Ferre Grignard

Delen S
Bekijk DiscografiesLees Biografie
De uitvinder van de anti-protestsong
Hij werd een ster tegen wil en dank!

De Muze is weer open

Hoe blij zou Ferre geweest zijn, mocht hij dit nog hebben kunnen meemaken. Op 23 maart 2017 lezen we in "Gazet van Antwerpen" dat barman Joris Vyt het café heeft overgenomen en de zaak heeft opgefrist zonder wat aan de autenthieke sfeer te veranderen. "De Muze hoort bij Antwerpen. De afgelopen maanden was er een donker gat op de Melkmarkt. Blij dat die periode nu voorbij is", aldus een trouwe en opgetogen klant. Op donderdag 23 maart gingen omstreeks zeven uur de deuren voor het grote publiek weer open.

De Muze is dicht

35 jaar na het overlijden van Ferre Grignard vernemen we via de media op woensdag 24 januari 2017 dat De Muze definitief de deuren sluit. De zaak zal failliet worden verklaard. De Muze was méér dan vijftig jaar een vaste waarde aan de Melkmarkt in Antwerpen. Financieel ging het De Muze al een tijdje niet voor de wind. Wat er verder met het café zal gebeuren, is nog onduidelijk.

The Hash Bamboo Shuffle

Op donderdag 12 februari 2015 was de muziek van Ferre Grignard voor het eerst in jaren weer te horen in "De Muze". De groep The Hash Bamboo Shuffle bracht die dag moderne versies van Grignards klassiekers op het podium van het Antwerpse café "De Muze". The Hash Bamboo Shuffle, een band bestaande uit muzikanten van wie de vaders Ferre Grignard nog goed gekend hebben, bracht iets eerder een plaat uit waarop nummers als Ring, ring I've got to sing, Drunken sailor en We want war een eigentijdse versie kregen.

Ferre Grignard Integraal

In 2014 verscheen bij Universal de langverwachte verzamelbox "Ferre Grignard Integraal", met daarin, naast zijn vier albums, de cd "Lost Tracks" met daarop onder meer liveversies van songs als Drunken sailor, Alabama Sound en Ring, ring, I've got to sing.

Belpop

Op maandag 21 oktober 2013 zond Canvas in de reeks "Belpop" een portret uit van de Ferre. Deze documentaire werd ingekleurd met getuigenissen van onder anderen zijn broer Roger Grignard, zijn echtgenote Krie De Vylder, de uitbater van "De Muze" Walter Masselis, manager Louis De Vries, gitaristen Bov Poncelet en William Deckers en kunstschilder Fred Bervoets.

Expositie Ferre Grignard

In het CC "Sint-Andries" in Antwerpen liep van 1 tot en met 29 april 2011 een expositie over het leven en werk van Ferre Grignard: kunstenaar, muzikant en vooral ook dwarsligger, zoals zij hem afficheerden. "De culturele en maatschappelijke omwentelingen die in de jaren zestig plaatsgrepen, waren de setting voor zijn merkwaardige leven." De oogst van zijn talenten werd tentoongesteld in beelden afkomstig uit herinneringen van vrienden en collecties van verzamelaars.

De Eregalerij

Tijdens het gala van de "Eregalerij" werd Ring, ring, I've got to sing op vrijdag 9 november 2007 in het "Casino van Knokke" postuum gelauwerd. De jury schreef in haar rapport: "_Ring, ring, I've got to sing klinkt als 'n typische jaren 60-protestsong die door iedereen kan worden meegezongen. Die ook een enorm breed publiek aanspreekt door een goede tekst die heerlijk doorleefd door Ferre Grignard vertolkt wordt. Het liedje kan op gelijk welk podium gebracht worden en is een perfecte weerspiegeling van de jaren zestig. Het nummer gaat over het racisme dat nog altijd heerste bij de Afro-Amerikaanse bevolking ten tijde van de oorlogen in Korea en Vietnam. De Ferre schetst in zijn songs op zijn manier een beeld van de maatschappij hoe die er in zijn tijd uitzag, wat er allemaal om hem heen gebeurde. Hij goot die in simpele pop- en bluessongs." Die avond kreeg Hans Kusters, toeval of niet, de trofee "Onvergetelijk".

