Bobby Prins

Delen S
Geboren in Itegem
op 19 juli 1947
Jozef Troonbeeckx
Bekijk DiscografiesLees Biografie
"Zolang ik gezond blijf, vind ik het een geschenk om te mogen zingen."
Het sprookje van Bobby Prins

70

Op 19 juli 2017 wordt Bobby Prins 70. 's Namiddags organiseert hij in het gezelschap van vele collega's in het Casino van Blankenberge zijn grote verjaardagsshow. Die dag verschijnt ook zijn autobiografie waarin Bobby voor de eerste keer in alle oprechtheid zijn verhaal vertelt: onder meer over zijn grote passie voor de muziek, over hoe zijn tomeloze inzet hem naar de pillen deed grijpen en hoe hij regelmatig strijd leverde met zijn verslaving. Maar hij kwam telkens terug, vooral dankzij de steun van zijn trouwe fans. Waar Bobby's geheugen hem in de steek laat, worden de herinneringen in het boek aangevuld door enkele bevoorrechte getuigen én met het oprechte en bijwijlen ontroerende relaas van zijn vier kinderen.

Liefde inspireert

Na het album "Bel me, I love you" uit 2014, brengt Bobby Prins precies een jaar later de cd "Liefde inspireert" uit. Zoals je uit de titel kan afleiden, liet Bobby zich bij de keuze van de liedjes inspireren door de liefde: Ik kan jou niet missen, Maar ik heb jou, Na jou komt er nooit meer een ander, Daar zijn echte vrienden voor enz. Speciaal voor dit album nam hij zijn allergrootste hit Sancta Maria opnieuw op.

Ik wil blijven zingen tot in de kist. Zolang ik gezond blijf, vind ik het een geschenk om te mogen zingen.

Bobby Prins in Het Laatste Nieuws

Hou me vast

Bobby Prins brengt Hou me vast in Het Muziekcafé op Radio 2.

Sancta Maria

Bobby Prins speelt zijn grootste hit, Sancta Maria in Het Muziekcafé op Radio 2.

Een halve eeuw op de planken

In 2013 pakt hij uit met de gloednieuwe show Bobby Prins, een halve eeuw op de planken. Aangespoord door zijn fans brengt Bobby in 2013 op het VNC Label (Vincent Producties) het album Ik heb je zo nodig uit, geproduceerd door Johan Hense met daarop liedjes zoals Als een meisje moeder wordt, Jouw mooie blauwe ogen, Ik heb je zo nodig en Wil je met me dansen.

Jubileum

De 2de augustus 2012 wordt Bobby 65 en hij viert dat in zaal De Rozenberg in Oud-Heverlee samen met het showorkest Muzikantenstad van Eddy De Vos, de Popkoning, De Melando's, Luc Van Meeuwen en Salim Seghers . Eind 2012 verschijnt bij Jesa Productions Een album vol dromen in een productie van Laurens van Wessel, die onder meer Frans Bauer produceert, en Jeannot Heeren. In amper drie weken tijd worden er méér dan drieduizend exemplaren van verkocht. Voorafgaand aan dat album scoort Bobby bij onze noorderburen nog een hit met de single Zo helder blauw.

Sancta Maria

Bobby Prins zingt zijn hit Sancta Maria in de laatste show.

Bobby herpakt zich

In 1996 krijgt hij tijdens het joggen een hartaanval en moet revalideren. Optreden zit er dan niet meer in. Maar Bobby herpakt zich. Een jaar later is er het album Terug van weggeweest. Op dit album covert Bobby golden oldies zoals Ask me en I'm yours van Elvis Presley, Eighteen Yellow Roses van Bobby Darin en Hurt van Timi Yuro. Er is ook de opvallende cover Ik bewonder jou van Johnny Lamers waarmee hij vooral bij de Nederlandse zenders scoort.

Het ijzer smedend terwijl het heet is brengen ze de verzamelaar Bobby Prins door de jaren heen uit, 32 van zijn grootste hits op een dubbelaar. In 2000 neemt hij voor platenfirma Paprika Records het album Niets ter wereld kan ons schelen op met niet onaardige versies van Bimba Bella, Pledging My Love, De winter was lang en A woman in love.

Met producer Manfred Jongenelis blikt hij een jaar later eveneens de cd Memories in met daarop zestien stroken lang covers van onder meer Memories are made of this, Een huisje in Montmartre, I'll never fall in love again en In the Misty Moonlight. In 2008 is Bobby, die zo te zien zijn hart aan de Nederlanders verpand heeft, toe aan het album Een hartje van goud. Ook nu weer kiest hij een mix van Engels-en Nederlandstalige liedjes.

Sancta Maria

In 1990 brengt Bobby nog eens Sancta Maria, dit keer Op het terras.

Moet kunnen

Bobby Prins en Ingrid brengen samen het nummer Moet Kunnen.

Moeilijke periode

Bobby kan de druk niet meer aan, zeker niet de beslommeringen die het opdoeken van zijn orkest en het proces met Johnny Hoes met zich hebben meegebracht. Hij wordt depressief en geraakt verslaafd aan de peppillen. Bobby kan het niet meer aan live op te treden.

Twee jaar later vindt hij de moed om opnieuw te gaan optreden. De fans hebben hem gelukkig niet in de steek gelaten. Bobby ziet het weer helemaal zitten, maar is toch teleurgesteld als hij merkt dat hij ondanks de komst van VTM en Tien om te Zien geen comeback kan forceren.

Begin van het einde

Voor het programma Hitring brengt Bobby Prins Begin van het einde.

