johan heeft intussen een deal gesloten met platenfirma Ariola België. Voor dit album vertaalt Johan een nummer van één van zijn Franse idolen Michel Jonasz Vakantie aan zee. Ook passeert Léo Ferre de revue in De Melancholie en Jacques Brel in Een vriend zien huilen. Graag gedraaid op de radio is het vlotte Wim dat hij samen met Tars Lootens schrijft. Er wordt opgenomen in de ICP Studio in Brussel samen met technicus Christian Ramon. Johan wou op dit album persé terug naar de bron, naar zijn liefde voor het Franse chanson.

Als aanloop naar een nieuw album wordt de single Ik wil de wereld zien geselecteerd en is begin januari 1986 goed voor een tweede plaats in de Vlaamse Top Tien. De achtste februari staat Johan ermee op plaats zevenendertig in de Ultra Top Vijftig. De cd "Traag is mooi" dat Johan in 1986 opneemt, is een productie van hem en Tars Lootens met een pak vrolijke uitschieters als: Mooie dagen, De tango van Malando en Ik wil de wereld zien. Mooie dagen wordt meteen door een pak mensen graag gehoord en de tweeëntwintigste december 1986 beloond met een derde plaats in de Vlaamse Top Tien. De melancholie heeft afgedaan, geen plaats meer voor persoonlijk verdriet. Johan voelt dat hij moet blijven vernieuwen. Opnieuw wordt er opgenomen in de I.C.P. Studio met ook deze keer technicus Chris Ramon samen met Philippe Delire. Tars neemt al de arrangementen voor zijn rekening. Het publiek heeft duidelijk nood aan een vrolijke Johan Verminnen en dat is dit album uiteindelijk ook geworden: een plaat met een hoorbare frisse muzikale wind. In 1987 krijgt deze plaat ook een Franstalige versie ‘Le coeur content’.

Vanaf 1988 besluit Johan zijn podiumbegeleiding opnieuw uit te breiden. Tars Lootens krijgt de steun van bassist Bert Candries en saxofonist Johan Vandendriessche wat meteen vertaald wordt in de cd ‘Gezongen landschap’. In de platenstudio krijgt Johan de extra muzikale steun van I Fiamminghi en de Chileense groep Machitun. Die plaat levert pareltjes op zoals Paulien, Brieven uit Latem (Johan heeft intussen Brussel verlaten en is in Sint-Martens-Latem gaan wonen) Café de reisduif en Zingen tot morgenvroeg. Paulien blijkt één van Johans sterkste hits. De negentiende maart 1988 mag hij staan glunderen op de eerste plaats in de Vlaamse Top Tien.

De meest succesvolle cd verschijnt in 1989 wanneer Johans platenfirma BMG/Ariola besluit een compilatie van twintig jaar liedjes samen te stellen "Mooie dagen- 20 jaar liedjes". Negentien klassiekers sieren dit album, beginnend met Mooie dagen en eindigend met Iets om in te geloven. Bij dit album schrijft Johan het volgende: " In '69 was ik achttien en begon ik aan een stormachtige loopbaan. Samen met Raymond Van het Groenewoud en de strijders van het eerste uur (Frans Ieven, Koen de Bruyne, Firmin Timmermans, Jean Blaute, Jean Marie Aerts, Tars Lootens enz...) vocht ik voor een plaats in de spots. Het Nederlandstalige lied, dat vaak smalend naar de verste hoek van de platenwinkel verwezen werd, kreeg hernieuwde aandacht. Dankzij de steun van onafhankelijk platenproducer Jean Klüger en later van het onvolprezen BMG/Ariola label had ik de mogelijkheid jaar na jaar, plaat na plaat, mijn emoties uit te zingen. Goede en slechte dagen wisselden elkaar af en legden mijn leven in groeven vast. Men kan van mijn liedjes houden of ze miskennen, maar negeren kan de Vlaamse muziekwereld ze nooit meer!". De cd gaat méér dan zestigduizend keer over de toonbank en wordt met platina bekroond. Maar Verminnen blijft niet te lang teren op dat succes en pakt in 1990 uit met de cd ‘ Volle maan’ waaraan ook een succesvolle gelijknamige theaterproductie wordt gekoppeld. Hoogtepunten op dat album zijn ongetwijfeld het prachtige Madeleine la Marolienne en Een beetje meer alleen, een liedje over de dood van zijn vader. Deze keer blikt Johan het album in Studio Jet in met technicus Jean Trenchant. De liefdjes schrijft hij samen met Tars Lootens en Bert Candries.