40 jaar De Muze

Reportage over 40 jaar De Muze. Met interviews met Jan Van Den Braak en Tony Rombouts

Asteroïde en andere hommages

Dat Grignard in Vlaanderen zijn sporen heeft verdiend en nagelaten, staat buiten kijf. Vooral een aantal groepen uit de Antwerpse pop- en rockscene geven toe dat ze door Ferre Grignard zijn beïnvloed met voorop dEUS en Zita Swoon. In 2002 schrijven Wigbert Van Lierde en Bart Plouvier het boek "Captain Disaster" over het wel en wee van de Ferre. Het Ferre Grignardplantsoen in de buurt van de Zwaantjesstraat wordt naar hem genoemd en zelfs de bescheiden asteroïde YP5 draagt zijn naam. Voeg daar nog de Eregalerijonderscheiding voor zijn bekendste song Ring, ring, I've got to sing aan toe en je hebt het concrete bewijs dat we de Ferre nog lang niet vergeten zijn. Wigbert gaat dat jaar on the road met zijn tour "Yellow You, Yellow Me", genoemd naar de gelijknamige meezinghit van Ferre uit 1967. Het wordt een hommage aan de Ferre middels zijn bekende en minder bekende songs.

Tentoonstelling "Ferre Grignard, zanger-schilder"

In 2001 wordt van 2 februari tot 15 april in het Provinciaal Centrum "Arenberg" de retrospectieve tentoonstelling "Ferre Grignard, zanger-schilder" georganiseerd. Talrijke persoonlijke documenten, zeldzame platenhoezen, foto's, etsen, een vijftigtal tekeningen en schilderijen belichten minder bekende aspecten van deze legendarische figuur. Pronkstuk is zijn gitaar!

Ferre Total

Reportage over de tentoonstelling Ferre Total

Overlijden

Via het OCMW van Antwerpen geraakt Ferre Grignard aan een appartementje waar hij de laatste weken van zijn leven kan slijten. Hij overlijdt op 8 augustus 1982, op 43-jarige leeftijd, in het Universitair Ziekenhuis van Edegem. Hij rust op het Kleine Erepark R van het Schoonselhof in Antwerpen. In Gazet van Antwerpen lezen we: "Zaterdagmorgen kwamen familie en vele vrienden uit de beginjaren bijeen bij het graf van Grignard op het Schoonselhof. Nadien woonden ze het hommageprogramma in Galerij De Zwarte Panter bij. Broer Roger was er, zijn eerste vrouw Krie, zijn zoon en zijn boezemvriend Fred Bervoets. Ook aanwezig waren de Muze-stichter Walter Masselis, Ferres eerste manager Bob Leonard en Hans Kusters, die hem een contract bij Philips bezorgde.

Ring, ring, I've got so sing

Uit Hit Hit Hoera

Ongeneeslijk ziek

Begin jaren tachtig wordt Grignard ziek, erg ziek! In het ziekenhuis stellen de dokters keelkanker vast. "Dat hij ongeneeslijk ziek was, heeft hij mezelf verteld", aldus Krie De Vylder. "Hij heeft het wel niet meteen aan zijn ouders verteld, hij hoopte nog op herstel en wou hen op die manier sparen. Hij bleef in zijn binnenste nog enige hoop koesteren. We hebben elkaar in die periode veel gezien en we hebben veel gepraat. In de mate van het mogelijke heb ik ervoor gezorgd dat hij onze zoon zo veel mogelijk kon ontmoeten." Zijn broer herinnert zich nog dat Ferre in het ziekenhuis tekeningen is beginnen te maken in Oost-Indische inkt. Die werden tentoongesteld in Galerij "De Zwarte Panter" van zijn vriend Adriaan Raemdonck.

