Bob Benny

Bob Benny zong zijn eerste liedjes in een café op de Grote Markt te Sint-Niklaas, zijn geboortestad. Een heel muzikale stad, want hier werden ook zijn collega’s Jean Walter en Jetty Gitari geboren. 28 mei 1926 werd Bob in deze stad als Emiel Wagemans geboren. Vlak na de bevrijding, hij was toen nog metaalarbeider, zong hij graag mee met het orkest dat in zijn stamcafé optrad en het publiek moedigde hem aan ermee door te gaan.

Na een geslaagde auditie bij de VRT (NIR) in 1951 kwam hij terecht in het programma "De antenne zingt" wat uitmondde in enkele succesvolle plaatopnamen. Zijn eerste 78-toerenplaat werd 'k Ben verliefd dat hij schreef samen met Frans Van Landeghem en dat hij opneemt met het Metro Cluborkest. Hij koppelt dat liedje op plaat aan een nummer van Percy Faith Mijn hart smeekt tot u. Bob zong toen al een tijdje bij die band Metro club-orkest en toert met hen door heel Vlaanderen. De baas van het orkest heette Robert, daar komt de voornaam Bob van, en die speelde klarinet in de stijl van Benny Goodman, vandaar de achternaam Benny. Met wisselend succes bracht hij in het begin van de jaren vijftig nummers op plaat zoals: Caroline Chérie, Kom weer naar huis, De oude slotgracht en Het rad van fortuin. In 1956 zet hij twee liedjes van Jo Dams en Leo Camps op plaat Morena en Venetië en maneschijn. In de studio wordt hij begeleid door het orkest van Tony Vess. In de zomer van dat jaar scoort Benny een bescheiden hitje in de Vlaamse Top Tien met het door Jan Reno en Van Aleda geschreven Geef aan je vrouwtje. Door de jaren heen wordt het een van Bobs klassiekers. Het jaar daarop covert hij, begeleid door het orkest van Francis Bay, Cindy, oh Cindy op plaat, dat in Amerika een hit was in de versie voor Eddy Fisher en in Duitsland voor Margot Eskens. Met dit nummer scoort Bob in de lente van 1957 een nummer één in Vlaanderen.

In 1959 duikt hij in de Vlaamse Top Tien op met een cover van Perry Como's Mandolins in the moonlight dat Benny als Mandolienen bij maanlicht op 45 toeren uitbrengt. De elfde maart vertegenwoordigt Bob in het "Palais des Festivals" in Cannes ons land tijdens het vierde Eurovisiesongfestival met Hou toch van mij (in 2000 genomineerd in de Eregalerij), geschreven door Ke Riema en Hans Flower. In het totaal deden er toen nog maar elf landen mee aan die competitie die dat jaar door Nederland werd gewonnen met Een beetje gezongen door Teddy Scholten. Bob eindigde eervol op de zesde plaats samen met Italië die Domenico Modugno hadden afgevaardigd met Piove dat beter bekend zou worden onder de titel Ciao Ciao Bambina. Met Hou toch van mij staat Bob een maand later op één in de Vlaamse Top Tien. Hij zet iets nadien een vertaling op plaat van de Lloyd Price hit Personality dat hij vertaalt als Onvergetelijk. Price zelf was daarmee in Billboard's Hot One Hundred in de maand april van dat jaar tot op de tweede plaats geraakt en het werd na Stagger Lee zijn grootste hit. Een jaar later is het voor Benny raak met het lied Voulez-vous danser avec moi. Een vijfde plaats zit er in de Vlaamse hitlijsten in met op de B-kant het al even vlotte In de baai van Las Palmas.

De 18de maart 1961 zingt Bob tijdens de zesde editie van het Eurovisiesongfestival dat net als twee jaar eerder in Cannes plaatsheeft September gouden roos (in 2000 genomineerd in de "Eregalerij' van Radio 2). Dat liedje was geselecteerd tijdens een voorronde waarin Bob vijf liedjes zong. Het winnende nummer September gouden roos is geschreven door Wim Brabants, pseudoniem voor Clem de Ridder), en Hans Flower. Ons land zat toen midden in de Congokwestie met als reactie dat de internationale pers die deelname van ons land aan het Eurovisiesongfestival zo goed als doodzweeg. Deze keer namen er in het totaal zestien landen deel. Bob eindigde vijftiende met één punt als povere score. Presentatrice Jacqueline Joubert mag Luxemburg als winnaar uitroepen met Nous les amoureux gezongen door Jean-Claude Pascal. Deze editie levert een wereldhit op voor The Allisons die met Are you sure? voor Groot-Brittanië dat op de tweede plaats eindigt.