Tegenslag

Er ontstaat onenigheid binnen zijn begeleidingsgroep. Bobby beslist met pijn in zijn hart The Sound Express na twaalf jaar op te doeken. En daar blijft het niet bij. Bobby lag nog altijd onder contract bij Johnny Hoes. Die had al die tijd met lede ogen staan toekijken hoe Bobby onder de vleugels van Monopole de ene hit na de andere in Vlaanderen scoorde. Hoes laat het daar niet bij zitten, trekt naar de rechter en Bobby wordt in het ongelijk gesteld. Dat kost hem uiteindelijk zoveel geld dat hij in 1985 failliet wordt verklaard.

Nochtans blijft hij intussen platen opnemen. Hits worden onder meer Mona Lisa, Lover Please, Mockin' Bird Hill en Mandolins in the Moonlight, om de fans van zijn Engelstalige liedjes te plezieren. In de Vlaamse Top Tien vinden we hem terug met hits zoals Marinaio, Ik zal die avond nooit vergeten, Zomerzon en _Maria Magdalena.. In de BRT Top Dertig horen we hem de negende april 1983 lekker uitpakken met zijn cover van Mockingbird Hill.

Zijn eerste nummer 1

Op zekere dag ontmoet Bobby een vroegere vriend van hem, Luc Derdin, die na een lang gesprek Bobby weet te overtuigen over te stappen naar een andere platenfirma, Monopole van Jean Lambrechts. Die neemt, ook al zit Bobby op dat moment nog onder contract bij Johnny Hoes, met hem het nummer Te Jong van Noël Lambré op. Johnny kan zijn eigen oren niet geloven wanneer hij weken later hoort dat zijn singletje de 29ste december 1979 op één staat in de Vlaamse Top Tien.

De vrije zenders duiken links en rechts op, ontdekken een pak golden oldies en programmeren maar wat graag Engelstalige plaatjes. Inpikkend op die vraag besluiten ze met Bobby ook eens een nummer in het Engels uit te brengen en dat wordt in 1979 I fought the law waarmee de Amerikaanse zanger Bobby Fuller in 1966 al een hit had gescoord. Het is nog niet meteen je dat qua resultaat, maar met de opvolger Pretend, een cover van de Carl Mannhit, is het wél bingo. De tweeëntwintigste maart 1980 staat Bobby op zesentwintig in de BRT Top Dertig.

Gesterkt door de overtuiging dat dit de weg is die Bobby moet blijven bewandelen, afwisselend Nederlands- en Engelstalige liedjes uitbrengen, beslissen ze het nummer Toe kom in mijn armen te releasen. De derde mei 1980 verneemt Bobby van zijn platenfirma dat hij opnieuw op één staat in de Vlaamse Top Tien. Ook de volgende single Alleen is maar alleen wordt een dikke hit. Ook in de Top Dertig zijn die twee nummers terug te vinden.

Ik zoek een dorp

Ik zoek een dorp, brengt Bobby Prins tijdens het radioprogramma Zappa.

Singles bij de vleet

Dankzij die hit wordt Bobby samen met zijn orkest een veel gevraagd artiest. Met Hoes heeft hij een deal gesloten elk jaar twee singles en een elpee uit te brengen. In een productie van Johnny Hoes en arrangeur Jean Kraft brengt Bobby in de loop van de jaren zeventig een rist singletjes op de markt zoals: Bella signorita, De kleine prins, Bianca en in 1977 Toe meisje neem de telefoon.

De kleine prins

Bobby Prins zingt De kleine prins tijdens het radioprogramma Zappa.

De zon in mijn hart

Bobby Prins zingt De zon in mijn hart tijdens het radioprogramma Zappa.

Sancta Maria

In 1965, Bobby is dan achttien, neemt hij zijn eerste plaatje op Een gitaar en een zomernacht. Méér dan wat plaatselijk succes zit er op dat moment niet in. Hij wil met een eigen orkest optreden en richt in 1972 The Sound Express op. Hij trekt zijn stoute schoenen aan en gaat aankloppen bij Telstar, de platenfirma van Johnny Hoes. Zij kiezen voor het liedje Sancta Maria met op de B-kant Twee bloedrode rozen.

Bobby staat met zijn versie van Sancta Maria de 27ste januari 1973 op de drieëntwintigste plaats van de Top Dertig in Het Belgisch Hitboek. Hij zal zes jaar moeten wachten om er nog eens in op te duiken.

Bobby Prins wordt geboren

Bobby werd als Jozef Troonbeeckx de negentiende juli 1947 in Itegem in een gezin van drie kinderen geboren. Pa was vloerder die na een dag van hard labeur als ontspanning graag 's avonds thuis accordeon speelde. Hij stond erop dat zijn drie zonen muziek zouden studeren, maar alleen Bobby bleek muzikaal te zijn.

Op het einde van zijn lagere school in Heist-op-den-Berg gaat Bobby noten leren en probeert het bespelen van de accordeon zo goed mogelijk in de vingers te krijgen. Hij is zo bezeten door muziek en dat instrument dat hij niet meer wil voortstuderen. Op zijn dertiende heeft Bobby al een eerste prijs accordeon op zak. Hij had intussen ook de gitaar ter hand genomen én ontdekt dat hij een aardig mondje kon zingen. Dankzij dat talent komt hij bij het orkest The Hit Boys terecht en iets later bij het in die tijd bekende begeleidingsorkest van Marcel Sterckx. Bij The Hit Boys doet Bobby Prins aardig wat ervaring op.