Guido Belcanto

Delen S
Geboren in Turnhout
op 23 mei 1953
Guido August Constancia Versmissen
Bekijk DiscografiesLees Biografie
Ik beschouw het leven als een geschenk van het noodlot.
De apostel van het levenslied

Johnny vergeet me niet

Vrijdag de 22ste september 2017 ligt de nieuwe single "Johnny vergeet me niet" van Guido in de rekken. Hij krijgt daarbij de vocale steun van Naomi Sijmans. Belcanto covert moeiteloos de golden oldie "Johnny remember me" die de Britse zanger Johnny Leyton in 1961 opnam en die in 1983 in Nederland al eens werd vertaald door Johnny Spencer. Eerlijk is eerlijk, Guido heeft zijn versie helemaal op die van Spencer geënt. Daarnaast is er ook zijn nieuwe studioalbum, zijn dertiende al, "Liefde & Devotie", twee woorden die op volmaakte wijze vertellen hoe Belcanto zijn muzikale roeping belijdt en hun ware betekenis onthult in de liedjes die hij voor dit album schreef. "Ik heb er samen met mijn band het voorbije jaar naarstig aan gewerkt. Tekstueel schenk ik veel aandacht aan mensen die anders zijn, mensen met bijvoorbeeld een eenzaam en gebroken hart, mensen die net de andere kant opkeken toen het geluk voorbijkwam. Iemand moet deze mensen een stem geven en ik wil die iemand zijn." In de pers lezen we dat "Liefde en Devotie" geen herhaling is van wat geweest is, maar wel een briljante voortzetting van een oeuvre dat uniek is in het Vlaamse chanson. Niemand komt in dezen in zijn buurt. Op zijn nieuwe plaat zoekt Guido vocale steun bij Kimberley Claeys, Nathalie Delcroix en Naomi Sijmons in liedjes als "Ik weet niet waar mijn meisje is", "Henry Lee"en "Uniek specimen van de menselijke soort". Met "Liefde & Devotie" trekt Guido Belcanto ook naar het theater. De 25ste en 26ste september 2017 heeft een try-out plaats in "Het Vierde Oor" te Olen.

Ode aan Bobbejaan

Vanaf 16 september 2016 wordt de rijke erfenis van Bobbejaan geëtaleerd in de theaterproductie "Ode aan Bobbejaan". Daarin ook minder bekende pareltjes. Bobbejaans muzikale erfenis wordt op het podium neergezet door Guido Belcanto samen met Jan De Smet, die voor een deel opgroeiden met Schoepens muzikale nalatenschap. Bobbejaan en zijn vrouw Josée hebben jarenlang dat podium gedeeld, wat soms resulteerde in gevoelige duetten en hilarische sketches. Barbara Dex maakt deze nooit geziene vocale combinatie dan ook helemaal compleet en zorgt ongetwijfeld mee voor de legendarische countrysnik die sommige van Bobbejaans liederen zo onweerstaanbaar maakt. Zij starten met deze productie in de theaterzaal van "Bobbejaanland", om nadien Bobbejaans repertoire in de bekendste Vlaamse schouwburgen opnieuw te laten klinken. Guido houdt een groot deel van zijn agenda tot in 2017 speciaal vrij om met "Ode aan Bobbejaan" on the road te gaan. "Ik heb voor dit programma vooral gekozen voor de gevoelige liedjes", vertelt Guido. "Ik wil de ernstige kant van Bobbejaan wat belichten."

Guido Belcanto-fandag

Op 25 juni 2016 is het zover: de eerste enige echte Guido Belcanto-fandag. De fans krijgen die dag een speciaal polsbandje dat hen toegang geeft tot alle activiteiten en ook voor het avondoptreden met de voltallige GUIDO-band en de mysterieuze gastzangeres. Ook zullen zij een dansje kunnen plaatsen met het mooie Decap-orgel als muzikale begeleider. In een apart tentje worden archiefbeelden van Belcanto gedraaid.

Cavalier seul

Begin 2015 is er op het Evil Penguin-label het album "Cavalier seul" met daarop in het totaal 10 nieuwe songs. Guido levert een behoorlijke brok eigen liedjes, maar gaat voor Iemand met wie je vreemd ging aankloppen bij Stefaan Fernande en Frank Vander linden en covert Omdat ik van je hou van Raymond van het Groenewoud. Bart Peeters vertaalt voor hem Marilou van Juan Formell y Los Van Van en Guido op zijn beurt schrijft een Nederlandse tekst bij Adios Lounge, dat we kennen in de versie van Tom Waits. Het publiek en de media reageren heel spontaan op Geef me liefde, dat Guido samen met Jan De Smet, Kris De Bruyne en Stijn Meuris zingt. Op vrijdag 27 februari 2015 staat hij met de theaterproductie "Cavalier Seul" op het podium van de "Ancienne Belgique" in Brussel. Het wordt een optreden wars van modetrends en zonder compromissen. Belcanto wordt in de media officieel bestempeld als de populairste Vlaamse "volkszanger" én zo hoort hij het graag!

