Guido Belcanto

De Eerste Nacht van de Smartlap

Eind jaren 70 houdt Guido een cafeetje annex feestzaaltje "De 1000 Appeltjes" open in de buurt van de Paardenmarkt. Na een jaar geeft hij er de brui aan. Hij heeft geen zin om de rest van zijn leven naar het gelal van inhoudloze zuipers te luisteren. Hij is dan 27 en wil een nieuwe richting inslaan. Hij besluit voor het volle pond zanger te worden, niet meer met Engelstalige liedjes, maar in zijn eigen moedertaal met een voorliefde voor het levenslied en de smartlap. Samen met accordeonist Jakke gaat hij, met een oude Vauxhall als vervoermiddel en gespoten in de kleuren van voetbalclub Antwerp, de baan op. "Na tien jaar spelen in rock-'n-roll- en dansorkesten raapte ik al mijn moed bijeen en begon een carrière als straatzanger samen met de Antwerpse volksheld Jakke de Zeeman. Wij vormden een duo met accordeon, gitaar en zang en brachten een repertoire van smartlappen dat varieerde van Edith Piaf, Bobby Prins, de Zangeres Zonder Naam en liedjes van mezelf." In Antwerpen wordt in "Den Hopsack" de zangwedstrijd "De Eerste Nacht van de Smartlap" georganiseerd. Hij en Jakke zijn de winnaars. Zij voelen zich als de apostelen van het levenslied. Zij moeten wél doorbijten, want niet iedereen lust hun stijl. Nu eens worden ze op applaus onthaald, dan weer zit er niet méér in dan wat boegeroep. Hij tilt echter het genre van het levenslied van het begin af aan op een hoger niveau door er zijn ziel in te leggen en door met het genre ernstig om te springen. "Wij schuimden het Vlaamse land af en traden onaangekondigd op in cafés, restaurants, bars, op barbecues en in bordelen. Het was een heldhaftige en avontuurlijke periode. Wij werden bejubeld en bespot, op handen gedragen en weggehoond. We waren koning en tegelijkertijd clochard. We lagen in de goot, maar speelden de sterren van de hemel."