Francis Bay

¨Francis Bay¨ werd als ¨Frans Bayezt in 1914 in Rijkevorsel geboren als zoon van kleine middenstanders. Zijn ouders waren daar vanuit Mechelen naar toe gevlucht als gevolg van het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. Zij vonden onderdak bij familie op het adres Gammel nr. 31 te Rijkevorsel. Muziek zou zijn leven worden, dat stond vast van in het begin. Toen zijn ouders naar Mechelen terugkeerden, kwam Francis in 1921, hij is dan zeven jaar, als klarinettist terecht bij de plaatselijke harmonie St.- Cecilia. Hij zal in Mechelen aan het muziekconservatorium gaan studeren en vervolgens in Amsterdam bij Oskar Back. In Mechelen behaalt hij in 1929 de eerste prijs klarinet en de eerste prijs notenleer.

Die degelijke muzikale opleiding zou ervoor zorgen dat Francis Bay voor de rest van zijn leven een zeer bekwaam muzikant, dirigent en vooral arrangeur zou worden die zowat elk muzikaal genre aankon. Vooral jazz en bigbands zullen hem boeien. Op zijn negentiende speelt hij in het orkest Roose met optredens onder meer in de "Embassy" in Brussel en in zaal "Eden" in Luik. Hij wisselt regelmatig van orkest. Zo speelt hij in 1935 bij de bands Piet Bemers en Lionel's Club Orchestra.

Bay is ook een uitstekend virtuoos die heel behendig omspringt met zowel de trombone en de klarinet als de altosax en de fluit. In 1935 wordt Francis tijdens een optreden ontdekt door de Deense drummer Boyd Bachmann. Bachmann speelde op dat moment bij het befaamde orkest van Paul Godwin, met name Paul Godwin's Jazzsymphonians. Paul was een ervaren Joordse violist-dirigent van Poolse afkomst die in Duitsland met zijn orkest in de jaren twintig en dertig veel aanzien genoot. Toen Hitler aan het bewind kwam in de loop van de jaren dertig week Godwin eerst uit naar Luxemburg, om zich nadien in Nederland te vestigen. Daar richtte hij een nieuw orkest op met vooral Nederlandse muzikanten. Die band stond in de zomer van 1935 op de affiche van het "Casino-Kursaal Oostende". Ze moesten daar met hun muzikale mix het publiek elke zaterdag, zondag en woensdag, zowel namiddags als ’s avonds, entertainen. Het verhaal wil dat Boyd Bachmann, Francis voor het eerst aan de kust aan het werk heeft gezien. Boyd vertelt aan zijn baas en orkestleider Paul Godwin over zijn contact met Francis en dat hij erg onder de indruk is van diens kunnen. Paul is op zijn beurt snel overtuigd van Francis’ muzikale capaciteiten en nog datzelfde jaar treedt Francis toe tot het orkest om van dan af onder meer regelmatig in Nederland te gaan optreden, onder meer in Scheveningen, Heerle en Valkenburg.

In de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog moet Godwin zijn orkest opdoeken en gaat Francis met de Zweedse muzikant Boyd Bachman een nieuwe band vormen die in heel Europa bekend zou worden. Vooral Nederland wordt hun werkterrein met een hele rist optreden van de maand november 1939 tot en met de eerste mei 1940 wanneer de Tweede Wereldoorlog uitbreekt. Vervolgens ligt Francis Bay in 1943 mee aan de basis van het orkest van Dick Willebrandts en gaat nadien spelen bij in de jaren veertig en vijftig bekende orkesten. Een van zijn paradepaardjes wordt de in die periode ontzettend populaire band The Ramblers. Dat orkest was in 1926 opgericht door Theo Uden Masman, oorspronkelijk een zevenmansformatie. Toen de radio almaar meer een rol ging spelen, gingen The Ramblers voor de AVRO optreden. Stilaan groeide het orkest uit tot een heus dans-en-showorkest. Na de bevrijding gaat Francis een tijdje spelen bij het Nederlandse orkest The Skymasters en duikt hij ook op in de band van Pi Scheffer. De 24ste augustus 1946 lezen we in het Nederlandse tijdschrijft "Muziek" dat Boyd Bachman weer op tournee is in Nederland, na een rist concerten voor de ENSA, Entertainments National Service Association, een vereniging die al vanaf het einde van de jaren dertig instaat voor de ontspanning van de Britse en geallieerde troepen. Francis sluit zich met veel plezier en inzet weer aan bij Boyds orkest. "De repetities zijn in vollen gang en onder muzikale leiding van Boyd's compagnon Francis Bay- den welbekenden Belgischen musicus en arrangeur, die zich hier vooral naam heeft gemaakt bij de Red, White and Blue Stars en De Ramblers. Er wordt hard gewerkt aan een geheel nieuw programma dat, behalve de laatste buitenlandsche schlagers én Hollandsch repertoire waaronder van Boyd en Francis zelf, tevens tal van nieuwe shows inhoudt, waarvoor in hoofdzaak Boyd's brein verantwoordelijk is en die vanzelfsprekend onder zijn leiding worden ingestudeerd." Ook internationaal laat het orkest van zich horen met in 1947 optredens in Zürich, Amsterdam, Rotterdam en Zweden. Die tournee eindigt de eerste september van dat jaar in Gent.