Op het zeildoek van de botsauto's

UIt 'Café Corsari'

Balzaal der gebroken harten

Guido Belcanto pakt in 2013 uit met de derde editie van de theatershow "Balzaal der gebroken harten". Die had hij ons eerder al in de theaters voorgeschoteld, met name in 2008 en 2010. Op 5 januari 2008 ging tijdens die eerste editie een kinderdroom in vervulling in de "Roma" te Borgerhout, die weergaloos schitterende zaal vol vergane glorie waar hij dertig jaar eerder nog The Everly Brothers had zien spelen. Daar werd dus die vijfde januari het startschot gegeven van de tournee "Balzaal der gebroken harten", een wervelend muziekspektakel met een gigantisch Decap-orgel in de hoofdrol. In 2013 pakt Guido nog grootser uit dan tijdens zijn eerste shows. Hij wordt deze keer geflankeerd door pianist, accordeonist, componist Martinus Wolf, gitarist Lieven De Maesschalck en actrice Tine Embrechts, die zich in deze productie ontpopt als een fantastische zangeres en geweldige danseres, die zich niet alleen amuseert met de liedjes van Guido zelf, maar ook sfeer brengt met enkele cabaretliederen en nightclubstandards. In 2014 brengt Guido het album "Balzaal der gebroken harten" uit op Evil Penguin Records, inclusief de dvd "Guido Belcanto en het magische Decap-orgel" met daarop als oorsnoepjes voor wie het graag lust de instrumentale nummers Prélude romantique en Ik zou je mijn hart willen geven. Tine mag, slower dan slow, Het einde van de wereld zingen, een cover van de klassieker The end of the world van Skeeter Davis. Op dat album zingen Belcanto en Tine trouwens enkele opvallende duetten zoals De wilde roos, een vertaling van Where the wild roses grow van Nick Cave en Kylie Minogue, dat zonder veel bijval op single verschijnt, en Surabaya Johnny.

Na de dood keren wij weer

Uit 'Villa Vanthilt'

Ik weet niet of je nog aan me denkt

Uit 'Vrienden Van de Veire'

Een man als ik

Op 21 oktober 2011 verschijnt zijn album "Een man als ik". De hoesfoto spreekt boekdelen. Weg met het verwijfde! Hier staat een man keurig in het pak én met das. Guido laat zich muzikaal omringen door zijn opgefriste band. An Pierlé wordt bereid gevonden vocaal met hem te duelleren in het nummer Toverdrank. Het is een cover van Summerwine van Lee Hazlewood en Nancy Sinatra. Kenners hoeven niet lang te luisteren om dit album de hemel in te prijzen als "het beste Belcanto- product ooit". Belcanto is zo trots als een pauw wanneer zijn platenfirma hem vertelt dat de cd ook in Nederland wordt uitgebracht.

De Fles & Plastiek Rozen

Uit 'Radio 1-sessies'. Guido Belanto is gast bij The Scabs. Zij zingen 'De fles' en 'Plastiek rozen'.

Ik weet niet of je nog aan me denkt

Uit 'Vlaanderen Muziekland'

Geheime Bekentenissen

Bij uitgeverij Lampedaire verschijnt het boek "Geheime Bekentenissen". Guido schrijft: "Als ik nu terugblik op de donkerste periode uit mijn leven, verbaast het me niet dat ik zo diep kon vallen. Hoe hoger je vliegt, hoe lager je valt. Méér dan twintig jaar had ik erop los geleefd. Ik vond het normaal dat ik elke dag mijn zin kon doen. Ik leefde te snel en te gulzig. Ik was alleen maar op zoek naar opwinding en genot en ik raasde maar door." Zijn boek draagt Guido op aan alle vrouwen die hij intiem heeft gekend, in het bijzonder aan zijn alter ego Gina Divina, vrouw aller vrouwen.

Madame Louise

Uit 'De Zevende Dag'

Ik zou mijn hart willen weggeven

In 2008 vindt Guido onderdak bij een nieuwe platenfirma, Evil Penguin Records uit Mechelen. Samen met de producers Nicolas Rombouts en Steven Maes knutselt Guido een opvallend album in mekaar. Dat krijgt de titel "Ik zou mijn hart willen weggeven" mee. Veel gedraaid op de radio en een cd-single waard is het opvallende Waarom altijd dat katholieke denken?. Hij covert Half a Boy, Half a Man, een bekende song van Nick Lowe, en maakt er Half een man en half een vrouw van, of hoe een zelfportret kan klinken. Zijn platenfirma is zo trots op deze plaat dat zij het aan de pers slijten als "le nouveau Belcanto est arrivé". Zij presenteren hem als "de koning van het Vlaamse levenslied, de chroniqueur van de gebroken harten, de volkszanger, de variétéartiest pur sang én de zwervende romanticus". Guido voelt zich de complete rock-'n-rollchansonnier. Weg met het imago van deels man, deels vrouw. Hij wil compleet overkomen: gerijpt als mens en rijk aan ervaring. Vol trots stelt hij vast dat zijn publiek verjongt. De jonge meute heeft hem ontdekt. In Nederland noemen zij hem graag "de Serge Gainsbourg van het buurtcafé". Belcanto mag dan wel 57 zijn, hij beleeft de tijd van zijn leven. In de pers lezen wij dat onze noorderburen hem zien als een muzikale kruising tussen Herman Brusselmans en Johnny Cash, waarmee we maar al te graag "de Volkskrant" deels citeren, of ook nog "de Vlaamse kruising tussen André Hazes en Ramses Shaffy".

Half man, half vrouw

Uit 'De Laatste Show'

Chansons vécues

Een soort overzicht van wat hij bij platenfirma EMI de voorbije jaren heeft opgenomen, wordt op 17 april 2006 op de cd "Chansons vécues" aangeboden, waarop onder andere de al eerder aangehaalde versie van That's All Right Mama, waarmee Elvis zich in het begin van zijn carrière in de aandacht zong en waarin Belcanto zijn liefde voor de rockabilly laat horen. Hij laat zich ook verleiden tot het zingen van twee chansons in het Frans: Tant qu'il chante en Le petit d'en dessous de chez moi (Mustafa).