Op het album ‘Zeven levens’ zingt Verminnen in 1992 zoals hij gebekt is: hij wil een leven zo gulzig als Breughel en Brel, een leven zo hevig als hemel en hel, heel even lachen en groot jolijt en dan heerlijke stilte en eerlijke spijt. Als herinnering aan zijn vader schrijft hij deze keer De musette, over de artiesten waar zijn pa zo dol op was: Yvette Horner, Juliette Gréco, Mistinguett en Edith Piaf. Nostalgisch wordt Johan ook in één van z’n mooiste composities ooit Vriendinnen van vroeger. Afwisselend wordt er opgenomen in Studio Het en I.C.P. Leon Lamal houdt zich bezig met het management en de boekingen. Aan dit album wordt een gelijknamige tournee verbonden gesponsord door Het Nieuwsblad en C&A. Tijdens het schrijven krijgt Johan voor dit album de steun van Walter Ertvelt, Koen de Cauter, Bert Candries, Tars Lootens, Evert Verhees en Christophe Vervoort.

In april 1993 breekt een moeilijke periode voor Johan Verminnen aan. Hij maakt een einde aan zijn jarenlange samenwerking met Tars Lootens. Een beslissing die lang had aangesleept. Zij hebben méér dan 15 jaar samen op de planken gestaan en liedjes geschreven. Johan wist dat Tars een groot deel van zijn succes mee bepaalde. Het wordt een bittere pil om te slikken. Johan houdt er een lange tijd veel hartzeer aan over. Toch wordt dat jaar opgevrolijkt door zijn aanstelling als Cultureel Ambassadeur van Vlaanderen. In het najaar van 1994 viert hij zijn 25 jaar op het podium met de geslaagde theatershow ‘Alles leeft’. Hij laat zich daarbij door een veertienkoppig orkest begeleiden en geniet als een kind omdat het vooral een show wordt vol emotie en veel dankbaarheid. Hij wordt omringd door onder andere Leo Caerts, Michel Bisceglia, Marc Cortens, Bert Candries en het strijkkwartet van Igor Semenoff. Alles leeft siert als eerste strook de dubbel cd die in 1994 door BMG wordt uitgebracht met als titel "Alles leeft- integrale liveregistratie jubileumshow". In de pers lezen wij niets dan lovende kritieken. De morgen schrijft de vierentwingiste september bijvoorbeeld:"De zesentwintig nummers die de zanger bracht, vormden méér dan een voorspelbare verzameling hits. Hij kreeg drie staande ovaties en een knuffel van jeugdvriend en organisator Jari Demeulemeester. Terecht, want Johan Verminnen is terug waar hij thuis hoort: aan de top van het Vlaamse chanson."

In 1996 is er de cd "Suiker en zout" met deze keer Studio Crescendo en Bert's Studio als werkterrein. Zijn companen worden Bert Candries en Leo Caerts. Jan Savenbergh, die zowat alle Clouseautoppers bij mekaar schreef, levert Boulevard du cafard af. Ook op dit album is er een hommage aan zijn pa in De vrienden van mijn vader. Opvallend het volledig in het Frans geschreven en gezongen Quelqu'un dira je t'aime. In samenwerking met de firma's Mampaey, NMKN en Het Nieuwsblad komt zijn tournee "Suiker & Zout" tot stand.