Problemen met de belastingen

Bob Leonard, medewerker van Ferres manager, Louis De Vries: "Die tegenslagen waren niet zo abnormaal. Dat lag aan de Ferre zelf. Hij lapte nogal graag alle regels aan zijn laars, zeker die van de muziekbusiness. Dat succes in 1966 is ook zo snel gekomen. Hij genoot er met volle teugen van. Hij ging in een mooi herenhuis wonen, het geboortehuis van Peter Benoit, waar hij musiceerde en schilderde, maar vooral feestte met een pak vrienden die daar bij hem inwoonden. Het kwam voor dat hij met een optreden tien- à vijftienduizend frank verdiende en dat hij een paar dagen later honderd frank kwam lenen om brood te kopen. Hij scheurde ook systematisch alle belastingbrieven stuk, zodat na een tijd alle royalty's automatisch naar de fiscus gingen. Het was één grote knoeiboel!" Hans Kusters is er nog altijd van overtuigd dat die breuk met Philips Ferres carrière definitief de mist in heeft geholpen. Krie bleef al die tijd met haar ex contact houden. Ook zij weet nog goed dat hij in de knoei zat met de belastingen: "Hij had in geen drie jaar nog belastingen betaald. Zowat alles wat hij bezat en verdiende, werd aangeslagen. Dat gebeurde vooral via Sabam, zijn auteursrechten werden via die weg door de belastingen geïnd. Wat trouwens nog steeds zo is. Hij kon alleen maar overleven dankzij de steun van zijn ouders en zijn broer Roger, die wat orde probeerde te brengen in zijn paperassen, voor zover dat tenminste nog lukte." In 1979 werd de inboedel van Ferre Grignard openbaar verkocht.

Café Anglo

Uit Café Anglo met Ferre Grignard en Derrol Adams

I warned you!

In 1978 zoekt Hugo Spencer contact met Ferre om nog eens een plaat op te nemen. Intussen stond de Ferre terug daar waar hij begonnen was. Hij zat weer stevig aan de drank. Hij gaat opnieuw heel bescheiden wonen. Gelukkig zijn er nog zijn moeder en een tante die hem bevoorraden en zorgen dat hij toch wat geld heeft om rond te komen. Hij geraakt opnieuw in zijn oude biotoop, "De Muze", verzeild. Hij gaat op het voorstel van Spencer in, wat in de maand april resulteert in de release van het album "I warned you!" Oorspronkelijk heette die plaat "On my dying bed", maar dat vond de platenfirma niet commercieel klinken. Deze plaat is een soort statement, al zag Ferre het zelf niet zo. Wat te denken van songs als On my dying bed en Orphan Blues. Die plaat is ook geen hoogvlieger qua verkoop.

10 jaar De Muze

Uit Kortweg

LP Ferre Grignard

Ferre Grignard sluit in 1972 een nieuwe platendeal, deze keer met Disques Motors, het label van de Franse producer Francis Dreyfus. Hij brengt de elpee "Ferre Grignard" uit. Ferre laat zich voor deze plaat nogal inspireren door Bob Dylan. In het totaal neemt hij acht songs op, waaronder Diggin' my potatoes, Cool it baby, Be my guest Lord, She's back en The Muze. Hij schrijft deze nummers samen met Michel Overkom en Jozef Hermans. Het is duidelijk te horen dat zijn roots toch in de traditionals en de blues liggen. In de pers lezen we dat Ferre was geëvolueerd naar een stapje hoger door zijn nummers meer vorm mee te geven en hij was ook veel beter ingespeeld op zijn medemuzikanten, die hier een uitstekende set bij elkaar spelen.