Koning & clochard

"Koning & clochard" is de titel van de cd die in 2004 verschijnt. "Het is het verhaal van de grandioze tijd die ik beleefde als straatzanger in het begin van de jaren tachtig. Samen met mijn maat, de legendarische Jakke de Zeeman, legde ik toen de basis voor mijn latere zangcarrière. Clochard staat voor de straatzanger die ik ben geweest. Toen had ik de spirit van een clochard. Intussen heb ik het gebracht tot gevierde chansonnier met daaraan gekoppeld de titel koning van het Vlaamse levenslied. En dat leidde spontaan tot de combinatie koning & clochard." Sommigen fronsen de wenkbrauwen als ze Guido op deze plaat Ook Jezus ging naar de hoeren horen zingen. "Ik schreef dit als protest tegen de inkrimping van de rosse buurt in Antwerpen in de maand maart 2002. Dit in het kader van de actie "Bordello". Er is ook het duet Lili Marleen, dat Guido samen met Jo Leemans inzong naar aanleiding van het tv-programma "Luc" en dat ze toen live brachten voor VTM. Belcanto trekt nadien ook weer naar het theater. Met zijn nieuwe programma "Koning & clochard" neemt hij het publiek mee op een muzikale zwerftocht door zijn verleden. De apostel van de smartlap is nog steeds op zoek naar de ultieme romantiek. Tegelijk verschijnt er ook een gelijknamig boek met markante passages uit zijn leven.

Op het zeildoek van de botsauto's

Uit 'Vox Pop'

Niet vrouwonvriendelijk

Uit 'De Laatste show'

Tâche de beauté

Met de oude drukkerij Jac. Lamoen als decor wordt tijdens de maand november van 2001 het album "Tâche de beauté" opgenomen. Er komen koperblazers aan te pas en de stem van Tine Embrechts en Nele Bauwens als ruggensteun. Guido gaat zelf achter de knoppen en de mengtafel zitten. EMI heeft hij als platenfirma intussen vriendelijk en beleefd de groeten gestuurd. Hij brengt zijn nieuwe album op het Culture Records-label uit. "Dat was een nieuwe, kleinschalige platenfirma die erg in mij was geïnteresseerd. Voor deze mensen heb ik met plezier dit album opgenomen." Op deze plaat een aantal liedjes die hoogtepunten in zijn repertoire zijn: Ik ben niet vrouwonvriendelijk, O Heer en het op de radio vaak gedraaide O wat een mooie dag: "Ik ging weer naar huis, zette de teevee aan. Ik zag het W.T.C. in vlammen opgaan: huilende mensen, mensen in shock, paniek in Washington en New York. Ik deed de teevee uit en mijn pyjama aan. Ik kroop in bed, ik wou slapen gaan. Vlak voor ik mijn ogen sloot, dacht ik: hoera, ik ging vandaag niet dood." Waarom die song door de radio zo gretig werd opgepikt? "Ik denk omdat het een erg sterk liedje is en inspeelde op de actualiteit, het instorten van de WTC-Towers. Ook de opname is voor mij geslaagd, klinkt helder, kon eigenlijk niet beter", aldus Belcanto. Al even opvallend het liedje O Heer. "In dit nummer ben ik erin geslaagd om het proces van travestie in begrijpelijke woorden te vatten. Het klinkt als volgt: "O Heer, misschien hoor jij niet mijn gebeden door de regen die valt, op het dak van mijn kasteel. Misschien ben je doof, Heer, en dat is de reden dat ik weer naar de fles greep. Ik dronk weer te veel, want ik moet voor mezelve een vrouw fantaseren, want jij, jij O Heer, jij stuurt er mij geen. En daarom hul ik mijzelf in vrouwenkleren, want als jij mij niet helpt, Heer, dan maak ik er één."

De Rocky Horror Show

Vanaf april tot juni 2001 schittert hij als Rocky in "De Rocky Horror Show" op het getouw gezet door het NTG. Regisseur van dienst is Stany Crets. Naast Guido staan ook Maaike Cafmeyer en Koen Van Impe op de planken van de KNS in Gent.

Verhalen van Liefde, Lust en Genot

In het theater pakt hij steeds vaker uit met erotische liedjes en verhalen. Zijn tournee heet niet voor niets "Verhalen van Liefde, Lust en Genot", een muzikale reistocht door zijn fantasiewereld. "Dat kwam spontaan in me op, dat idee. Het was zeker geen trucje van mijn kant om volk te lokken, want zo zit ik niet in mekaar. Ik ben nu eenmaal veel bezig met seksualiteit en erotiek. Voor mij is dat een hoofdelement van het leven, van het mijne zeker, en dat thema duikt altijd in mijn liedjes op, is latent aanwezig. Zo heb ik een song geschreven over masturberen, Libido en lege portemonnee, die je terugvindt op het album "Plaisir d'amour".

Liefde, lust en leed

In 2000 wordt Guido door zijn platenfirma EMI verzameld op het album "Liefde, lust en leed". "Het is een selectie van 5 platen die ik voor hen heb ingeblikt en waarvan het creatieproces zich uitstrekt over tien jaar. Ik kon kiezen uit 75 liedjes, ik had l'embarras du choix. Die tien jaar was een decennium van liefde, lust en leed, maar waarvan elke minuut de moeite waard was om mee te maken. Deze plaat is een aandenken aan een mooie, welbestede tijd van mijn leven en ik dank de vele mensen die in mij hebben geloofd en mij hebben geholpen om dit alles te realiseren." Belcanto etaleert zijn kunnen in 16 liedjes met als bonustracks Sommige mensen en That's allright mama.

