Guido Belcanto

Ik zou mijn hart willen weggeven

In 2008 vindt Guido onderdak bij een nieuwe platenfirma, Evil Penguin Records uit Mechelen. Samen met de producers Nicolas Rombouts en Steven Maes knutselt Guido een opvallend album in mekaar. Dat krijgt de titel "Ik zou mijn hart willen weggeven" mee. Veel gedraaid op de radio en een cd-single waard is het opvallende Waarom altijd dat katholieke denken?. Hij covert Half a Boy, Half a Man, een bekende song van Nick Lowe, en maakt er Half een man en half een vrouw van, of hoe een zelfportret kan klinken. Zijn platenfirma is zo trots op deze plaat dat zij het aan de pers slijten als "le nouveau Belcanto est arrivé". Zij presenteren hem als "de koning van het Vlaamse levenslied, de chroniqueur van de gebroken harten, de volkszanger, de variétéartiest pur sang én de zwervende romanticus". Guido voelt zich de complete rock-'n-rollchansonnier. Weg met het imago van deels man, deels vrouw. Hij wil compleet overkomen: gerijpt als mens en rijk aan ervaring. Vol trots stelt hij vast dat zijn publiek verjongt. De jonge meute heeft hem ontdekt. In Nederland noemen zij hem graag "de Serge Gainsbourg van het buurtcafé". Belcanto mag dan wel 57 zijn, hij beleeft de tijd van zijn leven. In de pers lezen wij dat onze noorderburen hem zien als een muzikale kruising tussen Herman Brusselmans en Johnny Cash, waarmee we maar al te graag "de Volkskrant" deels citeren, of ook nog "de Vlaamse kruising tussen André Hazes en Ramses Shaffy".