De scheiding

Het huwelijk met Ferre was intussen voor Krie geen makkie. "Met de komst van zijn succes ging hij almaar meer drinken en doken er almaar meer vrouwen in zijn leven op. Dat zorgde voor veel spanning tussen ons. Wij besloten in 1969 uit elkaar te gaan. Er was ook vaak geldgebrek waardoor ons huwelijk niet meer leefbaar was." Die scheiding valt de Ferre zwaar. Omdat Ferre zijn zoon na zijn echtscheiding wil blijven zien, wordt er naar een oplossing gezocht. "Na onze scheiding spraken wij om de veertien dagen af bij de grootouders Grignard in Antwerpen. Daar kon Ferre dan zijn zoon ontmoeten. Dat lukte vrij aardig op de momenten dat Ferre nuchter was. Of hij zag zijn zoon tijdens familiefeestjes en vakantieperiodes", aldus zijn ex Krie. Volgens haar was Ferre niet meer dezelfde als toen ze hem in het begin kende: "Hij veranderde door de drank in een wat afwezige, norse, onverschillige en, volgens zijn vriend Wannes van de Velde, weemoedige man." Ferre gaat tussendoor ook wel eens met zijn zoon naar de bioscoop en naar de zoo. Die zoon zal later uitblinken als student. Aan de universiteit van Brussel behaalt hij zijn diploma geneeskunde en wordt nadien radioloog, verbonden aan het ziekenhuis te Zottegem. Intussen telt Ferre Grignard drie kleinkinderen: Amber, Florian Ferre en Aenea. Zij is de meest creatieve van het drietal en droomt ervan in de voetsporen van haar opa te treden. Zij volgt toneel aan het "Ringtheater" te Hamme en nam in 2015 deel aan "De Sterrenstudio", georganiseerd door Studio 100. In dit programma kunnen would-be podiumbeesten, nachtegalen en danstalenten zich helemaal uitleven op het podium.

Captain Disaster

Zijn troubles met platenfirma Philips is een periode waarin Ferre tot overmaat van ramp geen nieuwe songs mag inblikken en er ook geen platen meer worden uitgebracht. In 1969 lanceert Barclay nog snel de elpee "Captain Disaster". Releases moesten toen vooral geld opbrengen, het moest sowieso commercieel klinken. Op dit album horen we een andere Grignard dan we tot dan toe gewoon waren. In Tell me now zijn er zelfs strijkers binnengeslopen. Zijn stem wordt vervormd. Ferre durft zelfs hier en daar te experimenteren. De productie is in handen van Ricky Stein en de arrangementen worden geschreven door Jean-Claude Petit, bekend van zijn producties voor onder meer Claude François en Alain Chamfort. Captain Disaster wordt op single uitgebracht met op de B-kant Tell me now. We lezen daarover: "Een opmerkelijk weetje is dat Ricky Stein de plaat "Captain Disaster" producete en dat hij nadien de manager van Fela Kuti zou worden. Het album deed niet echt veel en nadien zou Ferre nog meer problemen hebben."

Barclay

Hij kreeg het in de loop van de jaren zeventig ook aan de stok met zijn platenfirma Philips. Het was zijn toenmalige manager Louis De Vries die Grignard verpatste aan de grote Franse firma Barclay. Walter Masselis: "Ferres optreden in de Olympia was zo'n groot succes dat een week later de beroemde Franse producer en platenbaas Eddie Barclay ineens in De Muze stond om Ferre het hof te komen maken. Drie dagen heeft hij hem met allerlei beloftes het hoofd op hol gebracht. Hij zou van hem de vedette van Parijs maken en wat al niet meer. Uiteindelijk had hij beet. Ferre heeft aan een cafétafel in De Muze zijn contract met Barclay getekend. Het domste wat hij ooit gedaan heeft, want er is toen een juridische strijd tussen Barclay en Philips begonnen die drie jaar heeft geduurd, met als uitkomst dat beide partijen Ferre hebben laten vallen. Volgens mij is dat de doodsteek geweest voor zijn carrière. Ineens kon hij geen nieuwe plaat meer uitbrengen en had hij geen steun meer van een platenfirma. Tot overmaat van ramp werd zijn inboedel in beslag genomen wegens achterstallige belastingen."

Benefiet Sint-Pauluskerk

Uit Tienmagazine. Reportage i.v.m. de benefiet t.v.v. de slachtoffers van de brand in de Sint-Pauluskerk in Antwerpen.

Boekenbeurs 1967

Reportage Boekenbeurs 1967 n.a.v. het boek Ferre Grignard door Walter Roland.