Puntschoenen en zonnebril

Uit 'De muziekdoos'

Mijn vriend

Uit 'De Zevende Dag'

Sinds jij uit mijn bestaan verdween

Uit 'De Zevende Dag'

Literair Café

Samen met Bram Vermeulen trekt hij in de herfst van 1998 door Vlaanderen en brengt in een twaalftal zalen het programma "Literair Café", waarin zij beiden hun liedjesteksten in de spots zetten. "Bram wilde een tournee maken langs kleine zalen en cafés, maar hij wou niet alleen op stap gaan. Via het management heeft hij dan aan mij gevraagd of ik dat zag zitten. Uiteraard stond me dat aan. En toen hebben we afgesproken dat we om de beurt het voorprogramma zouden spelen. Op het einde speelden wij soms iets samen. Wat meteen opviel, was het verschil in sfeer. Ons repertoire lag ver uit mekaar. Het viel ook op dat er bij mij altijd meer ambiance was, er werd meer gelachen. Dat stond in schril contrast met de ernst die er van Bram en diens repertoire uitstraalde."

Gina Divina

In 1998 brengt uitgeverij Houtekiet onder de titel "Gina Divina" zijn liedjesteksten chronologisch gebundeld in boekvorm uit. In dit boek staan zowat alle liedjesteksten die Guido de voorgaande 15 jaar had geschreven. Uitgeverij Houtekiet had hem gevraagd om deze in chronologische volgorde te bundelen. Ze hadden al zulke boeken op de markt gebracht van Wannes, Raymond en Bram Vermeulen. Guido beschouwde het als een eer. Het was een bewijs van respect voor mijn talent als tekstschrijver. Op de cover van het boek poseer ik naakt in een erg vrouwelijke pose. Op de binnenkant van de voor- en achterflap staan foto's van Gina in sexy kleren en in een uitdagende houding. Deze foto's waren niet braaf, ze logen er niet om. Het was zijn eerste outing als travestiet. Gina Divina is de naam die hij aan zijn vrouwelijke alter ego geeft. Hiermee out hij zich definitief als travestiet. Dat heeft hij voor het eerst in het openbaar verteld in "De Zevende Dag" naar aanleiding van het verschijnen van "Man van lichte zeden". In 1999 brengt Guido een éénmalige sensationele act: hij voert Gina Divina ten tonele. Een gigantisch succes maar hij wilde het bewust bij die ene keer laten.

Man van lichte zeden

In 1998 wordt zijn begeleidingsgroep "Het Orkest Zijner Dromen" opgedoekt en Guido gaat zich omringen met een nieuwe band die hij "De Libido's" noemt.Zij besluiten meteen tijdens die zomer van 1998 een album in te blikken, "Man van lichte zeden", in een productie van Rudi Genbrugge. Het publiek kiest vrij snel als uitschieter voor het nummer Puntschoenen & een zonnebril gekoppeld aan Zou je van mij houden. Met Fleur Pyretz zingt hij Liefde, adoratie en genot, een liedje dat hij ook aan haar opdraagt. Intussen weten wij dat hij als hypergevoelig mens vatbaar is voor depressies, waarmee hij in 1993 al hevig strijd had moeten leveren. Hij schreef die ervaring toen trouwens van zich af in het album ‘La comédie humaine’.

La Comédie Humaine

Met een knipoog naar Balzac is er in 1996 het album "La Comédie Humaine". Er wordt opgenomen in de oude drukkerij Jac. Lamoen in Berchem tijdens de maand mei 1996. Deze keer neemt Guido de productie zelf in handen zodat hij het roer wat beter in de hand kan houden. In een devote bui schrijft hij Nader tot u mijn God en mag voor de rest van het album de passie weer hoogtij vieren zoals in Noche de la pasion en Mr. William, die door EMI ook op cd-single worden uitgebracht. Belcanto is daarmee aan zijn vijfde album toe. Guido beschouwt dit als zijn meest pessimistische plaat. Deze liedjes stralen weinig optimisme uit.

Mijn verjaardag & Meisje van 16

UIt 'Nekka 1996'

Zeerover zonder boot

In "Studio Impuls" te Herent neemt Guido in september 1993 het album "Zeerover zonder boot" op. Als producer doet hij deze keer een beroep op Patrick Riguelle, die er een rist gastmuzikanten bij haalt zoals Jean Blaute en Dirk Versmissen, Guido’s broer. Uiteraard speelt Guido's eigen band mee. Vaak gedraaid worden de liedjes Verleden tijd en De schipbreukeling, die ook als single hun weg naar het publiek vinden. Na deze plaat wordt het wat stiller rond Guido Belcanto, ook al blijft hij optreden.

Plaisir d'amour

Qua arrangementen had Guido voor "Plastic rozen verwelken niet" samengewerkt met Dick van der Harst en die samenwerking was wél een meevaller, zo'n goeie zelfs dat Dick niet alleen de arrangementen, maar ook de productie voor zijn rekening neemt voor het volgende album "Plaisir d'amour", dat in 1992 in de winkel ligt. "We kwamen overeen om een puur akoestische plaat te maken. De plaat moest klinken als een klassieke symfonie. Ze zou 12 liedjes bevatten die aan elkaar zouden worden gesmeed door muzikale passages die in verschillende variaties zouden terugkeren. Zo zou het lijken op één grote brok muziek, een soort conceptplaat. Het idee was gewaagd, bij mijn weten nog nooit gedaan door een Vlaamse zanger. Ik wou een plaat maken die je kon beluisteren zoals je een roman leest: als een afgerond geheel." Opvallend is dat de plaat begint met een instrumentaal nummer, de ouverture Dansvloer van de duivel. Belcanto laat zich erg plechtig begeleiden door "L'orchestre d'amour". Muziek en teksten worden ook deze keer door Guido afgeleverd en nu is hij wel tevreden. 15 lappen, smart of niet, in het totaal. Slechts één liedje verschijnt op single, Evelyne, waarmee de platenfirma voor de toekomst wil aangeven dat zij Belcanto niet als een singleartiest zullen profileren. De theaters, zowel in België als in Nederland, zien hem almaar liever langskomen. Vooral zijn unieke aanpak charmeert de organisatoren én het publiek. Belcanto is en klinkt uniek! Eén liedje doet bij sommigen de kaken kleuren, Libido en lege portemonnee.