Nadien besluit Francis op zelfstandige basis te gaan werken. Hij keert terug naar België waar gij in de Hoogstraat nr. 38 in Mechelen gaat wonen. Op zijn vierendertigste richt hij zijn eigen combo op en treedt in Mechelen op in onder meer "Zaal Arend" en "Zaal Royal". Vanaf 1952 treedt Francis vaak op in Brussel, onder andere in de "Claridge" en in "Châlet des Rossignols". Hij vindt een vaste stek van1952 tot begin 1955 in de Brusselse " Nouveau Gaity". Bay heeft zich inmiddels ontpopt tot een veelzijdig musicus: trombonist, klarinettist, altsaxofonist, arrangeur én orkestleider. In zijn combo horen we onder anderen Clement de Mayer, Guy Dossche en Armand Van de Walle aan het werk.

Francis ontpopt zich almaar meer als arrangeur en componist die hier en daar gevraagd wordt om muziek te schrijven voor de soundtracks van enkele Nederlandse en Duitse films. Dat belet hem niet zich intens bezig te houden met de uitbouw van een eigen orkest. In tegenstelling tot wat de meesten van ons onthouden hebben, begon Francis Bay eerst bij onze collega’s van de RTB voor hij in 1955 bij de BRT met z’n eigen bigband mocht beginnen. Hij gaat daarmee van start op vraag van toenmalig programmator Bob Boon. Het jaar nadien winnen zij "De Gouden Gondel" in Venetië tijdens een wedstrijd voor Europese bigbands. Het orkest bestaat dan uit zestien vaste muzikanten, aangevuld met zestien strijkers.

Jo Leemans werd vanaf de tweede helft van de jaren vijftig het vocale uithangbord van het orkest van Francis Bay. Waar de een opdook, zag je ook de ander. Zij verplaatsten zich als het ware constant in mekaars kielzog. Francis zal Jo vaak begeleiden tijdens de opnamen van een groot deel van haar hits: Marjoleintje, Ware liefde, Que sera sera, Herfstsymphonie en Diep in mijn hart.

Het orkest van Francis Bay stond in 1958, het Expojaar, volop in de belangstelling. De BRT had het orkest toen naar voren geschoven om een beetje als hun paradepaardje te fungeren tijdens talrijke radio–en tv-uitzendingen die toen op het getouw werden gezet. Dat was ook de periode dat Freddy Sunder als gitarist-zanger bij het orkest was terechtgekomen. 1958 is ook het jaar dat Francis met zijn orkest een aantal keren opdook in de toenmalige hitlijsten. Zo vinden we hem de eerste oktober op de tweede plaats terug met zijn versie van Patricia, dat dat jaar in de Amerikaanse charts een grote hit was voor de band van Perez Prado. De eerste december staat Francis op vier in de hitparade genoteerd met nog een cover van Perez Prado, ook wel de koning van de mambo genoemd, met de single Paris. Intussen is Francis in de Landbouwstraat 79 in Mechelen gaan wonen.