Nog geen jaar later trekt Johan samen met Stef Bos naar het theater met een hommage aan Jacques Brel, een bejubeld project dat "In het licht van de schaduw" heet. Zijn grote liefde voor het Franse chanson uit hij op zijn Franstalige cd’ Marin d’eau douce’. Genieten wordt dit van chansons zoals: La mer pleure, Le bal musette, Le bateau coule en Mia woe zoloo. Voor de vertalingen kan Johan een beroep doen op Jacques Mercier.

Verzamel-cd’s uitbrengen, blijkt een lucratieve bezigheid voor Johans platenfirma BMG, want in 1999, Johan viert dan zijn dertigjarige carrière, is er de dubbelaar "Vroeger en later", een verzameling liedjes die de band met zijn trouw publiek vormen en getuigen van zijn vrij en liederlijk bestaan. Dertig seizoenen lang staat Johan intussen al op de planken. Speciaal voor deze gelegenheid schrijft hij het toepasselijke Dertig jaar later: dertig jaar later sta ik hier, ik zing nog altijd met plezier en op de eerste rij kijkt zij nog even lief naar mij. Dertig jaar vroeger toen ‘k begon, wist ik niet dat dit duren kon. Ik stond onzeker aan de start, de race blijft nog altijd even hard. Dertig jaar later! Op deze cd krijgt Johan de muzikale steun van zijn vrienden-collega’s Kommil Foo, Laïs, Patrick Riguelle, Stef Bos, Roland, Jo Lemaire, Kris de Bruyne enz... Op de binnenflap van de hoes schrijft hij: "Op mijn paspoort staat dus zanger, ik was voor niets anders goed. Ooit verhuizer, ooit behanger, zelfs nog kelner in een kroeg. Ik ben geen dichterf of geen schrijver, maar ik voel me vogelvrij. Als maar één refrein zal blijven, dan is dat goed genoeg voor mij. Voor de staatsprijs van de dichtkunst maken mijn woorden echt geen kans. Mijn refreinen zijn geen lichtpunt, want er wordt soms op gedanst."

In 2001 gaat Johan samen met jazzpianist Michel Bisceglia helemaal terug naar zijn roots in het duo-programma "Luistervinken", een theaterprogramma dat tot een hoogwaardige artistieke topper uitgroeit. Om zijn vijftigste verjaardag te vieren, verwent zijn platenfirma hem met de cd "Swingen tot morgenvroeg". Johan was als jonge knaap al begeesterd door echte big bands en hij koesterde al lang de droom ooit een elpee op te nemen met een heuse big band. Samen met jazzy raspaarden als Michel Bisceglia, Rony Verbiest, Marc Godefroid, Stoy Stoffelen en Leo Caerts, om er een paar te noemen, blikt hij een album in met vijftien up -tempo songs met als inswinger Een jongen van vijftig. En hij zingt zich als het ware de longen uit het lijf: “Deze jongen van vijftig wil maar één ding, veel gevoel en veel swing. Daar geloof ik nog in!” Omdat hij hem erg goed kent, mag VRT-producer Jan Hautekiet het voorwoord schrijven:" Speelplezier is bij Johan een woord met een échte lading: het plezier van echte mensen die echte instrumenten spelen. Er zijn geen verdoken sequencers of andere computers met daarop vooraf ingeblikte partijen waarop zij mogen meespelen. "Kortom bij Johan klinkt alles echt! Hij kan zich op dit album lekker uitleven in de Ray Charles hit Hallelujah, ze is van mij dat hij in duet zingt met de vertaler zelf Raymond Van het Groenewoud. Omdat hij het niet kan laten, brengt hij ook hulde aan de legendarische Nederlandse band De Ramblers.