Ottilia, Tobias en Floris

Belcanto heeft intussen een sterke relatie aangeknoopt met Ottilia. Na een tijdje blijkt zij zwanger te zijn van hem. De derde oktober 1991 brengt zij hun zoon Tobias ter wereld. Drie jaar later, de vijfentwintigste augustus, wordt zijn tweede zoon Floris geboren. Iets later belandt hij in een zware depressie. Hervallen is een betere woordkeuze, want het was hem al eerder overkomen. Het is zijn zus Hilde die de ernst van de zaak onderkent en hem in het ziekenhuis van Turnhout laat opnemen. Die depressie zal vier jaar lang zijn leven domineren. In de zomer van 1997 kruipt Guido stilaan uit een diep dal en wordt het leven voor hem draaglijker. Hij geeft toe dat hij tot dan toe in zijn leven de hoogste toppen heeft bereikt, maar ook door de diepste dalen heeft gelopen.

Mijn verjaardag

Uit 'Zeg maar Jessie'

Een vrouw zien huilen kan ik niet

UIt 'De Zevende dag'

Vlammetjes

Uit 'De Zevende Dag'

Plastic rozen verwelken niet

De ploeg trekt in 1990 naar "Studio Zeezicht" te Spaarnwoude in Nederland, maar het eindresultaat blijft voor Guido tot op de dag van vandaag een gemiste kans. "Plastic rozen verwelken niet" wordt de titel van zijn nieuwe productie. Dit album levert 13 liedjes op, waaronder Vlammetjes het erg goed doet op de radio, een cover trouwens van een nummer van de Nederlandse zangeres Helga. "Vlammetjes heb ik helaas niet zelf geschreven", zegt Guido enigszins ontgoocheld. "Henny vond dat er nog iets ontbrak aan het album en hij liet mij een plaatje horen uit de jaren 60 waar hij dol op was, Vlammetjes. Ik vond de tekst nogal braaf in vergelijking met mijn eigen werk, maar kom. Het werd grijsgedraaid op de radio en de mensen wilden het altijd horen als ik optrad. Ik zong het een tijdje, maar ik vond dat ik er niet hetzelfde gevoel in wist te leggen als in mijn eigen songs." Uiteindelijk houdt Guido aan dit album een kater over. Die ontevredenheid verwoordt Guido als volgt: "Met die plaat was ik niet onverdeeld gelukkig. Ze verkocht niet slecht en ze werd veel op de radio gespeeld, maar ik vond ze té glad klinken. Ze miste iets essentieels: mijn ziel stak er te weinig in. Ik wou het over een andere boeg gooien. Ik wilde mijn artistieke zuiverheid herwinnen. Het mocht niet op een commercieel product lijken, het moest een kunstwerk worden."

Henny Vrienten

In 1990 koppelt zijn platenfirma EMI Guido aan het productietalent van Henny Vrienten, ex-Doe Maar-fenomeen. "De platenfirma had een producer aangezocht: de fameuze Henny Vrienten. Hij woonde in Amsterdam en de plaat zou worden opgenomen in een studio buiten de stad. Hij nam zijn job zeer serieus. Hij ging daarbij niet over één nacht ijs. Hij was een paar keer naar concerten van mij komen kijken en was niet bijster onder de indruk van mijn muzikanten. Misschien was zijn oordeel juist voor wat de plaatopnamen betrof, maar ik vond die gasten méér dan goed genoeg om mee op te treden. Henny vond mijn songs uitstekend en mijn stem ook, maar volgens hem verdiende ik een beter orkest. Ik dacht erover na en we kwamen tot een minnelijke schikking. Ik aanvaardde het om met zijn muzikanten te werken (zijn orkest The Magnificent Seven), maar de mijne moesten op minstens twee songs vertegenwoordigd zijn. Ik bezocht Henny dikwijls bij hem thuis. In zijn werkkamer discussieerden wij dan over de plaat die we zouden maken. Hij stelde zich op als een strenge, goedmenende leraar", aldus Guido.

Op het zeildoek van de botsauto's

Uit 'De Joskes'

Droevig is deze wereld

UIt 'Drie uur Jessie'

Baccarabeker

Guido Belcanto neemt deel aan de Baccarabeker in de ploeg van Brabant o.l.v. Lou De Pryck. Guido zingt 'Droevig is deze wereld' en 'Mijn voeten bleven staan'.

Baccarabeker

Door Lou Deprijck (bekend als producer van de hit Ça plane pour moi en van de groepen Two Man Sound en The Hollywood Bananas) wordt hij in 1989 gevraagd om deel te nemen aan de "Baccara Beker" in het "Casino van Middelkerke" als lid van de Brabantse ploeg. Hij vormt een team samen met Boogie Boy en Kathleen Vandenhoudt, die zowel de personality- als de persprijs in ontvangst mag nemen, maar de Brabantse ploeg valt wel buiten de prijzen.