Problemen in het huis van Peter Benoit

Ferres carrière schoot als een raket de hoogte in, maar het ging voor hem veel te snel. Van de ene op de andere dag was hij een rijke jongen geworden die op een bepaald moment in het geboortehuis van Peter Benoit ging wonen en zich daar omringde met een twintigtal kameraden met wie hij schilderde en vooral feestjes bouwde en zich letterlijk lazarus dronk. Dat rijkelijk bestaan vloekte evenwel met zijn zwerversziel. Hij wilde "echt leven"! Hij wilde de nonchalante zanger blijven waarvoor men hem aanzag en adoreerde. Hij maakte van zijn inkomsten een behoorlijk zootje. Hij hield er geen boekhouding op na, hij weigerde systematisch zijn belastingen te betalen, wat verzandde in een ruzie met Vadertje Staat, die na een tijdje al zijn inkomsten uit royalty's ging blokkeren.

Tienerklanken

Digging my potatoes

Uit Tienerklanken. Opname in De Muze

Drunken sailor

Uit Tienerklanken, opname in De Muze

Engagement

Geheel in overeenstemming met zijn imago als langharige beatnik, leed Grignard het leven van een bohemien. Zijn toenmalige manager Louis De Vries voegt daaraan toe: "Ten onrechte werd Ferre weleens als een provoartiest aangeduid. Ferre was nooit politiek of sociaal geëngageerd, maar maakte wel furore in de periode van de provohappenings in Antwerpen en vele sympathisanten zoals de kunstenaars Fred Bervoets of Panamarenko waren zijn vrienden. Bovendien trad hij veel in De Muze op en zat hij er dagelijks zijn pintje of witteke te drinken, zodat de link voor de hand lag. Zijn kleding en uiterlijk gaven natuurlijk ook aanleiding om dat te denken. Anderzijds was er niets fake aan Ferre. Hij zei en deed wat hij wou en kleedde zich ook naar eigen goeddunken. De enige echte happening in volle provoperiode waaraan wij ooit hebben meegedaan, was een commerciële stunt van het platenlabel Phonogram in Amsterdam, waarvan Ferre niet op voorhand op de hoogte was en dat, zoals vooraf verhoopt, de voorpagina van De Telegraaf haalde. Een mooi, maar lang verhaal. Voor de rest beperkte zijn engagement zich tot gratis optredens voor benefiets zoals het "Pop for Medicaments", dat ik ten voordele van de Humanitaire Werkgroep X (anti-Vietnamoorlog en medicijnenactie) organiseerde."

Drunken sailor

Op die eerste elpee dus de traditional Drunken sailor en ook dat nummer slaat als single aan en geraakt op het einde van 1966 tot op de zestiende plaats in de Top Dertig. Drunken sailor gaat terug op een oud Engels zeelied. Het was het enige lied dat de matrozen van The Royal Navy mochten zingen tijdens hun lange boottochten. Het is eigenlijk een typische worksong die de crew zong wanneer op grote schepen de zeilen werden gehesen. De melodie werd ontleend aan de oude Ierse dansmelodie Oro, you are welcome home, in 1824 in gedrukte vorm verschenen. De tekst dateert van veel vroeger. Het lied werd intussen vaak bewerkt en gecoverd door onder meer James Last, The Swingle Singers en Pete Seeger. In 1980 scoort de Nederlandse groep Babe, in een productie van Peter Koelewijn, hiermee een hit en een jaar later de Duitse groep Dschinghis Khan, geproduceerd door Ralph Siegel. In 2006 is het de beurt aan Sanne , die het als Dronken zeeman op haar album Cowboy's sweetheart zet. Een jaar eerder gebruikte Toyota het in een van zijn Amerikaanse commercials.

Hamburg

Om de Ferre sterallures aan te meten, stond in zijn curriculum, opgesteld door zijn platenfirma, dat Ferre Grignard aan de Academie voor Schone Kunsten afstudeerde en dat hij in Amerika zijn muzikale inspiratie wat was gaan aanscherpen. Zijn broer Roger weet maar al te goed dat van dat alles niets waar was: "Ferre is nooit ofte nimmer in Amerika geweest. Hij had zelfs een duivelse schrik van vliegen!" Los van de vele mythes die er rond zijn figuur ontstaan zijn, staat het wel als een paal boven water dat Grignard van 30 september tot 2 oktober 1966 optrad in de legendarische "Star-Club" in Hamburg, waar The Beatles vanaf augustus 1960 tot en met eind 1962 nog furore maakten. In diezelfde stad deelde Grignard in 1967 het podium met Jimi Hendrix.