Johan denkt, ondanks zijn leeftijd, nog niet aan ophouden. Hij heeft maar één credo: ‘’t Schoonste wat er is, is een liedje! Het zweeft rond in de lucht.’t Is zo mooi als een zeepbel, maar het spat nooit uit elkaar. Het meet zich soms een ander kostuum aan, het draagt soms een ander kleed, maar het blijft wat het is: een liedje!’

Maar Johan wil méér dan alleen maar liedjes schrijven, hij wil ook een boek schrijven, een boek over dé vrouw van zijn leven, zijn grootste trots, zijn eigen moeder die hij vereert met de eretitel "De Prinses van het Pajottenland". Elizabeth Braeckmans werd de zesde september 1910 in Ledeberg geboren, bij Pamel in het Pajottenland. Zij ging op veertienjarige leeftijd als dienstmeisje werken bij een familie uit Sint- Joost -ten – Node in Brussel waar zij met witte handschoenen aan de soep mocht opdienen en waar zij Frans leerde spreken en fijne manieren. Johan schrijft met veel respect voor zijn moeder een verhaal dat nu eens vreugde uitstraalt, dan weer verdriet. Een verhaal over levenskracht, eenvoud, moed en vooral veel opoffering. Het is een ode geworden aan zijn jeugd, maar ook aan een streepje Vlaamse geschiedenis uit die vorige eeuw. Bij dit boek hoort eveneens een cd met zeven herwerkte Verminnen-liedjes als daar zijn: Mijn moeder, Prinses van het Pajottenland en Met zeven aan tafel.

In 2003 presenteert Verminnen het album "Tegenlicht". Liedjes deze keer geschreven door Bert Candries, Johan Verminnen en Leo Caerts. Johan laat zich graag omringen door muzikanten met een echte ziel, die weten wat zij spelen: Michel Bisceglia, Bert Candries, Rony Verbiest, Stoy Stoffelen. Hij krijgt bij dit alles zelfs de vocale steun van Koen en Kris Wauters. Opgenomen wordt er in "Studio Crescendo" in Genk tijdens de maanden juni tot en met augustus 2003 met achter de knoppen Pino Guaracci. In een regie van Paul De Cock worden er zelfs videoclips ingeblikt van de liedjes De hemel nabij, Tegendraads en Vlaamse Ardennen. Die clips horen ook bij de cd die iets later in de winkels ligt.

1 juli 2003 is een memorabele datum in Johans leven. Die dag wordt het sociaal statuut voor de muziek in België eindelijk een feit. Dertien jaar eerder was het voor Johan een must de muzikantenvereniging "Zamu" op te richten om op die manier te streven naar een beter statuut voor de artiest. Zij zijn gedeeltelijk in hun opzet geslaagd. Artiesten kunnen zich nu door interimbureaus laten inschrijven of op zelfstandige basis werken als zij daartoe de middelen hebben. Zelf mocht Johan tijdens de tiende Zamu-Awards editie die de zeventiende februari 2004 in de AB in Brussel plaatsvond, de prestigieuze ‘Life time achievement Award’ in ontvangst nemen. Naast een bekroning voor zijn carrière is dit de beloning voor zijn niet aflatende inzet voor het statuut van de artiesten.

Om zijn vijfenderigste verjaardag op de planken te vieren, brengt Johan in 2005 op het HKM label (van producer, uitgever Hans Kusters) de cd "Hartklop" op de markt: dertien oude hits en zes nieuwe nummers, alle in een akoestische versie. Johan trakteert zich op dat album zelf op een duet met zijn achttienjarige dochter Pauline in Mooie dagen en daarnaast ook op een samenzang met Vera Mann in Samen sterk. Nieuwe liedjes zijn ondermeer L’amour toujours en De tijd. Bijhorend bij deze cd is een dvd met daarop archiefbeelden die zijn leven vertellen en tonen vanwaar hij komt, eerder uitgezonden op Canvas in het programma ‘Dit is Belgisch’, een realisatie van Rudi Sillen in een productie van Linda Gaethofs. Johan weet voorlopig dus nog van geen ophouden.