Op het zeildoek van de botsauto's

Uit 'Moet kunnen'

Op zoek naar romantiek

Belcanto is al 35 wanneer hij in 1989 zijn eerste platendeal weet te versieren en dat wordt het album "Op zoek naar romantiek". In eigen beheer had Guido die liedjes al veel eerder opgenomen, maar platenfirma EMI is zo vriendelijk die opnamen over te kopen en officieel in de markt te zetten. "De toenmalige directeur van platengigant EMI wilde de opnames, die ik in eigen beheer had gemaakt, overkopen en officieel uitbrengen. Een zeer aimabel gebaar. De plaat werd een groot succes en mijn naam was definitief gevestigd." Titels als Rode lampen en Kom mee naar boven laten niets aan de verbeelding over. Een radiohit wordt Op het zeildoek van de botsauto's, intussen uitgegroeid tot een Vlaamse klassieker. In dit liedje denkt Belcanto terug aan de tijd dat op het "Robsonplein" in Turnhout de jaarlijkse kermis neerstreek. Vooral de muziek die ze daar draaiden, liet bij hem sporen na. Liedjes van Roy Orbison, Adamo, Françoise Hardy, Tom Jones. De grootste muzikale sensaties uit die jaren zestig blijven voor hem echter The Beatles en The Rolling Stones, een keerpunt in de populaire muziek. Nog altijd vindt hij dat die plaatjes uit zijn jeugd de top zijn, dat de muziek nadien nooit meer hetzelfde niveau heeft bereikt en dat het sindsdien met de populaire muziek steeds verder bergaf is gegaan.

De dag dat mijn meisje me verliet

Uit 'Vlaanderen erger je niet'. Guido Belcanto zingt De dag dat mijn meisje me verliet & De jeugd van tegenwoordig.

Plastic rozen

Uit 'Klim op'

Carte Blanche

Programma Carte Blanche met de liedjes "De jeugd van tegenwoordig", Mijn voeten bleven staan", "Je betekent niets als niemand om je geeft", "Als ze eet", "De dag dat mijn meisje mij verliet", "Rode lampen en haven-vampen".

Boulevard of Broken Dreams

Tot zijn eigen verbazing wordt hij gevraagd om op te treden tijdens "Marktrock" op de Oude Markt in Leuven. Guido had nochtans zijn imago niet mee. "Ik paste niet in het plaatje van ideale schoonzoon, een imago waar Vlaamse zangers destijds hardnekkig naar streefden. Als ongeschoold muzikant roeide ik met de riemen die ik op dat moment voorhanden had. Vrolijk fluitend trok ik mij van dit alles niets aan en deed naarstig voort. Met een nul aan scholing kwam ik als straatzanger terecht op de keurig geboende planken van theaters en cultuurhuizen in Vlaanderen en Nederland." En dan gaat Guido pas echt de baan op. Het buitenland wenkt. "Met het muziekcircus Boulevard of Broken Dreams ging ik op tournee en trad op in Parijs en Hamburg. Ik werd geïnterviewd voor "Playboy" en "Penthouse". Kortom, ik was beroemd en ik had nog niet eens een plaatje opgenomen. Het bezorgde me niet de geringste frustratie. Ik wist dat mijn tijd nog moest komen. Bovendien beschouwde ik het zangerschap nog altijd als een taak en niet als een carrière."

Zeg, ben jij ook zo eenzaam

Uit 'Met Mike in zee'

Guido Belcanto en het Orkest Zijner Dromen

Omdat hij enorm geboeid is door het theater en enige vorm van glitter en glamour hem niet vreemd is, pakt hij in 1985 uit met een eigen theatershow "Guido Belcanto en het Orkest Zijner Dromen", naar zijn zeggen een recital van levensliederen voor mensen in hun volwassenheid. Zijn eerste optreden lanceert hij in het "Theater Paljas" in de buurt Zurenborg op de grens tussen Berchem en Borgerhout, nabij de Dageraadplaats, goed voor 50 zitplaatsen. "Het werd een recital van levensliederen voor mensen in hun volwassenheid. Het was een instantsucces. Ik kreeg direct aandacht in de pers en werd gevraagd voor radio-interviews en tv-optredens. Bijna van de ene dag op de andere werd ik bekend als een curiosum in de Vlaamse showbizz. Het was iets nieuws dat ik bracht, men kon mij met niemand vergelijken. Dat was mijn grote kracht en tegelijk mijn handicap. De platenmaatschappijen waren op de hoogte van mijn bestaan, maar durfden het risico niet aan om deze vreemde eend een contract aan te bieden. In die tijd lag het Nederlandstalige lied ook niet zo goed in de markt. We spreken hier immers over het pre-VTM-tijdperk."

Guido Belcanto

Stilaan ontdekt Guido ook dat hij met zijn stem en liedjes mensen weet te raken en besluit fulltime met zijn job bezig te zijn. Guido beschouwt zijn vak van dan af als een ware roeping. Hij zingt dan wel liedjes in de stijl van Johnny Hoes en aanverwanten, maar tekstueel staan zijn songs veel sterker. Hij zingt ook over totaal andere thema's: zelfmoord, prostitutie, sadomasochisme, travestie. Het publiek moet er wel aan wennen. Dit is een stijl tot dan toe ongehoord. Dat hij een Belcanto-formule zou hebben bedacht, vindt Guido nog altijd een onterechte opmerking. Het kwam allemaal als vanzelf, niet vooraf uitgedokterd. Steeds vaker wordt hij in het bruinekroegencircuit in Antwerpen uitgenodigd. Hij gaat op zoek naar een geschikte band om hem te begeleiden. Hij klopt aan bij accordeonist Ludo Tips en gitarist Richard Dielen. Ludo Dockx wordt na enig zoekwerk zijn bassist. Zij moeten ook een naam hebben. "Het Orkest Mijner Dromen" lijkt Guido meer dan geschikt. Hij noemt zich voortaan Guido Belcanto. Guido klinkt vrij behoorlijk Italiaans, Belcanto is snel verzonnen.