In 1961 krijgt Bob Benny bij de VRT zijn eigen televisieshow en treedt in die periode ook regelmatig op in Denemarken, Zweden en vooral in Duitsland dat een soort tweede thuisland voor hem werd. Hij concerteert in 45 steden. In de toenmalige oostbloklanden scoort hij veel succes. Zo trad hij onder meer in Warschau op voor een publiek van méér dan 4500 enthousiastelingen. Hij speelt in Berlijn de hoofdrol in de musical "Mein Freund Bunburry", een musical met muziek van Gerd Natschinski op tekst van Jürgen Degenhardt gebaseerd op het werk "The importance of being earnest" van Oscar Wilde, én "Maske in Blau", een operette in twee bedrijven van Fred Raymond met daarin de schlagers Am Rio Negro, Die Juliska aus Budapest en Schau einer schönen Frau nicht zu tief in die Augen. Zes seizoenen lang staat Benny avond na avond op het podium van het "Friedrichstadt-Palast", toen het grootste variététheater van Europa.

In 1963 wordt Bob met goud bekroond voor zijn hitsingle Waar en wanneer een bewerking van het lied Ja das alles auf Ehr door Benny Welton en Jenny Dils uit de bekende operette "Der Zigeunerbaron" van Johann Strauss Jr. Het wordt Bobs bekendste en meest geliefde hit met als beloning in de maand juli een eerste plaats in de Vlaamse Top Tien. Hij bereikt er ook, en dat is een opvallende prestatie, de derde plaats mee in de Top Dertig, zoals vermeld in Het Belgisch Hitboek. Op single wordt het gekoppeld aan het al even succesvolle Mijn gitaar zal altijd zingen, geschreven door van Aleda op muziek van Bruno Cherubini. Datzelfde jaar zal hij nog eens scoren en wel met Alleen Door Jou met op de B-kant Droom van mij en het jaar nadien op het Polydorlabel met Bella Maria, geschreven door Johnny Hoes op een Duitse melodie van Hans Bradtke. Op de ommekant staat het romantische Bij jou. Voor Bob wordt het zijn laatste grote hit, een tweede plaats in de maand april van 1964 in de Vlaamse hitlijsten.

In 1970 laat Benny nog eens hitgevoelig van zich horen met de single Blauw is de nacht, oorspronkelijk als Blau ist die Nacht geschreven door Fred Feltz en Ralf Petersen. Op de keerzijde van die plaat horen we Ik werd verliefd op jou.

Bob Benny wordt gevraagd of hij niet als cruise-director en chief-entertainer op cruiseschepen wil dienst doen, een opdracht die hij jarenlang met veel plezier heeft uitgeoefend. Bob heeft uitgeteld dat hij tijdens die loopbaan zeven maal de wereld heeft rondgevaren.

Voor zijn succesvolle carrière werd Bob Benny in de loop van zijn carrière met diverse onderscheidingen bekroond: zo ontving hij tweemaal een "Goldene Nadel" voor zijn optredens in het revuetheater "Friedrichstadt-Palast" in Berlijn. Ter gelegenheid van een reeks optredens tijdens de Leipziger Messe kreeg hij de "Goldene Löwe" uitgereikt, hij ontving eveneens het plaket "La Croix Bleue de Belgique", de medaille voor artistieke verdienste "Merito Insigni", een Sabamonderscheiding voor "Belgische artistieke promotie". Hij werd gelauwerd als "Ridder in de orde van Leopold II", 'Ridder in de Kroonorde' en ereburger van de stad Sint-Niklaas.

In 1987 en 1989 staat Bob Benny in ons land opnieuw op de musicalplanken samen met het gezelschap van het Koninklijk Ballet van Vlaanderen in één van zijn favoriete musicals "My fair lady" van Alan Jay Lerner en Frederick Loewe, gebaseerd op het toneelstuk "Pygmalion" van G.B. Shaw. Met veel verve vertolkt hij daarin de rol van Dr. Doolittle.

In 1990 start Bob nog met zijn wekelijkse maandagse middagmatinée "Bob Benny van drie tot zes" in het Antwerpse "Ringtheater". Op 11 juni 1995 wordt Bob Benny door SABAM uitgeroepen tot "50 jaar heraut van het Vlaamse lied". Eind jaren negentig vormt hij samen met Jacques Raymond en Jean Walter het trio "De gouden tenoren". In 2001 wordt Bob Benny getroffen door een beroerte. Tijdens het gala van de "Eregalerij" op 21 november 2002 in het "Casino van Knokke" krijgt Bob Benny de onderscheiding voor Een Leven Vol Muziek.

De 23ste april 2003 zetten in "Zaal Elkerlyc" in Antwerpen een aantal collega's onder aanvoering van Linda Lepomme een benefietshow op het getouw om op die manier Bob financieel bij te staan omdat hij de hoge ziekenhuiskosten als gevolg van zijn hersenbloeding nog moeilijk kon betalen. Hij moet het als artiest immers stellen met een sociaal pensioen.

1 juni 2006 wordt Bob naar aanleiding van zijn tachtigste verjaardag gehuldigd op het stadhuis van Antwerpen. Sinds oktober van dat jaar verbleef hij in het woonzorgcentrum "Ter Wilgen" in Sint-Niklaas waar hij de 29ste maart 2011 overleed. De vierde april werd hij in de Sint-Jozefkerk in Sint-Niklaas begraven. Zijn urne werd op het stedelijk kerkhof bijgezet.

Tekst en research: Marc Brillouet ©2014 Daisy Lane & Marc Brillouet