Bij HKM voelt Johan zich goed. Kusters heeft zijn leven lang geijverd om het Nederlandstalig repertoire een kans te geven. Van Hans De Booy over Clouseau tot en met Boudewijn de Groot. Omdat het zeilen Johan in het bloed zit, besluit hij in 2007 een cd te water te laten met als titel "Over mensen, boten en steden". Zeg mij waarover je schrijft of zingt en ik weet wie je bent! Wie mijn liedjes en boeken kent, voelt zonder twijfel mijn passie voor mensen, boten en steden. Vandaar dat ik een themaplaat rond deze onderwerpen samenstelde, puttend uit mijn repertoire van de voorbije decennia. Zo,kwamen nieuwe liedjes en herwerkte versies tot stand die alle getuigen van mijn grenzeloze liefde voor mensen, plekken en wijdse horizonten. Zo luidt de tekst die zijn album siert. Als single wordt De tet van Koekelberg gelanceerd. Met een hoempapaknipoog en gezongen in het Brussels dialect, want Johan is en blijft een onvervalste ket! Twee jaar later is er, eveneens op het HKM label, het album "Solozeiler". Hierin vertaalt Johan hoe hij zich echt voelt: "Ik voel me als een solozeiler, ver van huis op avontuur. Hoelang ik nog weg zal blijven, ach het duurt zolang het duurt." Bert Candries en Leo Caerts blijven hem hondstrouw als muzikant. Johan neemt zelf de productie voor zijn rekening. Zijn mananagement is intussen al een tijdje in handen van Bo Decramer. Hij vertaalt de evergreen The Rose en zet een knappe versie neer van Voor Marie Louise dat hij deels in het Nederlands, deels in het Frans zingt.

De tiende november 2005 is Johan de centrale gast tijdens de zesde editie van De Eregalerij, deze keer georganiseerd door Radio 2 en Sabam in het Casino van Oostende. Johan wordt die avond vereerd met de gegeerde award "Een leven vol muziek", tegenwoordig door de bank aangeduid als "Life Time Achievement Award". Johan glundert als hij ziet wie hem allemaal een eresaluut komt brengen: Gene Thomas , Clouseau, Will Tura , Jo Lemaire, Peter Van Laet, Paul Michiels, Sabien Tiels en Voice Male. Hij is vooral aangenaam verrast wanneer hij hoort dat Daydream van The Wallace Collection en Anne van Clouseau diezelfde avond de eeuwigheid worden ingeprezen.

De eerste januari 2007 wordt Johan aangesteld tot gedelegeerd bestuurder van de auteursvereniging Sabam. Hij wil op een meer dirigerend niveau zijn best doen voor onder meer de Vlaamse muziek en de Vlaamse componisten. Vanaf dan brengt hij zowat elke dag door op zijn kantoor in het Brusselse hoofdgebouw. Een zeiler, een reiziger, honkvast op een kantoor in Brussel? Toch maakt hij voldoende tijd vrij in zijn agenda om te toeren met zijn voorstelling "Van Brussel naar de wereld". Hij vertelt hoe hij vanuit zijn dorp Wemmel in de schaduw van de hoofstad naar hartje Brussel trok om er de man te worden die hij nu is, beïnvloed door tal van culturen. Gelijktijdig verschijnt bij uitgeverij Davidsfonds het boek Van Brussel naar de wereld met bij dat boek een cd met daarop acht liedjes waarin Johan zijn onvoorwaardelijke liefde voor deze hoofdstad bezingt. Liedjes zoals De Tet van Koekelberg.

