De Nieuwe Snaar

Eerste instrumenten

Op zijn achtste kweekt Jan een haat-liefdeverhouding met een groene melodica. Voordien had hij van Sint-Nicolaas al een xylofoontje en een blokfluit gekregen. Die melodica kwam goed van pas in het schoolorkestje waarvan hij deel uitmaakte. Hier maakte Jan kennis met de heimatliederen van onder meer Armand Preud'homme. Wanneer Jan later overschakelt op de accordeon, erft broer Kris die melodica en sluit zich op zijn beurt bij dat schoolorkest aan. Zij werden ook op jonge leeftijd ingeschakeld als misdienaars en waren dito verplicht mee te zingen in het jongenskoor Heikrekels, opgericht door de jonge onderpastoor Herman Van Dessel. Zo kon je hen horen kwelen tijdens eucharistievieringen en huwelijksmissen. Achteraf had dit voor beide heren dit voordeel dat hun stem ontzettend goed getraind werd én zij kregen daar ook notie van diverse stijlen. Ze zongen zelfs een canon van Bach en een lied van Benjamin Britten. Van pa had hij al eerder een ukelele cadeau gekregen, een instrument dat vanaf die dag een soort fetisj wordt en dat hem zijn carrière lang zal begeleiden. Hij sleurde dat instrument vaak mee naar school om daar met een paar vrienden muziek te maken. Wanneer Jan naar de Vrije Middelbare School in Mechelen trekt, moeten de ukelele en de accordeon het afleggen tegen de gitaar. Dat stond beter om je tienernek, zag er iets meer macho uit.