De Eerste Nacht van de Smartlap

Eind jaren 70 houdt Guido een cafeetje annex feestzaaltje "De 1000 Appeltjes" open in de buurt van de Paardenmarkt. Na een jaar geeft hij er de brui aan. Hij heeft geen zin om de rest van zijn leven naar het gelal van inhoudloze zuipers te luisteren. Hij is dan 27 en wil een nieuwe richting inslaan. Hij besluit voor het volle pond zanger te worden, niet meer met Engelstalige liedjes, maar in zijn eigen moedertaal met een voorliefde voor het levenslied en de smartlap. Samen met accordeonist Jakke gaat hij, met een oude Vauxhall als vervoermiddel en gespoten in de kleuren van voetbalclub Antwerp, de baan op. "Na tien jaar spelen in rock-'n-roll- en dansorkesten raapte ik al mijn moed bijeen en begon een carrière als straatzanger samen met de Antwerpse volksheld Jakke de Zeeman. Wij vormden een duo met accordeon, gitaar en zang en brachten een repertoire van smartlappen dat varieerde van Edith Piaf, Bobby Prins, de Zangeres Zonder Naam en liedjes van mezelf." In Antwerpen wordt in "Den Hopsack" de zangwedstrijd "De Eerste Nacht van de Smartlap" georganiseerd. Hij en Jakke zijn de winnaars. Zij voelen zich als de apostelen van het levenslied. Zij moeten wél doorbijten, want niet iedereen lust hun stijl. Nu eens worden ze op applaus onthaald, dan weer zit er niet méér in dan wat boegeroep. Hij tilt echter het genre van het levenslied van het begin af aan op een hoger niveau door er zijn ziel in te leggen en door met het genre ernstig om te springen. "Wij schuimden het Vlaamse land af en traden onaangekondigd op in cafés, restaurants, bars, op barbecues en in bordelen. Het was een heldhaftige en avontuurlijke periode. Wij werden bejubeld en bespot, op handen gedragen en weggehoond. We waren koning en tegelijkertijd clochard. We lagen in de goot, maar speelden de sterren van de hemel."

The Gigolo's

Samen met zijn broer Dirk, met Jakke de Zeeman, Ludo Janssens en Bob Campenaerts, een ontzettend goede drummer, richt hij The Gigolo's op. Vanwaar die naamkeuze? Hij wil vrouwen vooral dienen, als een soort gigolo. Muzikaal zweren zij bij rockabilly zoals die door de in die tijd furore makende Stray Cats wordt neergezet. Mocht je je enig idee willen vormen hoe dat geklonken moet hebben, luister dan eens naar Guido's latere versie van That's All Right Mama. Zij delen het podium met onder meer The Kids, De Kreuners , The Scooters en TC Matic. Drie jaar zal dat verhaal duren.

Speedy King and His Feetwarmers

Hij komt in 1975 al zingend en musicerend stevig aan zijn trekken in het inmiddels door hemzelf opgerichte groepje Speedy King and His Feetwarmers. Het orkestje is zes man sterk met voorop zijn jongere broer Dirk. Omdat de meeste leden in Herentals wonen, wordt dat ook hun oefen- en thuisbasis. Zij voelen zich vooral in het café- en jeugdclubcircuit erg in hun sas. Rock-'n-roll uit de fifties maakt hun repertoire uit. Zij krijgen succes en Guido verliest stilaan zijn schroom tegenover de meisjes. Hij begint hun aandacht te smaken. Een hoogtepunt in hun vierjarig bestaan is het feit dat zij in 1978 de finale bereiken van "Humo's Rock Rally" in de "Beursschouwburg" in Brussel. Zij nemen ook een elpee op, "Breaking Up The House", en nemen 500 persingen mee naar huis. Als Guido er nu naar luistert, schaamt hij zich diep. De plaat klinkt ruw en onaf. Hij compenseert die ontevredenheid met een aantrekkelijk lief, de 24-jarige Annemarie. Hij gaat bij haar inwonen. Hij is vooral geraakt door haar intelligentie. Zij neemt hem mee op reis naar New York en Parijs. Met haar komt zijn seksleven op gang. Zijn echte geaardheid houdt hij angstvallig voor zich. Na vier jaar is Annemarie hun relatie beu en zet er een punt achter. Het duurt even voor Guido zich kan herpakken. De muziek wordt weerom zijn grootste troost.

Gegradueerde in de orthopedagogie

Ondanks al dat aantrekkelijks en die dagelijkse verleidingen behaalt Guido toch zijn diploma van gegradueerde in de orthopedagogie. Hij heeft meteen een job te pakken als opvoeder in het jongenstehuis "Ivo Cornelis" in Weelde-Statie, een stevige steenworp van Turnhout verwijderd. Dat opvoeden houdt hij maar een paar maanden vol, want zijn roeping om zanger te worden is te sterk. Hij betreurt het ook dat hij zijn geliefde stad Antwerpen nogal snel de rug heeft toegekeerd. Maar eerst moet hij onder de wapens. Guido speelt zijn twijfelachtige seksuele geaardheid uit, wat niet lukt, en wordt goedgekeurd. Dan zich maar als gewetensbezwaarde laten registreren. Hij belandt de daaropvolgende 20 maanden in de Belgische Mediatheek in Antwerpen, een uitleendienst voor muziekplaten. Twee vliegen in één klap: hij mag zich met zijn hobby bezighouden en hij mag naar zijn geliefde Antwerpen terugkeren. Guido voelt zich hier de koning te rijk. Voor 1000 frank per maand huurt hij een appartementje op de hoek van de Provinciestraat en de Plantin en Moretuslei. Hij is op dat moment nog vrijgezel en pas 22 jaar.

Hogere studies

Na zijn ongelooflijk avontuur in Londen trekt Guido zoals beloofd naar de universiteit van Gent, maar hij houdt dat daar maar een maand vol, keert naar huis terug en vindt een job in een tuinbouwbedrijf in Beerse, een tiental kilometer van Turnhout vandaan. Na een goed jaar ontdekt hij dat dit niet zijn biotoop is, hij voelt zich geen arbeider, dat milieu ligt hem niet. Hij gaat met volle moed opvoedkunde niveau A1 studeren aan de "Schola Para Medicorum" in de Nerviërsstraat in Antwerpen. Hier leert Guido ook het uitgaansleven kennen, onder andere "De Muze" trekt hem aan en het café "De Groene Michel" op de Grote Markt, "Het Pannenhuis" en "De Kroeg" op het Conscienceplein. Ook de alternatieve cafés in de havenbuurt spreken hem duidelijk aan én niet te vergeten de rosse buurt in het Schipperskwartier, voor hem het sodom en gomorra.