Cover Claude François

Op 30 april 1966 staat Ring, ring, I've got to sing op de tiende plaats genoteerd in de Top Dertig. In Frankrijk covert Claude François, in een productie van Les Reed, het nummer. Hij schrijft samen met Vline Buggy de Franse tekst C'est moi... c'est moi.

Johnny Hallyday

Vlak na zijn optreden in de Parijse "Olympia" klaagt Grignard het Franse popidool Johnny Hallyday aan omdat die een bewerking had gemaakt van zijn hit My crucified Jesus. Die cover zelf kon hem niet zo veel schelen, maar wel dat Hallyday er een tekst op had geschreven die volgens de Ferre beledigend was tegenover de hippies in het algemeen en Grignard in het bijzonder.

Olympia

Met die lange haren en zijn rebelse houding was de Ferre een exponent van zijn tijd geworden. Zijn hippie-uiterlijk zorgt ervoor dat hij ook in het buitenland inslaat als een bom met als kroon op het werk niet alleen veel geld, maar ook een optreden in de Parijse "Olympia". Daarover Walter Masselis in een babbel met Humo: "Dat was een optreden dat ik nooit zal vergeten: eigenlijk speelde Ferre daar het voorprogramma van de grote Franse ster Antoine (een soort Franse blauwdruk van Bob Dylan), maar daar was niks van te merken. Ferre had veel meer succes dan Antoine." Grignard moet toen toch een beetje trots zijn geweest? Vrienden weten van wel, innerlijk toch, maar hij liet dat nooit blijken. Dat beaamt ook zijn broer Roger: "Er was altijd zo'n zweem van onverschilligheid tegenover dat succes bij hem aanwezig en hij wou die indruk van onverschilligheid naar de buitenwereld in stand houden." Ferres vader bekeek dat vanop afstand. Er was weinig affectie tussen hen beiden. "Het was niet het succes dat ons vader beoogde", aldus Roger. "Voor ons vader was succes hebben omhoogklimmen op de sociale ladder. Dat leven van mijn broer, gekoppeld aan tijdelijk succes, zag hij niet zo zitten. Maar ons moeder compenseerde dat rijkelijk. Zij was erg opgezet met het succes van haar zoon. Zij hield dan ook nauwgezet alles bij wat over hem te lezen viel en over hem gepubliceerd werd."

Ring, ring, I've got to sing

Uit Tienerklanken

LP Ring, ring, I've got to sing

Na de hit met Ring, ring, I've got to sing neemt Grignard een gelijknamige langspeelplaat op. Er staan een paar traditionals op. Diggin' my potatoes, Drunken sailor, een rock-'n-rollnummer Maureen en nog zo wat.

Hans Kusters

Voor Grignard komt de kip met de gouden eieren langs in de persoon van Hans Kusters, toenmalig talentscout bij het Philips-label, die meteen de hitpotentie van Ring, ring, I've got to sing onderkent. Een platendeal met Philips was snel gesloten en er werd een gloednieuwe versie van Ring, ring, I've got to sing ingeblikt. Naast Ferre zaten toen in de studio: George Smits op gitaar en mondharmonica, Emilius Fingertips op wasbord en Johan Koopmans op contrabas. Hans gaf later in een gesprek met ons toe dat toen hij het nummer voor de eerste keer hoorde, hij niet doorhad dat het liedje zo commercieel was. Wel viel hem van in het begin de poëtische tekst op, geschreven in een voor die tijd behoorlijk Engels, dat erg neigde naar slang-Amerikaans.

Jazz Bilzen

In 1965 staat Ferre Grignard op de affiche van "Jazz Bilzen". Op zondag 5 september willen de organisatoren een amateurfestival op kwalitatief hoog niveau brengen met tussen de hobbygroepjes enkele professionele acts. Ondanks het mindere weer komen toch honderden betalende bezoekers opdagen. Onder hen ook een horde beatniks die voor de obscure Ferre Grignard supporteren. Hij blijkt de revelatie van het festival. Voor de toegangsprijs van vijftig frank krijgt het publiek in Bilzen zestien bands te zien met als top of the bill Champion Jack Dupree. Een jaar later siert Ferre opnieuw de affiche. Hij heeft evenwel een geweldige offday en wordt naderhand in de pers afgemaakt.