Bay zet 1959 stevig in met een zevende plaats in de hitlijsten met zijn versie van de klassieker Manhattan Spiritual. Vanaf dan gaat het voor Francis Bay en zijn orkest continu in stijgende lijn. Hij stond op een en het zelfde podium met de bekende bigband van Benny Goodman. In 1958 produceerde Francis Bay zomaar liefst tweeëntwintig elpees, waaronder de allereerste stereo-opname in Europa (RCA had iets voordien de allereerste stereo-elpee in Amerika gelanceerd). Uit die lange reeks onthouden we er een paar. "Swingin' High" met daarop Lady be good, One o'clock jump (bekend in de versie van een van Francis' grote voorbeelden Count Basie), Jive at five en April in Paris. Vooral zijn latinogetinte elpees zoals "Pradomania" en "Viva" scoren uitstekend, vooral in het buitenland. Vergeten we ook niet zijn hommage aan een van zijn grote voorbeelden Stan Kenton op het album "Kentonality" dat hij in 1958 opnam met daarop bekende nummers zoals The peanut vendor, Lover en How high the moon. Intussen zijn die vinylen platen stuk voor stuk collector's items geworden. Omdat Bay op dat moment regelmatig odes brengt aan jazzgrootheden is het jazzlabel Omega nogal in hem geïnteresseerd. Die firma was in 1954 opgericht door Dave Hubert die besloot vanaf 1958 elpees uit te brengen op zijn Omega Disk-label. In die periode verschijnen van Francis op dat Amerikaanse label platen als "Swinging Sweet Trumpet", een hommage aan Harry James en zijn orkest, " The Bay Big Band plays Duke Ellington" en "The Bay Big Band - The Forties". Dat label zal de elpees van Francis Bay ook in Engeland verdelen. Verzamelaars zijn intussen naarstig op zoek naar die platen, onder meer de single All I Do is Dream of You, gekoppeld aan Will You Still Be Mine.

Ook internationaal rijst de naam en faam van Francis Bay. Voor de Spaanse markt brengt hij op het Philips-label bijvoorbeeld in 1959 een ep uit als Francis Bay y su orquesta met daarop Not Too Loud, Manhattan Spiritual, Dos Guitarras en Corazon de mélon. Voor de Amerikaanse markt is er op het Omega-label het album "Swingin' night people" met daarop onder meer bewerkingen van de standards I only have eyes for you, Bye bye blackbird, That old feeling, As time goes by en For you. In die tijd werkte Francis met degelijk geschoolde en onderlegde muzikanten als trombonist Albert Mertens, drummer Armand Van De Walle, trompettisten Edmond Harnie en Jean Courtois, pianist John Evens, saxofonisten Pros Creado en Frans L 'Eglise. Binnen deze context toch even aanhalen dat Bay in Amerika naast Omega ook een deal sloot met het label Premier Albums Inc. dat in 1959 in New York was opgericht en nogal veel aandacht besteedde aan de stereokwaliteit van hun platen, in die tijd nog een soort curiosum op het gebied van weergave van muziek. Op hun sublabel Directional Sound brachten ze voor de Amerikaanse markt een aantal elpees uit die Bay onder een schuilnaam produceerde. Als John Evans, naar zijn pianist Jean Evans, verschenen platen als "Latin Brass" en "Percussion Sound of the Big Band" en als Don Catelli elpees zoals "Passionate Percussion" en "Potent Percussion".

Tijdens een van de weinige interviews die van Francis Bay in de VRT- archieven bewaard zijn gebleven, vertelde hij aan Nick Bal wat nu precies de aantrekkingskracht van zijn orkest uitmaakte: “Orkesten als Mantovani en Helmut Zacharias hebben hun eigen sound, hun eigen klankkleur. Die kunnen het zich permitteren op dat uniek geluid te teren. Wij als radio-orkest kunnen dat niet. We spelen amusementsmuziek in de breedste zin van het woord. We spelen gemiddeld zo’n viermaal per week in opdracht van de BRT. Ons orkest is samengesteld als een soort dansorkest: vijf saxen, drie trombones, vier trompetten en drie ritmen. Ik stem onze stijl af op de smaak van ons publiek, voor een groot deel bepaald door de keuze van het juiste repertoire."