Naar Londen

De plannen om met een café te beginnen, bergt Guido snel op en hij gaat aan de slag in de fabriek bij zijn vader. Zijn moeder is daar niet blij mee en weet hem aan te sporen opnieuw te gaan studeren. Zij heeft gehoord dat van de 26 jongens die in de klas van Guido afstudeerden er 18 voor de afdeling geneeskunde hebben gekozen en haar lieve zoon voor een ambitieloos bestaan. Na lang aandringen gaat hij in op haar verzoek, nadat zij hem beloofd heeft dat hij eerst een maand op vakantie mag in Londen, waar Guido, zo vertelt hij later, voor het eerst kennismaakt met de hoeren. In de straten van Soho geraakt hij gefascineerd door deze dames van lichte zeden. Hij leert daar ook de homoliefde kennen door zijn ontmoeting met Bernard Neville, een beroemde modeontwerper in die tijd. Een leerrijke ervaring, maar niet zijn ding. Hij begint zich wel vragen te stellen omtrent zijn seksuele identiteit. In Londen woont hij op Wembley een concert bij van Bo Diddley, Jerry Lee Lewis, Bill Haley, Little Richard en Chuck Berry, niet voor niets zijn grote helden.

Zangwedstrijden

Guido is maar wat blij wanneer hij op zijn achttiende de school mag verlaten. Hij wil niet meer voortstuderen, weet niet wat aan te vangen met zijn leven. Guido wil daarnaast ook zingen, zo vaak en zo veel mogelijk. Hij neemt deel aan diverse zangwedstrijden, waar hij een in het oor springende vertolking geeft van Le Moribond van Jacques Brel. "Mijn succesnummer daar was De stervende( vertaling van Le Moribond) van Brel. Blijkbaar was ik toen al gevoelig voor de dramatische aspecten van het leven. Daarnaast dweepte ik ook met de Franse zanger Renaud en Bob Dylan. Wat mij zo aantrok in die twee was dat zij geen geschoolde zangers waren, zij hadden alles op eigen houtje geleerd, net zoals de Amerikaanse blueszangers."

Riverboat Shuffle

Samen met zijn broer Dirk, die drie jaar jonger is dan hij en wél gitaarles heeft gevolgd, vormt Belcanto een countryduo waarbij de songs van Hank Williams de leidraad worden. Iets later ontmoeten zij Ivo Staes uit Wortel en met hem richten zij het trio Riverboat Shuffle op, waarin zij hun voorliefde voor de muziek van Chuck Berry maar al te graag etaleren in jeugdclubs en cafés in het Turnhoutse. Guido voelt dan al de drang om zijn eigen liedjes te gaan schrijven. Een van zijn eerste songs heet Paperless Toiletblues. Hoe onnozel de titel ook mag klinken, het sterkt hem in de overtuiging dat hij gemakkelijk schrijft en dat voor hem inspiratie voor het grijpen ligt.

De eerste instrumenten

Guido is een jaar of 15 wanneer hij zich zijn eerste instrument aanschaft, een Hohner-mondharmonica. Zijn repertoire beperkt zich tot het spelen van Op de purp'ren heide en When the saints go marchin' in. Twee jaar later maakt hij zich het gitaarspel eigen. Hij koopt de elpee "Let's Work Together" van blueszanger Wilbert Harrison en door mee te spelen met die plaat leert Guido als autodidact aardig op de snaren tokkelen. "Toen ik 16 was en twee gitaargrepen onder de knie had, begon ik mijn eerste liedjes te schrijven. Een goede gitaarspeler ben ik nooit geworden, maar het schrijven van liedjes heeft me sindsdien niet meer losgelaten. Ik had iets ontdekt waar ik talent voor had en het werd onmiddellijk een passie, een verslaving."

Ik heb het gevoel dat ik altijd een zanger ben geweest en dat vanaf mijn geboorte. Er is geen enkele periode in mijn leven geweest dat ik niet heb gezongen.

Guido Belcanto

Middelbare studies

Voor zijn middelbare studies gaat Guido naar het Sint-Jozefcollege bij de paters jezuïeten. Zijn moeder vindt dat Guido een slimme jongen is en stuurt hem naar de Latijn-Griekse humaniora. Hier leert hij met talen omgaan, de juiste woorden gebruiken. Maar Guido is allesbehalve een briljante leerling. Hij ontdekt hier wel twee van zijn grootste talenten: voetballen en zingen. Hij belandt als sopraan in het schoolkoor, onder leiding van pater Renaat Dumont. Voor die man is het koor niet alleen zijn passie, maar ook een prestigezaak. Er moet dus juist en goed gezongen worden. Guido behoort onmiddellijk bij de voorzangers, een elitegroepje van vijf binnen het koor én een enorme boost voor zijn zelfbeeld.

Guido wordt geboren

Op 23 mei 1953 wordt Guido August Constancia Versmissen in Turnhout in een gezin van vijf kinderen geboren. Zijn ouders, August Versmissen en Maria Vanhaute, baten in die tijd in de buurt van de kerk van Wortel het café "In de verzekering tegen de dorst" uit, waar Guido niets liever doet dan naar de plaatjes op de jukebox luisteren. Van zijn moeder erft Guido zijn muzikaliteit, maar ook zijn liefde voor de romans van Guy de Maupassant. Mama was daar dol op.