Bobbejaan Schoepen

Zijn eerste plaat

In 1948 begint Bobbejaan zijn eerste plaatjes op te nemen voor het Deccalabel. Als geen ander gaat hij voor eenvoud in zijn liedjes, die mogen volks klinken, daar hebben de mensen recht op. Op 78 toeren verschijnt De trappers van Alaska, gekoppeld aan Ik wil zo graag gaan trouwen. Het publiek reageert enthousiast, ook op het liedje Maar... die kat komt weer en vooral op de plaat De jodelende fluiter, die het niet alleen bij ons, maar ook bij ons noorderburen erg goed doet. Op plaat wordt het gekoppeld aan Koetje boe, ook al zo'n Bobbejaanklassieker te noemen.

Hij gaat in Nederland optreden in de in die tijd populaire Bonte Dinsdagavondtrein van de AVRO samen met sterren zoals Toon Hermans, Rudi Carrell en Willy Alberti. Door dat succes in Nederland belandt Bobbejaan ook in Indonesië om daar de troepen te entertainen. In die sfeer van jodelende cowboy schrijft hij Geef mij maar de prairie en brengt dat nummer in 1948 eveneens op 78 toeren uit. Bobbejaan heeft qua plaatopnamen de smaak goed te pakken en weet precies wat zijn fans willen horen.