Vanaf 1959 duikt Francis Bay voor de eerste maal op als dirigent tijdens de BRT-deelname aan het "Eurovisiesongfestival". Hij zal trouwens vanaf 1961 ook heel nauw betrokken worden bij de "Canzonissima"-preselecties. Samen met Bob Benny reist Bay in 1959 voor de eerste maal als dirigent naar Cannes en dirigeert daar in het "Palais des Festivals" het festivalorkest tijdens Benny’s bijdrage Hou toch van mij dat met een zesde plaats wordt bekroond. Winnaar wordt Frankrijk met Oui oui oui oui gezongen door Jean Philippe. Het orkest wordt tijdens de Franse deelname geleid door de legendarische dirigent Franck Pourcel. Het hoeft ons dan ook niet te verwonderen dat ze backstage heel veel over arrangeren en dirigeren praten. In 1961 reist Bay samen met Bob Benny opnieuw naar Cannes, deze keer voor de zesde editie van het "Eurovisiesongfestival" waar Benny voorlaatste eindigt met September, gouden roos. Bay zal Benny ook begeleiden tijdens de plaatopname van dit nummer. In 1963 staat Francis samen met Jacques Raymond op het podium die in Londen tiende eindigt met Waarom? Hij is er ook bij wanneer Louis Neefs in 1967 in Wenen behoorlijk uitpakt met Ik heb zorgen en twee jaar later in Madrid met Jennifer Jennings. Bay blijft dat Eurovisiesongfestivalverhaal volhouden tot aan zijn pensioen wanneer hij in 1979 samen met Micha Marah op het podium van het "Binyenei Ha’Uma Center" in Jeruzalem verschijnt tijdens de vierentwintigste editie van het "Eurovisiesongfestival". Hij dirigeert Micha en het festivalorkest in een liedje van Guy Beyers en Charles Dumoulin Hey Nana.

Er verschijnen ook vaak ep's van Bay's orkest op de platenmarkt, singletjes met daarop vier liedjes. Nogal gezocht door verzamelaars zijn onder meer "Too much tequila" uit 1960 met daarop onder andere Chiquita en Torna a Surriento en het in 1961 opgenomen "Copacabana" met naast de titelsong ook Maria-la-o en Un poquito del tu amor.

Omdat Francis Bay almaar meer door de BRT wordt opgeëist om voor hen te gaan werken, doekt hij in de loop van de jaren zestig zijn bigband op. Een orkest waar hij honderden albums mee heeft opgenomen. Zo is er in 1965 het album "Francis Bay's Latin Beat" met daarop songs als Mama Inez, Malagueña en Perfidia. Het jaar nadien scoort hij veel lof met "Big Band Sound-Big Hits of Harry James, Ted Heath & Artie Shaw" met daarop instrumentale parels als Hot Toddy, 's Wonderful, Moonglow en Begin the beguine. Het jaar nadien is er onder meer de elpee "Memories of Benny Goodman" waarmee hij in het jazzmilieu in Amerika van zich doet spreken. In 1968 is er op het Philips-label de elpee "Big Band Stereo" met daarop dansante versies van Copacabana, Tequila, Maria-la-o en Caravan. Datzelfde jaar is er ook de release van "Stereo Juke Box Party", bewerkingen van evergreens als Amapola, Fascination, In the Mood, Eso es el amor en Acercate mas. Een aantal critici vinden het een gemiste kans dat Bays solisten haast nooit de gelegenheid kregen om te improviseren. Maar hun samenspel wordt wel als vlekkeloos gequoteerd. Het orkest kon rekenen op heel wat bewonderaars. De bekende Amerikaanse tv-presentator Ed Sullivan was een grote fan van hen. Hij wou hen in 1967 uitnodigen voor een optreden in zijn razend populaire tv-show, maar de BRT kon het orkest geen weekje missen, dus werd het hele verhaal aan de kant geschoven. Datzelfde jaar ontbindt Bay zijn orkest. Die muzikanten komen dan terecht bij het jazzorkest van de BRT onder leiding van Etienne Verschueren. Francis Bay richt een splinternieuwe bigband op die van dan af haast non-stop voor televisie gaat werken. Bay deinst er niet voor terug tonnen arrangementen uit te schrijven en zelfs liedjes te componeren tot en met kinderliedjes voor Tante Terry toe, waaronder Huimpje duimpje dat Tante Terry samen met Bays orkest en het kinderkoor De Meiklokjes op plaat zet.

Francis Bay heeft tijdens zijn loopbaan zowel voor- als tegenstanders gekend. De voorstanders houden nog altijd vol dat zijn orkest muzikaal-technisch gezien een van de meest homogeen klinkende van dat moment was en de tegenstanders beweren op hun beurt dat hij geen typisch eigen geluid kon produceren en dat hij tot in de perfectie een kopie is gebleven van zijn Amerikaanse voorbeelden Harry James, Tommy en Jimmy Dorsey en Les Brown. Toch waarderen zijn muzikanten hem als dirigent enorm en begrijpen velen maar al te goed dat hij de teugels stevig in de hand moest houden. Jo Leemans herinnert zich nog zoveel kleine details van hun samenwerking. Dat hij op weg naar het zoveelste concert graag even halt hield om in een of andere dorpskerk wat te gaan bidden, even te gaan bezinnen. "Ik ging naar vrienden in het café", zegt Jo, "Francis ging naar God". Hij was een zeer gelovig man, maar daarom nog geen heilige. Hij was een man van uitersten, een perfectionist ook die behoorlijk uit zijn sloffen kon schieten als het niet naar wens verliep .