In 2010 brengt Sony Music de verzamelaar "Johan Verminnen Zestig" uit. Drie cd's in een box met als ondertitel "60 jaar, 60 liedjes". Johan schrijft: "De jongen van toen is zestig geworden. Zijn songbook bevat honderden liedjes, waarvan er een paar in het collectief geheugen gegrift blijven. Waarvan er een paar aan de mensen toehoren als een simpel volksliedje dat iedereen kent. Een liedje dat de metser op de stelling fluit en dat een moeder in de keuken neuriet." Elke cd heeft een titel meegekregen: cd 1 "Van Brussel naar de wereld", cd 2 "Van vreugde en verdriet" en cd 3 "Van gisteren tot nu". We beginnen met Brussel uit 1976 en eindigen met De weg uit 1999. Aan Lieve Blancquaert wordt gevraagd of ze de hoesfoto's wil maken.

Februari 2011 verschijnt de cd "Johan Verminnen leest sprookjes...": Aladdin, Assepoester, De keizerlijke nachtegaal, De Schoenlapper en De Kaboutertjes. Er wordt niet alleen verteld, maar ook gezongen in samenwerking met het kinderkoor Laëtitia.

Om zijn zestigste verjaardag te vieren serveert Johan in 2011 zijn tournee "En avant la muzik!". Hiervoor grabbelt hij gretig in zijn koffer met klassiekers en met, zoals hijzelf zegt, enkele kakelverse songs en humoristische, soms pakkende tussenteksten. Hij wordt tijdens deze tour begeleid door gitarist en bassist Bert Candries, toetsenist Leo Caerts, violist Nils De Caster, percussionist Gert Meert en technicus Jan De Troyer. Hij geniet zelf met volle teugen wanneer hij het liedje De Vlaamse Ardennen inzet. Thuis hadden ze vroeger geen tv en dan ging zijn vader koerskijken in zijn stamcafé "De Nachtegaal" in Wemmel. En Johan mocht dan mee. Hij was een grote fan van Rik Van Looy, lang voordat Merckx de plak ging zwaaien. Verminnen steekt tijdens zijn tournee dan ook niet onder stoelen of banken dat hij een enorme wielerfanaat is en dat hij de helden van de fiets maar wat graag in de muzikale bloemen zet. Hij vertelt eerlijk aan zijn publiek dat hij de Ronde Van Vlaanderen van dichtbij volgt, buiten langs het parcours. Hij spreekt dan af met vrienden in Galmaarden in de nabijheid van de Bosberg. Een traditie die hij koste wat het kost in ere wil houden.

De vijfentwintigste september 2012 overlijdt zijn moeder. Zij was net honderdentwee geworden. Aan de pers vertelt Johan: "Mijn vader is dood, ik heb een broer die overleden is en een ander broer zie ik zelden. Ik heb leren loslaten. Mijn moeder was 102. Het is allemaal een beetje verwarrend. ik ben een hele dag bezig geweest met de begrafenis te regelen, maar moet nog heel wat werken. Morgen word ik al op het podium verwacht. Dat wordt heel moeilijk. Maar ik moet dat doen, zo heb ik het altijd gedaan. Nu ook. Mama ging al een hele tijd achteruit. Voor haar komt dit overlijden als een verlossing." In 2012 verschijnt er op het EMI label een box met daarin dertien cd's: een overzicht van zijn albums die verschenen van 1970 tot 1983 met tevens drie Franstalige platen "Elle chante na na na", "Je ne suis pas in Flamand rose" en "Les inédits". Gelijktijdig verschijnt op datzelfde label de dubbelaar "Verminnen Verzameld" goed voor 33 van zijn bekendste liedjes, aangevuld met Heureusement que ça va mal en La farce de Messire Jacques. Deze verzamelaar geraakt tot op de vijfendertigste plaats in de Ultra Album Top Vijftig. Achttien van zijn bekendste liedjes zijn tegen de zomer van dat jaar te beluisteren op de verzamelaar "Johan Verminnen Essentials". Dinsdag 22 en donderdag 24 april 2014 mag Johan tijdens de zesde editie van "Houden van- Griffelrock", een organisatie van Nekka vzw en de provincie Antwerpen, het publiek tracteren op zijn bekendste en meest geliefde nummers. Het gebeuren wordt opgehangen aan de centrale gast Bart Kaëll met naast hem op het podium niet alleen Johan Verminnen, maar ook Maartje Van Neygen , Bart Herman , De Romeo's en Barbara Dex. De presentatie is zoals steeds in handen van Luc Appermont.