Opname Ring, ring, I've got to sing

In "De Muze" werd aan jong talent de kans geboden zich wat in de kijker te spelen en te zingen: Jan De Wilde, Wannes Van de Velde en Ferre Grignard. Ferre begon hier eveneens als barman, maar door zijn almaar groeiende succes bij het aanwezige publiek gaat hij vaker optreden, elke donderdag, samen met George Smits op gitaar en mondharmonica en Miel De Somer op wasbord. Walter Masselis besloot om van Ferres populairste nummertje Ring, ring, I've got to sing een singletje te maken. Dat werd opgenomen in een Antwerpse club waar ze een bandopnemer hadden staan. Het singletje werd geperst op vijfhonderd exemplaren, die voor een klein bedrag aan de klanten verkocht werden. In een mum van tijd waren die de deur uit.

De Muze: Een pseudoartiestenkroeg die als een kameleon de modetrends leek te volgen, fungeerde een tijdje in Antwerpen als het magische centrum. Hier werd Ferre Grignard een soort hogepriester.

Paul Van Mossevelde

Walter Masselis

Walter Masselis, de baas en oprichter van "De Muze" (samen met Tone Pauwels), die toen nog aan de academie in Antwerpen studeerde, speelt een belangrijke rol in de carrière van Ferre. Hij stichtte ook in Kortrijk heel wat cafés, zoals "De Vagant", waar er vaak optredens waren. In 1962 opende hij samen met kleinkunstzanger Antoon De Candt artiestenkroeg "'t Krotekot" in Kortrijk. Hij was eind jaren zestig de medestichter van "Bar Choque" op de Vlasmarkt in Kortrijk en de toenmalige rebelse kroeg "De Shakespeare" in de Jan Persijnstraat. Zijn cafés waren bruine kroegen met muziek op plaat en een lange toog. Walter overleed de eenentwintigste januari 2015.

Zoon Ferdinand

De eerste maart 1963 wordt hun zoon Ferdinand geboren, die meteen als Ferre wordt aangesproken. Ferre was dolblij en fier met zijn zoon. In het moederhuis schreef hij voor hem de song The Zoo. Hij was een zachte, lieve vader die goed kon spelen met zijn zoon.

Gard Sivik

Begin jaren 60 gaat Ferre in een steegje in de buurt van de Paardenmarkt wonen en vestigt zich daar als kunstschilder. Hij leert er het pleintje de Stadswaag kennen. In de jaren zestig ontdekten kunstenaars deze buurt en werd de Stadswaag zodoende een hip uitgaanscentrum met jazzcafés en experimenteel theater. De Ferre gaat daar hier en daar op gezette tijden als gitarist en blueszanger optreden. Hij komt op zekere dag in de "Gard Sivik" terecht. Hier krioelt het van de studenten van de academie, maar ook van de nabijgelegen Sint-Ignatius Handelshogeschool. Voor hem een gedroomd publiek. Omdat de Ferre niet uitsluitend van zijn kunstwerken kan leven, begint hij in de "Gard Sivik" als barman. Hier leert hij onder meer Wannes Van de Velde kennen.

Krie De Vylder

In 1964 opent in Antwerpen dus het theatercafé "De Muze" zijn deuren. Dit wordt de place to be voor alternatief Antwerpen. Zijn aanstaande vrouw, kunstschilderes Krie De Vylder, zus van een vriend van de Ferre, leert hij hier kennen. Krie heet eigenlijk Christiana. Zij liep als kind altijd rond met kersrode kaakjes en daarom noemde haar familie haar Kriekje, maar toen ze groter werd, vond ze dat niet meer zo leuk en dus werd het Krie. In de Kuipersstraat in Antwerpen deelde haar broer samen met Ferre een atelier. Daar ontmoette ze hem in de maand januari 1960 voor het eerst. Op 18 september 1962 trouwen ze in Antwerpen. Maar het werd geen sprookjeshuwelijk, integendeel. Ferre was toen nog niet bekend en om de touwtjes aan elkaar te knopen nam hij qua werk aan wat zich aanbood. Krie weet nog heel goed dat ze vaak verhuisden.