Op het einde van de jaren zeventig is het Francis Bayverhaal afgelopen. Internationaal gezien was de belangstelling voor zijn elpees wat afgenomen, al deed hij in Europa nog van zich spreken. Toen hij zevenenzestig werd - hij had van de BRT al twee jaar langer mogen werken dan wettelijk was toegelaten omdat ze niet meteen een geschikte vervanger vonden - werd er een examen uitgeschreven en kwam Freddy Sunder als nieuwe dirigent uit de bus. Aan Francis werd beleefd gevraagd zijn dirigeerstok aan Sunder door te geven. Het was alsof ze hem de grootste liefde van zijn leven afnamen. Hij beschouwde het als een persoonlijke aanval op zijn jarenlange inzet en zijn veelzijdig talent en hij heeft dat de VRT een lange tijd kwalijk genomen. Maar zijn niet alle rasartiesten zo? Sterven ze niet allemaal een beetje wanneer ze het podium definitief moeten verlaten?

Francis Bay overleed op maandag de vijfentwintigste april 2005. De dag voordien publiceerde "Het Nieuwsblad" het volgende: "Koning Boudewijn was fan van Francis en nodigde hem uit om op zijn trouwfeest te komen spelen. Tot over de grenzen ging zijn roem, want in Amerika vroegen ze hem voor muziek bij de tv-serie "Lassie". Toen Bay met pensioen moest, hoefden de huldeconcerten voor hem niet. ,,Ik moet geen grootse finale beleven. Ik heb voor de muziek en het orkest geleefd'', zei hij toen. ,,Ik heb mijn werk gedaan als ieder ander. Muziek maken, een orkest leiden, arrangementen schrijven, dat is werk zoals dat van de timmerman of de schoenmaker en helemaal geen specialiteit of iets bijzonders.'' Dat Bay ooit in het Vlaamse geheugen gegrift zat, bewijst het zinnetje dat Raymond van het Groenewoud aan hem wijdde in zijn klassieker Vlaanderen boven uit 1978. Langzamerhand verdween Bay echter uit dat collectieve geheugen, want van het Groenewoud schrapte in 2002 het zinnetje toen het lied opgevist werd als officieus nieuw Vlaams volkslied. Toen een journalist van "Het Nieuwsblad" hem daarover belde, antwoordde Bay hem: ,,Het doet mij absoluut niets. Ik luister bijna niet meer naar de muziek van vandaag. Er zit niets interessants tussen. Waarom zou ik nog met muziek bezig zijn? Toen ik vijfenzestig was, wilde ik nog graag doorgaan met het tv-orkest, maar ze hebben me gedwongen om met pensioen te gaan. Terwijl ik denk dat ze me vandaag zouden smeken om te blijven, misschien met nog een premie erbovenop.'' Wat hij op dat ogenblik, in 2002, zoal deed? ,,Met mijn vrouw genieten van het leven. We wensen niet meer in de pers te komen.''

Francis en zijn vrouw kregen twee kinderen. In 1935 werd Georges geboren (hij overleed in 1985). Georges was erg muzikaal en bespeelde de klarinet en de piano. Hij maakte ooit deel uit van het orkest van Jimmy Frey . In 1950 werd Leo geboren.

Naar aanleiding van de honderdste verjaardag van Francis Bay in 2014 werd in zijn geboorteplaats Rijkevorsel de tweeëntwintigste augustus een concert op het getouw gezet waaraan vier muziekkorpsen deelnamen. De presentatie was in handen van Connie Neefs die dankbaar gebruik maakte van beelden uit het rijke VRT-archief. De achttiende november 2015 bracht Connie opnieuw een eresaluut aan Francis Bay, deze keer samen met Gery's Big Band en met als centrale gaste Jo Leemans . De aanwezigen werden getrakteerd op foto's uit het familiearchief van Francis' zoon Leo Bayezt.

tekst en research : Marc Brillouet © 2016 Daisy Lane & Marc Brillouet