Eind 2014 is er het album "Stemmen", een cd die om enige uitleg vraagt. "Op een zonovergoten terras, zegt Verminnen, ontmoette ik tijdens Midem, de hoogmis van de muziekindustrie, Jean Klüger opnieuw. Vijftien jaar lang was hij mijn producer geweest die me bij aanvang van mijn carrière alle kansen bood. Hij stelde mij voor om de belangrijkste liedjes die hij van mij in uitgave had, op te nemen met een akoestische piano en enkel stemmen als arrangement". Samen met pianist Leo Caerts dook Johan de "Dan Lacksman Studio" in en selecteerde uit het Vlaamse stemmen aanbod een rist die perfect bij dit project past: Marie & Jean-Louis Daulne, Amaranthe, The Jody's Singers, De Arnootjes, Scala en de gebroeders Kolacny. Het resultaat mag er wezen. Vijftien opvallende versies van onder meer Bar Tropical, Mooie dagen over Een vriend zien huilen, Hemel vol sterren tot en met 'k Voel me goed en Laat me nu toch niet alleen. Opvallend bij dit album is de "Zing Mee" cd waardoor je thuis uit volle borst kan meezingen met de bekendste liedjes van Johan. Dat meezingen wordt vergemakkelijkt door de uitgeprinte teksten die bij de cd gevoegd zijn. En voor de fijnproever is er ook nog als extraatje de dvd "Making of+geïntegreerde clips en extra materiaal"". De productie van het album is in handen van Johan Verminnen zelf samen met Jean Klüger. Over dit album wil Johan dit nog kwijt: "Ik zie dit als een bekroning van mijn carrière. Een uitgever in de muziek is maar een echte uitgever als hij zijn repertoire steeds opnieuw en in andere vormen aan het publiek laat horen. Mijn waardering voor Jean Klüger is dan ook heel groot! De interpretaties van twee van mijn meest bekende liedjes door het vermaarde koor Scala -als extra bij dit album- horen zeker tot één van de hoogtepunten van dit project".

In de loop van de maand februari 2016 laat Johan de auteursrechtenvereniging Sabam weten dat hij uit de raad van bestuur wil stappen om zich volledig toe te leggen op zijn artistieke activiteiten. Hij zetelde sinds 1998 in de raad van bestuur.

De vijftiende april 2016 ligt het nieuwe album "Tussen een glimlach en een traan" in de winkel. De titelsong leende hij van Toots Thielemans die ooit de reden van zijn succes verklaarde als "Because everything I do, is between a smile and a tear". Na zes jaar en met zijn vijfenzestigste verjaardag in het vooruitzicht vond Johan het nog eens tijd voor een nieuwe cd. Hij wou graag een stand van zaken en gevoelens opmaken, met andere woorden, de balans van zijn leven in een rist liedjes weergeven. Johan verwoordt dat in vijftien songs waarmee hij in de loop van dit jaar door Vlaanderen trekt. Het merendeel van zijn liedjes pende hij in Oostende neer waar hij een optrekje heeft: "mijn meeuwennest" zoals hij het graag noemt. Jan Savenberg tekende voor twee nummers en Johan vertaalde op zijn beurt "Les rêves sont en nous" van de hand van zijn veel te vroeg overleden Waalse vriend Pierre Rapsat. In de studio liet Johan zich begeleiden door onder meer flamencogitarist Myrddin De Cauter, Rony Verbiest en het damesstrijkwartet Art=Shock. Bert Candries schreef de arrangementen en zorgde tevens voor de productie.

tekst en research : Marc Brillouet © 2016 Daisy Lane & Marc Brillouet