Legerdienst in Lombardsijde

Na zijn studies gaat Ferre naar het leger om er zijn dienstplicht te volbrengen. Hij komt terecht in Lombardsijde (Nieuwpoort) bij het luchtafweergeschut. Veel geoefend als militair heeft hij daar niet, want hij mocht onder meer de muren van de officiersmess decoreren met zijn kunsten. Nadien kwam hij bij enkele grafische firma's terecht, maar dat liep niet van een leien dakje, want in de schaduw en voetsporen van bazen lopen, was niet Ferres sterkste kant. De verstandhouding tussen Ferre en zijn vader wordt daardoor almaar slechter. Die conflicten leiden ertoe dat Ferre het ouderlijk huis in stilte verlaat en alleen gaat wonen.

Eerste groepje

Tijdens zijn schooljaren richt Ferre naar aanleiding van een schoolfeestje een groepje op. Een wasbord, een theekist, een gitaar en een mondharmonica. Pure skiffle dus, die iets later in blues overglijdt. Zij nemen zelfs aan een liedjeswedstrijd deel, die ze ook winnen, en daarmee is de aanzet voor zijn latere zangcarrière al deels een feit. Roger herinnert zich nog: "In zijn klas zaten er enkele kornuiten die hun mosterd bij de Engelse skiffle van Lonnie Donegan waren gaan halen. Op een goedkope en vrij eenvoudige manier werd er muziek gemaakt. Met enkele akkoorden geraakte je toen al heel ver. Het viel nog in de smaak bij de medeleerlingen ook en zo is dat almaar verder uitgegroeid tot het fenomeen Ferre Grignard."

Stedelijk Instituut voor Sierkunsten

Begin jaren vijftig trok Ferre naar het atheneum te Berchem. Het eerste jaar moest hij al trissen. Zijn broer liet hun ouders weten dat het misschien goed zou zijn, mocht Ferre naar de Academie voor Schone Kunsten trekken, maar dat zag hun vader niet zo zitten. De academie was volgens hem de springplank naar leegloperij enzovoort. Het werd uiteindelijk het Stedelijk Instituut voor Sierkunsten in de Cadixstraat in Antwerpen. Ferre specialiseerde zich in boekillustraties en behaalde zijn diploma met onderscheiding. Hier leerde hij etsen, tekenen, schilderen enzovoort.

De jeugd van Ferre

Thuis hing er haast altijd muziek in de lucht omdat de radio frequent aanstond. Meteen na de Tweede Wereldoorlog gaat Ferre naar de Stedelijke Jongensschool op het Kiel. Hij gaat, net als zijn broer, naar de scouts, waar hij tijdens heel wat scoutsmeetings en kampen niet alleen voortreffelijk theater speelt, maar ook graag muziek maakt. Dat samen naar de scouts gaan, vormde een hechte band tussen beide broers. Roger over zijn broer Ferre: "_Als kind was hij geen goede leerling op school. Hij had verstand genoeg, maar totaal geen belangstelling voor de leerstof. Zijn schriften stonden vol met tekeningen, daar ging zijn aandacht naar uit, naar het creatieve. Niemand in de familie wist waar die belangstelling of dat talent vandaan kwam. Mijn broer had een zeer zonnig karakter. Het dolce far niente lag hem erg goed. Dat maakte hem blijgezind en opgewekt. Op de lager school was dat geen probleem.

De geboorte van Ferre

Fernand Karel Louisa Grignard werd op vrijdag 13 maart 1939 in het Moederhuis aan de Vinkenstraat in Antwerpen geboren! Zijn vader was Fernand Ghislain Joseph Grignard, gehuwd met Maria Helena Joanna Jansen. Na de Tweede Wereldoorlog bouwden zijn ouders een huis in de Letterkundestraat te Wilrijk. Hier zal Ferre het grootste gedeelte van zijn jeugdjaren slijten. Ferre had een broer Roger, die de eenentwintigste augustus 1931 was geboren, acht jaar ouder dus.